Naar de content

‘Europa wordt alleen maar belangrijker voor Nederland’

Wie zijn wij: nationaal of internationaal?

sonja10 voor iStock

De verkiezingen voor het Europees Parlement staan weer voor de deur. Niet elke Nederlander voelt zich evenzeer betrokken bij Europa, ziet sociale wetenschapper Sjoerd Beugelsdijk.

Nederlanders lijken onderling steeds meer verdeeld. Gaan we Amerika achterna? Sjoerd Beugelsdijk, sinds kort hoogleraar International Business aan de University of South Carolina, meende heel lang van niet. “Er zijn te veel structurele verschillen tussen beide landen, dacht ik. Denk alleen al aan het tweepartijenstelsel in de VS in vergelijking met het coalitiesysteem dat wij kennen. Ook het hele idee van identiteit is totaal anders; de Verenigde Staten beschouwen zichzelf bijvoorbeeld als migrantenland.” Dat is sinds kort veranderd, stelt Beugelsdijk. “Tot mijn schrik denk ik dat Nederland steeds meer trekjes krijgt van de Verenigde Staten.” Waar Beugelsdijk op doelt, is dit: ons wij-gevoel valt uit elkaar. We noemen ons allemaal Nederlander, maar op de vraag wat dat ‘Nederlanderschap’ is, antwoorden steeds meer mensen heel verschillende dingen.

Tweedeling

Wie wil weten hoe de identiteit van Nederlanders in elkaar steekt, komt snel uit bij Sjoerd Beugelsdijk. Hij was meerdere jaren betrokken bij het nationale identiteitsonderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Tot afgelopen zomer was hij verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Als je vraagt aan mensen wat Nederlanderschap voor ze betekent of hoe Nederland er in de toekomst uit moet zien, dan zie je gigantische verschillen

Nog niet zo lang geleden schreef hij ‘De verdeelde Nederlanden’. Daarin zet hij op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten uit de sociale wetenschappen uiteen waarom Nederland zo verdeeld is. Mensen met verschillende opleidingsniveaus en levensstijlen raken meer en meer van elkaar vervreemd, wat leidt tot wederzijds onbegrip en het uiteenvallen van gedeelde leefwerelden, zo laat hij zien. Deze polarisatie wordt versterkt door globalisering, individualisering, migratie en de invloed van sociale media.

Wat is er aan de hand?

“De mechanismen in de maatschappij die ervoor zorgen dat mensen bij elkaar komen staan onder druk. De kans dat iemand met een universitaire opleiding bevriend is met iemand die een mbo-diploma heeft, wordt steeds kleiner. Met mensen buiten de eigen groep is geen diepgaand contact meer. Daardoor komen leefwerelden niet meer bij elkaar. Zo ontstaat wederzijds onbegrip. Verschil is er altijd geweest, maar anders dan enkele decennia geleden is het niet meer vanzelfsprekend dat mensen uit verschillende groepen elkaar tegenkomen in kerk, vereniging, buurt en school.”

Beugelsdijk beschrijft in ‘De verdeelde Nederlanden’ dat oude vormen van ‘wij’ weg zijn, maar dat daarvoor nog geen nieuw ‘wij’ in de plaats is gekomen. Aan de hand van tal van sociaalwetenschappelijke onderzoeken laat hij zien dat door een combinatie van economische, sociale en politieke ontwikkelingen een steeds grotere kloof ontstaat tussen Nederlanders: ‘universalisten’ staan tegenover ‘traditionalisten’, ‘globalisten’ tegenover ‘nationalisten’.

Het boek is geschreven voor de huidige verkiezingsuitslag, maar het beeld van Beugelsdijk is naadloos terug te zien in de huidige landspolitiek: BBB- en PVV-stemmers staan tegenover PvdA/GroenLinksers en D66’ers, stad tegenover dorp, grenzen open tegenover grenzen dicht.

Als Nederlanders over ‘wij’ spreken, wie bedoelen ze dan?

“Een nationale identiteit wordt vaak geactiveerd bij bepaalde gebeurtenissen. Heel voor de hand liggend zijn grote sportwedstrijden. Maar denk ook aan Koningsdag en 4 en 5 mei. Dat zijn momenten waarop, dat blijkt keer op keer uit onderzoek, Nederlanders zich door alle lagen heen verbonden voelen met Nederland. Toch is dat een soort oppervlakkige verbintenis. Als je wat dieper gaat graven wordt het echt interessant. Als je vraagt aan mensen wat Nederlanderschap voor ze betekent of hoe Nederland er in de toekomst uit moet zien, dan zie je gigantische verschillen. Je stuit dan op een tweedeling. Een groep mensen ziet Nederland als onderdeel van Europa. Zij vinden Nederland een open land, waar religie misschien voor veel mensen zelf geen rol meer speelt, maar waarbij iedereen wel de religie mag belijden die hij of zij zelf wil. En aan de andere kant zijn er mensen die vinden dat de Europese Unie een pas op de plaats moet maken en Nederland op de eerste plaats komt. Ook de islam is dan snel een probleem, want on-Nederlands.”

Is die tegenstelling echt zo absoluut?

“Op de vraag ‘Ik identificeer mij met Nederland, omdat Nederland staat voor…’ zal een zogeheten universalist vaak als eerste vrijheid van meningsuiting noemen. Dat kenmerk is niet specifiek iets voor Nederland, je vindt dit ook in andere landen. Alleen is meningsvrijheid voor deze mensen wel de belangrijkste betekenis die Nederland voor ze heeft. Burgerlijke vrijheden zijn dat. Daarmee zeg je niet dat vrijheid van meningsuiting voor anderen, laten we zeggen stemmers op de BBB, niet belangrijk is. Zij zien het belang wel degelijk. Alleen als ze moeten kiezen, dan zullen ze eerder gaan voor belangrijke, meer nationale symbolen en tradities.”

Welke groep is groter?

“Bekijk je de onderzoeken dan zie je dat de groep Nederlanders die de meer traditionele symbolen en tradities omarmt iets groter is. De verkiezingsuitslagen van de Tweede Kamerverkiezingen in 2023, waarin PVV en BBB heel groot zijn geworden, is daar in mijn ogen een logisch uitvloeisel van.”

Emotioneel verbonden

Die tegenstelling tussen Nederlanders is niet nieuw. Waarom leiden ze juist nu tot polarisatie?

“Er komen momenteel een aantal grote trends samen. Een heel belangrijke is globalisering. Dat leek aanvankelijk allemaal geweldig. We dachten in de jaren negentig en rond het jaar 2000 echt dat dit voor iedereen beter zou uitpakken. Nou, de slotconclusie is dat dat helemaal niet zo is. Er zijn verliezers. Een baan kan zomaar verdwijnen en verhuizen naar een ander deel van de wereld.”

“Daaraan gekoppeld heb je een forse migratiegolf in veel westerse landen, ook in Nederland. Deze grote bewegingen zijn er natuurlijk altijd geweest, maar het verschil is nu dat ze de middenklasse raken. En omdat het de middenklasse raakt, is het een grotere groep die er last van heeft. Daarom zie je nu dat die onderwerpen steeds scherper worden bediscussieerd.”

“Tel daarbij de macht van TikTok, Instagram, YouTube en andere sociale media. Die veroorzaken de polarisatie niet, maar wakkeren door hun algoritmes, waarbij vooral de uitersten gepusht worden, de polarisatie wel verder aan. Veel mensen halen hun nieuws van dit soort kanalen.”

“Ander punt, de wereld is ook gewoon een onveiliger plek geworden. De gedachte was jarenlang dominant dat de politieke mondiale tendens richting een liberaal democratisch model zou gaan. Dat blijkt een misvatting. China is een gevaar. Rusland is een gevaar. In sommige landen in Zuid-Amerika kun je niet meer veilig reizen. Ja, dat roept dan ook de vraag op: wat is mijn gemeenschap, bij wie ben ik veilig?”

Het belang van de EU wordt steeds groter. Is er binnen die internationale dynamiek wel ruimte voor zoiets als een nationale identiteit?

“Ik denk dat het cruciaal is dat er zoiets bestaat als nationale identiteit. Je kunt als land, als gemeenschap niet zonder. Er is heel veel overtuigend bewijs dat de bereidheid om iets te doen voor de ander toeneemt als je het gevoel hebt dat je iets met die ander deelt. Dus dat je emotioneel verbonden bent met elkaar, ook al ken je elkaar niet. Daar horen zaken bij als vrijwilligerswerk, belasting betalen, het idee dat de overheid, onderwijs, cultuur er is voor jou en niet alleen voor ‘die ander’. Heel belangrijk daarbij is ook het spreken van de Nederlandse taal. Dat is een bron van verbinding. Daarom is dat ook zo'n ergernis voor heel veel mensen dat ze in winkels, op een universiteit of een hogeschool of weet ik waar ze komen soms alleen maar in het Engels worden toegesproken.”

Kansengelijkheid, zo zien we in tal van onderzoeken, kun je niet overlaten aan de markt

Regie bij het rijk

Nederland is in de EU een klein land. Is het niet zo dat veel mensen het gevoel hebben dat ons wij-gevoel oplost in die hele grote gemeenschap?

“Het is niet zozeer de angst dat Nederland dan verdwijnt. Dat gaat ook niet gebeuren. Maar het is wel zo dat er, onder meer door de uitbreiding van de Europese Unie, mensen naar Nederland komen, waar veel Nederlanders zich gewoon niet in herkennen.”

“Dat was oorspronkelijk ook de reden voor de Brexit. Je kunt de Brexit een-op-een terug relateren naar het lidmaatschap van landen als Bulgarije en Roemenië. Door het vrij reizen in de EU gingen veel Bulgaren en Roemenen naar de UK en daar ontstond heel veel ergernis over. Overigens: na de uittreding van de EU kwamen de Britten erachter dat zij toch wel heel veel banen hadden die de Britten zelf niet deden.”

“Als je nu praat over toetreding tot de EU van voormalige Joegoslavische landen, Albanië of Montenegro (potentiële kandidaten voor het EU-lidmaatschap, red.), dan zeggen heel veel Nederlanders daarvan: waar zijn we mee bezig, ik herken mij niet in zo’n EU.”

In uw boek stelt u dat het terugtrekken van de overheid op het gebied van zorg, wonen en onderwijs het wij-gevoel heeft aangetast. Volgens u is het daarom belangrijk dat het rijk weer meer regie neemt. Kunt u dat aan de hand van een voorbeeld toelichten?

“Neem onderwijs, daarmee kan de overheid een belangrijke verbinder zijn. Want in het onderwijs pak je kansenongelijkheid aan. Het middelbaar onderwijs en zeker het basisonderwijs verdienen daarom veel meer aandacht. In vrijwel alle onderzoeken zie je: ingrijpen moet voor het twaalfde levensjaar, dus op de basisschool, én structureel. Het is dus niet genoeg dat iemand af en toe eens een bijlesje geeft of dat er een leesmoeder of -vader komt om extra mee te lezen. Kansengelijkheid, zo zien we in tal van onderzoeken, kun je niet overlaten aan de markt.”

Zo presteren scholieren met rijkere ouders vaak beter op school dan kinderen uit armere gezinnen. Dit komt onder meer door dure betaalde bijles, blijkt uit recente cijfers van het cbs. Beugelsdijk: “Ons onderwijs gaat om ons gezamenlijke welbevinden. Dat is een collectieve zorg.”

In veel Europese landen zien we de eurokritische houding die u schetst. Op 6 juni zijn er weer Europese verkiezingen. Is er nog hoop voor een gemeenschappelijk Europa-gevoel?

"Jazeker. Kijk eens wat voor spijt de Britten hebben van hun Brexit. Kijk eens hoe ongelooflijk belangrijk de EU is voor de verdediging van Europa - zowel militair als cyber. Dat verhaal moet beter verteld worden en ik ben ervan overtuigd dat Europa alleen maar belangrijker wordt voor Nederland. Alle grote uitdagingen waar we ook in Nederland voor staan hebben een Europese dimensie: migratie, klimaat, veiligheid. Tegelijkertijd is het cruciaal dat de bijna obsessieve neiging tot uitbreiding kritisch bekeken wordt. Als inwoners zich niet meer herkennen in het Europa waar ze in wonen wordt het erg moeilijk het belang van Europa uit te dragen."