Bzz bzz, bzz bzz: de telefoon gaat. ‘Mam’, lees je op het scherm. Met een beetje tegenzin neem en sta je op. De ruim twintig minuten die volgen, zijn goed voor duizend stappen door de kamer. Waarom gaan we ijsberen wanneer we bellen?
Zou je moeder tegenover je op de bank zitten, dan blijf je waarschijnlijk zitten terwijl je met haar praat. Je zou hooguit opstaan voor de volgende kop thee. Maar wanneer ze belt, gaan we ineens lopen tijdens het gesprek. Hoe kan dat? Een mogelijke verklaring is dat bellen onnatuurlijk is. Tussen de vuistbijlen, speerpunten en potscherven hebben archeologen nooit prehistorische telefoons gevonden. Met iemand praten zonder diegene te zien, doen we pas honderd jaar. Het geeft ons een raar gevoel. Om dat rare gevoel te beteugelen, gaan we aan de wandel.
Gedragsbiologen noemen het overspronggedrag. Twee Nederlanders schreven erover in 1940. Adriaan Kortlandt bestudeerde onder andere aalscholvers, Niko Tinbergen keek naar sneeuwgorzen. Wanneer vogelmannetjes tegenover elkaar komen te staan, doen de rivalen vaak iets dat niets met vechten of met vluchten te maken heeft. Een beetje naar de grond pikken bijvoorbeeld. Tinbergen schreef dat de gorzen niet diep genoeg pikken om daadwerkelijk voedsel op te pakken en dat ze geen eten in hun snavel kregen. Waarom doen de dieren dat?
Even warmdraaien
Vogels die niet kunnen kiezen tussen vechten of vluchten, gaan iets doen dat hoort bij een heel ander gedragspatroon. Naar de grond pikken komt bijvoorbeeld uit het gedragspatroon dat hoort bij eten. Ook mensen vertonen overspronggedrag. Bijvoorbeeld wanneer je een moeilijke vraag krijgt. Het zou zomaar kunnen dat je ineens op je hoofd begint te krabben. Terwijl de vraag geen jeuk veroorzaakt. Wanneer de telefoon gaat, mis je de gebaren en de gezichtsuitdrukkingen van de ander. Dat geeft een verwarrend gevoel en dan helpt het om heen en weer te gaan lopen. Maar er is meer.
“Ik loop nu ook heen en weer”, zegt Erik Scherder, “maar dat is ook omdat ik in het buitenland ben en het bereik is niet overal even goed.” Op zijn vakantieadres is de hoogleraar neuropsychologie aan de Vrije Universiteit en bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen toch even de literatuur in gedoken. “Zodra je gaat bewegen, activeer je de hersenen”, zegt Scherder. In het bijzonder noemt hij de hippocampus. “Die is belangrijk bij het geheugen.” Voor een gesprek moet je in je geheugen graven. Je zal ook nieuwe informatie krijgen die je opslaat in je brein. En je moeder zal van je verwachten dat je de lijn van het gesprek vasthoudt en weet wat ze net verteld heeft.
“De hippocampus is ook belangrijk bij navigatie”, voegt Scherder toe. In een onderzoek onder Londense taxichauffeurs bleek dat zij een veel grotere hippocampus hebben dan buschauffeurs, die altijd vaste lijnen rijden. “Zodra je gaat lopen, moet je navigeren. Dus heb je je hippocampus nodig.” Tegelijkertijd draait je geheugen warm. Bovendien schakelt lopen het netwerk in dat je alert maakt, zegt Scherder. “Je let beter op en bent meer geconcentreerd.”
Hetzelfde ritme
Een derde verklaring die de hoogleraar vond in de literatuur gaat over flexibel denken. “Doordat je gaat bewegen, gaat het hart sneller kloppen. Daardoor wordt de doorbloeding van het brein beter.” De zogeheten ‘dopaminerge banen’ profiteren daarvan, aldus Scherder. Ze staan in verbinding met de frontale gebieden. “En die spelen een rol in flexibel denken.” Het zorgt ervoor dat we sneller kunnen schakelen. “Tjak-tjak. Dat is de derde factor.”
“Ik zag nog een verklaring die ging over ritme. Als je loopt, heb je een ritme. En als je praat ook.” Het zou kunnen dat het loopritme ook het spraakritme verbetert. Plus: wanneer we samen lopen, komen we in hetzelfde ritme. We hebben dan iets gemeenschappelijks. En wat als ma op bezoek komt? Moeten we dan door de kamer gaan lopen terwijl de thee afkoelt? Dat hangt af van het gesprek. Als we samen lopen en praten, voelen we ons sterker met elkaar verbonden. “Het is bekend dat je een moeilijk gesprek om die reden beter lopend kunt doen.” Maar de koetjes, kalfjes, ‘wat hebben jullie gegeten gisteravond, wij eten vanavond gehaktbal’ kun je waarschijnlijk wel zittend af.