Naar de content

Verzilting: gevaar én kans

Tested on Texel

De professor ziet een grote dreiging uitgaan van verzilting van de mondiale zoetwatervoorraad. De ondernemer ruikt kansen. Voor beide posities is wat te zeggen. Het ‘probleem’ van verzilting was aan de orde tijdens een nationaal debat over landbouw en voeding: It’s the food, my friend. De landbouwsector krijgt steeds vaker met verzilting te maken, maar is ook de grootste veroorzaker.

10 februari 2015

De uiteenlopende visies op verzilting kwamen aan bod tijdens de aftrap van de zesdelige lezingenserie It’s the food, my friend, in de Amsterdamse Rode Hoed. De debatten, steeds onder strakke leiding van PvdA-politicus Felix Rottenberg, beginnen al een aardige traditie te worden en vinden afwisselend plaats in Amsterdam en Wageningen. Ook de locatiekeuze geeft een mooi contrast weer: de Amsterdamse schuilkerk en debatcentrum De Rode Hoed, op afstand van de landbouwregio, en Wageningen, het centrum voor landbouwonderzoek en -praktijk.

De sprekers met het thema water (en dus ook verzilting) in hun portefeuille waren professor Arjen Hoekstra van de Universiteit Twente en de Texelse groenteteler Marc van Rijsselberghe. Beiden gaan ze heel verschillend met het verziltingsprobleem om.

Hoekstra is de bedenker van het concept van de kwantificering van de wereldwijde waterconsumptie, waarover hij het boek The Water Footprint of Modern Consumer Society schreef. Daarentegen staat Van Rijsselberghe met zijn voeten in de klei. Op zijn proef- en productiebedrijf Zilt Proefbedrijf Tested on Texel – op zandgrond – experimenteert hij met zouttolerantie van zowel nieuwe als gangbare gewassen en rassen.

Zoete aardbeien

En niet zonder succes, zo vertelt hij aan een breed publiek bestaande uit studenten, professionals en geïnteresseerde burgers. De aardbeien worden door de toevoer van zout water harder maar ook zoeter, sommige aardappelrassen doorstaan een zilte bodem bijzonder goed en zelfs de wortels komen niet zout maar zoet uit de aarde.

Hoekstra (overigens een voorstander van de teelt van zouttolerante gewassen) wil het probleem van verzilting op de kaart zetten. Hij trapt zijn betoog af met satellietfoto’s van het Aralmeer, een mondiaal drama en icoon van de water- en milieuproblematiek. Ooit was deze, inmiddels tot minimale proporties gekrompen, watervlakte het op drie na grootste zoetwatermeer ter wereld. Nu rest er niet veel meer dan een zoute zandwoestijn. De oorzaak is de grootschalige geotechniek van de overheid. Twee rivieren, de Syr Darya en de Amu Darya, die het Aralmeer met zoet water voeden, werden bovenstrooms afgetapt ten behoeve van irrigatie van katoenplantages.

Het Aralmeer is in de loop van een halve eeuw steeds kleiner geworden. Een ontwikkeling in de tijd zie je hier.

NASA

“Korter douchen, laat maar!”

Gebieden die toch al vrij droog zijn, zijn vaak belangrijke landbouwgebieden, aldus Hoekstra. Zo kunnen wij als Nederlanders wel zuinig proberen te doen met water, maar als je het op een mondiale schaal bekijkt zou je korter douchen “evengoed kunnen laten”. Hoekstra jaagt met deze uitspraak collega’s die met waterbesparing bezig zijn tegen zich in het harnas, zo zegt hij zelf. Met zuiniger douchen besparen we slechts vijftig liter en door minder vlees te eten kan die besparing oplopen tot wel achthonderd liter per dag.

Niet alleen de vleesproductie is een grootverbruiker van water. Wat te denken van olijven die op grote schaal in het droge zuiden van Spanje wordt geteeld, ten behoeve van de productie van olijfolie? En asperges, die het hele jaar door uit Peru komen, zijn eveneens waterslurpende gewassen. Om over katoen nog maar niet te spreken. Maar het probleem van grootschalige verdroging door de katoenteelt speelt behalve in de voormalige Sovjet-Unie (Aralmeer) evengoed in India en China.

Hoekstra berekende dat de wereldwijde waterconsumptie voor negentig procent op conto komt van de landbouwsector. Op de tweede plaats komt het industrieel gebruik, gevolgd door consumptie door huishoudens. Verzilting van de bodem is het gevolg van intensieve irrigatie in toch al droge gebieden. De bodem verzilt geleidelijk door verdamping van het water – voordat het vocht in de bodem kan doorsijpelen – en de mineralen blijven achter in de bovenste grondlaag.

Zoutwateropslag op proefbedrijf op Texel

Tested on Texel

Oerangst

Tegenover het zware verhaal van Hoekstra staat de lichte variant van de Texelse teler, die overtuigd is van de onterechte oerangst van de mens voor zout. De meeste modellen voor zouttolerantie die in de landbouwsector worden gebruikt, zijn al meer dan een halve eeuw oud, betoogt hij. Ze zouden niet kloppen. Bovendien zijn ze afkomstig uit de VS en niet één op één toepasbaar op Europese bodemcondities.

Met zout en brak water is veel meer mogelijk dan we denken, aldus Van Rijsselberghe. In een experimentele setting geeft hij zijn gewassen dagelijks soms wel 23 mm zout water. Bovendien hebben we volgens hem geen keus. “Wereldwijd hebben we anderhalf miljard hectare verzilte grond, dus die kunnen we maar beter benutten.”

De positieve bevindingen met zoute irrigatie van diverse tuinbouw- en akkerbouwgewassen brachten Van Rijsselberghe ertoe op Texel een testcentrum op te richten en een promovendus van de Vrije Universiteit in dienst te nemen. Deze gaat de experimenten onder zoute condities nu systematischer en wetenschappelijker aanpakken.

De zesdelige debatreeks loopt nog tot eind april en er staan steeds nieuwe onderwerpen op het menu, zoals trends in voeding, het financiële systeem en de voedselmarkt, duurzame visserij en, tot slot, een voedselvisie voor Nederland.

De eerstvolgende lezing is op 19 februari in Wageningen. Een programma van alle (komende) debatten lees je hier

ReactiesReageer