Naar de content

Varkensvlees gebruiken is verboden in de islam, tenzij je een leven kunt redden

Een fotocollage van 12 verschillende varkens.
Een fotocollage van 12 verschillende varkens.
Sverre Frederiksen

Varkens gebruiken om mensenlevens te redden is geen principieel probleem binnen de islam. Maar er kunnen problemen ontstaan ‘als we de grenzen van de soort gaan overschrijden’, zegt hoogleraar Mohammed Ghaly.

5 november 2021
Een foto van hoogleraar Islam en Biomedische Ethiek Mohammed Ghaly.

In deze driedelige serie geven religieuze ethici en geleerden hun perspectief op donordieren: genetisch aangepaste dieren waarin menselijke organen groeien. In dit artikel spreken we met hoogleraar Islam en Biomedische Ethiek Mohammed Ghaly. Lees ook: de visie van de joods-orthodoxe rabbijn en rechtsgeleerde Raphael Evers, en van emeritus-hoogleraar christelijke ethiek Henk Jochemsen.

Bron: Center for Islamic Legislation & Ethics / Hamad Bin Khalifa University

Om het donortekort op te lossen, willen sommige wetenschappers dieren aanpassen zodat er organen in groeien voor mensen. Op dit moment is dat verboden in Nederland. Maar in andere landen, zoals Duitsland, worden al varkens gefokt met genetisch aangepaste harten. In Amerika koppelden artsen onlangs voor het eerst succesvol een varkensnier aan een (hersendode) menselijke patiënt. Met deze techniek hopen onderzoekers in de toekomst het tekort aan donororganen op te lossen.

Maar zit de wereld daar wel op te wachten? Daarover spreken we in deze artikelreeks met vertegenwoordigers van drie religieuze perspectieven. Mohammed Ghaly is hoogleraar Islam en Biomedische Ethiek aan de universiteit van Hamad Bin Khalifa in Qatar. Zijn specialisatie ligt op het snijvlak van islamitische ethiek en biomedische wetenschappen. Hij studeerde in Egypte, promoveerde aan de Universiteit Leiden (Nederland), en doceerde (bio)ethiek aan universiteiten over de hele wereld, zoals Amerika, Engeland en Noorwegen.

Op dit moment woont hij in Qatar. We spreken elkaar via Zoom over het islamitische perspectief op donordieren. Maar eerst ben ik benieuwd hoe er binnen de islam überhaupt gedacht wordt over orgaantransplantatie. In Nederland is onder praktiserende moslims de bereidheid organen te doneren veruit het laagst (één procent), staat in een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 2020.

Twee vrouwen die een hoofddoek dragen, zitten op een bankje en gebruiken een laptop.

In Nederland is onder praktiserende moslims de bereidheid organen te doneren veruit het laagst (één procent). Ghaly schreef eerder in Trouw en NRC welke factoren daarbij een rol spelen.

Pexels

Volgens Ghaly is het een misvatting dat moslims te weinig kennis hebben over orgaandonatie, of principieel tegen zijn uit religieuze overwegingen. “In Jordanië werd de eerste niertransplantatie uitgevoerd in 1972. Vóór 1955 kwamen de eerste fatwa’s (juridisch advies in de islam, red.) over orgaantransplantatie al uit Saoedi-Arabië. Dit thema is al heel oud in de islamitische wereld. Of er nog moslimgeleerden zijn die principieel tegen orgaantransplantatie zijn? Natuurlijk, maar zij vormen een kleine minderheid.”

Wereldwijd staan de meeste moslimgeleerden positief tegenover orgaandonatie en orgaanontvangst, zegt Ghaly. Het mag onder bepaalde voorwaarden: met respect voor de menselijke waardigheid (je mag geen experimenten doen op mensen als je niet zeker weet dat de methode veilig en effectief is), met toestemming van de betrokkenen, en zonder financiële compensatie (het kopen of verkopen van mensen of menselijke lichaamsdelen is strikt verboden).

Een afbeelding van een persoon en een varken. Tussen hen zijn organen afgebeeld.

Ghaly: “Als de procedure veilig en effectief is, dan heeft een dierlijk orgaan de voorkeur boven een menselijk orgaan.”

Sverre Frederiksen

Donordieren

Als wetenschappers erin slagen om dierlijke organen geschikt te maken voor transplantatie, dan zouden we dieren kunnen gebruiken in plaats van menselijke orgaandonoren om levens te redden. Hoe wordt daar binnen de islam over gedacht? “Hier spelen twee belangrijke kwesties”, zegt Ghaly. “Ten eerste, de morele status van de betrokkenen. Hoe verhoudt de morele status van een dier zich tot die van een mens? Ten tweede, de beoogde procedure. We hebben het over transplantatie, maar ook over genetische aanpassing.”

Eerst over de morele status. “In de islam is de mens de allerhoogste in de rang van Gods schepselen”, zegt Ghaly. “We hebben een hiërarchie in het universum. Planten maken gebruik van de aarde, dieren eten planten, en mensen eten dieren. Als de procedure veilig en effectief is, dan heeft een dierlijk orgaan de voorkeur boven een menselijk orgaan. Waarom? Omdat je dan niet hoeft in te grijpen op een ander menselijk lichaam, want een mens heeft een hogere morele status dan een dier.”

“Ik wil wel benadrukken dat er binnen de islam een groeiende groep mensen is die hier vragen bij stelt”, vervolgt Ghaly. “Zij zien het universum als eenheid: het is een netwerk waarin alles met elkaar samenhangt. Volgens deze groep kun je niet zeggen dat een mens altijd belangrijker is dan een dier, want als je in het universum iets kapotmaakt – zoals het bos in de Amazone – dan heeft dat invloed op alles, inclusief mensen. Zij verwijzen naar verzen in de Koran waarin staat dat de mens het enige schepsel is dat zich tegen God gedraagt. Alle andere schepselen zijn gehoorzaam. Daarom zou de mens, in bepaalde gevallen, juist het laagst op de rangorde komen te staan.”

“Maar dit is vooralsnog een minderheidspositie binnen de islam. En ze verdedigen zaken die moeilijk te baseren zijn op de islamitische traditie, zoals veganisme als de norm die iedere moslim moet volgen. De traditionele religieuze moslimgeleerden gaan dus nog steeds uit van die hiërarchie waarin de mens bovenaan staat.”

Een illustratie van een hand die een stukje van een DNA-streng pakt. Aan de andere kant van de DNA streng is een orgaan afgebeeld.

Ghaly: “Hoe ver kunnen we gaan, tot we ons afvragen: is dit nog een dier of is het een mens?”

Sverre Frederiksen

Genetische aanpassing

Toch zijn we er daarmee nog niet. Want een dierlijk orgaan is niet zomaar geschikt om te transplanteren naar een mens. Menselijke en dierlijke organen verschillen zoveel van elkaar, dat een varkenshart direct zou worden afgestoten door het menselijk lichaam. Daarom sleutelen wetenschappers aan het dierlijke DNA met behulp van de techniek CRISPR-Cas. Duitse wetenschappers slaagden erin om varkensembryo’s genetisch aan te passen zodat de varkenscellen menselijke eiwitten aanmaken. De hoop is dat een varkenshart daardoor niet meer afgestoten wordt.

“Er zijn moslimgeleerden die genetische aanpassing principieel problematisch vinden”, vertelt Ghaly. “Omdat je op die manier de schepping van God zou veranderen.” Maar dit is een heel kleine minderheidspositie binnen de islam, zegt hij. “De meerderheid ziet genetische aanpassing als een vorm van medische behandeling. In de islam zijn we geen eigenaar van ons lichaam – want dat is God – maar het is wel aan ons toevertrouwd om er goed voor te zorgen.”

Er is nog een lastige kwestie. Op dit moment doen wetenschappers onderzoek naar een andere methode waarbij ook gebruik wordt gemaakt van CRISPR-Cas. Met CRISPR-Cas kunnen we een dierlijk embryo zo aanpassen dat ze bijvoorbeeld geen eigen nier of lever ontwikkelen. Door het dierlijk embryo in te spuiten met menselijk DNA, groeit op die ‘lege plek’ een menselijke nier of lever. De vraag dringt zich op: als we dierlijke embryo’s inspuiten met menselijk DNA, is het dan nog wel een dier?

“We gaan het genoom van het dier zo drastisch aanpassen, dat het dier een lever of nier zal ontwikkelen die precies hetzelfde is als die van mensen”, zegt Ghaly. “De grens tussen mens en dier wordt moeilijker te definiëren. Dat heeft morele gevolgen. Hoeveel mag ik in het dier veranderen totdat het geen dier meer is? Moet het dier door die aanpassingen de morele status krijgen van een mens?”

Wetenschappers bagatelliseren deze zorgen volgens Ghaly. “Zij zeggen: het is nog gewoon een dier, kijk maar, het varken ziet er nog precies uit als een normaal varken. Maar voor hoelang? Nu hebben ze een nier aangepast, morgen komt daar misschien een lever bij, overmorgen de pancreas, dan het hart… Met andere woorden, hoe ver kunnen we gaan, tot we ons afvragen: is dit nog een dier of is het een mens?”

Een tekening van een vrouw en een varken. De achtergrond is wit.

Ghaly: “Pas op, een varken heeft een speciale classificatie binnen de islam.”

Sverre Frederiksen

Varkens en honden

Als we ooit donordieren zouden fokken, dan gelden varkens en schapen als de grote kanshebbers omdat hun organen het meest lijken op die van mensen. Ook daar kunnen we morele vragen bij stellen. In religieuze tradities zoals de islam en het jodendom, worden bepaalde diersoorten gecategoriseerd als ritueel onrein, vooral varkens en honden. Deze dieren mag je niet eten, je mag ze zelfs in principe niet kopen of verkopen. “Deze dieren gebruiken is daardoor problematisch voor moslims”, zegt Ghaly.

De meeste moslims zouden daarom liever kiezen voor een dier dat ritueel rein is. Binnen die categorie wordt weer onderscheid gemaakt tussen dieren die je mag eten (zoals koeien en schapen) en dieren die je niet mag eten (zoals katten). De meeste moslims zouden volgens Ghaly de voorkeur hebben voor een donordier dat ook gegeten mag worden, omdat God het geen probleem vindt als dat dier onderdeel wordt van ons lichaam.

Toch zouden veel moslims geen varkensnier weigeren, denkt Ghaly, als dat de enige manier is om hun leven te redden. “Een bekende regel in de islam luidt: nood breekt wet. Je mag geen varkensvlees eten, maar je mag het vlees van een varken gebruiken voor een medische behandeling als dat de enige mogelijkheid is. Dieren gebruiken voor medische behandeling is iets anders dan dieren gebruiken voor andere doeleinden, zoals consumptie.”

“Tegen patiënten zou de islam dus zeggen: nood breekt wet. Maar tegen wetenschappers zeggen wij: pas op, een varken heeft een speciale classificatie binnen de islam. Wetenschappers kunnen volgens ons beter eerst experimenten doen met eetbare dieren. Is dat niet mogelijk, dan stappen we over op niet-eetbare dieren die ritueel rein zijn. Pas als dat niet kan, stappen we over op varkens en honden.”

Een schets van twee personen die naast elkaar zitten op de bank.

Ghaly: “Stel je voor dat we maar één opvatting zouden hebben. Dat zou moeilijk zijn voor de meeste mensen.”

Sverre Frederiksen

Collectieve discussies

Er is binnen de islam dus in principe ruimte voor het gebruik van donordieren, maar het ontbreekt aan duidelijke voorschriften. Wie bepaalt uiteindelijk waar de grens komt te liggen in de islam? “We baseren ons allereerst op referenties in de Heilige Schriften, namelijk de Koran en Soenna”, vertelt Ghaly. “Als daar een verbod of gebod in staat, dan geldt dat als uitgangspunt. Maar er staat geen letterlijke verwijzing in de Koran die uitsluitsel geeft over het gebruik van dieren als orgaandonor.”

Dit probleem geldt voor veel bio-ethische kwesties. “Sinds de dood van de profeet, staan onze Heilige Schriften vast. Ze worden niet aangepast of aangevuld”, zegt Ghaly. Maar de wereld verandert wel. “Incidenten in het leven zijn oneindig. Die blijven gewoon plaatsvinden. Er zijn veel zaken, zoals bio-ethische kwesties, die niet letterlijk in de Koran staan.”

“We moeten dus op een hoger niveau de Heilige Schrift analyseren”, zegt Ghaly. “Wat zijn de hogere doelstellingen van deze Heilige Schriften? Wat zijn de bedoelingen van God? Wat wil hij van ons? Over die hogere doelen hebben moslimgeleerden veel geschreven. Die teksten kun je gebruiken als een soort grondwettelijke principes.”

Bovendien worden binnen de islam sinds 1980 collectieve discussies gevoerd over bio-ethiek. “Er zijn wereldwijd drie grote instituten, waar vertegenwoordigers uit de hele islamitische wereld samenkomen om hierover te spreken”, zegt Ghaly. “In die groepen zitten niet alleen moslimgeleerden en vertegenwoordigers van verschillende stromingen binnen de islam, maar ook biomedische wetenschappers met technische kennis. Als zij het met elkaar eens zijn over een bepaalde kwestie, dan zien we dat als de dominante positie binnen de islam.”

Toch is er in de islam geen bindende religieuze autoriteit vergelijkbaar met de Paus. Ghaly: “Er is niemand die na de dood van de profeet kan zeggen: zo zit het, en als je dat niet doet, dan ben je geen moslim. Hoe verder een kwestie afstaat van de letterlijke tekst in de Koran, hoe moeilijker het wordt om een oordeel te vormen en hoe meer verschil van mening er is binnen de islam.”

Dat creëert diversiteit, maar dat vindt Ghaly juist positief. Diversiteit zorgt ervoor dat mensen zelf kunnen nadenken. Ghaly: “Stel je voor dat we maar één opvatting zouden hebben. Dat zou moeilijk zijn voor de meeste mensen. Nu kun je zelf bepalen welke opvatting het beste bij jou past. Als je je er goed bij voelt, maak je er gebruik van, en blijf je een moslim. Voel je je er niet goed bij, dan kun je weigeren, en blijf je ook een moslim.”

Een afbeelding van een persoon en een varken. De persoon is omringt met menselijke organen.

Ghaly: “Nu hebben ze een nier aangepast, morgen komt daar misschien een lever bij, overmorgen de pancreas, dan het hart… Hoe ver kunnen we gaan?”

Sverre Frederiksen

Organen verkopen

Hoewel ‘de’ islamitische positie dus niet bestaat, zullen de meeste moslimgeleerden het aanpassen van een varkensnier wel toestaan als we daarmee mensenlevens kunnen redden. Mits voldaan wordt aan voorwaarden zoals veiligheid en effectiviteit, en bij voorkeur moet eerst zijn uitgesloten of de methode werkt bij andere diersoorten die voor moslims lager zijn.

Een vraag die we ons wel kunnen stellen: wie verdient er aan deze technologie? Kan iedereen er gebruik van maken, en wie worden er rijker van? “Natuurlijk spelen er commerciële kwesties”, zegt Ghaly. “Bedrijven kunnen te veel winst maken, vooral in het begin. Maar dat is een ethische kwestie die algemeen geldt voor biomedische technologieën, die geldt niet specifiek voor deze kwestie.”

Het kopen en verkopen van menselijke organen is strikt verboden binnen de islam, maar dat geldt volgens Ghaly niet voor dierlijke organen: “Een mens mag geen onderdeel van zijn lichaam verkopen, maar dierlijke organen zien we als een geneesmiddel. We betalen ook voor medicijnen en ziekenhuizen.”

Een dier gebruiken om een mensenleven te redden, is binnen de islam dus geen principieel probleem. Maar er zouden volgens Ghaly wel problemen kunnen ontstaan ‘als we de grenzen van de soort gaan overschrijden’. Als een dier door genetische aanpassing te veel gaat lijken op een mens, dan moeten we het misschien de morele status van een mens toekennen. “Als ik daarover praat met wetenschappelijke collega’s, denken ze altijd dat ik aan het overdrijven ben. Ze zeggen: jij denkt veel te ver, en veel te veel.”

“Maar dat is niet waar”, zegt Ghaly. “De moderne geschiedenis leert ons dat wonderen bestaan. Wie had honderd jaar geleden gedacht dat we ooit organen zouden transplanteren? Nu heeft bijna elk land een ziekenhuis waar orgaantransplantatie plaatsvindt. Wie had gedacht dat mensen kinderen zouden kunnen krijgen zonder seksuele gemeenschap? Wetenschappers maken nu spermacellen van vrouwelijke stamcellen, en eicellen van menselijke stamcellen. Niets gaat te ver. Maar wetenschappers denken meestal anders. Ze willen alleen de huidige mogelijkheden bespreken, mensenlevens redden, en niet te veel filosoferen.”

Donordierdialoog

Op 7 november 2021 vindt in NEMO Science Museum Amsterdam de plaats, waar vragen en ideeën met elkaar gedeeld kunnen worden. Naast de dialoog zijn ook diverse sprekers te gast. Hier vind je het programma en kun je je aanmelden.

ReactiesReageer