Je leest:

Het eenzame lot van de mens in het heelal

Het eenzame lot van de mens in het heelal

Vijf menselijke drama’s in de kosmos: deel 4

Auteurs: en | 24 juni 2022

Wij lijken eenzame zielen in een levenloos universum. Intensief zoeken we naar sporen van aliens. De gigantische ruimtetelescoop James Webb is de volgende troef in handen van wetenschappers. Waarom vindt de mens het zo onverteerbaar om alleen te zijn?

Over deze serie

Op 25 december 2021 vond de langverwachte lancering van ruimtetelescoop James Webb plaats, die ons een nieuw en haarscherp beeld op de kosmos zal geven. Het universum blijkt een plek waar we veel herkennen van wat we op aarde meemaken. Het blijkt zelfs onvermijdelijk dat we de vele raadselen van het menselijke bestaan projecteren op al het wonderlijke dat we in de kosmische diepten zien. Van de geboorte van sterren tot de eenzaamheid die spreekt uit de massa’s onbewoonbare exoplaneten die we ontdekken.

In deze reeks beschouwen astronomieredacteur Roel van der Heijden en hoofdredacteur en filosoof Leon Heuts de kosmos door onze gekleurde menselijke bril in vijf delen: geboorte, zichtbaarheid, ouderdom, eenzaamheid en de dood.

Ga onder een sterrenhemel staan en bijna automatisch bekruipt je het gevoel dat er zich rond die ontelbare sterren toch érgens buitenaards leven moet bevinden. Volgens sommige wetenschappers zijn er meer sterren (en planeten) in het zichtbare universum dan dat er zandkorrels op de stranden van de aarde liggen. Dat is lastig precies vast te stellen, maar zelfs al zouden er wat minder planeten zijn, dan illustreert de uitspraak toch de schier oneindige hoeveelheid kosmische plekken waar leven zich kan bevinden. We kúnnen eigenlijk niet alleen zijn… Toch!?

‘Waar zijn ze dan?’ Dat zou de Italiaanse natuurkundige Enrico Fermi in 1950 hebben gezegd tegen collega’s toen ze het tijdens een wandeling hadden over het aan de ene kant overweldigende aantal mogelijkheden op leven in het heelal en aan de ander kant de ‘Grote Stilte’. Ruim zeventig jaar later is er nog steeds geen enkel bewijs voor het bestaan van buitenaardse wezens. Niet van een galactisch imperium noch sporen van simpel bacterieel leven op een (exo)planeet (waarvan we er inmiddels meer dan 5000 kennen). De schijnbare tegenstelling tussen de mogelijke kans op leven en het dode heelal is sindsdien de Fermiparadox gaan heten.

Ruimtetelescoop James Webb gaat misschien antwoord geven op deze grote vraag, of op zijn minst de knoop van de paradox iets losser maken. Zo neemt hij exoplaneten onder de loep en kijkt wat voor chemische stoffen er in de atmosfeer zitten. Misschien zit er een teken van leven tussen, al is het maar de aanwezigheid van een stof die lastig te verklaren is zónder leven. Zo’n spoor is tot nu toe nog niet gevonden ondanks de duizenden telescopen waarmee we het heelal in turen. Is er misschien een goede verklaring voor een (vrijwel) levenloos universum? En waarom zou dat zo onverteerbaar zijn voor ons?

Knagende eenzaamheid

De Fermiparadox knaagt steeds harder aan de mens. In de tijd van Fermi was de Haletelescoop de grootste op aarde met een diameter van ruim vijf meter. Nu bouwen we op aarde telescopen met spiegels van wel veertig meter en draaien er om de aarde (waar waarneemcondities veel beter zijn) exemplaren die groter zijn dan Hale, zoals de James Webb Space Telescope. Generatie na generatie werden de telescopen beter en ze vonden niets levends. Laten we hiervoor een aantal mogelijke verklaringen bekijken.

De spiegels van ruimtetelescoop James Webb in het laboratorium. De totale diameter van de spiegels is 6,5 meter.

Misschien ís er simpelweg geen (intelligent) buitenaards leven, geen groene mannetjes met wie we eens een boom kunnen opzetten over de zin van het leven. Er moet zo gezien een soort ‘filter’ zijn dat voorkomt dat er veel kosmische beschavingen zijn, dat verhindert dat dode materie zich kan ontwikkelen tot levende wezens. Dat kan bijvoorbeeld een natuurlijke barrière zijn of een reden waarom beschavingen ten dode zijn opgeschreven. Zo’n hindernis voor het leven heeft mogelijk ook consequenties voor ons eigen voortbestaan. Als het filter achter ons ligt op de evolutionaire tijdsschaal (bijvoorbeeld: het is ontzettend moeilijk om meercellig leven te vormen), dan moeten we concluderen dat de mens geluk heeft gehad en de enige of een van de weinig beschavingen is die het wél ‘gehaald’ heeft. Als het filter voor ons ligt (bijvoorbeeld: intelligent leven zal zichzelf onherroepelijk vernietigen), tja, dan hebben we een probleem.

Een andere verklaring kan zijn dat het leven er wél is, maar dat het ongelofelijk moeilijk is om het te vinden. De afstanden in het heelal zijn duizelingwekkend groot. Zelfs onze buursterren staan zó ver weg dat James Webb er geen ‘details’ van kan zien, om over de nog kleinere planeten eromheen nog maar te zwijgen. We moeten het doorgaans doen met lichtpuntjes, waar we met slimme trucjes allerlei informatie uit persen (dat kan door minutieus naar het soort licht te kijken of door ‘dipjes’ in het sterlicht te bestuderen die planeten veroorzaken als ze een deel van de ster bedekken). En stel je wilt communiceren met beschavingen aldaar, dan moet je een verdomd krachtig radio- of lichtsignaal de ruimte in sturen. Ook een minuscule (onbemande) ruimtesonde naar een buurster sturen zit op de rand van wat technisch op papier mogelijk is.

We kunnen ook te maken hebben met contactschuwe aliens. Misschien nemen ze de telefoon bewúst niet op, om redenen die onze pet te boven gaan. In menig sciencefiction-boek stikt het in het universum van bloeddorstige buitenaardse wezen die alles vernietigen wat er op hun pad komt, als een soort kosmische wolven. Je kunt je eigen bestaan dan beter niet rondzingen. Een andere theorie is dat we als beschaving simpelweg nog te primitief zijn, en dat de andere kant ‘wacht’ tot het punt dat ze ons waardig achten voor een toetreding tot de galactische orde. Tot slot is het lastig om te bepalen waar we naar op zoek zijn als we de hemel afstruinen naar leven, onherroepelijk kijken we door een (te) ‘menselijke’ bril naar het firmament.

Je kunt je afvragen of dit überhaupt zinnige wetenschappelijke vragen en theorieën zijn. Kúnnen we hier ooit een antwoord op krijgen? Naarmate onze zoektocht vordert met steeds fijngevoeligere apparatuur, lijkt het ook steeds onwaarschijnlijker dat we plots een helder en ondubbelzinnig ‘antwoord’ gaan krijgen. Maar zeg nooit nooit, en het levert per slot van rekening wel voer op voor een mooie filosofische verkenning.

Een overzicht van de tien belangrijkste ontdekkingen van aliens, die later toch geen buitenaards leven bleken te zijn:

Slide

1/10

10. Sporen van oerbacteriën
Sporen van zeer vroeg leven op aarde. De zwarte vlekjes zijn waarschijnlijk van bacteriën die 3,5 miljard jaar geleden op aarde leefden
Dat het sowieso lastig is om sporen van leven aan te tonen blijkt wel uit onderzoek op de planeet … aarde! Wetenschappers discussiëren al jaren over vermeende sporen van vroeg aards leven dat tussen de 3,5 en 4 miljard jaar geleden de planeet bevolkte (de aarde is 4,5 miljard jaar oud). Het gaat daarbij niet om lopende of zwemmende beestjes, maar om relatief simpele oerbacteriën. De sporen waar het om gaat zijn versteende, kegelachtige laagjes die zijn achtergelaten door groepen bacteriën die zelf allang zijn verteerd. De moeilijkheid zit in de beoordeling of de structuren toch niet op een andere manier zijn te verklaren, zonder de tussenkomst van de eencelligen organismen. Hoe en waar het leven op aarde ontstond, is nog net zo goed een openstaande vraag als de vergelijkbare kwestie in de rest van het heelal.

Slide

1/10

9. Neergestorte ufo bij Roswell
Op 8 juli 1947 crasht er volgens diverse Amerikaanse kranten een vliegende schotel bij het plaatsje Roswell in de Amerikaanse staat New Mexico. Zelfs de Amerikaanse luchtmacht bevestigt het ongeluk in een persbericht, maar trekt dat overigens snel weer in. Het zogenoemde Roswell-incident is ongetwijfeld een van de meest legendarische waarnemingen van ufo’s in de geschiedenis. Inmiddels is duidelijk dat het om een hoax gaat die begon met de resten van een neergekomen weerballon, zoals glimmende folie, gevonden door de eigenaar van een ranch. Ook voor ontelbare andere ufo-waarnemingen ontbreekt overtuigend bewijs dat er stiekem groene mannetjes door onze dampkring vliegen.

Slide

1/10

8. Kanalen op Mars
Jarenlang bestudeerde de Amerikaanse astronoom Percival Lowell (1855-1916) Mars met zijn telescoop en was er zeker van: op het oppervlak van de rode planeet zag hij het werk van Marsmannen. Zij hadden daar kolossale kanalen gegraven. Deze ‘kanalen’ werden eerder al beschreven door de Italiaan Giovanni Schiaparelli, maar Lowell was uiteindelijk de grootste voorvechter van het idee dat er op onze buurplaneet een intelligente beschaving aan het spitten was. De kunstmatige kanalen op Mars die Lowell zag, bleken niet te bestaan – de Marsmannetjes ook niet. Het wazige beeld van de planeet door telescopen van die tijd bood te veel ruimte voor speculatie.

Slide

1/10

7. Ruimteschip of ruimterotsblok?
Het langwerpige object Oumaumua van naar schatting 150 bij 400 meter raast in 2017 en 2018 met zo’n 160.000 km/h door ons zonnestelsel en houdt daarmee de gemoederen flink bezig. Vanaf de aarde worden er telescopen en radarinstallaties op gericht en onderzoekers luisteren of er misschien radiosignalen vanaf komen. Die radiosignalen zijn er niet, scherpe beelden evenmin. En ondanks geruchten dat het om een buitenaardse ruimteschip gaat, zijn verreweg de meeste astronomen ervan overtuigd dat het een snel roterend ruimterotsblok is. Dat het object vreemd genoeg lijkt te versnellen als het ons zonnestelsel verlaat, is te verklaren door uit het opgewarmde object ontsnappende gassen, zoals dat ook bij kometen gebeurd. Oumaumua is de eerste bekende interstellaire bezoeker, dus bijzonder is hij sowieso, al is het maar een rotsblok.

Slide

1/10

6. Kleine groene mannetjes laten zich horen
Een zogenoemde neutronenster.
In 1967 ontdekt astronoom Jocelyn Bell Burnell met een radiotelescoop een signaal dat ze niet kan verklaren. Het is alsof ze een klok hoort tikken met een ijzeren regelmaat van 1,34 seconden. Niemand kan het signaal verklaren en al snel geven de betrokken onderzoekers het object de bijnaam LGM-1, ofwel little green men-1 (kleine groene mannetjes). Was dit werkelijk een teken van een buitenaardse beschaving? Nog datzelfde jaar vinden Bell Burnell en collega’s meerdere van deze vreemde repeterende bronnen, maar ze sluiten uit dat het om buitenaards leven gaat. Later wordt duidelijk dat de onderzoekers snel draaiende zogenoemde neutronensterren ontdekten, compacte en zware overblijfselen van uitgebrande sterren. Aan twee kanten stuurt zo’n hemellichaam een sterke bundel van radiostraling de ruimte in. LGM-1 draait in precies 1,34 seconden om zijn as en schijnt als een soort vuurtoren steeds heel even op de aarde.

Slide

1/10

5. Wachten op antwoord
De boodschap (link) die met de Arecibo-telescoop (rechts) in 1974 de ruimte in is gezonden.

Wikimedia commons, Arne Nordmann via CC BY-SA 3.0; H. Schweiker/WIYN and NOAO/AURA/NSF via CC BY 4.0

Waarom zou je zoeken als je zelf gevonden kunt worden? In 1974 sturen wetenschappers onder leiding van astronoom en wetenschapspopularisator Carl Sagan een radioboodschap de ruimte in. Het is een enigszins cryptische boodschap, waarin informatie is verwerkt over onze chemische opbouw, ons DNA en het zonnestelsel. Ze hopen dat een buitenaardse beschaving het ooit opvangt. Tot nu toe heeft E.T. echter nog niet teruggebeld. Misschien moeten we wat meer geduld hebben: de boodschap werd gericht op een groep sterren op een afstand van zo’n 25.000 lichtjaar, waardoor een antwoord al gauw 50.000 jaar op zich laat wachten. Sagan is ook betrokken bij de gouden platen die aan de Voyager-ruimtesondes hangen. Ze reizen nu met zo’n 60.000 km/h de ruimte in. Op die platen staan ‘geluiden van de aarde’ en een beschrijving van de locatie van onze planeet. Of ze ooit (heelhuids) in handen van buitenaardse wezens komen, is de vraag; de sondes zijn namelijk niet gericht op specifieke sterren.

Slide

1/10

4. Buurbacteriën
Venus gezien door de Amerikaanse ruimtesonde Mariner 10 in 1974.
In 2020 is er consternatie over een signaal dat onderzoekers oppikken van onze buurplaneet Venus. De wetenschappers schrijven dat ze met een grote telescoop vanaf de aarde een spoor van de chemisch stof fosfine hebben ontdekt in de atmosfeer van Venus. Deze (giftige) stof wordt op aarde onder meer gemaakt door bacteriën. Omdat de betrokkenen het natuurlijke ontstaansproces zonder bacteriën onwaarschijnlijk achten, trekken ze de conclusie dat er mogelijk micro-organismen aan het werk zijn. Andere wetenschappers zijn voorzichtig en stellen dat we de chemische processen op Venus nog niet goed kennen. Achteraf blijkt dat er fouten zijn gemaakt in de verwerking van de signalen van de telescoop. Daarmee komen de conclusies op losse schroeven te staan.

Slide

1/10

3. Tabby’s ster
Van de miljoenen sterren die astronomen bestuderen, trekt KIC 8462852 ofwel Tabby’s ster in 2015 opeens de aandacht. Al jaren laat de ster ongewone variaties in helderheid zien. Op een gegeven moment verliest de ster in korte tijd zelfs 22 procent van zijn helderheid. Een van de geopperde verklaringen is dat aliens rondom de ster een gigantisch bouwwerk maken. Uiteindelijk vinden astronomen ook een natuurlijke verklaring: botsende kometen rondom de ster kunnen grote hoeveelheden gas en stof de ruimte in slingeren die de ster tijdelijk ‘verduisteren’. Sindsdien is de ster veelvuldig onderzocht, maar er zijn geen tekenen van leven gevonden.

Slide

1/10

2. Actieve Marsgrond
De Vikinglanders die in 1976 als eerste een (volledig) succesvolle lading op Mars maken, hebben vier experimenten aan boord om te onderzoeken of er leven is op de rode planeet. Drie van de vier experimenten vinden niets, maar één experiment levert opmerkelijke resultaten op. Wanneer er aan een geïsoleerd bodemmonster ‘voedingsstoffen’ worden toegevoegd, komt er acuut een aantal gassen vrij. Volgens de betrokken wetenschappers kan dat een teken zijn dat er bacteriën in de bodem zitten die de voedingsstoffen omzetten in gassen, zoals koolstofdioxide. Later vinden onderzoekers een andere niet-biologische verklaring voor de vrijgekomen gassen, waaronder reactieve zouten in de Marsgrond. In combinatie met de negatieve resultaten uit de andere experimenten zijn de meeste wetenschappers ervan overtuigd dat Viking géén Marsleven vond.

Slide

1/10

1. Wow!
Het is augustus 1977 als astronoom Jerry Ehman gegevens van het Ohio State University Radio Observatory bekijkt. De radiotelescoop was een paar dagen daarvoor gebruikt voor de zoektocht naar radiosignalen van buitenaardse beschavingen. Al snel trekt een 72 seconden durend signaal zijn aandacht. De wetenschapper ziet een eenmalige, maar krachtige piek in het radiospectrum. “Wow!”, schrijft hij in de kantlijn. Ehman en andere astronomen zoeken in de jaren daarna naar een herhaling van het signaal, maar vinden niets. Sommigen beschouwen het ‘Wow!-signaal’ als een van de sterkste kandidaten voor een boodschap van buitenaardse beschavingen, ook al lijkt het verder geen gecodeerde informatie te bevatten. Velen deden al een poging om een natuurlijke verklaring voor het signaal te vinden. Misschien is het een natuurlijke verre radiobron die sterk varieert, of een komeet die een ‘radiopiek’ veroorzaakt, of zelfs een stuk ruimtepuin dat een aards radiosignaal weerkaatst. Al met al is er nooit een echt bevredigende verklaring gevonden voor het signaal.

Het onverschillige universum

Waarom vinden we het zo belangrijk dat ‘daarbuiten’ ergens leven is? De vraag of er leven is buiten de aarde kun je rekenen tot de grootste openstaande wetenschappelijke vragen van het moment. Maar hoezo zijn we eigenlijk alleen? Er leven acht miljard mensen op deze aardbol, nog los van alle flora en fauna. De menselijke geschiedenis begon grofweg ruim drie miljoen jaar geleden toen we eenvoudige stenen werktuigen begonnen te vervaardigen. We hebben tienduizenden jaren aan opkomst en ondergang van beschavingen te bestuderen. Hoe kunnen we dan ooit alleen zijn?

Wie het universum in tuurt, wordt gegrepen door een merkwaardige paradox. Onmiskenbaar word je betoverd door de schoonheid, maar tegelijkertijd bekruipt je het gevoel dat om dit blauwe bolletje heen er niets is dan onverschilligheid. Niet eens een Kwaad, maar simpelweg onverschillig. ‘Blind voor de kwesties van goed en kwaad’, zoals De Britse filosoof Bertrand Russell dat beschrijft. En blijkbaar is deze onverschilligheid maar moeilijk te verdragen – niet alleen voor filosofen, maar evengoed voor dichters en wetenschappers. Richard Dawkins beschrijft in River out of Eden deze onverschilligheid als ‘meedogenloos’. Dit is voor hem ‘één van de moeilijkste lessen voor mensen om te leren’. ‘We kunnen niet toegeven dat dingen goed noch kwaad zijn, of wreed noch vriendelijk, maar simpelweg gevoelloos voor al het lijden, zonder enig doel.’

Heeft kunst betekenis als niemand het kan bekijken? Het schilderij ‘Sterrennacht’ van Vincent van Gogh uit 1889.

Er zijn verschillende vormen van eenzaamheid. We kunnen ons eenzaam voelen omdat we verstoken zijn van menselijk contact, hunkerend naar wat aandacht. En er is de eenzaamheid van mensen die niet gehoord of gezien worden, ook al zijn er anderen om hen heen. Denk aan een ruzie met je partner, die maar niet wenst te begrijpen wat jij bedoelt. Maar de eenzaamheid waar we het hier over hebben, die zelfs niet met acht miljard mensen en talloze beschavingen te verdrijven is, is van een andere orde. Het getuigt van de onpeilbare kloof tussen de wereld van goed en kwaad, waar ‘dingen ertoe doen’, en de koude, gevoelloze wereld daarbuiten. Misschien zijn we bang dat die gevoelloze en nihilistische wereld de onze binnen sluipt.

Mensen kunnen niet anders dan waarde toekennen aan wat ze doen. Kinderen grootbrengen vinden we van meer waarde dan alleen een genetische reproductie. Poëzie, kunst, filosofie, theater, wetenschap, liefde, vriendschap – we noemen ze ‘goed’. Evenzeer duiden we zaken als ‘slecht’: oorlog, geweld, misbruik. Het gevoel alleen te zijn in het universum, suggereert dat alles wat we hebben opgebouwd, in die tienduizenden jaren van menselijke beschaving, er niet toe doet. En gezien het feit dat het bestaan van de menselijke soort hoe dan ook slechts een fractie zal zijn op de kosmische tijdschaal, valt daar nog wat voor te zeggen ook. Heeft een sonnet van Shakespeare nog betekenis, zelfs als er niets of niemand meer is die haar kan lezen? Is de Holocaust nog steeds een gruwelijke misdaad, als niemand ze kan herdenken?

Dus zoeken we naar gezien worden, erkenning – misschien een intelligente soort die onze zoektocht naar betekenis liefdevol omarmt, zoals ooit onze vader en moeder, dan wel de lichte wanhoop erachter deelt. Gedeelde smart is toch halve smart.

Misschien kunnen we ons troosten met de gedachte dat zelfs áls het universum buiten de aarde geen leven kent, er toch in deze uitgestrekte onverschilligheid iets kon ontstaan dat de vraag naar de zin van dit alles kon stellen. Het zou een lot uit de kosmische loterij zijn – hoe bijzonder is dat. Laten we het koesteren. Tegelijkertijd kunnen we níet vergeten om te zoeken naar buitenaards leven, met de beste technologie die we tot onze beschikking hebben, zoals ruimtetelescoop James Webb.

Uitgelicht door de redactie

Geesteswetenschappen
Krabbels in de kantlijn vertellen grote verhalen

Biologie
Niet meer de oude na corona

Geesteswetenschappen
Waarom de één beter tegen hitte kan dan de ander

Blik op exoplaneten

Hoe kan James Webb daarbij helpen? Een van de vakgebieden waar James Webb zich op gaat storten is die van exoplaneten. De ruimtetelescoop is niet uitgerust om nieuwe planeten te ontdekken, maar wel om de bekende exemplaren eens goed onder de loep te nemen. De instrumenten aan boord die gevoelig zijn voor infrarood licht, kunnen bepaalde chemische stoffen herkennen in de atmosfeer van een planeet. Bijvoorbeeld stoffen die duiden op de aanwezigheid van leven, voor de aarde zou dat bijvoorbeeld de relatief grote concentratie zuurstof in haar atmosfeer zijn. Je kunt atmosferen van verre planeten ‘doorlichten’ op het moment dat ze voor hun ster langstrekken. Sterlicht valt dan door de dampkring heen en de stoffen in de dampkring laten in dat sterlicht als het ware hun vingerafdruk achter.

James Webb heeft ook een zogenoemde coronagraaf aan boord, een soort ingenieus filter dat het licht van een felle ster uit het beeld wegfiltert. Dat maakt planeten zichtbaar die de ster normaal gesproken ‘overstraalt’. Om te illustreren hoe moeilijk het is om een planeet pal naast een ster op de gevoelige plaat te zetten, zeggen wetenschappers wel eens dat ze vuurvliegjes naast een felle bouwlamp fotograferen. De coronagraaf wordt al jaren met succes ingezet. Van sommige planetenstelsels bestaan zelfs animaties van planeten die om hun ster draaien.

Opnames van vier exoplaneten die rondom de ster HR 8799 draaien, de ster in het midden is daarbij onzichtbaar gemaakt. De opnames zijn over de loop van zeven jaar gemaakt.

De vastgelegde planeten zijn hooguit stipjes op een gevoelige plaat, maar wel stipjes waaruit wetenschappers – als ze hen intensief bestuderen – zaken zoals kleur, rotatie, seizoensveranderingen, weer en misschien wel sporen van aanwezige vegetatie kunnen afleiden. Observationele broodkruimeltjes op een vooralsnog gigantisch leeg astronomisch bord. Toch is de mens zó hongerig dat zelfs zo’n broodkruimeltje al wat verlichting brengt.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 juni 2022

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.