Als individu kun je op allerlei manieren bijdragen aan het vergroenen van je directe omgeving. Je kunt bijvoorbeeld nestkastjes ophangen. Wat is het effect van vogelhuisjes?
Vogelhuisjes zijn een prachtig voorbeeld van hoe stad en natuur samen kunnen gaan. En het mooiste eraan: of je nu een gigantische tuin hebt of een appartement op vijfhoog: ieder huis heeft wel plek voor een nestkastje. Zulke nestkastjes zijn belangrijke broedplekken voor vogelsoorten die vooral in de stad wonen. En dat zijn er wereldwijd heel wat, vertelt natuurbeschermer Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland. Namelijk zo’n één op de twintig. Het zijn vooral de ‘gewone’ soorten, zoals de huismus en koolmees. Huisvesting voor deze soorten is erg belangrijk, want het gaat daar steeds slechter mee.
Dat heeft een aantal oorzaken, vertelt Roeke. “Enerzijds vindt er een algemene verstedelijking plaats, wat ervoor zorgt dat vogels minder plekken hebben om te broeden en om voedsel te verzamelen. Dat gaat zo snel, dat zelfs de soorten die het beste aanpassingsvermogen hebben dit niet meer bij kunnen benen.” Anderzijds zijn we onze eigen huizen beter gaan isoleren. “Kieren en gaten waar vogels of vleermuizen zich eerder nestelden, komen daardoor nauwelijks meer voor. Dat is goed voor het milieu, maar niet voor de biodiversiteit.”
Verplichte neststenen
Om onze huizen opnieuw te delen met deze stadsdieren, spraken natuurbeschermingsorganisaties samen met de bouwsector af om nieuwbouwwoningen voortaan verplicht te voorzien van zogenaamde ‘neststenen’. Dat zijn vogel- en vleermuishuisjes die in de constructie van de woning gemetseld kunnen worden. Ondanks het enthousiasme van betrokken partijen én een meerderheid in de Tweede Kamer zette minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke eind vorig jaar toch een streep door het plan. Enorm zonde, volgens Roeke. “Omringd zijn door vogelgeluiden is niet alleen goed voor je gezondheid, vogels zijn ook een belangrijke ecologische schakel in de wijk.”
Zo eten gierzwaluwen bijvoorbeeld 60.000 insecten per dag. Zijn die er niet, dan kunnen er heuse insectenplagen ontstaan. Dat zie je volgens de natuurbeschermer nu regelmatig gebeuren in nieuwbouwwijken die als klimaatadaptatie-maatregel stroken aanleggen waar water een langere tijd in kan staan. Als er geen plekken voor vogels zijn om zich te vestigen, krijgen bepaalde insectensoorten zoals muggen hier de overhand. “Al die zaken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je moet daarom altijd naar het hele systeem kijken, nooit naar een enkele oplossing.”
Nu het kabinet is gevallen, en minister Keijzer vanwege haar extra portefeuille Asiel en Migratie weinig tijd meer heeft voor groene initiatieven, ziet Roeke de natuurbeschermende maatregel voorlopig stranden. Daarom vraag ik me af: wat kunnen we zelf doen om de stad beter te delen?
Nestkastje met versieringen in de tuin van Myrte
Myrte NoweeWat gewoon is, moet gewoon blijven
In mijn eigen achtertuin heb ik vier nestkastjes hangen. Eén standaard rechthoekig houten huisje, twee van kokos – ontworpen voor de vliegenvanger – en een blauwe in een soort halve maanvorm met leuke versieringen. Hoewel er elke dag vele vogels in de tuin te vinden zijn, heb ik ze nog nooit in een van de huisjes gezien. Dat kan aan de kastjes liggen, vertelt Roeke me. “Tierelantijntjes en felle kleuren zijn vooral voor de mensen leuk. Vogels hebben liever een natuurlijk ogend nestje, zoals van hout.”
Verder moet je je volgens Roeke niet alleen afvragen welke soorten je wíl zien, maar ook welke soorten al aanwezig zijn in de tuin. “Je kan bijvoorbeeld wel een nestje uilen willen huisvesten, maar als je tuin zich daar niet voor leent dan heeft dat weinig zin.” Mijn vliegenvangerhuisjes zijn dus wel erg leuk (én van natuurlijke materialen), maar misschien toch iets te specialistisch in mijn stadse omgeving. Ik kan me volgens hem beter richten op soorten als de koolmees, pimpelmees, huismus, roodborst en winterkoning. Dat lijkt misschien saai, maar levert veel op, aldus Roeke. “Zo zorg je dat veel voorkomende vogels dat ook blijven.”
Tips en tricks
Een standaard kastje dus. En dan? Zorg dat de opening van je nestkast niet naar het westen hangt, adviseert Roeke. De meeste wind is afkomstige van de Atlantische Oceaan, en de regen waait dus ook sneller die kant op naar binnen, legt Roeke uit. Kastjes gericht op het zuiden kunnen in de zomer juist weer te warm worden: het noordoosten is dus ideaal. “Hang hem niet te laag om het katten niet te makkelijk te maken, en let op de aanvliegroutes. Ze moeten veilig het kastje kunnen bereiken.”
Struiken naast een kastje kunnen daar bijvoorbeeld bij helpen. Een vogelhuisje op een kale muur kan ook succesvol zijn, maar zorg dan dat er binnen 5 à 6 meter wel iets van beschutting te vinden is. Los van de veiligheid is voedsel en water ook erg belangrijk. Kies voor inheemse en gifvrije planten en iets van een vijver of waterbak. “In betegelde tuinen met Boeddhabeelden en palmbomen kun je ook een nestkast ophangen, maar de kans dat daar iets gaat broeden is heel klein.”
Een vogelhuisje voor een vliegenvanger in de tuin van Myrte
Myrte NoweeToch laat de natuur zich lastig voorspellen, geeft Roeke toe. “Sommige vogels trekken direct een kastje in, terwijl anderen wel drie jaar voordat ze gaan broeden al hun toekomstige nestkast bezoeken. Het is dus ook een kwestie van geduld.” Wanneer ik hem vertel dat mijn buren niet alleen ín hun gierzwaluwkast nestjes hebben maar ook erbovenop, moet hij lachen. “Soms zijn we zo druk bezig met wat ideaal zou zijn, dat we teleurgesteld zijn als iets niet helemaal uitpakt zoals we het in gedachten hadden. Dat is juist een de mooiste dingen van de natuur: ze laat maar weinig kansen onbenut.”
Groen doen
Als individu kun je op allerlei manieren bijdragen aan het vergroenen van je directe omgeving. Maar welke maken echt een verschil? En hoe makkelijk zijn ze uit te voeren?