Je leest:

Wiskunde voor baby’s

Wiskunde voor baby’s

Tellende baby rekent beter als kleuter

Auteur: | 25 oktober 2013

Een baby van een half jaar oud die aantallen van elkaar kan onderscheiden, is drie jaar later beter in rekentestjes. Dat blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse Duke University dat deze week gepubliceerd werd.

Vogels kunnen tellen, makaken ook (zolang ze er maar met voedsel voor beloond worden) en een sprinkhaan herkent het verschil tussen ‘veel’ en ‘weinig’. Wetenschappers vermoedden al lange tijd dat het herkennen van hoeveelheden een basisvaardigheid is die al vroeg in de evolutie ontstond. Maar het vermogen om wiskundige vergelijkingen op te lossen lijkt iets dat alleen mensen kunnen. Daar komt taal bij kijken.

bababa

Met die vaardigheid worden we niet geboren, maar baby’s hebben wel gevoel voor aantallen, net als bovengenoemde andere dieren. Een paar jaar geleden lieten onderzoekers pasgeboren baby’s (sommige waren pas een paar uur oud), plaatjes zien met figuren. Vier driehoeken bijvoorbeeld, of twaalf cirkels. Tegelijkertijd hoorden ze vier lettergrepen achter elkaar, of twaalf. Ba-ba-ba bijvoorbeeld of twaalf keer ‘ba’. Hoe jong ze ook waren, de baby’s wisten het juiste geluid met het juiste aantal figuren te combineren. Hoorden ze Ba-ba-ba-ba, dan keken ze langer naar het plaatje met vier figuren en hoorden ze twaalf keer ‘ba’, dan keken ze langer naar het plaatje met twaalf figuren.

Wiskundeknobbel

Of die basisvaardigheid als baby je een beter rekenende volwassenen maakt was lang onduidelijk. Veel onderzoek richt zich op volwassenen, maar omdat die vaak al hun hele leven rekenonderwijs gehad hebben, is het lastig een ‘wiskundeknobbel’ als enige oorzaak aan te wijzen. Volgens de wetenschappers van de Amerikaanse Duke University is die onduidelijkheid nu de wereld uit. In hun onderzoek tonen ze aan dat zes maanden oude baby’s die verschillen tussen aantallen door hebben, drie jaar later beter zijn in simpele rekentestjes.

In hun onderzoek lieten de wetenschappers 48 baby’s van een half jaar oud naar twee video’s kijken die tegelijkertijd werden afgespeeld. Een van die video’s liet continu hetzelfde aantal stippen zien, maar de grootte en de locatie van de stippen veranderde wel. In de andere video veranderde niet alleen de grootte en de locatie van de stippen, maar ook het aantal.

In bovenstaande video zie je de proefopstelling. Het rechterscherm laat steeds 10 stippen zien en het scherm links wisselt tussen 10 en 20 stippen. In het begin zie je de baby op en neer kijken tussen de video’s. Daarna ‘kiest’ hij voor degene die blijft veranderen. Credits: PNAS, Starr et al.

Getalgevoel

Drie jaar na het kijken van de video’s, kwamen de baby’s weer naar het lab. Dit keer mochten ze verschillende testjes doen waarmee de wetenschappers bijvoorbeeld bekeken hoe goed de baby’s konden tellen, de grootte van getallen konden onderscheiden, en basis rekenoefeningen konden uitvoeren. De baby’s die met zes maanden langer naar de wisselende nummers hadden gekeken, waren beter in de testjes dan de baby’s die minder ‘getalgevoel’ hadden toen ze zo jong waren. Dat gegeven bleef zelfs overeind nadat er voor het IQ van de kleuters gecorrigeerd was.

Het lijkt er dus op dat een wiskundeknobbel al vroeg aanwezig is. De wetenschappers opperen in hun artikel dan ook om al vroeg te beginnen met het verbeteren van het getalgevoel van kinderen, zelfs nog voor ze kunnen tellen…

Bron

  • Ariel Starr, melissa Libertus, Elizabeth Brannon, Number sense in infancy predicts mathematical abilities in childhood, PNAS, oktober 2013, doi: 10.1073/pnas.1302751110
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 oktober 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.