Naar de content
Podcast
Podcast

Jammie, insecten!

Seizoen 2 - Afl. 3 met Stijn Schreven

Krekels, sprinkhanen en meelwormen. Een gezond en duurzaam alternatief voor vlees, maar toch willen we er maar niet aan. Redacteur Stijn Schreven legt uit hoe we over onze walging heen kunnen komen.

8 februari 2024
Afspelen icoon
Podcast
Podcast

Jammie, insecten!

0:00
31:24

Een bagel met hele krekels, sprinkhanen en meelwormen als beleg. Een ijsje met een bolletje krekel-caramel en een bolletje krekel-honing. Beide waren de afgelopen jaren al op de markt, maar echt storm liep het nog niet. Terwijl insecten qua voedingswaarden vergelijkbaar zijn met gebruikelijke dierlijke eiwitproducten als ei, melk en vlees, én ook nog eens een stuk duurzamer zijn om te produceren. In landen als Thailand, Mexico en China kijken ze niet op van een krekel op hun bord, maar bij de meeste westerlingen lopen alleen al bij het idee de rillingen over het lijf.

Redacteur Stijn Schreven promoveerde in Wageningen op onderzoek naar eetbare insecten en schreef eerder al over de acceptatie van insecten op ons bord. In deze aflevering van de podcast Oplossing gezocht deelt hij zijn bevindingen met podcast-hosts Robert Visscher en Nour Eldín Emara - die zelf ook niet staan te springen bij het idee van een hapje meelwormen. Waar komt die walging voor insecten op ons bord vandaan? Hoe brengen we daar verandering in? En is dat eigenlijk wel echt nodig? Luister naar de aflevering in jouw favoriete podcastapp (Spotify, Apple) of kijk hierboven de video op Youtube.

Transcript

Oplossing Gezocht - Jammie, insecten

===

Stijn: Het walgen komt vooral van dat we die dieren in het Westen in ieder geval niet associëren met dat we ze eten. Dus we zijn niet gewend om ze te eten. We zijn ze gewend om neer te meppen.

Robert: Stel je voor, het is een prachtige zomerdag en je trekt erop uit voor een picknick. Op een kleedje in het gras geniet je van het lekkere weer en een glas vers geperst sinaasappelsap. Je wilt net je laatste hap nemen van een boterham met jam wanneer je plots wordt opgeschrikt. Gadver, een mier in je eten. Hoeveel van zijn vriendjes zou je al ongemerkt achterover hebben geslagen? Nou, daar gaat je eetlust. Of ontdekken we hier misschien een nieuwe delicatesse? Mijn naam is Robert Visscher.

Nour: En ik ben Nour Eldín Emara en je luistert naar Oplossing Gezocht. De wetenschapspodcast van NEMO Kennislink. In deze podcast zoeken we samen met de wetenschap oplossingen voor problemen.

Robert: En deze week zitten we aan tafel met Stijn Schreven, een van de wetenschapsjournalisten van NEMO Kennislink. We bespreken waarom we bepaald voedsel wel of niet lekker vinden en verkennen een toekomst met insecten op het menu. Stijn, voor welk gerecht kunnen we jou nou altijd wakker maken?

Stijn: Dat is tiramisu. Ja, dat vind ik echt. Dat vind ik lekker. Ja, gewoon als ik mezelf wil verwennen, dan pak ik dat als toetje.

Robert: En zijn er ook ingrediënten waarvan je denkt , daar denk ik precies het tegenovergestelde van? Dan ren ik hard weg?

Stijn: Niet echt. Ik denk, ik hou niet zo van.. Hoe heet dat nou, koriander? Ja, daar ben ik niet zo van. Dat is net niet mijn smaak. Maar verder, ja, het meeste wel.

Nour: Het smaakt naar zeep volgens sommigen. Heb je dat ook?

Stijn: Dat heb ik niet. Maar ik ga er wel van niezen of zo, of van hikken.

Nour: O, dat is bijzonder.

Robert: Ja, maar wel een avontuurlijke eter dus. Mooi. Onze kookboeken kennen vele recepten en toch zul je er niet zo snel een gerecht gebaseerd op insecten tegenkomen. Waar wij alleen al walgen van de gedachte zien anderen deze kleine beestjes als een ware lekkernij. Stijn, ben jij zelf eigenlijk een keukenprins? Ben jij een beetje een goede kok?

Stijn: Ik heb zo mijn specialiteiten. Dus risotto vind ik leuk om te maken. Of wat te wokken. En dan doe ik er allerlei kruiden bij of verse gember. Dat vind ik wel leuk. Af en toe de tijd ervoor nemen.

Nour: Tiramisu dus ook?

Stijn: Tiramisu, dat heb ik nog niet geprobeerd.

Nour: O, die is vooral lekker om te eten. Juist, juist.

Stijn: Die haal ik dan gewoon van de supermarkt.

Nour: Maar risotto, tiramisu dus. Of gaat het ook nog verder dan dat? Zou je jezelf echt als een keukenprins bestempelen?

Stijn: Nou ja, het is af en toe een recept uit een kookboek. Als je een feestje hebt van vrienden of zo, of met kerst. Dan maak ik iets speciaals.

Nour: Bijzondere gelegenheden. Robert, bij jou kookboekwerk?

Robert: Thuis word ik wel gezien als keukenprins en ook wel in mijn familie. Maar ik vind zelf dat ik helemaal niet zo goed kan koken. Het is meer, wat is het ook alweer, in het land der blinden is EEN oog koning. Ik kom uit een familie die heel slecht kan koken. Sorry als jullie meeluisteren. En een schoonfamilie die nog slechter kan koken. Mijn schoonmoeder laat echt alles aanbranden. En mijn schoonvader kan helemaal niet koken.

Nour: Je moet nog naar huis op een gegeven moment. Ik herinner je even.

Robert: Ik ben ook altijd blij als ik daar ben en we eten patat. Het zijn verder schatten van mensen. Ik houd vreselijk veel van ze. Maar dat terzijde. Dus zij zeggen altijd: Robert, wat kun jij goed koken. Maar ik vind het zelf wel meevallen. Ik vind het wel leuk om te doen. Ik moet zeggen met een gezin met twee kinderen ga ik wel vaak voor de wat makkelijkere, snelle maaltijd. Wel met veel groente, maar nou, wel wat makkelijker.

Ik heb wel een voorliefde voor desserts. Dus jouw tiramisu heb ik ook wel eens zelf gemaakt. Echt heel leuk om te doen, maar tijdrovend. Ik maak ook soms zelf ijs. Dat vind ik hele leuke dingen om te maken. Desserts, taarten.

Nour: Het kost zoveel tijd, he. Ik herken dat wel. Met bijzondere gelegenheden wil je die tijd er wel insteken. Maar voor gewoon een avondmaaltijd of zo dan is het bij mij allemaal ook niet heel erg creatief. Enige waar ik creatief mee ben is gewoon restjes. Dus ik heb allemaal nieuwe gerechten ontdekt als student om gewoon te kijken wat zit allemaal nog in mijn koelkast. Kan het ongeveer bij elkaar? En nu ben ik dan zover dat ik ook een beetje met kruiden aan het spelen ben.

Robert: Maar vertel eens, heb je dan iets geks ook ooit gecombineerd?

Nour: Nee, joh, peen met doperwtjes, een pot stond dan nog open. Maar ja, ik had nog een paar champignons die op moesten en nog een currysaus waarvan ik dacht: nou ja, met een beetje rijst erbij dan ben ik benieuwd wat er op me afkomt. En dat is meer dan eens gebeurd. Nou ja, er zitten echt wel een paar goede verrassingen tussen.

En soms dat ik toch denk: nou, morgen een nieuwe dag, nieuwe kans.

Robert: Goed.

Nour: Ja, en als dat nou voorkomt dan, Stijn, kun je dat dan verklaren? Waarom kunnen we eigenlijk zo erg genieten van voedsel, maar ook zo erg walgen van bepaald voedsel? Heeft het nou nog nut?

Stijn: Ja, als we het dan over insecten gaan hebben, het walgen komt vooral van dat we die dieren in het Westen in ieder geval niet associëren met dat we ze eten.

Dus we zijn niet gewend om ze te eten. We zijn ze gewend om neer te meppen. En te bestrijden in de landbouw bijvoorbeeld, als ze fruit of groente aantasten. Dus we zijn ze veel meer aan het zien als schadelijk en ziekteverwekkers in plaats van dat we ze kunnen eten of dat ze nut hebben. Dat is een beeld waar we aan moeten wennen.

Nour: Ja, het is echt ongedierte, zoals we ze nu zien. Terwijl je terecht zegt in andere culturen hoeft dat helemaal niet zo te zijn. Heb je daar voorbeelden van?

Stijn: Ja, in Mexico eten ze veel insecten. Hebben ze eigenlijk een hele keuken daar ook op gericht.

En in Thailand bijvoorbeeld of China zijn ook verschillende insectensoorten die ze eten. Eigenlijk bijna in alle werelddelen zijn er wel volkeren die insecten eten, behalve in Europa eigenlijk.

Robert: En dan zien we het ook meteen als iets heel negatiefs. Dus een mug wil je doodslaan, een sprinkhaan vinden we vies, zorgt voor overlast en levert het gedoe op.

En die insecten, laten we de vraag maar gewoon stellen. Ik kijk er al een beetje vies bij, maar ik ga hem heel open aan je stellen. Heb jij het wel eens gegeten?

Stijn: Ja, ik heb het wel af en toe geproefd. Sowieso toen ik onderzoek naar aan insecten zelf op de leerstoelgroep van entomologie van Wageningen Universiteit.

Toen hadden we natuurlijk meerdere collega's die eraan werkten. Dus je krijgt dan af en toe dat iemand een traktatie meeneemt en dat dan de muffins zijn getopt met een paar meelwormen erop. Of krekels gedipt in chocola. Dan heb je een soort, ja, lolly is het niet, maar het is een chocoladeding op een stokje. Nou ja, het smaakt prima. Het is een beetje knapperig. Je hebt chocolade eromheen, dus het is in die zin goed verpakt.

Robert: Dat is misschien inderdaad wel even goed om te zeggen. Je zegt zelf ook al, je bent gepromoveerd op eetbare insecten, als ik dat zo mag zeggen. Je werkt nu als wetenschapsjournalist, maar je weet echt heel veel van dit onderwerp. Maar moest je ook over een drempel heen? Dus iemand komt met zo'n sprinkhaan aan met chocola. Ik denk dan die chocola lekker. Maar had je iets wat je moest overwinnen om dat in je mond te stoppen, of?

Stijn: Ja, wel een beetje het idee toch dat je zo'n meelworm gaat eten die bovenop zo'n muffin zit. Je bent dan toch met je tong een beetje aan het voelen van waar zit die meelworm in je mond?

Robert: Beweegt-ie nog?

Stijn: Dus die schilfertjes of zo, ja, dat is even wennen. En bij zo'n krekel ook, ja, daar zitten wat harde stukjes aan. Het is een krekel natuurlijk. Het is echt even wennen, wat dat betreft. Maar als je puur naar de smaak kijkt, het proeft als een soort nootje of een soort chips of zo. Meer zo.

Robert: Ja, dat klinkt eigenlijk wel goed.

Nour: Of ik zelf al insect heb gegeten? Nou, nee, nee, niet bewust. Nee, ik ben ook nog niet echt naar de landen geweest waar dat al gebruikelijker is, toch?

Je noemde Mexico, de Aziatische landen. Daar ben ik nog niet geweest. Dus dan is het ook nog niet echt op mijn bord terechtgekomen. En als het er dan terecht zou komen, vraag ik me ook echt heel erg af. Ik begin nog niet echt te watertanden, als ik jou zo hoor. Met meelwormen op een cupcake. Misschien.

Robert: Maar de nootjes en de chips. Ik weet niet of je daar van houdt?

Nour: Ja, goed. Dat dan weer wel, inderdaad. Maar dat is het punt natuurlijk, he. Het is geen nootje of chips. Het is toch een worm die je met hele andere dingen associeert of zo. Of zou jij in een keer toe happen?

Robert: Nee, ik moet je eerlijk zeggen, we hebben het hier wel eens over gehad, Stijn. Ik was echt bang dat je iets mee zou nemen voor deze aflevering. En dat er nu iets op tafel zou liggen wat of zou bewegen of misschien helemaal niet zou bewegen. Ik ben heel lang. Wij zijn allemaal heel lang. We zijn gewoon grote kerels. Maar dan die hele kleine kriebelbeestjes, ik vind het ook vies, ik vind het eng.

Ja, ik heb daar helemaal niks mee. En ik zou dat ook dus niet in mijn mond willen stoppen. Dus ik herkende ook wel heel erg wat je net zei. In ons hoofd zit eigenlijk van er is iets mis met insecten. We associëren dat met iets vervelends. Terwijl ik best wel verder een redelijk avontuurlijke eter ben.

Maar insecten is net, ja, ligt daarbuiten of zo. Is net een stap te ver. Maar misschien dus wel onterecht, he. Want dat is wel iets wat ik heel interessant vind. We hebben dat negatieve heel erg benadrukt. Jij zegt: het smaakt ook best lekker. Maar wat kan het, waar moeten we dan aan denken? Wat zijn voordelen van insecten? Past het bijvoorbeeld in een duurzamer dieet?

Stijn: Ja, dat is waarom eigenlijk het Westen in ieder geval in de wetenschap, dat ze nu veel meer kijken hoe kunnen we insecten wel gebruiken voor dieet. Omdat het duurzamer is. In ieder geval, het kan duurzamer zijn. Bijvoorbeeld insecten zijn veel efficiënter in het opslaan van wat ze eten in lichaamsgewicht. Dus het aantal kilo voer dat je ze geeft. wordt veel sneller omgezet in het aantal kilo insectenvlees, in die zin. .

Robert: De voedingswaarde van EEN zo'n sprinkhaan is gewoon veel hoger. Moet ik dat zo zien?

Stijn: De voedingswaarde niet per se, die is vergelijkbaar met kip of andere eiwitbronnen. Maar het is meer dat je minder voer nodig hebt om dezelfde hoeveelheid vlees of eiwit te produceren.

Robert: Ah, ok.

Nour: Dat geldt voor kip, rund?

Stijn: Ze zijn ongeveer gelijk aan kip, maar voor een varken bijvoorbeeld is twee keer zoveel voer nodig en voor een rund zelfs vier keer zoveel voer nodig.

Nour: Nu heb ik begrepen, nu walgen wij dus een beetje van die gedachte vooralsnog. Maar kun je dus ook insecten gebruiken als voer voor juist het vee, wat wij vervolgens weer kunnen eten. Dan zou je zeggen dat is eigenlijk een prima oplossing, of niet?

Stijn: Dat wordt wel gedaan. Maar het is een minder goede oplossing dan dat we ze zelf eten.

Nour: Waarom dan?

Stijn: Zoals we insecten nu kweken, zoals de bedrijven dat doen, is het vaak op granen en restproducten uit de bierbrouwerij. Bijvoorbeeld bierborstel, noemen ze dat dan. Een soort pulp. Ik weet niet precies wat het is. Dat zijn reststromen die ook gevoerd kunnen worden aan varkens of kippen direct.

Dus die kippen en die varkens kunnen dat zelf ook eten. En als je dan eerst dat eten geeft aan insecten en dan die insecten weer voert aan varkens of kippen, dan heb je eigenlijk meer verlies van voer. Je hebt meer voer nodig. Want er gaat elke stap die je ertussen zet, gaat er iets verloren.

Die dieren verbruiken warmte, die poepen ook allerlei dingen uit. Dus niet al het voer wat je erin stopt wordt insect. Terwijl als je al het voer gelijk aan varkens zou geven dan sla je EEN stap over eigenlijk.

Nour: Ja, dat is toch iets te mooi om waar te zijn. .

Robert: En nog even terug naar die eiwitten, want dat vind ik wel interessant. Eiwitten, dat we dat allemaal moeten eten, vooral mensen die wat meer sporten en zo. Dat klinkt wel heel interessant en veelbelovend, toch? En daar kunnen die insecten dus wel degelijk een een belangrijke toevoeging zijn. Als je even de psyche loslaat van hoe je ernaar kijkt.

Stijn: Ja, want ze zijn net zo rijk aan eiwit als andere vleesproducten of eiwitproducten.

En ze zijn niet alleen efficiënter in het omzetten van voer, maar ze stoten ook minder CO2 uit. Dus de productie kan duurzamer zijn. Ze verbruiken minder water. En ze verbruiken minder land. Dus je hebt echt minder grond nodig om dezelfde hoeveelheid eiwit te maken.

Robert: Kortom, onze kookkunsten kunnen nog een stuk gevarieerder en op basis van duurzamere eiwitbronnen. Toch zit niemand nu te watertanden bij het idee om insecten te eten. Daarom verkennen we dus EEN onderbelichte voedselbron: insecten. Een interessante aanvulling op het menu en een mogelijk duurzaam alternatief voor vleesproducten.

Tenminste, zolang we een oplossing vinden voor dat onsmakelijke idee. Misschien moeten we eerst even naartoe, Stijn, aan wat voor soort insecten moeten we denken. Wat zou in de toekomst op ons menu kunnen staan? Wat smaakt nou lekker?

Stijn: Er zijn een paar insecten die al gekweekt worden in Nederland. En dat zijn eigenlijk drie insecten of vier.

Het zijn krekels, sprinkhanen, meelwormen. Dus dat zijn larfjes van kevers eigenlijk. Even kijken, je hebt ook vliegenlarven, maar die worden eigenlijk meer gebruikt als diervoeders. Dus niet voor mensen. Omdat dat gewoon nog een drempel extra is eigenlijk. Made. Dat is echt een uitdaging voor mensen, denk ik om daar echt aan te beginnen.

Nour: Waarom deze dan wel? Deze soorten?

Stijn: Krekels en sprinkhanen worden echt al gebruikt in andere culturen. Dus Thailand bijvoorbeeld, daar is krekelkweek en consumptie echt heel breed daar. Je ziet het langs de straat, in allerlei eetkraampjes.

Sprinkhanen worden ook veel gegeten al in bijvoorbeeld Afrikaanse landen. Dus dat zijn bekende insectensoorten eigenlijk om mee te beginnen.

Robert: En ik heb het idee dat die smaak ook wel oke is, want als ik hier met mensen over praat en ik ken best wel mensen die sprinkhanen en krekels hebben gegeten, vaak terwijl inderdaad ze op vakantie waren, die zijn er altijd opvallend positief over, vind ik. Je merkt wel, ik sta zelf daar wat minder open voor, maar is het ook de smaak die dan helpt?

Stijn: Ja, de smaak helpt denk ik ook. Maar dat heeft ook te maken met dat als je op vakantie bent, bijvoorbeeld in Thailand, dan heb je daar gewoon al een eetcultuur, zoals ze dat dan noemen rondom insecten. Dus je hebt die krekels, de mensen weten daar hoe ze die krekels lekker moeten bereiden. Dus er zitten kruiden bij, zze gaan in de frituur of ze gaan op een roostertje of zo. Maar daar heb je natuurlijk allerlei manieren om het lekker te maken.

En dat is bij vlees hetzelfde. En hier in Nederland zijn we wel bekend met hoe we vlees lekker kunnen bereiden, maar minder met hoe we insecten lekker kunnen maken. Dus die recepten eigenlijk moeten een beetje naar deze kant komen.

Nour: Er is ook wel een verschil in. Niet elk insect hoeft uiteindelijk op je bordje terecht te komen. Want niet elk insect hoeft ook lekker te smaken, misschien. Nee, daar is nog een hele wereld te verkennen.

Stijn: Het is ook zo dat de smaak wordt ook bepaald door wat je de insecten voert. Dus je hebt bepaalde stijl. Je geeft ze uien, dan gaan ze waarschijnlijk ook veel meer naar uien smaken.

Nour: Oh, zo?

Stijn: Meer op die manier.

Nour: Daar wil ik dus wel net iets meer over weten eigenlijk. Want je zegt ze worden al gekweekt, ook in Nederland. Ik zie nog een soort boerderij voor me of zo. Waar normaal gesproken allemaal koeien en schapen en geiten allemaal rondlopen. Maar in dit geval insecten. Is dat beeld een beetje terecht?

Hoe gaat dat in zijn werk?

Stijn: Het is niet echt een traditionele boerderij, zoals je dat ziet met weilanden en zo. Dat heb je namelijk niet nodig voor insecten. Je moet het meer voorstellen als een grote loods bijvoorbeeld. Protix in Bergen op Zoom heeft een grote automatische insectenkweek eigenlijk.

Dat ziet eruit als een groot distributiecentrum van de buitenkant. Dus gewoon een grote doos op een soort industrieterrein. En daarbinnen heb je allerlei verschillende onderdelen van de voortplanting van die insecten naar het kweken van de larven in grote bakken. Dus dat zijn grote kratten die op elkaar gestapeld zijn in een hal waar de temperatuur geregeld wordt, zodat het warm is voor die dieren. Het is vochtig genoeg. En ze krijgen allemaal voer via een automatisch systeem. Dus dat wordt erbij gedoseerd.

Robert: Ja. Klinkt bijna een beetje als een soort insectenfabriek. Of zeg ik dan iets heel oneerbiedigs?

Stijn: Ja, dat kun je wel zeggen, denk ik. Er zijn natuurlijk wel mensen aan het werk. En de dieren leven gewoon in de omstandigheden die misschien voor die insecten goed zijn. Maar het is veel meer geautomatiseerd. Het ziet eruit als een fabriek, denk ik.

Nour: Wat rolt er dan uit die fabriek? Ik ken de meelwormen vooral van eigen vogelvoer en zo die we vroeger hebben gehad.

Maar zijn het dan echt inderdaad pakketjes met de insecten zelf. Of worden ze ook op andere manieren verwerkt?

Stijn: Als je kijkt naar de productie van insecten voor menselijke consumptie, dan is het vaak dat ze als heel insect worden verpakt. Dus gewoon een van die pakjes inderdaad met meelwormen of krekels.

Maar ze zijn ook bezig met het zuiveren of het scheiden van een eiwit. Dus de fractie eiwit uit zo'n insect en de vetten. Zodat je ze als losse ingrediënten in voedingsmiddelen kunt verwerken. Dus dan heb je bijvoorbeeld een eiwitpoeder, een soort insectenmeel, dat je gewoon kan verwerken in brood of in burgers of zo.

Robert: Superinteressant. En de volgende stap is natuurlijk nog weer dat je er dan iets van gaat maken. Dat je ze ergens in verwerkt. Je noemt dat eiwitpoeder. Maar laten we zeggen wat voor gerechten op basis van insecten zou je kunnen maken? Waar moeten we dan aan denken? Je had al die chocolade met sprinkhaan, maar ik kan me voorstellen dat het ook nog in allerlei andere dingen nog avontuurlijker of waar wij dan niet aan denken.

Stijn: Ja, er zijn eiwitshakes van krekels, geloof ik. Krekeleiwit wat er in zit, verwerkt. Dus dat is dan meer sportdrank of voor sporters. Maar je hebt ook soort van ludieke acties om de insecten een beetje meer onder de aandacht te brengen. Dus dan heb je meelwormen in ijs of meelwormen in een lolly.

Robert: Meelwormen in ijs?

Stijn: Ja, in ijsbolletjes.

Robert: Heb je dat gegeten, Stijn?

Stijn: Nee, dat heb ik niet gegeten. Nee, die was alweer voorbij die actie, toen ik daar achter kwam.

Robert: Maar dan is het dus eigenlijk een ijscoman of vrouw die zegt: dit is een nieuw ingrediënt, hier ga ik iets voor maken.

Stijn: Ja, er zijn vaak start-ups die iets willen met insecten als eten. En dan gaan ze bedenken hoe kunnen we dit op een leuke manier of een beetje spannende manier aanbieden.

Robert: Ik houd van ijs. Ik had het al net over die toetjes. Maar zijn er nog meer dingen?

Stijn: Ja, er is bijvoorbeeld bij de Bagels en Beans een bugbagel geweest. Dus bug is insecten natuurlijk. Dus er zaten sprinkhanenkrekels en meelwormen op. Gewoon het hele pakket. En die heeft een jaar of twee volgens mij gedraaid.

En uiteindelijk nam die toch niet zoveel aftrek van de bezoekers als ze hadden gehoopt. Dus die is weer uit de running gehaald. Maar ze sluiten niet uit dat het weer terugkomt een keer.

Nour: Als het aan onze luisteraars ligt, moet die zeker terugkomen. We hebben namelijk aan onze luisteraars gevraagd: wat zou je nou het liefste eten?

Is dat een insectenburger, insectensushi of een insectenijsje, zoals je al eerder noemde. Eigenlijk gaat het de voorkeur vooral uit naar die insectenburger. Zowel op Insta als op X. Eigenlijk niemand die voor de sushi of voor het ijsje gaat. Wat ik ook een interessante gedachte vind, want we hebben al even gesproken, Stijn, het hoeft eigenlijk niet eens zo gek als dat te zijn. Want stiekem eten we al insecten. Daar overviel je me nogal mee. Kun je dat uitleggen?

Stijn: Ja, er zijn in alledaagse producten al insecten verwerkt. En soms is dat een soort drempelwaarde van bijvoorbeeld bij pindakaas. Dat zijn pinda's die gemalen worden. Daar zitten soms keverlarfjes in of zo. Dieren die van die pinda's leven. Die kun je er niet allemaal uit filteren. In Amerika heb je een soort voedsel- en warenautoriteit, die heeft daar een drempel voor gezet. Er mogen dertig deeltjes insecten per honderd gram pindakaas inzitten. Dus ja, dan weet je van gemiddeld zitten er ook ongeveer dertig deeltjes of zo in.

Robert: Dus ik eet, ik eet graag pindakaas. Ik eet het gewoon al.

Stijn: Je eet het al zonder dat je het weet.

Robert: Ja. En volgens mij is dat wat je zei net die burger, dat is ook zoiets. Als het er gewoon uitziet als een hamburger. Ja, dan zou ik het eigenlijk misschien ook wel eten. Toch? Anders dan zo'n spiesje met zo'n sprinkhaan erop. Misschien ligt daar ook wel een beetje de kans of zo. Want als we op zoek gaan naar hoe kom je over die walging heen? Hoe kunnen we daar nog stappen in maken?

Stijn: Ik heb bijvoorbeeld Marleen Onwezen geïnterviewd voor dat stuk op NEMO Kennislink. En zij zegt: het is vooral ook een kwestie van het op veel manieren onder de aandacht brengen bij consumenten. Een van die manieren is om het ook niet per se zo in your face insecten voor te schotelen, maar het als poeder bijvoorbeeld te gebruiken in burgers.

Of ze zijn ook bezig met brood, brooddeeg maken van waarbij ze een deel van het eiwit vervangen door insecten. En nou ja, pasta, bepaalde sauzen, pesto, falafel. Daar zijn ze allemaal mee bezig om die producten te ontwikkelen. En daarnaast zegt Marleen Onwezen er is ook een rol voor restaurants bijvoorbeeld.

Om wat meer de vernieuwende gerechten uit bijvoorbeeld het Oosten of Mexico te gebruiken. Als je nu naar een Mexicaans restaurant gaat, daar staan zelden of nooit insecten op het menu. Terwijl dat in het land zelf, best wel gebruikelijk is.

Nour: En iets wat je dan bijvoorbeeld terugziet bij, ik noem een expeditie Robinson, de eetproef. En die is geloof ik wel bekend. Er komen ook vaak insecten langs. Maar dat is dan niet een goede aanpak wat jou betreft?

Stijn: Dat is maar voor een heel klein percentage van mensen de manier waarop ze insecten willen eten, denk ik. Dus dat gaat echt om de avonturiers. Die onderzoeker Marleen Onwezen van Wageningen Universiteit, zij heeft ook echt een enquête gehouden bij Nederlanders: heb je insecten gegeten? Dat was ongeveer vijf procent van de mensen uit die enquête. die heeft ook daadwerkelijk insecten gegeten. En vaak zijn dat mensen die net wat avontuurlijker ingesteld zijn als het om eten gaat.

Robert: Avontuurlijker dan jij en ik, Nour. Maar eigenlijk begrijp ik met mijn pindakaas eet ik het gewoon allang.

Nour: Ja, precies.

Robert: Dat helpt misschien ook al.

Nour: Super avontuurlijk. Ik kijk nooit meer hetzelfde in ieder geval naar pot pindakaas. Dat is duidelijk.

Robert: Ik ga het wel gewoon morgen weer eten, trouwens. Producten gebaseerd op insecten zijn dus al realiteit en gehele gerechten zijn al eens letterlijk op de proef gesteld. Vooralsnog zonder blijvend succes. Om over de walging heen te stappen zal de insectenindustrie het concept smakelijker moeten verkopen. Zou jij een hap wagen aan de eerste krekel-cupcake?

Of schieten er nu al tien nieuwe insectenrecepten door jouw hoofd? Wij zijn benieuwd naar jouw ideeën. Deel ze met ons via @NEMOKennislink op X en Instagram. We kijken nu een stap vooruit in de tijd, naar de Hollandse stoofpotjes van de toekomst. Dat hele concept van insecten als voedselbron bestaat dus al jaren.

In Nederland slaat het allemaal maar moeilijk aan. Denk je dat we in 2050 dan alleen nog maar insecten eten?

Stijn: Nee. Het realistische antwoord is nee, want insecten zijn denk ik maar een deel van de oplossing voor een duurzamer dieet..

Nour: Is het nodig? Is het nodig ook dat we allemaal insecten gaan eten, elke dag van de week?

Stijn: Nee, want je hebt natuurlijk ook nog gewoon plantaardige eiwitbronnen. Dus je kunt ook denken aan peulvruchten, aan tofu en allerlei producten van soja en die zijn eigenlijk nog een stapje duurzamer dan dat je insecten gaat gebruiken.

Insecten zoals we ze nu kweken, is vaak op granen en op voer wat je ook aan varkens kan geven. En die hebben nog steeds hun eigen CO2-uitstoot en landgebruik. En ook al is dat insect efficiënter daarin je zou ook kunnen zeggen: we kunnen dat zelf ook gaan eten in de vorm van brood.

Dus dat is ook een stap die je kunt zetten. Waar de wetenschappers vooral denken dat de insecten een rol kunnen spelen in de voedselketen is in het hergebruiken van reststromen uit landbouw en voedselproductie die we nu niet gebruiken.

Robert: Eigenlijk wat we weggooien. En dat zou je als voedsel aan die insecten kunnen geven?

Stijn: Ja, dat gaat dan om restjes van GFT of van wat je in de keuken weggooit, als je iets hebt gekookt en je gooit dan een stukje van de paprika weg.

Robert: Ja, daar leven bij mij altijd wel insecten uiteindelijk op, toch? In de biobak.

Stijn: Als je de container opent, dan zie je al dat het werkt.

Nour: Ja, nu nog ongewenst.

Robert: Ja, precies. Ik denk dan nooit, die eet ik nou eens op.. Wat je heel duidelijk zegt is dat we ook weer niet moeten doorslaan door de insecten als DE oplossing te zien. Maar het is wel een onderdeel van de oplossing. Maar er zijn inderdaad nog meer mogelijkheden. Dat is denk ik heel goed.

Nour: En los van of het wenselijk is, kan het ook überhaupt? Kunnen we zo makkelijk opschalen? En een groot gedeelte van al die avontuurlijke mensen en mensen die het dan in verwerkte vorm terug willen zien, kunnen we die allemaal bedienen?

Stijn: Ze zijn al hard bezig met opschaling, ook in Nederland, van de insectenproductie. Maar er zijn nog wel echt veel drempels te nemen.

Bijvoorbeeld, insectenkweek heeft veel energieverbruik. De dieren die we kweken zijn vaak uit een tropisch klimaat. Die huiskrekels of treksprinkhanen, dat zijn allemaal dieren uit Afrika of Azië. Dus die hebben een temperatuur van 25 of 30 graden nodig om goed te groeien.

En dat is natuurlijk iets heel anders dan dat we hier in Nederland vaak hebben. Zeker door het jaar heen. Dus je hebt best wel wat stookkosten. In die zin is dat echt een minpunt in de duurzaamheid. Even kijken, wat was je vraag ook weer?

Nour: Of het mogelijk was om op te schalen, om in de behoefte te voorzien? Een van de minpunten is dus bijvoorbeeld de energiebehoefte, die ervoor nodig is.

Stijn: Ja, en verder is de productie gewoon nog best duur op dit moment. Dus je betaalt veel meer voor een kilo insecten dan een kilo kip of een kilo varken.

Robert: Omdat je het ook nog niet veel ziet waarschijnlijk.

Stijn: Ja, het moet allemaal nog uitgevonden worden. Het is nog een kleine schaal en daardoor gaat er heel veel arbeid in. Dus wat die bedrijven nu proberen is vooral zoveel mogelijk te automatiseren. Maar er zitten natuurlijk ook kosten aan die innovatie. Dus al het onderzoek wat erachter zit. Dus op dit moment is het voor veel bedrijven nog net niet

of gewoon nog niet winstgevend. Er wordt heel veel in geïnvesteerd met de hoop en de verwachting dat het op een gegeven moment zich uit gaat betalen.

Robert: Je hebt hier natuurlijk heel veel onderzoek naar gedaan. Zijn er nou nog meer vraagstukken die open liggen?

Stijn: Ja, bijvoorbeeld zoals we bij een kip of bij een varken precies weten wat zo'n dier nodig heeft om goed te groeien en gezond te blijven, weten we dat bij insecten vaak nog niet. Dus we weten nog niet precies wat voor een vitamine ze nodig hebben of welke aminozuren bijvoorbeeld. Dat zijn de bouwstenen van eiwitten. En als je ze soja geeft bijvoorbeeld, of graan, dan zit daar veel eiwit in.

Maar zijn dan alle behoeften al vervuld van zo'n dier? Dat is niet helemaal duidelijk. Dus daar is nog onderzoek nodig.

Robert: Groeit hij er eigenlijk goed op?

Stijn: Ja. En daarnaast zijn er op voedselveiligheid veel onderzoeken bezig. Daar is al veel gedaan. Bijvoorbeeld op allergenen, maar ook op ziekteverwekkers. Maar er zijn nog weinig ziekten bekend uit de insectenkweek. Maar tegelijkertijd de virussen die er zijn, daar zijn nog weinig behandelingen voor. En dat is dan voor de insecten zelf. Dus dat zijn vaak virussen die niet over kunnen slaan op mensen, omdat het totaal andere dieren zijn. Dus in principe is het voor ons niet gevaarlijk, maar voor die kweek van insecten. Als je daar honderdduizenden dieren in zo'n fabriek hebt. dan kan dat in EEN keer ontzettend hard rondgaan natuurlijk als daar EEN virus zich gaat verspreiden.

Robert: Ja, een beetje zoals wat we nu zien met de vogelgriep, maar dan in nog grotere aantallen omdat de insecten kleiner zijn.

Nour: Des te interessanter denk ik dat er geïnvesteerd blijft worden, ook in het onderzoek hiernaar. Stijn, tenslotte had ik nog een vraag eigenlijk. Want je refereerde eerder naar jouw lievelingseten. Dat was tiramisu blijkbaar. We moeten toch echt gaan wennen aan het beeld van dat insecten gebruikelijker gaan worden, ook bij de gerechten die we al lang kennen. Dan is nog maar één vraag over natuurlijk. Welk insect gaat nou het beste met jouw tiramisu?

Stijn: Ik denk dat je met krekels of meelwormen best een eind kunt komen. Als ik dan even mijn kookkunsten inzet, denk ik, als je ze karamelliseert en dan als een soort topping erop zet. Dan denk ik dat dat wel werkt bij tiramisu.

Robert: Stijn, je kijkt helemaal verlekkerd. Ik vind dat het allermooiste dat ik zou denken: bah, lekkere tiramisu met die vieze beesten.

Stijn: Je moet denken aan een krokantje bovenop dat smeuïge toetje.

Nour: Ja, ik kan hier wel in meekomen inmiddels.

Robert: Zullen we afspreken, jij gaat het een keer maken, komen wij eten. Dan durf ik het wel aan.

Nour: Ik heb dan volgens mij al iets.

Robert: O ja, he jammer.

Tot zover deze aflevering van Oplossing Gezocht, over insecten op het menu.

Nour: Over twee weken zijn we weer bij je terug. Met een ander onderwerp, een ander probleem, een andere oplossing, maar wel dezelfde hosts.

Robert: Met mij dus Robert Visscher

Nour: en met mij Nour Eldín Emara.

Robert: Met dank aan onze gast Stijn Schreven en redactieleden Dimitri van Tuijl, Elvira Elzinga, Eva Poort en Erika Renckens. Wil je meer weten over onze wetenschapsjournalistiek? Volg ons dan op Instagram en X en bekijk onze site nemokennislink.nl. Tot de volgende keer.

Huidige publicatie