Je leest:

Taalplezier in de Nijmeegse bibliotheek

Taalplezier in de Nijmeegse bibliotheek

Tweede editie van Kletskoppen leuk en leerzaam voor ouders én kinderen

Auteur: | 29 oktober 2018
Valerie van Hazendonk

Een kindertaalfestival. Is dat een festival voor kinderen over taal? Of een festival voor volwassenen over kindertaal? Allebei, zo blijkt tijdens de tweede editie van Kletskoppen in Nijmegen.

De loper ligt uit deze zaterdagochtend voor de Nijmeegse bibliotheek, geflankeerd door kleurige trossen ballonnen. Het aantal bakfietsen rondom de ingang voorspelt al een grote schare kinderen – een beeld dat bij binnenkomst wordt bevestigd door het indrukwekkende decibelniveau. Een kindercollege, een meezing-sessie en een workshop blijken net te zijn afgerond en de jonge bezoekertjes stromen weer de open ruimte van de bieb in. Ouders krijgen amper de tijd om op adem te komen: op naar de volgende activiteit.

Auke (6) heeft net zijn eigen robot geprogrammeerd, vertelt moeder Tessel, terwijl de jongen er alweer vandoor rent. Lachend: “Maar papa vond het minstens net zo leuk om mee te doen.” De robot uit de workshop legt de route af die de deelnemer heeft geprogrammeerd. Want ook programmeertaal is taal.

Logo2018 02
RU, MPI

Geen witte labjassen

Dit is de tweede keer dat Kletskoppen plaatsvindt, een kindertaalfestival in de Nijmeegse bibliotheek dat wordt georganiseerd door de Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek. Overal lopen dan ook taalwetenschappers, van studenten tot hoogleraren, te herkennen aan groene t-shirts. Het festivalprogramma doet niet onder voor dat van grotere muziekfestivals: de programmaonderdelen zijn verdeeld over negen locaties en geregeld moet de bezoeker kiezen – en daarmee accepteren dat het ook onderdelen misloopt.

Tussen alle locaties door loopt festivaldirecteur en onderzoeker Sharon Unsworth, expert op het gebied van meertaligheid en tweetalig opvoeden. “Het is fijn druk”, zegt ze terwijl ze tevreden om zich heen kijkt. “We organiseren Kletskoppen om twee redenen. Aan de ene kant willen we onze kennis over hoe kinderen taal leren, delen met ouders. En aan de andere kant willen we kinderen laten spelen met taal en ze zo laten zien hoe leuk taal is.” Bij die tweede doelgroep hoopt ze daarnaast nog iets anders te bereiken. “Bij wetenschappers denken kinderen toch vaak aan mannen in witte jassen. Hier zien ze dat er nog veel meer onderzoeksterreinen zijn, waar helemaal geen labjassen bij aan te pas komen.”

Spraaksignaal als naamkaartje

Of de aanwezige kinderen zich realiseren dat ze tegenover of naast een echte wetenschapper zitten, is de vraag, maar duidelijk is wel dat ze maar wat graag meedoen aan de vele demonstraties op het Wetenschapsplein. De negen tafeltjes zijn continu bezet; bij sommige vormt zich zelfs een rij.

Twee jongetjes van een jaar of zeven luisteren naar een kort verhaaltje over Lisa, wier vader vertelt dat ze zo even de snelweg af gaan om te tanken. “Waar is Lisa?”, vraagt onderzoeker Henriëtte Raudszus de jongens na afloop. “In een auto”, antwoorden ze de overduidelijk simpele vraag een beetje argwanend. “Eigenlijk is het heel knap dat jullie dat weten, want het woord ‘auto’ komt helemaal niet voor in het verhaaltje”, aldus Raudszus. Ze legt uit dat de woorden die je gebruikt beelden oproepen. Als je die associaties niet zou hebben, is een verhaal nauwelijks nog te volgen. Vervolgens daagt ze de jongens uit zelf een verhaal te schrijven zonder een bepaald woord te gebruiken. “Over een draak!”, bepalen ze zonder aarzelen.

Kletskoppen21
Een meisje doet mee aan de demo Zie je waar ik kijk?
Valerie van Hazendonk

Even verderop zit een meisje van drie met een koptelefoon op en een stip op haar voorhoofd. Ze kijkt gebiologeerd naar een scherm waarop figuurtjes rondspringen. Een eyetracker volgt waar ze naar kijkt, zodat promovendus Julia Egger kan afleiden welke woorden ze al kent. “Haar zou je dit natuurlijk ook gewoon kunnen vragen, maar normaal zijn mijn proefpersonen nog geen jaar oud”, vertelt ze. “Dan heb je de eyetracker echt nodig.” Egger onderzoekt zo de invloed van onder andere digitale media en oudere broers en zussen op de taalverwerving.

Ondertussen draait de printer op het tafeltje bij haar collega’s overuren. Kinderen kunnen hier hun naam inspreken en daarna hun spraaksignaal als badge op hun shirt plakken. Wie wil nou niet zo’n uniek naamplaatje? Bij de overige demo’s spelen de kinderen onder andere met gebaren, woorddelen en synesthesie. Het Wetenschapsplein laat duidelijk zien hoe breed het vakgebied is.

Proefpersoon in echt onderzoek

Naast het Wetenschapsplein ligt de Bilingual Boulevard, waar kinderen op de foto gaan met alle talen die ze spreken op spraakwolkjes. Ook hier doen festivalgangers mee aan verschillende demo’s, bijvoorbeeld over ‘valse vrienden’. Dit zijn woorden uit verschillende talen die qua vorm op elkaar lijken, maar toch iets heel anders betekenen, zoals het Duitse ‘Dose’, dat geen ‘doos’, maar ‘blikje’ betekent. “Zulke woorden gebruiken we veel tijdens ons onderzoek”, vertelt Gerrit Jan Kootstra, die de demo leidt. “Zo proberen we af te leiden hoe verschillende talen in het brein worden opgeslagen.”

Na afloop van de demo vraagt de onderzoeker of de ouders geïnteresseerd zijn om samen met hun kind als proefpersoon mee te doen aan echte onderzoeken. “We kunnen altijd extra proefpersonen gebruiken”, vertelt Unsworth. “Zowel een- als meertalige kinderen, en zowel baby’s als oudere kinderen en volwassenen.” Ik zie ouders volop formulieren invullen; twijfelaars kunnen meer informatie lezen op de Kletskoppen-website.

Kletskoppen73
Kindercollege tijdens Kletskoppen
Valerie van Hazendonk

Taalplezier

Naast de vele demo’s is er ook een Kenniscorner, waar ouders bij een expert terechtkunnen met hun vragen over voorlezen, taalontwikkeling en tweetalig opvoeden. Ook zijn er colleges speciaal voor kinderen of juist voor hun ouders, voorstellingen, spoed-talencursussen en voorleessessies. “De bibliotheek is natuurlijk de ideale plek voor dit festival”, aldus Unsworth. “Hier staat het bevorderen van leesplezier centraal. Daar hoort taalplezier natuurlijk ook bij.”

Met dat taalplezier zit het wel goed, hier bij Kletskoppen. De gezinnen die eind van de ochtend alweer huiswaarts gaan, doen dit niet omdat ze al zijn uitgekeken en -gespeeld, maar omdat het toch best vermoeiend is, zo’n kindertaalfestival.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 oktober 2018

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.