Naar de content

‘Het gaat om de beleving, niet om de waarheid’

Feit in fictie: Janneke de Bijl

Merlijn Doomernik

Wat er in een roman gebeurt, moet geloofwaardig zijn voor de meerderheid, vindt schrijver, cabaretier en filosoof Janneke de Bijl. “Als 90 procent van de mensen het pikt, dan is het waar genoeg.”

3 juni 2024

‘Filosofen houden niet van bèta’, stelt hoofdpersoon Eefje in ‘Als, dan’, de debuutroman van Janneke de Bijl. Ze raken namelijk in paniek van x en y. Eefje, zelf filosofiestudent, geeft die stelling weer in een formule (mét een x), die vertaald neerkomt op: ‘Voor alle x geldt: als x een filosofiestudent is, dan houdt hij niet van logica.’ Zelf vormt Eefje de uitzondering op de regel; ze vindt logica een feestje. Ook dat noteert ze in formulevorm (vertaling: ‘Er is een x waarvoor geldt: x studeert filosofie én x houdt van logica. Dat ben ik.’)

Eefje studeert filosofie in Groningen, waar ze na de dood van haar vader weer grip op haar leven probeert te krijgen. Dat doet ze door de theorie die ze tijdens haar studie leert over logica en argumentatie, toe te passen in haar dagelijkse leven. Als vriendje Sjoerd aangeeft meer afstand te willen, grijpt ze alles aan om hem bij zich te houden. Ze gebruikt daarvoor niet alleen logica en argumentatie, maar ook het lesboek van de hondenschool, waarin staat hoe je een hond kunt conditioneren. De redeneringen van Eefje zijn door het hele boek weergegeven in logische schema’s –niet voor niets heeft het boek ‘Een logische roman’ als ondertitel.

Was het een logische keuze om logica zo’n prominente plek te geven in je boek?

“Voor mij wel. Ik had al heel lang het verhaal in mijn hoofd van iemand die doorslaat in redeneren. Omdat ik zelf ook filosofie heb gestudeerd, was het voor mij logisch dat de hoofdpersoon de logica uit die studie pakt om de controle over haar leven terug te krijgen. Het redeneren van Eefje moet al haar problemen oplossen. Maar als je heel goed kan nadenken, kan je ook heel goed de verkeerde kant op denken. Zeker als gevoelens heel heftig zijn, zoals afwijzing in de liefde, denk ik dat mensen de ratio gebruiken om zichzelf voor de gek te houden. Ons hoofd heeft allemaal psychologische trucjes om bepaalde dingen niet te hoeven voelen. Als je bijvoorbeeld een huis niet hebt gekregen, dat je dan zegt dat je dat huis eigenlijk toch al niet wilde hebben.”

Paniek

Je studeerde net als Eefje filosofie in Groningen. En er zijn meer overeenkomsten tussen jullie. Was logica ook jouw lievelingsvak?

“Ik was goed in bètavakken. Mensen zeiden dat ik wiskunde moest gaan studeren, maar dat vond ik te abstract. Ik koos voor filosofie, waar vooral echte alfa’s rondlopen. Ineens kwam daar het vak logica, waarbij je taal probeert wiskundig te maken. Geweldig dat dat vak bestond; daar zat alles in. We volgden het samen met studenten van de opleiding kunstmatige intelligentie. Die bèta’s vonden het supermakkelijk. Maar bij de filosofiestudenten kwamen de oude trauma’s van wiskunde weer boven. Ze zaten allemaal te zuchten in die lessen, maar ik vond het heerlijk! Ik heb ook zelf werkcolleges logica gegeven, als studentenbaantje, inclusief tentamens bedenken en nakijken. Daardoor ging het me makkelijk af om voorbeelden te verzinnen die ik in het boek kon gebruiken.”

De colleges over logica die Eefje volgt, beschrijf je uitgebreid. Heb je daar hulp bij gehad?

“Ik durfde er wel op te vertrouwen dat ik er genoeg van afwist om het zelf op te schrijven. Als ik alleen het vak één keer had gevolgd, dan had ik dat niet gedaan. Maar ik heb een paar jaar die colleges gegeven, dus ik maakte me er niet zoveel zorgen om of het wel zou kloppen. Mijn studieboeken had ik niet meer, maar heb ik ergens tweedehands opnieuw op de kop getikt. Ik vond dat ik ze moest doorbladeren. Bij een van die boeken zat een floppy met Tarski’s World (een computerprogramma waarmee je werelden kunt bouwen en met logische stellingen kunt beschrijven, red.). Met die floppy kan ik helemaal niets meer, dus voor dat gedeelte heb ik geput uit mijn geheugen.”

“De logische schema’s heb ik een klein beetje veranderd. In het logicaboek lopen de redeneringen van beneden naar boven, met pijlen omhoog. Dat werkt verwarrend, want mensen lezen van boven naar beneden. Daarom heb ik het omgedraaid. De schema’s gaven veel gedoe met de vormgeving, want er verschoof steeds iets. Dan was ik weer een halve nacht in paniek aan het werk om het goed te krijgen. Die paniek is natuurlijk wel buitenproportioneel, want wie gaat me daar nou echt op pakken?”

Nieuwe blik

Vind je het belangrijk dat alles in het boek klopt?

“Tijdens een cabaretvoorstelling heb ik wel eens geroepen dat mijn kat een schildklierprobleem had. Eigenlijk was het mijn hond die een schildklierprobleem had, maar voor het verhaal was het beter als de kat het had. Kwam er na de voorstelling iemand naar me toe die zei dat katten eigenlijk nooit iets aan hun schildklier hebben. Gelukkig weet bijna niemand dat. Ooit heb ik iemand horen zeggen dat als 90 procent van de mensen het pikt, dat het dan waar genoeg is. Met die schildklier vind ik het oké als één iemand zegt dat het eigenlijk niet klopt. Die 90 procent is voldoende, omdat het doel ook niet is om de waarheid over te brengen. Dat geldt zowel voor cabaret als voor boeken. Het doel is om mensen met een nieuwe blik naar iets te laten kijken. Dan kan je je iets meer vrijheid permitteren, vind ik.”

Dat we ondertussen iets leren over logica en argumentatie, is een extraatje

“Je hoeft niet overal op gepromoveerd te zijn om het erover te mogen hebben. Dingen hoeven niet waar te zijn, maar je moet er als lezer wel in mee kunnen. Als we in een boek doen alsof het echt kan gebeuren, dan moet het geloofwaardig zijn voor de meerderheid. Tijdens het schrijven weet je wel een beetje wat de moeilijke punten zijn: hoe krijg ik dit de lezer aangesmeerd? Dan moet je iets meer trucs uit de kast halen om het aan de man of vrouw te brengen. Maar mensen lezen vooral voor de beleving, niet om mij ergens op te pakken.”

Heb je reacties gekregen op je boek van mensen uit het vakgebied?

“Nadat mijn boek is verschenen, heb ik het opgestuurd naar mijn logicaprofessor. Samen met hem heb ik die colleges gegeven en hij komt ook in het boek voor. Inmiddels is hij ergens in de tachtig. Hij reageerde dat de stelling ‘Er is een x die van filosofie houdt én van logica’ niet kan. Het is in de logica namelijk niet mogelijk om een uitzondering te maken. Ik vond het wel grappig dat hij er zo serieus op inging, terwijl het een roman is – typisch voor zo’n wiskundig iemand.”

Martin Gaus

We zitten in het boek niet alleen naast Eefje in de collegebanken, maar lezen ook mee in een lesboek van de hondenschool. Dat neemt ze door voor de hondencursus die ze samen met hond Max volgt. Hoe kwam je op het idee om dat lesboek een plaats te geven naast colleges logica en citaten van Spinoza?

“Mijn roman gaat over afhankelijkheid en onafhankelijkheid. Dieren in een huisdiersetting zijn natuurlijk ontzettend afhankelijk van ons. Daarom bedacht ik een hond die Eefje dan eigenlijk verpest door hem afhankelijk van haar te laten worden. Ik vond het leuk om haar de lessen uit het hondenboek verkeerd te laten gebruiken. De redeneringen die ze gebruikt, kloppen en zijn best logisch, terwijl je gevoelsmatig denkt: je doet het verkeerd. Ik wil daarmee laten zien dat er grenzen zijn aan rationaliteit.”

Een bordercollie zit en kijkt naar zijn baasje. Die steekt een vinger op naar de hond.

Hoofdpersoon Eefje volgt een hondencursus met haar hond Max, maar gebruikt de lessen verkeerd.

Freepik

“De passages uit het hondenboek heb ik geparafraseerd uit een boek van Martin Gaus. Dat boek letterlijk gebruiken maakte het wel heel specifiek. Ik houd een verhaal liever wat universeler. Daarom heb ik het boek een andere naam gegeven: ‘Samen leren’ in plaats van ‘Leren samenwerken’. Ik heb het doorgenomen voor ideeën – daarom staat het ook bij de bronnen – maar de precieze formulering heb ik veranderd.”

Martin Gaus quote je niet letterlijk, Spinoza wel.

“De quotes van Spinoza heb ik inderdaad letterlijk overgenomen uit zijn boek. Dat was niet zo spannend, maar ik heb het wel drie keer gecontroleerd. Ze moeten gewoon kloppen natuurlijk. Vervolgens interpreteert de hoofdpersoon die quotes. Dat hoeft dan niet te kloppen, want zij koppelt het aan haar eigen belevingswereld.”

Vind je het belangrijk om de lezer iets bij te brengen over filosofie?

“In dit boek paste het gewoon goed. Daarnaast maakt het filosofieaspect het boek misschien iets wat mensen nog niet eerder hebben gelezen. Er zijn namelijk heel veel romans over een hoofdpersonage met een dode vader en een vriendje. Lezers van romans, en ook theaterpubliek, willen een beleving. Dat we ondertussen iets leren over logica en argumentatie, is een extraatje. Zo zie ik het ook. De beleving staat op één, dus ik ga me zeker niet als eerste druk maken over de feiten. Alles kloppend krijgen is het saaie gedeelte van het schrijfproces, vind ik. Daarom gebruik ik graag dingen die ik al ken en weet. Dat scheelt onderzoek doen. Onderzoek is niet per se wat ik leuk vind aan het schrijven van een roman; het is meer een noodzakelijk kwaad om het verhaal goed te krijgen.”