Je leest:

Ondergrondse mijnspin vangt mieren vliegensvlug

Ondergrondse mijnspin vangt mieren vliegensvlug

Auteur: | 16 januari 2013

Een mier loopt nietsvermoedend over de aarde, niet wetende dat daaronder zich het gangenstelsel van het huis van de mijnspin bevindt. Razendsnel rent de mijnspin naar boven, bijt de prooi met haar vlijmscherpe tanden en trekt hem haar huis in.

De gewone mijnspin  atypus affinis  mannetje. foto jap smits
Het donker gekleurde mannetje van de gewone mijnspin.
Jap Smits

Naam: gewone mijnspin, Atypus affinis Familie: mijnspinnen (Atypidae) Uiterlijk: donkerbruin tot zwart (mannetjes) of lichtbruin (vrouwtjes). Te herkennen aan vooruitstekende, zwarte kaken. Lengte: 7-9 millimeter groot (mannetjes) of 10-15 millimeter (vrouwtjes) Dieet: insecten, voornamelijk mieren, kevers en zelfs duizend- en miljoenpoten Leeftijd: de mannetje ongeveer 4 jaar, de vrouwtjes 8 tot 9 Bijzonder: het is een van de twee vogelspinsoorten in Nederland

De gewone mijnspin is een van de twee soorten mijnspinnen die in Nederland voorkomt. Je kunt haar herkennen aan haar vooruitstekende zwarte kaken. Mijnspinnen zijn de enige vogelspinnen die in Nederland leven.

De mannetjesspinnen van de gewone mijnspin zijn zeven tot negen millimeter, de vrouwtjes zijn iets groter en meten tien tot vijftien millimeter. Het mannetje is donkerbruin tot zwart van kleur, het vrouwtje is lichter en bruiner van kleur. Gewone mijnspinnen leven in Europa, van het noorden van Denemarken tot Noord-Afrika. Ook in Zuid-Engeland komen ze veel voor.

In Nederland leeft ze op hoge zandgronden, zoals het Gooi, de Utrechtse heuvelrug, de Veluwe en Noord-Brabant. De spinnen verspreiden door zich op een gesponnen draad mee te laten voeren met de wind.

Bijzonder huis

Mijnspinnen graven voor zichzelf een koker in de grond op zonnige en warme open plekken, zoals heide, grasvelden en wegbermen. Die koker kan wel 50 centimeter diep zijn en dient als hoofdverblijf. De spinnen bekleden de koker aan de binnenzijde met spinsel. In het verlengde hiervan maakt de spin een buisvormig weefsel met een gesloten einde.

Dit weefsel loopt over de grond en is vijf tot twintig centimeter lang. Het is de ‘vangbuis’ waarin de spin haar prooien, zoals mieren kevers en zelfs duizend- en miljoenpoten, vangt. Om te voorkomen dat hij teveel opvalt camoufleert ze de buis met zand of dennennaalden en mos. Wanneer een prooi over de vangbuis loopt, rent de spin er razendsnel heen en doodt de prooi met haar kaken die ze door het web heen steekt. Daarna trekt ze de prooi naar binnen.

Later repareert ze haar web zodat deze klaar is voor de volgende prooi. De spin zelf wordt gegeten door bijvoorbeeld de groene specht, die de webben uit de grond trekt.

Vrouwtje van de gewone mijnspin  atypus affinis  op een mijn. foto jap smits
Het vrouwtje van de gewone mijnspin is lichtbruin gekleurd. Als je goed kijkt kun je haar woonbuis hier ook zien.
Jap Smits

Ten prooi aan het vrouwtje

De spinnen doen er vier jaar over om volwassen te worden. Dan zijn ze klaar om te paren. Dat gebeurt in de late zomer en herfst en dat is ook de periode waarin je de grootste kans hebt om de spinnen tegen te komen.

De mannetjes gaan dan op zoek naar de huisjes van de vrouwtjes. De vrouwtjes komen zelden uit haar nest tevoorschijn, alleen bij het spinnen en repareren van haar web. Als het mannetje het vrouwtje gevonden heeft, vindt de paring plaats in haar woonbuis. Na de paring sterft het mannetje en wordt door het vrouwtje opgegeten. Hierdoor krijgt ze een mooie hoeveelheid eiwitten binnen die ze goed kan gebruiken bij het produceren van eitjes. Die eitjes legt ze in een grote cocon in de woonbuis.

Na het uitkomen van de eitjes blijven de jonge spinnetjes nog enige tijd in het nest van de moeder. Als ze het nest verlaten produceren ze een brede, lange spindraad die vaak over de planten in de buurt van het nest loopt. Doordat de jonge spinnetjes achter elkaar aan lopen zijn hun sporen vaak goed zichtbaar. Het vrouwtje kan na het vertrek van de jonge spinnen nog vele jaren leven en acht tot negen jaar oud worden.

Spin van het jaar

De gewone mijnspin is dit jaar uitgeroepen tot spin van het jaar. Ieder jaar kiest de European Society of Arachnology een spin die de titel mag dragen. Doel van het project is om het onderzoek naar die spinnensoort te stimuleren en in heel Europa nieuwe gegevens te verzamelen over onder andere de verspreiding.

Dit jaar is het de bedoeling dat de verspreiding van de gewone mijnspin nauwkeuriger in kaart wordt gebracht. Heb je de spin gezien en/of zijn je bijzondere dingen opgevallen? Geef dat dan door aan spinnendeskundige Peter van Helsdingen van Naturalis: Mail naar [email protected] Begin 2014 worden de resultaten gepubliceerd.

Bron:

1/14

Leven in de ondergrond

Ze hebben geen aaibare vachtjes, imponerende kleuren of glanzende Disney-ogen. Maar wie bodemdieren van dichtbij bekijkt, ontdekt dat ze over een fascinerende schoonheid beschikken. Bovendien zijn ze van onschatbare waarde voor onze ondergrond. Zonder bodemleven geen vruchtbare akkers en weelderige tuinen. Daarom op Kennislink de komende tijd een serie Bodemdiertjes.

1/14

Het raderdiertje

Het raderdiertje kan jaren uitgedroogd in een soort slaaptoestand verkeren, heeft al miljoenen jaren geen seks gehad en weet parasieten op een slimme manier van zich af te schudden. Klein als hij is, is dit bodemdiertje bijzonder succesvol. Lees verder over het raderdiertje

Wikimedia Commons, CC BY SA 3.0
1/14

De duizend- en miljoenpoot

Hun naam zegt niet zoveel over het aantal poten en de lengte van deze kruipers varieert gigantisch. Maar in welke vorm ook, ze zijn erg nuttig voor onze bodem. Ze recyclen dood plantaardig materiaal en houden planten knagende dieren bij planten weg; een goede zaak voor de koolstofkringloop. Lees meer over de duizend- en miljoenpoot

1/14

De mol

Bijna blind rent hij door zijn smalle gangenstelsel en graaft met een enorme kracht er nog wat tunnels bij. Als hij een worm tegenkomt sprint hij er op af, verlamt hem en legt hem in de voorraadkamer. Dan heeft hij later ook nog wat. Lees meer over de mol

1/14

De mijnspin

Een mier loopt nietsvermoedend over de aarde, niet wetende dat daaronder zich het gangenstelsel van het huis van de mijnspin bevindt. Razendsnel rent de mijnspin naar boven, bijt de prooi met haar vlijmscherpe tanden en trekt hem haar huis in. Lees meer over de mijnspin

1/14

De slijmzwam

Ze hebben uiteenlopende namen van Heksenboter en Bloedweizwam tot Zilveren boomkussen. Ze kunnen zonder hersenen hun weg door een doolhof vinden en zijn zelfs in staat een robot te besturen. De slijmzwam is een intelligentere bodembewoner dan je denkt. Lees meer over de slijmzwam

1/14

De bodemmijt

Zet op een willekeurige plek in het bos je schep in de grond en je haalt zo honderden mijten omhoog. Deze kleine beestjes hebben een uiteenlopend dieet en verzamelen dat al zuigend, stekend of zagend bij elkaar. En ze zijn ook nog eens reuzesterk. Lees meer over de bodemmijt

1/14

De loopkever

Veertig procent van alle insectensoorten die we kennen zijn kevers. Sommigen wonen in een grot in de bergen, anderen zitten in een boomtop van het tropisch regenwoud. Soms vormen ze zelf een plaag, soms worden ze juist ingezet om plagen te voorkomen. En klein als ze zijn weten ze zich goed te verweren, dat ondervond Darwin zelfs al tijdens een van zijn reizen. Lees meer over de loopkever

1/14

De bodemschimmel

Hoewel je bij een schimmel misschien snel aan de groene spikkels op je bedorven appel of brood denkt, zijn er veel meer soorten. De soorten die in de bodem leven bijvoorbeeld. Bodemschimmels kunnen een heel groot deel van de biomassa onder de grond beslaan. Ze komen in alle soorten en maten voor en spelen een hele belangrijke rol in de ecosystemen van de bodem. Lees meer over bodemschimmels

1/14

De mier

Geen soort zo sterk, geen soort die zo goed samenwerkt. Geen soort met zoveel opmerkelijke eigenschappen. Je vindt ze overal, behalve op de polen. Waar je ook ter wereld even goed om je heen kijkt in het zand zie je ze alweer lopen. Mieren. Soms met tientallen, soms met miljoenen tegelijk. Alhoewel ze soms heel irritant kunnen zijn, zijn ze bovenal bijzonder indrukwekkend. Lees meer over de mier

1/14

Het beerdiertje

Als een klein bolletje wordt hij meegenomen door de lucht. Zwervend van plek naar plek. Plots komt hij in een plasje water terecht en binnen een paar minuten ontvouwen zich vier paar pootjes onder het dikke bolletje vandaan. Aan ieder pootje zit een klein klauwtje. Oogjes heeft het niet. Met zijn kleine, koddige, bolle lijfje en acht pootjes begint het beerdiertje heel langzaam rond te kruipen. Hij is net wakker geworden na enkele jaren slaap. Lees meer over het beerdiertje

1/14

De springstaart

In één sprong overbruggen ze met gemak een afstand van zo’n acht centimeter. Geen kunst? Wel wanneer je bedenkt dat springstaarten zelf een lengte van enkele millimeters hebben. Ruim een factor tien verschil, dus. Alleen: wat doen zulke goede springers ondergronds? Lees meer over de springstaart

Steve Hopkin
1/14

De pissebed

Ze hebben hun naam en hun uiterlijk niet mee, maar pissebedden zijn onmisbaar voor onze bodem. Ze recyclen plantaardig materiaal en dragen zo bij aan de koolstofkringloop. Gezond voor de ondergrond dus, en mogelijk zelfs gezond voor ons! Lees meer over de pissebed

1/14

De regenworm

Platgetrapt op het trottoir zien we ze weleens, of hulpeloos bungelend in een merelsnavel. Misschien tijdens een middagje spitten in de tuin. Maar we worden vooral indirect met regenwormen geconfronteerd, door het nuttige bodemwerk dat ze verrichten. Door te graven, te ploegen en te composteren zorgen ze voor een vruchtbare ondergrond. Lees meer over de regenworm

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 januari 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.