Je leest:

‘We moeten ervoor waken dat we coronamoe worden’

‘We moeten ervoor waken dat we coronamoe worden’

Auteur: | 9 oktober 2020

Begin vorige week maakte premier Rutte strengere coronamaatregelen bekend. Later in de week kwam daar nog een dringend advies bij om mondkapjes te gebruiken op middelbare scholen. Hoe effectief is deze manier van communiceren van het kabinet?

“Epidemieën zijn golfbewegingen net als publieke opinies”, aldus communicatiewetenschapper Enny Das van de Radboud Universiteit.
Enny Das

Coronadenktank

Dit is de dertiende aflevering van de interviewreeks ‘Coronadenktank’. We spreken experts uit verschillende wetenschappelijke disciplines over de coronacrisis. Elk interview eindigt met een vraag aan iemand uit een totaal andere discipline. Deze gesprekken vormen een eerste aanzet voor de multidisciplinaire coronadenktank die NEMO Kennislink momenteel organiseert. Ga naar de denktank.

Nu de cijfers van coronabesmettingen weer oplopen en we met een tweede coronagolf te maken hebben, moet het kabinet opnieuw strengere maatregelen invoeren. Maar de manier waarop dat gebeurt lijkt soms niet zo daadkrachtig, zoals het mondkapjesadvies laat zien. Zou de communicatie niet beter kunnen? En wat kunnen we daarbij leren van de eerste coronagolf? We vroegen het aan Enny Das, hoogleraar communicatie en beïnvloeding aan de Radboud Universiteit. Zij deed onder andere onderzoek naar de communicatie rondom de Mexicaanse griep die in 2009 en 2010 de wereldgezondheid bedreigde.

Vorige week maakte Rutte tijdens een persconferentie strengere coronamaatregelen bekend. Hoe kijk je daar als communicatiewetenschapper tegenaan?

“Ik kijk natuurlijk hoe de boodschap overkomt, maar tegelijkertijd kijk ik veel breder dan dat. Wat ik vooral geleerd heb uit het onderzoeksproject rond de Mexicaanse griep, is dat die epidemieën echte golfbewegingen zijn, net als de publieke opinies. Wat wij vonden in dat project, is dat de inhoud van het nieuws er eigenlijk minder toe doet dan de hoeveelheid nieuws. Mensen voelen zich vaak overspoeld door de hoeveelheid nieuws die per dag op ze afkomt en vergeten de inhoud ervan.”

“Journalisten stellen ook steeds weer de vraag: doet de premier het goed of doet het kabinet het goed. Maar door de hele tijd die vraag te stellen, creëer je eigenlijk al automatisch een soort twijfel. Ik vind dat soms een ironisch effect van media-aandacht.”

“Wat ik ook zie is dat het beeld dat geschetst wordt in de media steeds verder af komt te staan van de werkelijkheid doordat sommige meningen te veel worden uitvergroot. Dat werkt polariserend. Terwijl: de meeste mensen denken heel verstandig na. En daarnaast heb je een minderheid die soms wat minder verstandige dingen doet en die krijgen dan heel veel aandacht.”

Volgens Enny Das worden sommige meningen in de media te veel uitvergroot waardoor een scheef beeld van de werkelijkheid ontstaat.

Dat heeft dus met keuzes van journalisten en verslaggevers te maken…

“Ja. Sommige dingen worden zo uitvergroot in de media. Daarom heb ik in eerste instantie best veel respect voor het kabinet en de manier waarop ze de crisis adresseren. Wat ik goed vind is dat ze steeds de eigen verantwoordelijkheid en keuze benadrukken. Het is natuurlijk heel verleidelijk om te zeggen ‘wij lossen het wel op’, maar ik vind het heel goed dat de hoofdboodschap is: we gaan ervanuit dat mensen verstandig nadenken en het goede doen, want dat is ook de realiteit. Het is niet de schuld van iemand dat we corona hebben en dat er heel veel mensen ziek worden, het is gewoon domme pech. Iedereen moet zijn best doen om verspreiding te voorkomen.”

Er komt veel informatie op ons af, maar dat kan misschien ook niet anders?

“Wat we zagen in dat grote onderzoek is dat we bij epidemieën steeds te maken krijgen met nieuwe feiten en kennis. We moeten al doende leren. Dat is de reden dat er buitenproportioneel aandacht is voor epidemisch nieuws. Dat zien we nu ook. Die extreme aandacht voor dat onderwerp maakt dat mensen op een gegeven moment coronamoe worden. Ik merk het bij mezelf ook: je gaat je er op een gegeven moment voor afsluiten. Dat is een heel menselijke reactie en misschien ook wel goed in die zin: je wilt niet overspoeld worden door ellende. Maar een mogelijk nadeel is dat als er volgend jaar een vaccin komt, er veel mensen dan al geen zin meer in hebben. Dat klinkt heel vreemd. Je moet toch dolblij zijn met een vaccin. Toch denken we dat dat ten tijde van de Mexicaanse griep een rol heeft gespeeld bij de lage vaccinatiegraad.”

Er is een groeiende groep mensen die zich keert tegen het coronabeleid: complotdenkers of aanhangers van #ikdoenietmeermee. Had dat voorkomen kunnen worden met een andere manier van communiceren?

“Nou ik vraag me dat af, ik denk eigenlijk van niet. Mensen zoeken houvast in complotten. Ik zie het zo: mensen zijn rationeel maar ze zijn ook intuïtief. En als je puur afgaat op je gevoel, en je hebt geen ervaring met covid in je omgeving dan kun je denken: het is allemaal heel erg overdreven. Dan resoneert zo’n complottheorie misschien meer met jouw gevoel dan de persconferenties van het kabinet die de ernst van de situatie benadrukken.”

Komt het ook niet doordat zo’n complottheorie een simpelere boodschap is?

“Ja dat speelt zeker mee. En iemand krijgt de schuld. Je kunt zeggen: het komt door deze mensen of deze gebeurtenis. En dat is altijd lekkerder dan onzekerheid. Want de realiteit – hoe het virus zich verspreidt en hoe het zich aanpast – is allemaal hoogst onzeker, ook voor wetenschappers. Dat is een onplezierige boodschap, mensen houden daar niet van. Dan kun je maar beter een lelijk complot geloven. Het geeft mensen de illusie dat ze controle hebben over de werkelijkheid.”

Maar kunnen we de complexe werkelijkheid ook niet wat aantrekkelijker presenteren?

“In mijn discipline is er veel onderzoek naar verhalen en het aantrekkelijk maken van feiten door middel van visuals of persoonlijke voorbeelden. Dat werkt heel goed om de aandacht te trekken, en om belangrijke feiten intuïtief aantrekkelijker te maken. Het is belangrijk om feiten goed over te brengen met metaforen die mensen kunnen snappen, omdat het gewoon echt heel ingewikkeld is. En ik denk dat veel mensen hun cognitieve capaciteit overschatten in die zin. Tegelijkertijd is het belangrijk om de dingen ook weer niet te verhalend of te simpel te maken, want dat kan ten koste gaan van je geloofwaardigheid.”

In de vorige aflevering van deze coronadenktank stelde antropoloog Marie Rosenkrantz Lindegaard de volgende vraag: Welke lessen kunnen we in de tweede golf trekken uit de communicatiestrategie van de overheid tijdens de eerste golf?

“Ik vind dat met name Rutte echt goed communiceert omdat hij goed contextualiseert. Dus hij blijft zeggen: dit is belangrijk in deze context en in als die context verandert, moeten we het weer anders doen. Wat hij ook heel goed doet is teruggrijpen op de vraag waarom moeten we dit doen, wat was ook alweer de reden.”

Vorige week pleitte communicatiewetenschapper Diewertje Houtman op NEMO Kennislink en in een opiniestuk in de Volkskrant voor het voeren van een coronadialoog in navolging van de DNA-dialoog.

“Wat beter zou kunnen is dat je als politicus niet alleen maar zendt, maar ook informatie ophaalt uit het land. Er zijn ongelooflijk veel slimme Nederlanders die misschien al allerlei creatieve oplossingen hebben bedacht. Daarom is het belangrijk dat politici met meer mensen in gesprek gaan. Daar plaats ik wel een kanttekening bij: ik denk niet dat het zinvol is als politici met complotdenkers in gesprek gaan, en raad het zelfs af, want daarmee geef je ze een podium. Maar we kunnen er wel op vertrouwen dat de grote meerderheid van de Nederlanders redelijke denkers zijn. En dat je daar veel beter gebruik van kunt maken. Haal die informatie op: hoor mensen uit de horeca of verpleeghuizen of andere groepen die nu klem zitten. Ik denk dat dat zeker helpt omdat je dan meer een community wordt en zo de verantwoordelijkheid echt deelt.”

“Tot slot: ik weet van eerder onderzoek dat elke golf weer anders is. Dus je kunt niet zeggen: deze manier van communiceren ging goed in de eerste golf dus dat gaan we weer zo doen, omdat we nu voor een nieuwe fase staan. Een fase waarin het nog echt moeilijker wordt omdat het niet meer nieuw is, we toch ook een beetje coronamoe zijn geworden, en de pijn misschien nog groter wordt door de economische gevolgen. Dus je kunt dat niet één op één doorvertalen. De feiten veranderen onder je ogen en daar moet je je op aanpassen.”

Uitgelicht door de redactie

Geesteswetenschappen
‘We moeten ervoor waken dat we coronamoe worden’

Informatica
‘Laat zien wat er binnen de coronaregels nog wel mag’

Geneeskunde
Van ontstekingsremmers tot bloedplasma

Waar moeten de media op letten in de tweede golf?

“In ons project rondom de Mexicaanse griep vergeleken we Europese landen en daarbij zagen we in grote lijnen precies hetzelfde in termen van de aantallen berichten, en met name hoe de mediacurve zich verhield tot de epidemische curve. Wat we zagen was dat het aantal berichten heel erg afnam op het moment dat het aantal infecties nog niet op zijn hoogtepunt was. Dat zou nu ook weer kunnen gebeuren omdat we op een gegeven moment coronamoe zijn met z’n allen. Daar moet je voor waken: dat mensen onterecht aannemen dat de epidemie op zijn retour is, omdat ze er niks meer over horen.”

Hoe kun je mensen dan bij de les houden zonder dat ze coronamoe worden?

“Ik denk dat het goed is dat die persconferenties er zijn. Die hebben een signaalwaarde wat dat betreft. En misschien moet je de boodschap gewoon expliciet maken, dat je zegt: let op, we zijn er misschien een beetje moe van, maar dat wil niet zeggen dat het al weg is. Rutte heeft ook een keer gezegd: wij zijn wel klaar met het virus, maar het virus is niet klaar met ons.”

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 oktober 2020

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.