Naar de content

Drents dorp schittert in spionageverhaal

Interview met auteur Emiel Hakkenes

Fotopersbureau Piet Boonstra, collectie Groninger Archieven

Anderen was begin jaren vijftig grotendeels van de buitenwereld geïsoleerd. In zijn nieuwste boek verbindt Emiel Hakkenes dit Drentse minidorpje met communistische dreiging, kolonisatie, de CIA en mysterie.

27 augustus 2025

De agrarische gemeenschap van Anderen leefde kort na de Tweede Wereldoorlog primitief: er was nauwelijks sprake van elektriciteit of stromend water. Voordat er wegen werden aangelegd, was de omgeving zo goed als geïsoleerd doordat de omgeving bestond uit moerasland. Zelfs met een schuit was het moeilijk bereikbaar, omdat het water niet diep genoeg was. In de negentiende eeuw kreeg Drenthe doorgaande verharde wegen, maar doordat die niet door of vlak langs Anderen liepen, verkeerde het dorp in 1951 nog steeds in een relatief isolement. De dichtstbijzijnde kerk was op 45 minuten lopen. De modernisering ging grotendeels aan het dorp voorbij. Door de isolatie waren de ongeveer 300 dorpelingen rond 1950 allemaal familie van elkaar. “Anderen liep destijds een eeuw achter op de rest van Nederland”, aldus Hakkenes.

Wonderlijk genoeg lopen in dit ouderwetse, geïsoleerde dorp kort na de Tweede Wereldoorlog een jaar lang twee Amerikanen rond. Het zijn de antropologen John en Dorothy Keur. 75 jaar later hangt er nog steeds een wolk van mysterie rond hun komst, zo blijkt uit het boek ‘Anderen: een Drents dorp, de Koude Oorlog en de lange arm van de CIA’.

Het leuke aan het boek vind ik dat het een koppeling maakt tussen een dorp dat te klein is voor een kerk en grote thema’s als spionage, geopolitiek, kolonisatie, communistisch gevaar, wetenschappelijke ethiek en zelfs de CIA. Hoe kwam je dit verhaal op het spoor?

"Twee hoogleraren uit Amerika die bijna een jaar lang in zo’n klein dorp verbleven, dat gegeven alleen al is intrigerend. Wat daar precies achter zit, dat móést ik weten. Anderen vormt daarbij het decor, het was nooit de bedoeling er een dorpsgeschiedenis van te maken. Zelf kom ik uit de buurt: ik groeide op in Gieten, een paar kilometer verderop. Het Gietense hotel waar John en Dorothy verbleven ken ik heel goed: het ligt op een steenworp afstand van mijn ouderlijk huis. Het boek begint met een scène waarin Dorothy een brief op de post doet. Dat gebeurt bij het postkantoor, dat destijds in mijn ouderlijk huis gevestigd was.”

Kan je uitleggen hoe dit voor de wereldgeschiedenis ogenschijnlijk onbelangrijke dorp, past in dat grote geopolitieke verhaal?

“Ik kwam er al snel achter dat de komst van de twee antropologen moeilijk los kan worden gezien van de tijd waarin het plaatsvond: begin jaren vijftig, tijdens de Koude Oorlog, waarin Amerika overal ter wereld invloed wilde. Vlak daarvoor riep Indonesië de onafhankelijkheid uit. Nederland voert daarop de zogeheten politionele acties uit, wat je een koloniale oorlog kunt noemen. Voor Amerika was het cruciaal dat Indonesië geen communistisch land werd. Daarom wilde de CIA weten wat er in Nederland leefde, anno 1951. Het idee was: als we het Nederlandse volk en hun mentaliteit beter begrijpen, snappen we ook beter hoe Indonesiërs – die lang onder Nederlandse heerschappij leefden – zich hebben ontwikkeld. Ook waren de Amerikanen bang dat Nederland vatbaar zou worden voor communistische invloeden. De grote vraag op de achtergrond was: hoe voorkomen we dat landen zich bekeren tot het communisme? Antropologische kennis, hoe indirect ook, was voor die puzzel heel belangrijk.”

Waarop baseer jij je vermoeden dat de CIA hengelde naar de analyse van Anderen?

“Ik kom met een kleine disclaimer: ik heb een heel sterk vermoeden dat het onderzoek van John en Dorothy van belang was voor de CIA, maar zoals dat gaat met spionage kan ik dat niet honderd procent bewijzen. Wat we wél weten, is dat Margaret Mead — een invloedrijke en beroemde antropologe — de schakel was tussen de CIA en antropologen. Zij kende iedereen, zowel binnen de wetenschappelijke wereld als in de kringen van de inlichtingendiensten. Mead was als het ware ook Dorothy’s begeleider: ze hielp haar met het formuleren van een onderzoeksplan en bij het aanvragen van een beurs. Er ging ook een aanvraag naar een fonds dat een dekmantel was van de CIA. Uiteindelijk organiseerde Mead een bijeenkomst over Nederland, waar John en Dorothy en andere antropologen aanwezig waren. Mead observeerde hen en vroeg hen heel subtiel uit, zoals dat gaat in spionage.”

Journalist Emiel Hakkenes

Keke Keukelaar

Dus John en Dorothy wisten niet dat ze ‘spion’ waren?

“Lang niet altijd worden mensen met een concrete opdracht op pad gestuurd. Soms denkt een inlichtingendienst: deze onderzoekers hebben interesse in dit land — laten we volgen wat daaruit komt. Ik denk dat John en Dorothy de informatie aanleverden zonder dat ze zich daarvan bewust waren. Juist dat verborgen karakter maakt het interessant.”

Leunde de CIA dan vaker op wetenschap?

“De CIA financierde beurzen en onderzoeksfondsen voor wetenschappers. Onderzoekers dienden aanvragen in zonder te weten wie er precies achter zat. Een voorbeeld: de CIA financierde onderzoek naar slaap, omdat men geïnteresseerd was in de effecten van slaaptekort. Niet toevallig: slaapdeprivatie (slaaponthouding, red.) werd toegepast op communisten tijdens verhoren. De CIA was gek op antropologen. Zij waren de perfecte dekmantel: zij spraken de taal, hadden kennis van verre culturen en vielen in de landen waar de VS in geïnteresseerd was niet op. Het is immers heel normaal dat een cultureel antropoloog allerlei vragen stelt, want dat hoort bij het vak. Er waren antropologen direct in dienst van de CIA, maar genoeg andere onderzoeksprojecten vielen vanzelf in de schoot van de inlichtingendienst.”

Waarom is jouw boek interessant voor de wetenschap?

“Het werpt een interessante ethische discussie op: in hoeverre stel je jezelf als wetenschapper ten dienste van een politiek doel? Dat spanningsveld tussen wetenschap en inlichtingen is heel interessant en aan verandering onderhevig. Tijdens de twee wereldoorlogen werkten veel antropologen voor de Amerikaanse overheid. Zo klaagde de beroemde antropoloog Franz Boas na de Eerste Wereldoorlog dat sommige antropologen hun werk hadden misbruikt voor spionagedoeleinden. Dat kwam hem op royement te staan uit de American Anthropological Association. Men vond hem niet patriottisch. Het debat veranderde, vooral rond de Vietnamoorlog. De Amerikaanse marine adverteerde toen in het vakblad van antropologen: ze zochten wetenschappers die in Vietnam ‘doelgroepen’ wilden onderzoeken. De goede verstaander begreep dat doelgroepen sloeg op Vietnamezen. Toen sloeg het sentiment om. Steeds meer antropologen vonden het onethisch om op deze manier aan een oorlog bij te dragen en ondertekenden een verklaring waarin afstand werd genomen van dit soort samenwerking tussen politiek en wetenschap. Bij de Amerikaanse invallen in Irak en Afghanistan laaide deze discussie weer op.”

Op de foto demonstreert Boas een dans van de inheems-Amerikaanse Kwakiutl. 

Collectie Smithsonian Institution Archives.

Zijn er, in het algemeen, ook lessen te trekken naar de wereld van nu?

“Het boek laat ook zien hoe Amerika de invloed in de wereld probeerde uit te breiden via bijvoorbeeld de Marshallhulp; een groot economisch hulpprogramma om na de Tweede Wereldoorlog Europese landen te helpen met wederopbouw en tegelijk de Amerikaanse invloed in Europa te versterken. Er waren ook veel uitwisselingen: zo nodigde Amerika zelfs de voorzitter van de Nederlandse Plattelandsvrouwen uit, op kosten van de overheid. Allemaal om zaadjes te planten en het Amerikaanse model en gedachtegoed te verspreiden. In dat licht is het interessant dat de Amerikaanse president Donald Trump nu uitwisselingsprogramma’s voor internationale studenten wil afschaffen, terwijl deze ooit zijn opgezet om de Amerikaanse invloed wereldwijd te vergroten. Of wat dacht je van het stopzetten van USAID, het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingshulp, bedoeld om wereldwijde stabiliteit te bevorderen en om via zachte macht invloed te krijgen. De visie op zulke initiatieven is nu helemaal anders dan toen ze kort na de oorlog ontstonden. Ik vind het curieus: snapt Trump de achtergrond daarvan wel?”

Bron

Emiel Hakkenes, Anderen. Een Drents dorp, de Koude Oorlog en de lange arm van de CIA, Alfabet Uitgevers, verschenen: 26-08-2025.

ReactiesReageer