Naar de content

Johannes Gutenberg, de ondernemer

wikimedia commons

De Duitser Johannes Gutenberg zette ergens tussen 1440 en 1450 voor het eerst in Europa individuele metalen letters achter elkaar om zo sneller dan ooit teksten te kunnen drukken. Al snel veroorzaakte de techniek een ware revolutie. Maar het leven van Gutenberg kende een hoop tegenslagen. “Misschien ben ik wel meer een creatieve ondernemer die kansen zoekt dan een echte uitvinder.”

3 juli 2013

Nadat Gutenberg zijn nieuwe manier van drukken had geïntroduceerd kon informatie sneller dan ooit vermenigvuldigd worden. De boekdrukkunst verspreidde zich als een lopend vuurtje door het Europa van de late Middeleeuwen.

Dat gold even later ook voor gedrukte pamfletten met allerlei afwijkende visies op de inrichting van de staat en de kerk. Zo bekeken was Gutenberg’s uitvinding een kickstarter voor de Reformatie en allerlei latere ontwikkelingen binnen de wetenschap en techniek.

Gefeliciteerd! Uw drukpers werd in 1997 door Time Life Magazine uitgeroepen tot de belangrijkste uitvinding van het millennium. Had u dat verwacht?

“Dank u wel. Dat is een enorme eer. Ik heb in ieder geval gemerkt dat er al veel belangstelling is voor mijn idee. Sinds ik in 1455 mijn eerste complete gedrukte bijbel afrondde, duiken er overal in het Duitstalige gebieden drukkerijen op. Ik denk dat er aan mooie gedrukte bijbels voor in kloosters en kerken wel geld te verdienen is. Maar helaas ben ik niet zo’n goede zakenman. Ik kon nooit goed aan kapitaal komen. Het is fijn dat uw tijdgenoten zoveel waarde aan mijn uitvinding toekennen, maar mij heeft het nooit rijk gemaakt.”

Korte bio

ca. 1395: geboren in Mainz
1411: Verlaat Mainz na een opstand
ca. 1434: Verhuist naar Straatsburg
1436-37: Treedt toe tot gilde van goudbewerkers
1439: Rechtszaak tegen Andreas Dritzehn
1440-1444: Perfectioneert zijn drukpers
ca. 1450: Keert terug naar Mainz
1455: Eerste druk van de Gutenberg bijbel
1456: Rechtszaak tegen Johann Fust
1465: Krijgt onderdak bij bisschop Adolf II
1468: Overleden

“Overigens is het mij wel duidelijk dat u niet in de vijftiende eeuw leeft. Een drukpers bestond al langer hoor. Ook boeken werden al gedrukt. In mijn tijd ontstond het idee om een hele pagina in spiegelbeeld uit een blok hout te snijden en dat vervolgens op een stuk papier te drukken. Maar dat duurde lang en het blok kon maar voor één pagina gebruikt worden.”

“Eén snijfoutje en je kon weer opnieuw beginnen. Mijn idee was om individuele letters in metaal te gieten en die in een bak achter elkaar te plaatsen om zo een tekst op te stellen. Je hoefde die letters maar één keer te maken, het ging razendsnel en kan je ze voor allerlei drukwerk hergebruiken.”

Daarmee werd u dus een van de belangrijkste uitvinders in eeuwen. Maar bij ons is er niet zoveel over uw leven bekend. U komt uit een aanzienlijke familie, toch?

“Ja, de familie van mijn vaders kant heet Gänsfleisch zur Laden zum Gutenberg (dat is een hele mond vol, iedereen noemt ons Gutenberg). We zijn van oudsher een familie van metaalbewerkers. We leverden metaal voor de keizerlijke Munt en waren betrokken bij het opsporen van valsmunterij.”

Verwisselbare letters en een zetplankje.

wikimedia commons

“In 1411 braken onlusten uit in Mainz, gericht tegen adellijke families. Rond die tijd ben ik vertrokken naar Straatsburg. Door connecties die de familie van mijn moederskant daar had, kon ik vrij gemakkelijk toetreden tot het gilde van goudbewerkers. Dat gaf me een enigszins geprivilegeerde positie in de stad. Ik besloot een bestaan op te bouwen door anderen tegen betaling de kunst van het bewerken van kostbare metalen te leren. Het was dan ook in Straatsburg dat ik langzaam het idee kreeg voor wat jullie de belangrijkste uitvinding van het millennium zijn gaan noemen.”

Voordat we het daar verder over hebben, u raakte in Straatsburg ook betrokken bij een rechtszaak. Wilt u daar iets over vertellen?

“Toen ik enige jaren in Straatsburg woonde, wilde ik samen met Andreas Dritzehn en Andreas Heilmann, twee bevriende, hooggeplaatste burgerlieden, een lucratief handeltje beginnen in heilige spiegels. Elke zeven jaar werden in Aken allerlei relieken, onder andere van de heilige Karel de Grote tentoongesteld. Dat trok altijd duizenden pelgrims.”

“Met de spiegels die wij maakten konden die pelgrims de heilige stralen van die relieken vangen. Als ze de spiegel goed afgedekt hielden tijdens de terugreis konden ze de stralen gevangen houden om thuis los te laten op een zieke geliefde, of op een koe die geen melk meer gaf.”

“We hadden bijna al ons geld geïnvesteerd in dit gelegenheidsbedrijfje. Maar de tentoonstelling van 1439 werd onverwacht een jaar uitgesteld. Dus toen zaten we ineens met 32.000 spiegels die we niet kwijt konden. Om het jaar te overbruggen besloot ik Dritzehn en Heilmann in te wijden in een geheim. Iets met een houten drukpers en gouden vormpjes (lacht geheimzinnig). ‘Kunst en avontuur’, noemde ik het. Helaas viel Dritzehn kort daarna ten prooi aan de pest.”

“Zijn broer Jörg eiste toen als wettige erfgenaam inwijding in onze geheime onderneming maar daar voelde ik niets voor. Hij daagde mij voor de rechter, een zaak die ik verloor. Jörg werd daarna eigenaar van het bedrijfje, maar volgens mij heeft hij het allemaal nooit van de grond gekregen.”

Moderne historici vermoeden op basis van het bronmateriaal dat bij de rechtszaak werd gebruikt dat uw ‘geheim’ een drukpers met losse letters was. Hoe lang duurde het daarna nog voor u echt aan de slag kon met uw uitvinding?

“Al met al was mijn experiment in Straatsburg op een financiële catastrofe uitgelopen. Een paar jaar later keerde ik terug naar Mainz. Natuurlijk wilde ik mijn geheime idee verder uitbouwen. Maar het benodigde metaal was duur en een ruimte om een drukpers te bouwen had ik ook niet. Ik leende een klein kapitaal van Arnold Gelthus, een ver familielid, en richtte er een kleine werkplaats mee in”

“Ik probeerde snel geld te verdienen en drukte wat Latijnse grammaticaboekjes en kleine kalenders. Jullie hebben uit deze tijd nooit iets teruggevonden met mijn naam erop, toch? Waarschijnlijk omdat het kleine drukkerijwinkeltje nooit mijn volledige eigendom was, maar ik alles moest delen met mijn investeerders.”

“Het bracht me allemaal weinig op, maar ik vond het geweldig om weer met iets nieuws te beginnen, om nieuwe concepten uit te denken. Ik zag het drukken van boeken met verwisselbare letters ook nooit als een vervanging voor het oude, degelijke handgeschreven boek. Ik zag het meer als een nieuw vakmanschap dat ik mezelf eigen probeerde te maken. Misschien ben ik ook wel meer een ondernemer die kansen ziet dan een echte uitvinder.”

Over iets nieuws gesproken, uw volgende project was het drukken van een volledige bijbel. De ‘Gutenberg-Bijbel’ zou een monument uit de geschiedenis van de boekdrukkunst worden. Waarom besloot u bijbels te gaan drukken?

“Daar zag ik een commerciële kans. Zo’n zeventig abten van Benedictijnse kloosters kwamen in 1449 bij elkaar in Mainz om hervormingen af te spreken. Al die kloosters moesten in hun bibliotheek een moderne, goed leesbare bijbel hebben, vonden ze. Een prachtige kans natuurlijk. Kort daarna ontmoette ik de rijke koopman Johann Fust, van wie ik het geld kon lenen om een grotere drukkerij in te richten. Dat was hard nodig want elke bijbel had 1272 pagina’s, met 42 regels op elke pagina. In het begin probeerden we ook de kleurrijke versieringen te drukken, maar dat bleek teveel werk.”

Deze Gutenberg-bijbel (ca. 1300 pagina’s, 1455) was een van de eerste substantiële boeken gedrukt met een drukpers.

wikimedia commons

Anno 2013 zou een complete Gutenberg bijbel naar schatting 25 miljoen euro waard zijn. Wat heeft u eraan verdiend?

“Daar ben ik behoorlijk van ondersteboven! Ik verdiende wel wat geld met de verkoop van bijbels, maar al snel volgde er opnieuw een rechtszaak. Fust vond dat ik de winst verkeerd gebruikte en eiste zijn investering terug. De rechter gaf hem gelijk. Toen was ik volledig bankroet. Ik begon weer opnieuw, maar kon slechts met moeite een kleine drukkerij opzetten, waarmee ik nauwelijks het geld verdiende om oude schulden af te betalen.”

“In 1462 werd Mainz veroverd door de troepen van aartsbisschop Adolf II van Nassau. Veel drukkers ontvluchtten de stad, waardoor de boekdrukkunst zich verder door het Duitse Rijk verspreidde. Diezelfde aartsbisschop bood mij later onderdak aan in zijn paleis. Daar woon ik nog altijd. Rijk of succesvol ben ik niet, maar er wordt hier goed voor me gezorgd en ik ben hier veilig.”

Nog een laatste vraag, meneer Gutenberg. Op de Grote Markt in Haarlem staat een standbeeld van Laurens Janszoon Koster, waarvan men in die stad zegt dat hij de uitvinder van de boekdrukkunst is. Wat vindt u daarvan?

“Ik begrijp dat het verhaal de ronde doet dat hij per toeval de boekdrukkunst zou hebben ontdekt toen hij in het stadsbos een uit hout gesneden letter in het zand liet vallen en de afdruk zag. Dat verhaal lijkt me onzin. Zoals ik in het begin van het interview al vertelde, bestond de techniek van het drukken met houten blokken al veel langer.”

“In Holland waren ze daar best ver mee gevorderd. Maar de techniek met metalen, verwisselbare letters is toch echt dankzij mij in Straatsburg en Mainz ontstaan. Het Koster-verhaal lijkt me een typisch voorbeeld van een lokale mythe.”

Dit artikel maakt onderdeel uit van de serie ‘Uitzinnige Uitvinders gesproken’, waarbij acht beroemde uitvinders ‘fictief geïnterviewd’ worden.

Bronnen
  • Stephan Füssel, Johannes Gutenberg (Reinbek, Rowohlt Taschenbuch Verlag, 1999)
  • Albert Kapr, Johann Gutenberg: the man and his invention (Aldershot, Scolar Press, 1996
  • Johann Gutenberg, adventure and art
ReactiesReageer