Je leest:

Pasgeboren baby’s herkennen woordgrenzen

Pasgeboren baby's herkennen woordgrenzen

Auteur:

Italiaanse onderzoekers hebben aangetoond dat baby’s vlak na de geboorte al woordgrenzen herkennen in gesproken taal. Het is een sterke aanwijzing dat het belangrijkste ingrediënt van ons taalvermogen, het opdelen van grotere taaleenheden in kleinere, al bij geboorte aanwezig is.

Small
Tijdens een feestje is het vaak lastig om de ander te verstaan. Je moet je aandacht als een soort zaklamp richten op de spraak van je gesprekspartner, zodat je de andere geluiden kunt negeren. Al het andere geluid komt wel onbewust binnen, want als je iemand anders je naam hoort zeggen, trekt dat wel gelijk je aandacht. Dit heet het cocktailparty-effect.

Anders dan in geschreven taal, worden de woordgrenzen in gesproken taal ons doorgaans niet aangereikt. Wat we horen is gewoon een heel lange brij van klanken, en in die chaos moeten onze hersenen orde zien te scheppen. Daar zijn ze echter prima toe in staat, want zelfs in een rumoerig café lukt het ons nog om een gesprek te volgen (het zogenaamde cocktailparty-effect).

Hoe onze hersenen in staat zijn om grotere talige eenheden op te delen in kleinere bouwsteentjes, is een belangrijke vraag voor neuro-linguïstisch onderzoek. Eerder bleek al dat ons brein zich voornamelijk concentreert op het begin en het eind van een woord. Dat betekent dat we van een lang woord vooral de eerste en laatste lettergreep onthouden.

De manier waarop ons brein gesproken klankreeksen verwerkt was tot nu toe alleen onderzocht bij volwassenen en oudere kinderen. Onderzoekers van de Universiteit in Triëst en Udine in Italië hebben dit fenomeen nu ook aangetoond bij pasgeboren baby’s. Ze publiceerden erover in Developmental Science.

Bij het lezen blijkt dat we al genoeg hebben aan de eerste en laatste letter van een woord om de zin te begrijpen. De overige letters kunnen gehusseld worden:

Vlgones een oznrdeeok op een Eglnese uvinretsiet mkaat het neit uit in wlkee vloogdre de ltteers in een wrood saatn, het einge wat blegnaijrk is is dat de eretse en de ltaatse ltteer op de jiutse patals saatn. De rset van de ltteers mag wllikueirg gpletaast wdoren en je knut vrelvogens gwoeon lzeen wat er saatt. Dit kmot odmat we neit ekle ltteer op zcih lzeen maar het wrood als gheeel. (Bron: Taalcanon, Is spelling taal?)

Hersensignalen via een mutsje

De Italiaanse onderzoekers gebruikten een speciaal voor baby’s ontwikkelde techniek genaamd Near-Infrared Spectroscopy (NIRS). Deze techniek is vergelijkbaar met fMRI, een veelgebruikte techniek in het moderne hersenonderzoek waarbij de activiteit van de hersenen door middel van een computer zichtbaar wordt gemaakt in een driedimensionaal beeld.

Near-Infrared Spectroscopy (NIRS)

Ferry et al
Ferry et al

De NIRS-techniek gebruikt bijna-infrarood licht om veranderingen in de concentratie hemoglobine (een eiwit dat bloed zijn rode kleur ontleent) in de bloedvaten van de hersenschors te meten. Verhoging van activiteit in bepaalde hersengebieden gaat gepaard met een sterkere doorbloeding van zuurstofrijk bloed in deze gebieden. Hemoglobine in de rode bloedcellen verandert van structuur als het zuurstof aan zich bindt en die verandering wordt opgepikt door de NIRS-detectoren.

Aan het eerste experiment deden 32 baby’s tussen twee en vier dagen oud mee. Deze pasgeboren kindjes kregen een speciaal mutsje op dat de activiteit in hun hersenen mat. Tijdens het experiment lagen zij gewoon in een bedje te rusten terwijl ze uit twee luidsprekertjes verschillende klankreeksen te horen kregen. Ouders mochten ook in de testruimte verblijven. Een grappig detail: één baby kon niet meedoen omdat zijn haar te dik was om hersensignalen door te laten.

Grote klinkerwisseltruc

De kinderen waren verdeeld in twee testgroepen van elk zestien proefpersoontjes. Allemaal kregen ze twaalf klankreeksen te horen, bestaande uit zes lettergrepen. Bij de eerste testgroep werden die klankreeksen na één keer herhaald, maar dan werden de eerste en laatste lettergreep verwisseld. Bijvoorbeeld: si-me-bu-ta-le-fo werd fo-me-bu-ta-le-si. Bij de tweede testgroep werden alleen de twee middelste lettergrepen verwisseld. Bijvoorbeeld: si-me-bu-ta-le-fo werd si-me-ta-bu-le-fo.

Wat bleek? De eerste testgroep leek de wisseltruc wél in de gaten te hebben – afgaande op een verhoogde hersenactiviteit – maar de tweede testgroep niet. Variatie in de buitenste lettergrepen werd dus wel opgemerkt, maar niet in de middelste. Volgens de onderzoekers komt dit doordat de babyhersentjes de uiteindes van de woorden beter registreren.

Bij een tweede experiment werden nog eens zestien baby’s getest. Dezelfde klankreeksen kwamen voorbij, maar dan werd er een korte pauze van 25 milliseconden ingelast tussen de derde en de vierde lettergreep. Ook in dit experiment werden de ene keer de buitenste lettergrepen verwisseld en de andere keer de middelste. Opnieuw trad er een reactie op bij de wisseltruc met de buitenste lettergrepen. Maar terwijl er in het eerste experiment geen reactie optrad bij de wisseltruc van de middelste lettergrepen, gebeurde dat nu wel!

Kralenketting
Een zin bestaat uit woordgroepen, die op zich ook weer kunnen bestaan uit woordgroepen, opgebouwd uit woorden, uit woorddelen, en uit klanken. (Zie ook: Is een zin een kralenketting?)
Daniel, flickr.com

Aaneenrijgen van klanken

Hoe is dat te verklaren? De pauze werd blijkbaar als woordgrens herkend. Vervolgens kwamen de eerste en derde lettergreep opeens ook aan de buitenkant van een woord te staan. In plaats van het zeslettergrepige woord si-me-bu-ta-le-fo werden nu twee worden van drie lettergrepen gevormd: simebu en talefo. In dit geval werden zowel de woordgrenzen si-bu als ta-fo opgeslagen door de hersenen. Deze uitkomst lijkt te bevestigen dat de babyhersenen het woordbegin en woordeinde beter opslaan dan wat er tussenin staat.

Ons taalvermogen is vooral een vermogen om kleinere eenheden aaneen te smeden tot grotere eenheden en omgekeerd grotere bouwstenen op te delen in kleinere bouwsteentjes. En dat vermogen lijkt nu dus al bij de geboorte aanwezig te zijn.

Bron:

  • Ferry e.a., On the edge of language acquisition: inherent constraints on encoding multisyllabi sequences in the neonate brain, Developmental Science (2015). DOI: 10.1111/desc.12323
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 september 2015

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE