Naar de content

Pikken robots onze banen in?

Machines zorgen juist voor hogere productiviteit, meer werkgelegenheid en welvaart

Nimur

Door de inzet van machines neemt de productiviteit en welvaart toe, volgens recent onderzoek. Robots nemen dan misschien wel taken van sommige mensen over, maar in het geheel zorgen ze juist voor méér werk. Machines zijn dus eigenlijk banenmakers.

29 mei 2015

Dit is het derde deel van een serie over de angst voor robots en automatisering op Kennislink. We nemen doemscenario’s onder de loep, die stellen dat robots ons dommer maken, gevaarlijk zijn, onze banen afpakken en voor de ondergang van de mensheid zorgen. Is deze angst terecht? Het eerste deel ging in op de vraag of robots ons dommer maken. Deel twee ging over robots die de mensheid vernietigen.

Zo’n duizend havenarbeiders protesteerden december 2014 in Rotterdam tegen de toenemende robo- en automatisering. Ze zijn bang hun baan te verliezen aan de robots. 19 januari 2015 demonstreerden ze opnieuw in de Maasstad.

Sanne Teijn (RTV Rijnmond)

Op de Kop van Zuid in Rotterdam ontstond onlangs een grimmige sfeer. Havenarbeiders protesteerden tegen de oprukkende robots in de haven. Ze scandeerden leuzen en staken vuurwerk af. Ze waren boos dat machines steeds meer taken uitvoeren in de haven en hun banen daardoor op de tocht staan. Op de Tweede Maasvlakte werd bijvoorbeeld onlangs de APM terminal in gebruik genomen waar kranen grotendeels automatisch containers van schepen halen.

Meer werk

Ook bij andere beroepsgroepen leeft de angst voor machines. Maar is dat wel terecht? “Bij individuele gevallen kan ik me goed voorstellen dat mensen bang zijn dat robots hun baan inpikken. Apparaten voeren bepaalde taken nu eenmaal beter uit dan mensen. Maar in het algemeen zorgen robots helemaal niet voor minder werkgelegenheid. Sterker nog: machines zorgen voor een hogere welvaart en productiviteit”, zegt Georg Graetz van de universiteit van Uppsala. Dat blijkt uit een recente publicatie van Graetz. Samen met Guy Michaels (London School of Economics) keek hij naar de invloed van robots in zeventien Westerse landen tussen 1993-2007, waaronder Nederland. “Door de inzet van robots steeg in die periode dus de productiviteit, welvaart en werkgelegenheid in al deze landen”, zegt Graetz.

Hoe dat in zijn werk gaat? Stel een robot neemt in de fabriek het werk van een mens over en de blikken vervanger presteert veel beter en produceert meer. Het bedrijf werkt door de robots efficiënter en biedt tegen een lagere prijs producten aan, waardoor er weer meer van verkocht worden. Hierdoor stijgt de omzet van het bedrijf, de productiviteit en ook de algehele werkgelegenheid.

Want het bedrijf gaat nu bijvoorbeeld meer adverteren, waarvoor nieuwe marketingmedewerkers nodig zijn. Of over de grens spullen verkopen wat banen voor leveranciers en verkopers oplevert. Ook zijn er mensen nodig voor het onderhoud van de robots en om toezicht te houden.

Maar de werkgelegenheid neemt uiteraard niet voor iedereen toe, want verreweg de meeste arbeiders die hun baan aan robots verloren, deden laaggeschoold werk. Het waren voornamelijk de hoogopgeleiden die juist van de inzet van machines profiteerden.

Kansen

De studie van Graetz en Michaels is belangrijk, omdat de auteurs naar de effecten van robots in veel landen tegelijkertijd keken. Dat onderzochten ze door verschillende cijfers naast elkaar te leggen. Van de zeventien geïndustrialiseerde landen verzamelden de onderzoekers data over het gebruik van robots. Die gegevens koppelden ze aan data over de economie van de landen, zoals de productiviteit, werkgelegenheid en welvaart.

Een industriële robot aan het werk in de fabriek.

Wikimedia Commons

“Op die manier stelden we de waarde van de robotisering vast. Het is de eerste keer dat op deze manier en op zo’n grote schaal hiernaar is gekeken. Maar we willen wel benadrukken dat onze cijfers speculatief zijn. We deden ons onderzoek op basis van de beschikbare cijfers, maar we weten bijvoorbeeld niet helemaal zeker of robots de gehele stijging van de productiviteit veroorzaakten. Het is wel zo eerlijk dat te vermelden”, zegt Graetz.

De auteurs vonden weliswaar geen negatief effect op de algehele werkgelegenheid. Maar ze benadrukken wel dat machines laaggeschoolde arbeid kunnen verdringen. Met name in de auto-industrie, waar apparaten steeds meer taken over zijn gaan nemen, of in de haven. Toch is Graetz positief over de kansen van laagopgeleiden op de arbeidsmarkt. “Wij hebben geen negatief effect op laaggeschoold werk gevonden, maar dat bewijs is niet bijzonder sterk zeg ik er eerlijk bij. Onze analyse wijst er trouwens ook niet op dat robots op grote schaal werk gaan overnemen. Productie is nog altijd voor een heel groot deel mensenwerk en dat zal echt nog wel een tijd zo blijven.”

Lantarenaanstekers

Wie dus bang is voor een dominantie van robots op de werkvloer stelt Graetz gerust. Dat benadrukt ook Bas ter Weel. Hij is hoogleraar economie aan de Universiteit Maastricht en onderdirecteur van het Centraal Planbureau. “De afgelopen eeuw is de omschakeling naar meer machines vrij geleidelijk gegaan”, zegt hij. “We hebben nu nog grotendeels dezelfde beroepen als in 1980. De invulling is door computers, robots en automatisering weliswaar veranderd, maar de beroepen niet. De werknemer verandert mee.”

De kranen van de APM Terminal in de haven van Rotterdam worden op afstand bestuurd door ‘operators’. De terminal zit op de Prinses Amaliahaven van de Tweede Maasvlakte.

Kees Torn

Het is daarom belangrijk dat arbeiders wiens baan op de tocht staat, omgeschoold worden volgens Ter Weel en Graetz. “Op dat terrein valt nog veel winst te behalen”, aldus Ter Weel. “Nederlanders zijn in vergelijking met omringende landen goed opgeleid, maar ze doen weinig aan scholing tijdens of naast het werk. Dat is wel raadzaam als de inhoud van banen verandert door de robotisering.”

Graetz vult aan dat mensen die werk verliezen, nieuwe kansen krijgen op de arbeidsmarkt, al benadrukt hij wel dat dit vooral voor jongere arbeiders geldt. “Ik zie het wel als een positief effect dat veel saai en repeterend werk wordt overgenomen door machines. Er zullen banen verdwijnen, maar dat is al heel lang zo. Tegenwoordig zijn er ook geen lantarenaanstekers meer.”

Intelligente robots

Wat voor robots zijn er momenteel aan het werk? Ter Weel onderscheidt drie generaties. De eerste generatie doet al jaren zwaar werk in fabrieken. Zij zetten bijvoorbeeld auto’s in elkaar. “Ze voeren standaardhandelingen uit. Het zijn gevaarlijke apparaten, want ze zien geen onderscheid tussen een autodeur en een mens.”

De tweede generatie, die op dit moment volop in ontwikkeling is, heeft dit wel door. Dit zijn intelligentere robots, die rekening houden met hun omgeving. Ze brengen bijvoorbeeld een kopje koffie. Of ze doen een korset om bij mensen met een dwarslaesie. “Deze machines zijn nu in opkomst, met name in de zorg. Ze werken vaak samen met mensen en nemen de zware taken over. Een robot kan iemand heel goed uit bed tillen. Dan hoeft het verplegend personeel dit zware en belastende werk niet te doen. Een verpleger kan vervolgens iemand wassen. Zo vullen robot en mens elkaar aan.”

De derde generatie robots verbeteren mensen. Human enhancement wordt dit in het Engels genoemd. Een goed voorbeeld hiervan is de zelfrijdende auto. Een robot kan beter rijden dan de mens en handelt preventief in plaats van reactief. “Maar ook hierbij is de mens nog wel nodig, bijvoorbeeld om toezicht te houden”, aldus Ter Weel.

Dat geldt trouwens voor heel veel toepassingen met automatisering. Ter Weel noemt een restaurant waar je kan bestellen via de iPad. Maar de kok is dan nog nodig om het eten te bereiden. Bovendien moet iemand het aan tafel brengen of adviseren over de beste wijn voor bij het gerecht.

Robotjournalisten

Robots zullen vooral een einde maken aan eentonig werk is de verwachting. Maar misschien pikken ze ook wel banen in van journalisten. Is het mogelijk dat een robot dit artikel schrijft? Het klinkt als verre toekomstmuziek. Toch zien onderzoekers er heil in. Onlangs werd zevenhonderdduizend euro uitgetrokken voor onderzoek naar robotjournalistiek in Nederland. Al eerder schreven computers een artikel over een aardbeving en een bericht over een sportwedstrijd, waar de New York Times uitgebreid over schreef.

Robots namen al veel werk over van mensen in autofabrieken.

Resident on Earth

Maar wie het Engelstalige bericht over een American Footballwedstrijd goed bekijkt, valt al op dat het niet zo sterk is. Er worden vooral veel feiten vermeld. Een gedegen analyse van de wedstrijd ontbreekt. De kop – die bestaat uit de einduitslag – is daar een goed voorbeeld van.

Ook Ter Weel is niet onder de indruk. Volgens hem hoeven journalisten zich geen zorgen te maken. “Robots zetten de feiten op een rij. Er is altijd nog een journalist nodig om er richting aan te geven of deze te duiden. Journalisten hebben ervaring en kunnen veel beter emoties lezen en weergeven. Dat neemt niet weg dat het handig kan zijn machines te gebruiken. Dat doen wetenschappers uiteraard ook. Dankzij computers – zogeheten data crunchers – doen we onder meer onderzoek naar ziektes en breiden we de kennis van de samenleving uit. Dat is een mooie symbiose tussen mensen en machines.”

Toch weet je nooit precies welke banen robots overbodig maken. Dat blijkt ook uit onderzoek van Ter Weel. Hij noemt als voorbeeld de Luddieten, die in de negentiende eeuw weefmachines in textielfabrieken vernielden. Dat waren geen laagopgeleide arbeiders, maar geschoolde ambachtslieden. Ze verloren werk door de apparaten. “Het is behoorlijk onvoorspelbaar waar nieuwe technologie komt. Maar we weten wel dat mensen zich altijd hebben aangepast in het verleden en dat je met robots juist goed kan samenwerken.”

ReactiesReageer