20 augustus 2021

“Sociale interactie verloopt tijdens online meetings anders dan in het echt, zo hebben we het afgelopen jaar allemaal gemerkt. In de blogreeks IngeZoomd loop ik chronologisch alle communicatieve struikelblokken tijdens het videobellen af. Wat gebeurt er en hoe kan het beter?”

Je leest:

IngeZoomd: ‘Goed, nou, doei hè!’

IngeZoomd: ‘Goed, nou, doei hè!’

Auteur: | 17 augustus 2021
Peter Fitzverploegh

Heb je je eindelijk door die lange online meeting heengeworsteld, moet je nog door dat ongemakkelijke proces van het afronden van het gesprek en de meeting verlaten. Waarom is dat toch steeds zo vreemd? Kan dat niet beter?

“Ik weet nooit hoe snel ik op de vertrek-knop moet drukken”, biecht een collega op als ik hem over het onderwerp van dit blog vertel. “Iedereen zit elkaar zo ongemakkelijk aan te kijken: zijn we nou klaar of niet? En moet ik nou zwaaien of juist niet?” Een ongemak waar veel meer mensen tegenaan lopen, zo blijkt als ik rondvraag in mijn omgeving. Zelf heb ik er nooit zo’n moeite mee, al probeer ik altijd uit alle macht vriendelijk te blijven kijken terwijl ik met mijn muis naarstig naar de virtuele uitgang zoek. Je wil tenslotte toch een goede laatste indruk achterlaten.

Een snelle blik op de klok is een signaal voor anderen om het gesprek af te ronden. Online blijft zo’n signaal meestal onopgemerkt.

Non-verbale signalen

In het echt is het afronden van een gesprek en weer je eigen weg vervolgen eigenlijk net zo goed ongemakkelijk, vertelt Judith Holler, onderzoeker op het gebied van sociale interactie aan het Max Planck Instituut in Nijmegen. “Ook daar wil je niet lomp zijn en bruusk weglopen, maar daar hebben we er een manier voor gevonden: je doet het in kleine stapjes, zowel verbaal als fysiek.”

Kleine, ogenschijnlijk nietszeggende woordjes als ‘Goed…’ en ‘Nou…’ geven aan dat het gesprek wat jou betreft op zijn eind loopt. Of je kijkt op je horloge, pakt alvast je tas, ruimt je laptop op of maakt aanstalten om op te staan. En de ander haakt daar — als het goed is — naadloos op in. Je danst deze conversationele tango tenslotte met z’n tweeën en je wil niet degene zijn die uit de maat beweegt of bij de ander op de tenen gaat staan. Niks zo vervelend als iemand die aankondigt weg te gaan, maar vervolgens maar niet de daad bij het woord voegt.

Online werken deze signalen echter niet allemaal, zag ook Holler. “Je kunt verbaal aangeven dat het wat jou betreft wel klaar is, maar die fysieke signalen geef je niet of zijn niet zichtbaar voor de ander. Je blijft immers na afloop doorgaans gewoon achter je scherm zitten. Dan is het vreemd om te doen alsof je echt fysiek weggaat.” De non-verbale signalen die je wél afgeeft, staan zelfs lijnrecht op wat je wil communiceren, stelt ze: “Je blijft elkaar maar aankijken en houdt je lichaam naar elkaar toe gedraaid, wat normaal gesproken aangeeft dat het contact nog niet verbroken is. Dat maakt het heel ongemakkelijk om dan toch op die vertrek-knop te drukken.”

Uitgelicht door de redactie

Biologie
Waarom mensen kunnen rekenen en dieren niet

Neurowetenschappen
‘Van muziek die verrast, ga je helemaal uit je dak’

Geneeskunde
‘Ieder geschikt orgaan krijgt een bestemming’

Zwaaien als fysiek signaal

Een goede gespreksleider kan het ongemak deels wegnemen door de conversatie duidelijk af te ronden. Eventueel nog een laatste ronde voor korte vragen of opmerkingen, een samenvatting van wat is afgesproken, een bedankje voor de aanwezigheid en ‘nog een fijne dag’, en dan kan iedereen met een gerust hart de uitgang opzoeken. Holler: “Dat kan nog steeds wat abrupt en eenzijdig aanvoelen, maar het maakt het in ieder geval niet ongemakkelijk.”

Het helpt ook om van te voren een duidelijke eindtijd af te spreken, in plaats van automatisch mee te gaan in het hele uur dat Zoom voor je gesprek reserveert. Design-expert Daniëlle Arets pleit ervoor om bewust een begin- en eindtijd af te spreken die past bij het doel van je bijeenkomst. Een stok achter de deur om dan ook daadwerkelijk af te ronden.

En hoe zit het dan met dat zwaaien? “Dat is een goed alternatief als fysiek signaal”, beaamt Holler. Maar je moet je er natuurlijk wel comfortabel bij voelen. Zelf houd ik het liever bij een opgestoken hand dan bij een enthousiast gewapper – dat voelt toch wat kinderlijk. En ondertussen dus zo onopvallend mogelijk met mijn cursor die leave-knop zoeken, zodat je niet onverhoopt met z’n allen in een Laurel en Hardy-sketch belandt:

Bronnen:

  • Schegloff, E. A., & Sacks, H. (1973). Opening up closings. Semiotica, 8, 289-327.

Klik op de cijfers voor de verschillende delen in de blogreeks IngeZoomd.
Peter Fitzverploegh

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 augustus 2021

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

Thema: Over taal gesproken

Thinkstock
Over taal gesproken
Taal zit in onze genen en ons brein, vormt onze gedachten en cultuur. Hoe doet taal dat? Dat onderzoekt Language in Interaction, de grootste groep samenwerkende taalwetenschappers ter wereld. Op de themapagina 'Over taal gesproken' kan je de voortgang van het taalonderzoek volgen en spannende en grappige weetjes opdoen over hoe we taal produceren, verwerken en beleven.
Bekijk het thema
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.