Naar de content

Tweetaligheid als therapie

Interview met Merel Keijzer over tweetaligheid en veroudering

Een kleurenfoto van onderzoekster Merel Keijzer.
Een kleurenfoto van onderzoekster Merel Keijzer.
Rijksuniversiteit Groningen

21 februari is de Dag van de Moedertaal. Maar wat is eigenlijk een moedertaal? En hoe heeft taal invloed op het ouder worden? NEMO Kennislink interviewt taalwetenschapper Merel Keijzer. Zij onderzoekt aan de Rijksuniversiteit Groningen onder meer of het leren van een tweede taal Alzheimer kan uitstellen.

21 februari 2017
Een kleurenfoto van onderzoekster Merel Keijzer.

Merel Keijzer: “Taal is zo’n intense ervaring. Je kunt taal nooit uitzetten. Taal is er altijd, ook bij inner speech.”

Rijksuniversiteit Groningen

De hersenen van tweetaligen zitten de hele dag op de sportschool. Daardoor presteren ze beter dan de hersenen van mensen die hoofdzakelijk één taal spreken. Ook op oudere leeftijd kan dit voordelen bieden. Zoals bij mensen met Alzheimer, waarbij de hersenen slechter gaan functioneren. Uit onderzoek blijkt dat deze ziekte zich later aandient bij tweetaligen dan bij ééntaligen. Maar kun je het leren van een tweede taal ook inzetten om Alzheimer te vertragen, of om depressie tegen te gaan? Dat zijn enkele vragen die taalwetenschapper Merel Keijzer wil beantwoorden. Daarvoor werkt ze samen met onderzoekers uit verschillende wetenschapsdisciplines.

Wat versta jij onder moedertaal? Kun je eigenlijk meerdere moedertalen hebben?
“Het is eigenlijk best lastig om moedertaal te definiëren, want het is geen statisch begrip. Je moedertaal kan veranderen door je levensloop. Omdat je in een andere omgeving terechtkomt bijvoorbeeld, waar een andere taal wordt gesproken dan je moedertaal. Ik heb in het verleden veel gekeken naar taalverlies bij migranten. Daarbij lijkt je moedertaal eigenlijk een andere taal te worden. En dan is ook de vraag wat je verstaat onder moedertaal: is het je dominante taal, dus de taal die je het meest gebruikt, of is het je eerste taal. Maar er zijn ook mensen die meerdere eerste talen hebben, die tweetalig opgroeien. Dus ook dat begrip is niet transparant. En voor geadopteerde kinderen ligt het nog weer ingewikkelder, want voor hen houdt hun ‘eerste taal’ echt op. Het is een mooi woord, moedertaal, maar eigenlijk is het voor iedereen iets anders.”

Is het een voordeel om tweetalig te zijn? En hoe werkt dat door als je ouder wordt?
“Taal werkt door op allerlei niveaus. Tweetaligen hebben in allerlei studies cognitieve voordelen laten zien. Dat komt doordat hun hersenen constant aan het jongleren zijn met twee talen. Er zijn ook onderzoeken die laten zien dat bij tweetaligen de ziekte van Alzheimer zich later aandient dan bij eentaligen. Maar ik kijk niet alleen wat taal doet op cognitief niveau. Veroudering is geen eendimensionaal proces. Je hebt biologische veroudering, cognitieve veroudering, maar ook sociale veroudering. Oudere mensen laten bijvoorbeeld vaak leeftijdsgerelateerde depressie zien. Wat we nog willen onderzoeken is of tweetalige ouderen ook relatief gelukkiger worden. Zijn ze misschien minder geneigd om depressief te worden, omdat ze een diverser sociaal netwerk hebben doordat ze meerdere talen spreken?”

“Bij dit soort onderzoek is het wel belangrijk dat je tweetaligheid goed definieert. In eerder onderzoek werd tweetaligheid nogal eens afgeleid uit een enkele vraag: kun je meerdere talen spreken, ja of nee. Maar je vraagt toch ook niet: kun je zwemmen ja of nee, als je een relatie aan wilt tonen met hart- en vaatziekten. Of je regelmatig zwemt, dat is interessant. Ik denk dat dat bij tweetaligheid niet anders is. Dus we stellen vragen als: gebruik je allebei de talen elke dag, en in welke context? Switch je regelmatig in allebei de talen of doe je dat helemaal niet, hou je ze heel erg gescheiden? Daarin verschillen tweetaligen enorm van elkaar. En er zijn allerlei variabelen die ook kunnen leiden tot een hoger cognitief functioneren, zoals het bespelen van een muziekinstrument, sporten of het spelen van computerspelletjes. Dus daar moet je ook rekening mee houden.”

Kun je de kwaliteit van leven verbeteren door een vreemde taal aan te bieden?

Flickr, Patrick Doheny via CC BY 2.0

Heeft het ook voordeel om op latere leeftijd een tweede taal erbij te leren?
“Vroege tweetaligheid laat het meeste effect zien, maar late tweetaligheid heeft zeker ook effect op de hersenen. Binnen de verleden jaar opgerichte Young Academy of Groningen werk ik samen met onderzoekers uit andere disciplines. Zoals nu met een neuropsycholoog die voor het Universitair Medisch Centrum Groningen onderzoek doet naar depressie. Ze legt mensen in de scanner, doet een cognitieve therapie van acht sessies, en dan scant ze opnieuw om te kijken of de therapie effect heeft gehad. Toen ik voor het eerst met haar aan de praat raakte, kwamen we erachter dat het switchen tussen twee talen veel parallellen vertoont met wat zij probeert te bewerkstelligen in de therapie. Daarom gaan we nu kijken of het aanbieden van een vreemde taal als mensen ouder zijn dan 75 jaar, gebruikt kan worden als cognitieve therapie.”

Maar is het niet moeilijk om op die leeftijd nog een taal te leren?
“Ouderen leren anders, vrij laagdrempelig, dus daar moet je wel rekening mee houden. Maar dat zou moeten lukken. We denken nu aan het aanbieden van Fries, omdat de universiteit daar een mooie MOOC (online college) voor heeft gemaakt. Maar de vraag is nog wel of onze Groningse proefpersonen er voor open staan om Fries te leren. We willen deze therapie aanbieden aan gezonde ouderen, aan mensen met een depressie, maar ook aan een groep mensen die in het beginstadium van Alzheimer zit.”

“Medische wetenschappers zijn al jaren op zoek naar een soort pil waardoor Alzheimer uitgesteld kan worden, of om het te vertragen. Maar dat is nog niet gelukt. Daarom richt men zich nu meer op cognitieve therapieën. We willen onderzoeken of het leren van een vreemde taal zo’n therapie kan zijn. Kun je de kwaliteit van leven verbeteren door een vreemde taal aan te bieden? We hebben daarbij ook een controlegroep ingebouwd van ouderen die wiskundige puzzeltjes maken. Dan kun je zien of het taal is of überhaupt de cognitieve uitdaging.”

Is er nog meer interdisciplinaire samenwerking denkbaar?
“Ja met genetica-wetenschappers bijvoorbeeld. Er zijn interessante onderzoeken, waaruit bijvoorbeeld blijkt dat bepaalde groepen tweetaligen vaker drager zijn van een bepaald dopamine-receptor-gen. Door een toename van dopamine zou je beter kunnen worden in cognitieve taken. Dus de vraag is dan: wat is de rol van dat gen? Of heeft het meer met omgevingsfactoren te maken? Er zijn ook mensen die al heel lang in een meertalige omgeving wonen. Dus misschien dat genetica daar ook op inspeelt.”

“We zijn ook bezig om een Language and Aging Lab op te richten, waarin we dit soort samenwerkingsverbanden kunnen uitbuiten. We waren altijd een beetje een ondergeschoven kindje. Tot nu toe deed letteren bijna nooit mee in het ouderdomsonderzoek. Maar nu komt wel het besef dat taal een heel belangrijke rol speelt. Het heeft invloed op sociale netwerken; met wie je welke taal spreekt als je tweetalig bent. Om zoiets als veroudering goed te begrijpen moet je gewoon meerdere disciplines bij elkaar brengen.”

Merel Keijzer is sinds 2016 lid van de Jonge Akademie van de KNAW.

ReactiesReageer