11 mei 2017

De dood en herrijzing van een middeleeuws boek

De middeleeuwse moslimgeleerde Ibn Taymiyya inspireert veel moslims met zijn verzamelingen van Juridische Meningen Majmu’. Ik duik de geschiedenis in en probeer te achterhalen wie sinds het ontstaan van zijn populaire werk het boek bewerkten, verkochten en verspreiden.

We lezen allemaal wel eens een boek – soms gedwongen omdat je aan je literatuurlijst voor Nederlands moet voldoen. Of omdat je een werkstuk of verslag schrijft en wat achtergrondinformatie nodig hebt en soms gewoon omdat we er zin in hebben. Boeken laten ons huilen, lachen, inspireren en verbreden onze kennis. We ontsnappen aan de realiteit en stappen in de wereld van een ander en doen zo ideeën op die op hun beurt tot actie kunnen leiden. Dit kan een goede kant op gaan, maar soms ook flink uit de hand lopen. Dit laatste zien we onder andere bij radicale groepen zoals IS die veelvuldig de uitspraken citeren van de 13de eeuwse moslimgeleerde Ibn Taymiyya.

Vooral zijn Verzamelingen van Juridische Meningen, de Majmu’at al-Fatawa (afgekort: Majmu’) is een populair werk o.a. onder groepen zoals de Islamitische Staat (IS) om naar te refereren in het rechtvaardigen van hun handelingen. Dit werk werd sinds de 19de eeuw meerdere keren opnieuw gepubliceerd door verschillende uitgeverijen en editors. Zo zien we dat oudste versie van de Majmu’ vijf delen had verspreid over vijf boeken, terwijl een recentere editie uit 2011 37 delen telt in 20 boeken.

Wat is er gebeurd? Wie heeft dit werk samengesteld? En hoe is dit werk – en de (Nederlandse) vertalingen ervan belandt in Nederland? We kijken vaak bij een boek naar de inhoud, de tekst en in dit geval de ideologie van Ibn Taymiyya, maar hoe zit het met de verspreiding van dit werk? Wie hebben deelgenomen aan het proces van editeren, publiceren, verkopen en verspreiden? En voor wie was dit boek eigenlijk bedoeld?

Hayat aan het werk
Hayat aan het werk
Hayat Alili voor NEMO Kennislink

Ibn Taymiyyah in zijn tijd

Ibn Taymiyyah werd geboren in 1263 in het plaatsje Harran (ligt nu in Turkije). Hij moest op jonge leeftijd al verhuizen met zijn familie naar Damascus (Syrie) vanwege de Mongolen die het land binnenvielen. Na het afronden van zijn studie begon hij met doceren en groeide zo tot een welbekende, moslimgeleerde en filosoof. Hij had een grote aanhang in zijn tijd, wellicht omdat hij een tegenstander was van de Mongoolse invasie of omdat hij een letterlijke interpretatie van de islam aanhing: hij wilde terugkeren naar de bronnen (Koran en Soenna – handelingen van de profeet Mohammed).

Hij kreeg veel vragen van mensen over uiteenlopende onderwerpen: iedereen wilde zijn mening/uitspraak (fatwa) hebben. Die uitspraken zijn later verzameld en gebundeld in de Majmu’. Maar toen overleed hij in 1328 en daarmee kwam er ook een eind aan zijn populariteit. Honderden jaren later werd hij weer populair. En dat kwam onder andere door de populariteit van de boekdrukkunst en uitgeverijen.

Manuscript colofon
Arabisch manuscript uit de Leidse Bijzondere Collectie, (Universiteitsbibliotheek Leiden).
Leidse Bijzondere Collectie, (Universiteitsbibliotheek Leiden).

De eerste uitgeverijen

Hoewel er rond 1455 al uitgeverijen bestonden in het Ottomaanse rijk waar boeken gedrukt werden, was het voor moslims verboden om tekst in Arabische letters te drukken. Het heeft daarom tot laat in de 18e eeuw geduurd dat religieuze teksten in het Arabisch in gedrukte boeken te lezen waren. En dat had niet alleen te maken met het verbod door de Ottomaanse sultans, maar met name omdat moslims andere middelen hadden om kennis over te dragen. En deze middelen waren veel effectiever en bereikten een groter doel.

De islam kent namelijk een lange traditie van orale en geschreven kennisoverdracht. Beide aspecten hielpen niet echt om mensen te overtuigen van de technologie om te publiceren. Zo waren moslimgeleerden in het Ottomaanse rijk ervan overtuigd dat de pen het eerste was dat God schiep: de pen is de tong van de geest, zijn apostel en zijn tolk. Met de pen werden dan ook boeken gemaakt en veel kopiisten verdienden hiermee hun geld. Met name met het kopiëren van teksten die gebruikt werden in madrassa (religieuze scholen).

Manuscript hayat 1
Arabisch boek uit de Leidse Bijzondere Collectie, (Universiteitsbibliotheek Leiden).
Leidse Bijzondere Collectie, (Universiteitsbibliotheek Leiden).

Het was een lang proces om een boek te voltooien, maar het was het dan ook wel waard. De boeken staan vol decoraties en kalligrafie. Die krullerige, met aandacht geschreven letters zijn heel wat anders dan de standaard letters in de boekdrukkunst! Veel van deze manuscripten zijn ook nu nog terug te vinden in collecties van musea en universiteiten. Uiteindelijk draaide het om de orale traditie, want het geschreven werk was slechts een geheugensteuntje. De technologie om te publiceren moest gewoon even wachten totdat mensen het voordeel ervan inzagen.

Met de uitvinding van lithografie (een grafische techniek) dat in de 19de eeuw geïntroduceerd werd aan de moslims, stond de islamitische wereld open voor de publicatiewereld. Lithografie is namelijk een techniek die veel weg heeft van de manuscript-traditie. Het veroorzaakt geen problemen voor de lezer die al gewend was aan de stijl van het manuscript. En kopiisten behielden hun baan, want zij waren nodig in dit proces.

De tekst werd in spiegelbeeld op een speciale steen gesneden en daarover kwam de drukinkt zodat de rest vrij was voor water. Simpel gezegd tast zuur de steen aan waar niet getekend was en kon er een hoogteverschil ontstaan. Voordat er een kopie op het papier werd gemaakt, was er een groep moslimgeleerden die verantwoordelijk waren voor het herlezen en corrigeren van de tekst die geprint moest worden. En daarna kon het publiceren beginnen.

Nieuw leven geblazen voor Ibn Taymiyyah’ s boek

In 1907 openden twee jongemannen, studenten aan de bekende al-Azhar universiteit in Cairo, een prive-uitgeverij die de fatwas van Ibn Taymiyyah als eerste publiceerden. Ibn Taymiyya’s ideeën werden bestudeerd door de studenten aan de Azhar universiteit. Een publicatie van zijn werk sloeg meteen aan bij deze studenten. Het inspireerde hervormingdenkers zoals Rashid Rida (st.1935), Muhammad Abduh (st 1905) en Jamal al-Din al-Afghani (st. 1897) in hun progressieve Islamitische beweging – bekend als het Salafisme – in de jaren twintig. In de decennia daarop ontstonden er splintergroeperingen die wellicht uit de wortels van dit hervormingsgedachtegoed voortkwamen, maar juist van dit Salafisme, een radicale variant maakte. Hoe heeft dit precies plaatsgevonden?

Manuscript hayat 2
Puzzelen op een Arabisch boek uit de Leidse Bijzondere Collectie, (Universiteitsbibliotheek Leiden).
Leidse Bijzondere Collectie, (Universiteitsbibliotheek Leiden).

Dat is wat ik in mijn onderzoek wil achterhalen. Eigenlijk combineer ik dat vanuit een unieke hoek: ik benader dit boek vanuit zowel een filologisch perspectief, als vanuit de studie van Book and Publishing History. Met filologie wordt bedoelt dat je de taal in de geschreven historische bronnen bestudeert waarbij je literaire kritiek, cultuurgeschiedenis en taalkunde combineert want je wilt de oorspronkelijke vorm van die tekst vaststellen. Hier speelt de Arabische taal een grote rol, want Ibn Taymiyya gebruikte klassiek Arabisch en niet de moderne variant die vandaag de dag gebruikt wordt in het schrijven van Arabische literatuur.

Bij Book and Publishing History ligt de focus niet zozeer bij de inhoudelijke tekst van Ibn Taymiyya. Ik kijk dan naar andere factoren zoals het netwerk van de editors en uitgeverijen: wie zijn ze en wie kenden ze, kenden ze elkaar en wat was die relatie dan, waarom wilden zij dit boek publiceren en wie financierden het, en hoe reageerden moslims op de publicatie ervan. Ik probeer deze vragen te beantwoorden door het archief in te duiken: in tijdschriften, krantartikelen, reviews, maar ook correspondentiebrieven. Zo krijg ik (en jullie ook!) een kijkje in het religieuze en sociale leven in de islamitische wereld in een periode waarin de boekdrukkunst begon te bloeien. Ook ontdek ik hoe dit boek een eigen leven begon te leiden en wie hier allemaal een rol in heeft gespeeld.

In de komende blogs wil ik met jullie een klein stukje van deze grote puzzel onthullen. Ik ga in op het leven van de editors, hun religieuze achtergrond, hun netwerk, de uitgeverij maar ook wil ik het hebben over de discussies op Arabische fora over wie nu precies als eerste de Majmu’ heeft gepubliceerd en welke titel het eigenlijk had (of misschien wel heeft?). Want Ibn Taymiyya heeft dit werk zelf nooit samengesteld… en dus ook nooit deze titel gegeven. Dus puzzel met me mee!  

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE