Naar de content

'Tweetalige kinderen mogen toch ook foutjes maken?'

Drie mythes over meertalig opvoeden ontrafeld

Floris Looijesteijn voor Wikimedia via CC BY 2.0

De Nederlandse prinsessen spreken naast Nederlands ook vloeiend Spaans. Logisch, hun moeder is immers Argentijnse. Toch hebben veel mensen grote bezwaren als de thuistaal van een kind niet Nederlands is. Sharon Unsworth probeert met haar onderzoek misverstanden over tweetaligheid de wereld uit te helpen.

22 december 2017

Een keer per jaar organiseert het Max Planck Instituut in Nijmegen een schrijfwedstrijd voor haar promovendi. Theresa Redl, Monica Wagner en Francie Manhardt zijn de auteurs van het winnende artikel in 2017. Op NEMO Kennislink vind je een Nederlandse bewerking van het Engelstalige stuk dat terug te vinden is op de website van het Max Planck Instituut.

Taalwetenschappers raken regelmatig verstrikt in verhitte debatten met politici. Zo stelde het kabinet in 2008 voor Nederlandse lessen verplicht te maken voor allochtone ouders. Dat zou de ouders aanmoedigen om thuis Nederlands met hun kinderen te spreken, wat de ondermaatse schoolprestaties van sommige migrantenkinderen zou verbeteren. Taalkundigen zagen dit plan niet zitten. Ondertussen leerden de koning en zijn Argentijnse vrouw nog geen tien kilometer verderop hun drie dochters Spaans.

De koninklijke familie staat hierin niet alleen. Maar liefst 3,5 miljoen Nederlanders en Vlamingen spreken thuis meer dan één taal. Brengen ouders hun kinderen in de war door ze tweetalig op te voeden? Verkleinen die ouders de kansen van hun kinderen op succes? “Welnee”, stelt Sharon Unsworth, onderzoeker op het gebied van tweedetaalverwerving aan de Radboud Universiteit, en zelf ook moeder van twee tweetalige kinderen. Maar zelfs zij maakt zich soms zorgen over de vooruitzichten van haar kinderen. “En ik ben bekend met al het onderzoek!”

Er doen nog altijd veel mythes de ronde over tweetaligheid. Unsworth probeert met haar onderzoek en workshops voor ouders deze misverstanden te weerleggen. Wij vroegen haar naar de hardnekkigste mythes en de laatste stand van de wetenschap op dit gebied.

Mythe 1: Tweetalige kinderen spreken beide talen ondermaats

Veel mensen denken nog altijd dat kinderen geen twee talen tegelijkertijd kunnen leren, maar dat is niet correct. Zulke overtuigingen komen voort uit het vergelijken van eentalige kinderen met tweetalige. “Tweetalige kinderen die thuis alleen de ene taal spreken en de rest van de tijd de andere taal, spreken vaak niet precies hetzelfde als een kind dat één taal de héle tijd spreekt”, aldus Unsworth.

In 2010 lieten Canadese onderzoekers zien dat tweetalige kinderen gemiddeld in beide talen een kleinere woordenschat hebben dan eentalige, zeker op het gebied van typische schoolwoorden. De Nederlandse prinsessen, die thuis veel Spaans spreken, zullen dus waarschijnlijk keukengerei sneller kunnen benoemen in het Spaans dan in het Nederlands. En de kans is groot dat ze de reproductieve organen van een bloem niet zullen kunnen benoemen in het Spaans.

“Maar maakt dat iets uit?”, vraagt Unsworth zich af. Een Nederlander die in de Duitse auto-industrie werkt, zal ook meer Duitse dan Nederlandse woorden kennen voor auto-onderdelen. Maar we zouden dan nooit zeggen dat hij geen fatsoenlijk Nederlands spreekt. Bij volwassenen is duidelijk te zien dat het gebruik om tweetaligen te vergelijken met eentaligen niet altijd even zinnig is. “Toch zijn mogelijke tekorten in woordenschat vaak de reden waarom ouders aangeraden wordt om het bij één taal te houden”, vertelt Unsworth.

Een andere reden voor dit advies zijn grammaticafouten. Neem bijvoorbeeld Unsworths zoon, die zowel Engels als Nederlands spreekt. “Hij zegt soms dingen die een eentalig kind niet zou zeggen, zoals ‘That works not’, van het Nederlandse ‘Dat werkt niet’”, vertelt Unsworth. “Maar eentalige kinderen maken ook veel fouten en dan beschouwen we het als leren. Waarom zouden tweetalige kinderen hierin anders zijn?”

Mythe 2: De twee talen zijn gescheiden in het brein

Onderzoekers zijn ver gegaan om het geloof te ontkrachten dat tweetaligheid kinderen verwart. Zo ver zelfs, dat ze ervan uitgingen dat de talen in de hersenen van een tweetalig kind volledig gescheiden en onafhankelijk van elkaar waren. “Een goedbedoelde aanname, maar hij komt alleen niet altijd overeen met de werkelijkheid”, aldus Unsworth. “Iedereen die een tweetalig kind opvoedt, zal merken dat de twee talen elkaar beïnvloeden.” Kijk maar naar het voorbeeld van haar zoon hierboven.

Opmerkelijk genoeg hebben onderzoekers allang vastgesteld dat de talen bij tweetalige volwassenen elkaar onderling beïnvloeden. Ze weten alleen nog niet precies hoe deze interactie precies plaatsvindt. Geïnspireerd door haar eigen kinderen onderzoekt Unsworth samen met collega’s dit fenomeen bij kinderen. Ze hoopt dat over vijf jaar de mythe dat de talen van tweetalige kinderen volledig zijn gescheiden, de wereld uit zal zijn.

Ouders en leerkrachten maken zich vaak zorgen over tweetalige leerlingen. Meestal is dat niet nodig, aldus Unsworth.

Jorrit Lousberg (Mediawijzer) voor Flickr via CC BY-ND-NC 2.0

Momenteel maken ouders en leerkrachten zich vaak zorgen als een tweetalig kind fouten maakt zoals haar zoon. “Maar als we begrijpen waarom deze interactie gebeurt, als we een geloofwaardig alternatief hebben voor ‘tweetaligen zijn verward’, dan wordt die interactie misschien acceptabel”, hoopt Unsworth. Ze benadrukt: “Vanwege hun verschillende talen zullen tweetaligen soms dingen zeggen die eentaligen nooit zouden zeggen, maar dat is niet per se een probleem. Tweetaligen zijn niet in de war. Ze spreken hun talen prima, maar soms een beetje anders dan eentaligen, en dat is oké.”

Mythe 3: Thuis een andere taal spreken benadeelt kinderen

Basisschoolleraren en politici adviseren ouders van tweetalige kinderen regelmatig om thuis Nederlands te spreken. Unsworth, die dit advies ook vaak gehoord heeft, legt uit dat hier geen wetenschappelijke basis voor is. In tegendeel zelfs, in 2009 lieten Amerikaanse onderzoekers zien dat wanneer Spaans-sprekende moeders thuis Engels spraken, het Engels van de kinderen niet beter werd, maar hun Spaans juist verslechterde. Bovendien weten we inmiddels dat een goed ontwikkelde eerste taal helpt bij het verwerven van een tweede taal. Met andere woorden, als Amalia goed Spaans spreekt, zal dit haar helpen bij haar Nederlands. Toch blijkt uit het debat van 2008 dat wetenschappers en politici het op dit punt vaak oneens zijn. “Het is makkelijk voor politici en de bevolking om een sterke mening te hebben over tweetaligheid, omdat iedereen een taal spreekt”, aldus Unsworth. “Als we het over deeltjesfysica hadden, zou er waarschijnlijk meer naar ons geluisterd worden.”

Tweetalige grapjes

Zoals elke ouder maken ook tweetalige ouders zich zorgen om hun kinderen – en bovenstaande hardnekkige mythes helpen daar niet bij. “Een van hun grootste zorgen is wanneer hun kind de thuistaal niet meer wil gebruiken en alleen nog maar antwoordt in het Nederlands”, vertelt Unsworth. Tijdens haar workshops en andere activiteiten geeft ze ouders tips om hiermee om te gaan. “In deze workshops draait het vooral om het aanmoedigen van ouders”, vertelt ze. “Ik probeer ze te laten inzien dat zelfs als een kind in het Nederlands reageert op een Spaanse vraag, er nog steeds een gesprek gaande is. Dus het kind is wel degelijk tweetalig!” Maar ze benadrukt ook dat het belangrijk is dat ouders realistische verwachtingen hebben: “Als zij de enige bron van een taal zijn, wordt het moeilijk en zullen ze vaak best veel moeite moeten doen.”

Maar liefst 3,5 miljoen Nederlanders en Vlamingen spreken thuis meer dan één taal.

Pixabay, luisfrps via CC0

Maar nog altijd besluiten veel ouders, waaronder het koninklijke echtpaar, dat het de moeite waard is om te investeren in meertaligheid. Vooral vanwege de voordelen die het een kind biedt als het twee talen spreekt en vanwege het contact met de cultuur van de ouders. Ook voor Unsworth is het zeker de moeite waard. Haar kinderen hebben een groter taalbewustzijn – iets wat ook is aangetoond door taalwetenschappers – wat soms tot grappige situaties leidt. Unsworth: “Als iemand bij ons een boer laat, zeggen wij ‘horses’, de vertaling van het Nederlandse ‘paarden’, wat weer klinkt als ‘pardon’.”

Imago

Unsworth woont al zestien jaar in Nederland en volgens haar zijn mensen in die tijd positiever naar tweetaligheid gaan kijken. “De meeste mensen beseffen nu dat tweetaligheid iets goeds is, maar er kan nog altijd een tandje bijgezet worden. Tweetaligheid is tegenwoordig zelfs hip wanneer het gaat om talen als het Engels of Spaans, maar bij minder prestigieuze talen, zoals het Turks, is de acceptatie nog erg laag.” Unsworth hoopt dat de resultaten uit haar onderzoek het imago van tweetaligheid verder zullen verbeteren.

Heeft u een tweetalig kind en wilt u graag bijdragen aan onderzoek? Meld je aan bij het project 2in1, het onderzoeksproject van Unsworth en collega’s.

ReactiesReageer