Je leest:

Talenwissel als fitness voor je brein

Talenwissel als fitness voor je brein

Auteur: | 7 februari 2019

Niet het kennen van meer talen, maar het frequent wisselen daartussen kan het brein van ouderen scherp houden. Dat blijkt uit onderzoek van Anna Pot van de Rijksuniversiteit Groningen. Ook zijn de cognitieve voordelen sterk afhankelijk van individuele omstandigheden.

Hoe kun je gezond oud worden? Dit is niet alleen een vraag waar medici en psychologen zich mee bezighouden, maar ook taalwetenschappers. Zo deed in 2007 een Canadees onderzoek veel stof opwaaien, dat stelde dat het spreken van meerdere talen dementie kan vertragen. Het stelselmatig onderdrukken van een taal tijdens het spreken van een andere taal, zou ervoor zorgen dat de hersenen constant getraind worden.

Maar de vraag is of taal daarin uniek is. Want is een muziekinstrument of een kruiswoordpuzzel niet net zo goed een fitnessapparaat voor je brein? Daarover lopen de meningen intussen flink uiteen, en het maakt het debat over meertaligheid er niet makkelijker op. Want hoe kun je al die verschillende factoren die een rol spelen bij het ouder wordende brein, uiteen trekken? Die complexe vraag probeert Anna Pot te beantwoorden in haar proefschrift, dat ze onlangs verdedigde.

Openstaan voor nieuwe ervaringen

Aan haar onderzoek deden 387 ouderen mee, tussen de 65 en 95 jaar. De meeste mensen deden mee via internet. Een kleinere groep – mensen zonder computer of die moeite hadden met het invullen van digitale vragenlijsten – werd thuis bezocht. Ze vulden allerlei vragenlijsten in en deden zogenaamde cognitietaakjes, zoals de Flankertest, die veel gebruikt wordt om te onderzoeken hoe het brein informatie verwerkt. Deelnemers krijgen hierbij een pijltje te zien op een beeldscherm. De opdracht is om zo snel mogelijk op een knop te drukken die de juiste richting van het pijltje aangeeft. De truc is om te focussen op het middelste pijltje, dat omringd wordt door pijltjes die de andere kant op wijzen. Daar moet je je niet door laten afleiden. Mensen die dit snel kunnen, zijn goed in staat om irrelevante informatie te negeren.

Vervolgens onderzocht Pot met welke factoren de prestaties op de Flankertest samenhingen. Zijn mensen die goed scoren op deze cognitietest bijvoorbeeld gezonder of socialer, spelen ze een muziekinstrument of spreken ze meerdere talen? Het bleek in ieder geval een combinatie van factoren te zijn, die een positieve werking had op het brein. “Voor een muziekinstrument spelen en sporten vond ik geen effect. Wel voor het actief gebruiken van verschillende talen in combinatie met bepaalde persoonlijkheidskenmerken”, aldus Pot. “Het gaat dan om karaktereigenschappen als het openstaan voor nieuwe ervaringen en een bepaalde mate van extravertheid.”

Uitgelicht door de redactie

Biologie
Krijgen we in de toekomst designerbaby’s?

Biologie
‘Uit de hele omgeving krijg je micro-organismen mee’

Scheikunde
‘Ik probeer slimmere materialen te maken’

Oorzaak: meertalig of sociaal

De vragen die deelnemers kregen over meertaligheid, omvatten meer dan alleen de vraag hoeveel talen ze spraken. Over het algemeen waren dat er twee of meer, want de informanten kwamen allemaal uit Noord-Nederland, en spraken naast het Nederlands vaak ook Fries, Gronings, Drents of een migrantentaal. Voor die verschillende talen (in deze studie werd geen verschil gemaakt tussen een taal en dialect) moesten de proefpersonen ook aangeven hoe vaak ze die gebruikten en in welke situatie: met vrienden, familie, op de sportclub et cetera. “Daar zag ik een effect”, zegt de onderzoeker. “Mensen die regelmatig verschillende talen gebruiken scoren hoog op de Flankertest.”

Vooral voor de mensen die al op jonge leeftijd een tweede taal hebben geleerd, pakt dit goed uit. Zij hebben namelijk meer tijd gehad om in verschillende gebruikssituaties een woordenschat op te bouwen in verschillende talen. En dus stappen zij moeiteloos over van de ene op de andere taal. Wel plaatst Pot een kritische kanttekening bij deze uitkomst van het onderzoek. “Je kunt het immers ook als volgt interpreteren: mensen die veel verschillende talen gebruiken in verschillende situaties, hebben überhaupt meer interactie, wat ook de oorzaak kan zijn van hun cognitievoordeel. Dat bemoeilijkt het hele debat en het onderzoek.”

Vervolgonderzoek is dus nodig. Toch is de promovendus ervan overtuigd dat meertaligheid bijdraagt aan de conditie van je brein. En dan vooral het regelmatig wisselen tussen talen. “Maar het is altijd een samenspel van meerdere factoren. Daarom zijn de individuele verschillen erg groot.”

Meertaligheid is als jongleren voor je brein. Evelyn Bosma van de Fryske Akademy deed onderzoek naar de cognitieve voordelen van meertaligheid bij kinderen. Over haar onderzoek lees je in dit artikel op NEMO Kennislink uit 2017.

Migrantenouderen

In een tweede studie ging het niet om cognitie, maar om de vraag hoe Nederlanders met een migratieachtergrond ouder worden en in hoeverre hun taalachtergrond daarop van invloed is. Daarvoor nam Pot interviews af bij 39 Turks-Nederlandse vrouwen tussen 52 en 84 jaar. Het niveau van het Nederlands is bij deze ‘eerste generatie’ migranten over het algemeen laag. Toch is de taalbarrière niet voor iedereen een belemmering, aldus Pot. “Mensen met een groot sociaal netwerk kunnen die taalbarrière omzeilen. Maar als het netwerk er niet is, of wegvalt, raken ze gauw in een isolement. En dat heeft nadelige gevolgen voor hun gezondheid.”

De onderzoeker denkt daarom dat het voor deze groep ouderen nog steeds zinvol is om hun Nederlands wat op te krikken. Alleen zijn daar op dit moment geen taalmethodes voor. “Deze groep zou je op een makkelijke manier handvatten willen bieden. Zodat ze zich beter kunnen redden bij de dokter of in een telefoongesprekje.” Voor deze groep heeft het leren van taal dus heel praktische voordelen. Maar eigenlijk geldt voor alle ouderen: hoe meer talen je in de lucht houdt, hoe beter.

Bron:

Anna Pot, Aging in multilingual Netherlands: Effects on cognition, wellbeing and health. Proefschrift verdedigd op 31 januari 2019 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 februari 2019

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.