Naar de content

‘Laat big tech niet bepalen hoe we communiceren’

Net iets slimmer: Geert Lovink

Frederique Matti voor NEMO Kennislink

De krakersmentaliteit van Geert Lovink dreunt nog steeds door in zijn werk en internetkritiek: de macht van grote techbedrijven moet gebroken worden; het internet moet weer naar de mensen.

7 maart 2024

We zijn op de vierde verdieping van het Benno Premsela Huis, een gebouw van de Hogeschool van Amsterdam. Daar is het kantoor te vinden van Geert Lovink, hoogleraar kunst en netwerkcultuur. Het is een smalle ruimte, van zeven bij twee meter. Langs de volledige lange zijden staan plafondhoog uitpuilende boekenkasten. Ook op het bureau en in de vensterbank liggen opgestapelde boeken. Het zijn er duizenden. Hij heeft ze allemaal gelezen, zo bezweert Lovink. Het is indrukwekkend hoeveel info een mensenhoofd tot zich kan nemen in ruim vier decennia.

Kraakbeweging

De boeken geven een mooi inzicht in de zaken waarin hij in verdiepte. Er staan wat oudere boeken over de communistische dictatoren Vladimir Lenin (Rusland) en Mao Zedong (China). Ook staan er twee delen van 'Das Kapital', het bekendste werk van de socialistische en communistische schrijver en denker Karl Marx. De wetenschapper Lovink, met op zijn neus een dun metalen brilletje en om het bovenlijf een zwart-rode kabeltrui, legt uit dat hij in de jaren zeventig, tachtig en negentig onderdeel was van de Amsterdamse kraakbeweging. “Die geschiedenis is nog steeds richtinggevend in mijn werk.”

Hij kruipt onder zijn bureau en komt terug met een verzamelalbum van het weekblad Bluf. Het is een krakerstijdschrift dat in de jaren tachtig werd verspreid, met een oplage van zo’n tweeduizend exemplaren. Lovink schreef er zelf aan mee. “We hebben heel erg veel gepubliceerd. Bluf was een beetje onderzoeksjournalistiekachtig, waarbij we documenten bemachtigden en publiceerden. Als kraakbeweging waren we sowieso veel bezig met wat we destijds alternatieve media noemden: we zetten zelf een eigen infrastructuur op met tv, video, radio en een weekblad. We wilden niet afhankelijk zijn van de mainstream kanalen. Niet dat we die media wantrouwden, maar we hadden het zelfvertrouwen dat wij het beter konden. Het is iets wat onze generatie typeert.”

Hét probleem van deze tijd zijn social media, vindt de internetcriticus. Vooral jongeren vallen ten prooi aan de verslavende algoritmes, is zijn conclusie. En dat heeft voor een groot deel te maken met de dominantie van een klein aantal grote techbedrijven. “Vijftien jaar geleden geleden had ik nog gezegd dat sociale media zouden kunnen dienen voor het beschikbaar maken van kennis. Maar dat is niet uitgekomen. Het gaat allemaal om het maken van zo veel mogelijk winst. De bedrijven willen ons zo lang mogelijk op hun platform houden en zo veel mogelijk interactiemomenten voorschotelen. Bovendien kunnen trollen de aanval inzetten, bijna altijd anoniem.” We zijn volgens Lovink stuck on the platform (we zitten vast op het platform), zoals ook de titel van zijn laatste boek luidt. “De realiteit is dat er nu enkele grote firma’s zijn in de wereld die bepalen hoe we communiceren.”

Te afhankelijk

Hij legt uit dat er in de wetenschap consensus is over de gevolgen van social media bij jongeren. Die zouden leiden tot angsten, een vertroebeld zelfbeeld en telefoonverslaving. “We zouden zelf als volwassenen in staat moeten zijn om eigen distributie van informatie te verzorgen.” Opnieuw refereert hij aan zijn eigen krakersverleden. “Daardoor weet ik dat het technisch en financieel mogelijk is grote groepen mensen te bereiken zonder deze Amerikaanse sociale media. Europa heeft zitten slapen. We zijn te afhankelijk en hebben niet voor alternatieve distributiekanalen gezorgd. Waarom zijn die er niet?”

Helaas is internet tegenwoordig geen onafhankelijk netwerk van netwerken meer

Hij richt zich op Brainport Eindhoven, een bekende regio waar innovatieve producten en diensten worden ontwikkeld. “Daar komt veel goeds vandaan, maar op dit vlak vind ik echt dat ze het laten liggen. En ik zie het als een overheidstaak om met een Europees alternatief te komen, gebaseerd op maatschappelijke waarden in plaats van kattenplaatjes.”

Crypto

Lovink is een vat aan verhalen. Zo was hij één van de eerste twintig gebruikers van XS4ALL. Via deze providers bood hackerscollectief Hack-Tic in 1993 internet aan de Nederlandse bevolking aan. Lovink was bevriend met de oprichters.

De Amsterdamse krakersbeweging heeft ook een (wellicht onverwachte) connectie met een andere innovatie die tegenwoordig nauwelijks is weg te denken: cryptomunten. “Het fundament van de Bitcoin ligt hier in Amsterdam, bij het inmiddels ter ziele gegane bedrijf Digicash.” Al in 1992 heeft Lovink voor het eigen radiostation een interview hierover met de oprichter van Digicash, David Chaum. “Een Amerikaanse hippie die in de jaren zeventig wegvluchtte uit Amerika om te ontsnappen aan de dienstplicht voor de oorlog in Vietnam.”

Een gouden munt met daarop het logo van Bitcoin staat rechtop tegen stapels van dezelfde munten.

Het fundament van de cryptomunt Bitcoin ligt in Amsterdam.

Freepik

In die tijd draagt de cryptomunt immers een ‘utopische belofte’ in zich, zoals de wetenschapper het beschrijft. Het zou de krakers kunnen helpen een soort parallelle maatschappij in te richten. “Via de blockchaintechnologie zouden wij gezamenlijk in staat moeten zijn om de verdiensten uit onze eigen cafés, solidariteitsbijeenkomsten en de weekbladverkoop automatisch her te verdelen, op een in onze ogen eerlijkere manier. Helaas ging Digicash failliet. Het kwam te vroeg, denk ik.”

Eigen instituut

Had hij nu niet heel rijk kunnen zijn, met al die voorkennis over cryptomunten? Er verschijnt een grijns op zijn gezicht. “Ik ken een boel mensen die erg rijk zijn, maar die zijn stuk voor stuk ongelukkig. Bovendien ben ik al rijk: ik heb vijftien boeken geschreven en heb mijn eigen instituut”, zegt hij, doelend op het Institute of Netwerk Cultures, waarvan hij oprichter en directeur is. Dat is natuurlijk mooi voor een oud-kraker. “Ik kom zelf uit de hoek van autonome sociale bewegingen, van zelforganisatie.”

Het aan de Hogeschool van Amsterdam verbonden Institute of Network Cultures (INC) ‘analyseert en geeft vorm aan netwerkculturen door middel van evenementen, publicaties en online dialoog’, zo staat omschreven op de website van het instituut. Lovink loopt naar de gang van ‘zijn’ instituut. Op een tafel, onder een glazen beschermplaat, liggen diverse publicaties in de vorm van flyers, tijdschriften en boeken. De publicaties dragen titels als 'Semiotics of the end: on capitalism and the Apocalypse'. Even verderop een tijdschrift: Feminist Finance Zine. Er ligt ook een publicatie van Lovink tussen: een dun boekje met als titel 'Extinction Internet'. Denkt hij echt dat het internet zal uitsterven? “Dan moet je eerst de vraag stellen: wat is het internet? Voor mijn generatie is dat toch nog steeds een verzameling van open protocollen waarmee je kan werken. Een internet voor en door burgers. Helaas is er tegenwoordig geen onafhankelijk netwerk van netwerken. In die zin is het internet uitgestorven. Maar dat is een technische opvatting. Natuurlijk kun je in de toekomst gewoon nog naar YouTube kijken.”