Je leest:

Wie is de mol?

Wie is de mol?

Auteur: | 28 februari 2013

Bijna blind rent hij door zijn smalle gangenstelsel en graaft met een enorme kracht er nog wat tunnels bij. Als hij een worm tegenkomt sprint hij er op af, verlamt hem en legt hem in de voorraadkamer: dan heeft hij later ook nog wat.

De mol is een van de weinige gewervelden die permanent in de bodem leeft. Ondanks zijn soms slechte reputatie bij boeren en eigenaren van prachtige gazonnetjes, toont de aanwezigheid van mollen een gezonde, vruchtbare bodem aan. Mollen hebben namelijk een goed functionerend ecosysteem en ondersteunende biodiversiteit nodig om te overleven.

Mol 4 wikimedia
Een mol, Talpa europaea komt even naar boven. Dat gebeurt overigens zelden, liever blijven ze onder de grond.
Wikimedia Commons

Naam: gewone/‘echte’ mol Familie: Talpidae Uiterlijk: cilindervormig lichaam met een dikke zilver-zwarte vacht, een spitse, naakte snuit die heel goed kan ruiken en kleine oogjes. Ze beschikken over sterke schouders en brede voorpoten met klauwtjes. Lengte: ongeveer 15 centimeter in lengte met een staart van ongeveer 3 centimeter Dieet: kleine ongewervelden zoals regenwormen en larven van kevers en vliegen. Daarnaast verschillende soorten noten. Leeftijd: 2,5 jaar Leefomgeving: heuvellandschappen in Noord-Amerika, Azië en Europa (behalve in Ierland) Bijzonder: de mol kan binnen een uur een gang van 14 meter graven. Met zijn voorpoten kan hij een kracht 32 keer zo groot als zijn lichaamsgewicht uitoefenen.

“Onder de grond, onder de grond, daar woont een mol met een jasje van bont. Hij graaft een gang, tien meter lang, zand op z’n snuitje en zand op z’n wang. Molletje kan bijna niet zien, is dat niet gevaarlijk misschien? Molletje, straks stoot je je kop. Zet dus voortaan een brilletje op!”

Een bekend kinderliedje, maar de mol heeft die bril helemaal niet nodig. Een mollenlichaam is bedekt met een zachte, dikke, zilver-zwarte vacht waarin de kleine oogjes verstopt zijn. De ogen hebben dan ook nauwelijks nog een functie, mollen zijn nagenoeg blind. Ze hebben ook geen uitwendige oren. Daardoor zijn ze voornamelijk afhankelijk van hun tast- en reukzintuigen, maar laten die gelukkig heel goed ontwikkeld zijn. Zijn staart heeft kleine haartjes op de punt waarmee hij over het plafond van zijn tunnel gaat. Hiermee tast hij de omgeving af en met zijn spitse neus kan hij heel goed ruiken. De sterneusmol ontdekt, vangt en eet zijn prooi zelfs sneller dan het menselijke oog kan volgen: in minder dan 0,3 seconden.

Mole embryo %28talpa occidentalis%29 %28picture university of zurich%29
In het mollenembryo (op de foto is de soort Talpa occidentalis te zien) start de ontwikkeling van de zesde vinger later dan die van de ‘gewone vingers’.
University of Zurich

Sterke graver

De mol heeft hele kleine achterpoten, maar grote voorpoten en sterke schouders waarmee hij goed kan graven. Aan iedere voorpoot heeft hij zes vingers. De mol heeft, net als bijvoorbeeld de panda, een duim extra.

In 2011 schreef een groep paleontologen in het vakblad Biology Letters hoe de mol aan zijn extra graafduim komt. Die extra duim gebruikt hij om op te leunen tijdens het graven en het vergoot zijn poot waardoor hij meer zand in één keer weg kan scheppen.

Ook bij andere dieren komt polydactylie – het hebben van een extra vinger of teen – weleens voor, maar bij mollen is het de standaard. Al tijdens de embryonale ontwikkeling wordt aangezet tot de ontwikkeling van de extra duim. Maar dit gebeurt later dan de ontwikkeling van de ‘gewone’ vingers, ontdekten de paleontologen. De extra duim heeft geen bewegende gewrichten. Het bestaat uit één sikkelvormig botje dat uit de pols ontstaat. Spitsmuizen, de dieren die het nauwst verwant zijn aan mollen, missen de extra duim.

Paw of a mole embryo %28talpa occidentalis%29 with the sox9 molecules marked  which reveal the early development of the skeleton picture university of zurich
Een voorpootje van een mollenembryo. Hier is duidelijk te zien dat de ontwikkeling van de zes vingers niet gelijk opgaat.
University of Zurich

De onderzoekers denken dat mollen de extra duim krijgen door hoge concentraties mannelijke geslachtshormonen. Bij veel mollensoorten hebben de vrouwtjes namelijk een bijzonder geslachtsorgaan met zowel mannelijke als vrouwelijke delen; ze zijn dus een soort hermafrodiet. Hierdoor produceren ze ook de typisch mannelijke geslachtshormonen.

Bij mensen wordt gedacht dat wanneer een embryo in de baarmoeder wordt blootgesteld aan een hoog testosteronlevel van de moeder, er een grotere kans op polydactylie is.

Mollen leven alleen in hun holenstelsel en komen nauwelijks boven de grond. Vrouwtjesmollen werpen één keer per jaar twee tot zeven jongen. De zwangerschap duurt rond de 42 dagen. Als de jongen vijf weken oud zijn verlaten ze het nest.

Sparen voor later

De mol heeft voornamelijk regenwormen en andere kleine ongewervelden uit de bodem op het menu. Daarnaast eet hij verschillende soorten noten. De mol eet 70 tot 100 procent van zijn eigen lichaamsgewicht (gemiddeld 115 gram) per dag. Als er een worm in een van zijn tunnels valt, rent hij erop af om de worm te doden. Hij hoeft zijn prooi niet direct op te eten, hij kan met zijn speeksel de worm ook verlammen. Zijn speeksel bevat namelijk een giftige stof waardoor de verlamde worm opgeslagen kan worden in de tunnel en voor later bewaard kan worden. En de mol is een echte spaarder; wetenschappers hebben voorraadkamers met meer dan 1000 regenwormen erin gevonden! Kieskeurig zijn ze ook. Voordat ze de wormen daadwerkelijk eten knijpen ze met hun klauwen eerst de aarde en darminhoud uit de worm.

Alexandra of denmark wikimedia
Queen Alexandra (foto uit 1923).
Wikimedia Commons

Van plaag naar jas

Door het leven onder de grond hebben mollen een korte en dichte pels ontwikkeld met een fluweelachtige structuur. Het leer van een mollenhuid is extreem zacht en soepel. Daar kwam Queen Alexandra, de vrouw van Edward VII uit het Verenigd Koninkrijk, ook achter en zij bestelde een jas van mollenpels. Honderden mollenhuiden werden aan elkaar genaaid tot een jas. Al snel werd de jas populair waardoor er steeds meer mollenbont nodig was. Mollen vormden op dat moment een grote plaag in Schotland en de jassen leverden een aardig bedrag op, dus het land was erg blij met de trend die Queen Alexandra had gezet.

Ademen onder de grond

Doordat mollen in smalle tunnels onder de grond leven zitten ze continu in een omgeving met veel koolstofdioxide en weinig zuurstof. In 2010 ontdekten wetenschappers dat mollen grote hoeveelheden koolstofdioxide kunnen verdragen en hierdoor hun eigen uitgeademde lucht opnieuw in kunnen ademen. Dat kan dankzij het hemoglobine-eiwit, dat in iedere rode bloedcel zit. Mollen hebben daar een speciale variant van, waardoor het meer koolstofdioxide kan binden.

Mole hills wikimedia
Voor de mol een paradijs, voor de boer een ramp.
Wikimedia Commons

Plaag

Omdat mollen de aarde vlak onder het oppervlakte doorspeuren op zoek naar eten, maken ze weleens de wortels van planten los, tot afschuw van boeren. Ze eten de planten echter niet op.

Ook hebben boeren soms last van steentjes in hun machines, omdat die door de door mollen omgewoelde aarde naar boven komen. In het Amsterdamse bos start begin maart een test om mollen van de sportvelden te verjagen met behulp van trillingen. Door de vibraties die in de gangenstelsel ontstaan, hopen de GGD en de Dierenbescherming de dieren weg te krijgen.

Bronnen:

1/14

Leven in de ondergrond

Ze hebben geen aaibare vachtjes, imponerende kleuren of glanzende Disney-ogen. Maar wie bodemdieren van dichtbij bekijkt, ontdekt dat ze over een fascinerende schoonheid beschikken. Bovendien zijn ze van onschatbare waarde voor onze ondergrond. Zonder bodemleven geen vruchtbare akkers en weelderige tuinen. Daarom op Kennislink de komende tijd een serie Bodemdiertjes.

1/14

Het raderdiertje

Het raderdiertje kan jaren uitgedroogd in een soort slaaptoestand verkeren, heeft al miljoenen jaren geen seks gehad en weet parasieten op een slimme manier van zich af te schudden. Klein als hij is, is dit bodemdiertje bijzonder succesvol. Lees verder over het raderdiertje

Wikimedia Commons, CC BY SA 3.0
1/14

De duizend- en miljoenpoot

Hun naam zegt niet zoveel over het aantal poten en de lengte van deze kruipers varieert gigantisch. Maar in welke vorm ook, ze zijn erg nuttig voor onze bodem. Ze recyclen dood plantaardig materiaal en houden planten knagende dieren bij planten weg; een goede zaak voor de koolstofkringloop. Lees meer over de duizend- en miljoenpoot

1/14

De mol

Bijna blind rent hij door zijn smalle gangenstelsel en graaft met een enorme kracht er nog wat tunnels bij. Als hij een worm tegenkomt sprint hij er op af, verlamt hem en legt hem in de voorraadkamer. Dan heeft hij later ook nog wat. Lees meer over de mol

1/14

De mijnspin

Een mier loopt nietsvermoedend over de aarde, niet wetende dat daaronder zich het gangenstelsel van het huis van de mijnspin bevindt. Razendsnel rent de mijnspin naar boven, bijt de prooi met haar vlijmscherpe tanden en trekt hem haar huis in. Lees meer over de mijnspin

1/14

De slijmzwam

Ze hebben uiteenlopende namen van Heksenboter en Bloedweizwam tot Zilveren boomkussen. Ze kunnen zonder hersenen hun weg door een doolhof vinden en zijn zelfs in staat een robot te besturen. De slijmzwam is een intelligentere bodembewoner dan je denkt. Lees meer over de slijmzwam

1/14

De bodemmijt

Zet op een willekeurige plek in het bos je schep in de grond en je haalt zo honderden mijten omhoog. Deze kleine beestjes hebben een uiteenlopend dieet en verzamelen dat al zuigend, stekend of zagend bij elkaar. En ze zijn ook nog eens reuzesterk. Lees meer over de bodemmijt

1/14

De loopkever

Veertig procent van alle insectensoorten die we kennen zijn kevers. Sommigen wonen in een grot in de bergen, anderen zitten in een boomtop van het tropisch regenwoud. Soms vormen ze zelf een plaag, soms worden ze juist ingezet om plagen te voorkomen. En klein als ze zijn weten ze zich goed te verweren, dat ondervond Darwin zelfs al tijdens een van zijn reizen. Lees meer over de loopkever

1/14

De bodemschimmel

Hoewel je bij een schimmel misschien snel aan de groene spikkels op je bedorven appel of brood denkt, zijn er veel meer soorten. De soorten die in de bodem leven bijvoorbeeld. Bodemschimmels kunnen een heel groot deel van de biomassa onder de grond beslaan. Ze komen in alle soorten en maten voor en spelen een hele belangrijke rol in de ecosystemen van de bodem. Lees meer over bodemschimmels

1/14

De mier

Geen soort zo sterk, geen soort die zo goed samenwerkt. Geen soort met zoveel opmerkelijke eigenschappen. Je vindt ze overal, behalve op de polen. Waar je ook ter wereld even goed om je heen kijkt in het zand zie je ze alweer lopen. Mieren. Soms met tientallen, soms met miljoenen tegelijk. Alhoewel ze soms heel irritant kunnen zijn, zijn ze bovenal bijzonder indrukwekkend. Lees meer over de mier

1/14

Het beerdiertje

Als een klein bolletje wordt hij meegenomen door de lucht. Zwervend van plek naar plek. Plots komt hij in een plasje water terecht en binnen een paar minuten ontvouwen zich vier paar pootjes onder het dikke bolletje vandaan. Aan ieder pootje zit een klein klauwtje. Oogjes heeft het niet. Met zijn kleine, koddige, bolle lijfje en acht pootjes begint het beerdiertje heel langzaam rond te kruipen. Hij is net wakker geworden na enkele jaren slaap. Lees meer over het beerdiertje

1/14

De springstaart

In één sprong overbruggen ze met gemak een afstand van zo’n acht centimeter. Geen kunst? Wel wanneer je bedenkt dat springstaarten zelf een lengte van enkele millimeters hebben. Ruim een factor tien verschil, dus. Alleen: wat doen zulke goede springers ondergronds? Lees meer over de springstaart

Steve Hopkin
1/14

De pissebed

Ze hebben hun naam en hun uiterlijk niet mee, maar pissebedden zijn onmisbaar voor onze bodem. Ze recyclen plantaardig materiaal en dragen zo bij aan de koolstofkringloop. Gezond voor de ondergrond dus, en mogelijk zelfs gezond voor ons! Lees meer over de pissebed

1/14

De regenworm

Platgetrapt op het trottoir zien we ze weleens, of hulpeloos bungelend in een merelsnavel. Misschien tijdens een middagje spitten in de tuin. Maar we worden vooral indirect met regenwormen geconfronteerd, door het nuttige bodemwerk dat ze verrichten. Door te graven, te ploegen en te composteren zorgen ze voor een vruchtbare ondergrond. Lees meer over de regenworm

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 februari 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.