Naar de content

Al acht jaar observeert een Nederlands onderzoeksteam walvissen en dolfijnen in de Atlantische oceaan bij de Azoren. De onderzoekers willen weten wat het effect is van onderwaterlawaai op zeedieren. NEMO Kennislink voer een paar dagen met hen mee en ontdekte dat veldwerk behoorlijk intensief is.

22 augustus 2018

‘O ja, onze boot heeft geen toilet. Je kunt wel naar de wc, dan kijkt iedereen gewoon de andere kant op.’ Ik sta op het punt van vertrek naar de Azoren als bioloog Fleur Visser van de Universiteit van Amsterdam en het NIOZ me de laatste details mailt. Het is een van de ongemakken waar je als onderzoeker mee te maken krijgt als je onderzoeksobjecten zich onder water bevinden.

Een paar dagen later mag ik het zelf ondervinden als ik samen met Vissers team vroeg in de ochtend de haven van Angra do Heroísmo uitvaar. Visser zelf is er niet bij, die zit de komende drie dagen op het onderzoeksschip Pelagia (zie kader). Haar levens- en wetenschapspartner Machiel Oudejans stuurt het team op hun eigen boot aan. Terwijl de kleine zodiac hard op de golven klapt, duikt er een grote school tuimelaars naast ons op. Dat begint goed.

Het onderzoeksschip de Pelagia van het NIOZ.

Anne van Kessel voor Nemo Kennislink via CC BY-NC-ND 2.0

Visser probeert vanaf de Pelagia de natuurlijke omgeving van dolfijnen en walvissen in beeld te brengen. Met onder andere een visnet en diepzeecamera’s hoopt ze te zien wat zich zoal in de waterlagen bevindt. Het is voor Visser heel belangrijk om de natuurlijke leefomgeving en het natuurlijke gedrag in kaart te brengen. Haar uiteindelijke doel is namelijk om aan te tonen wat de effecten van verstoringen zijn, zoals van geluid.

Pelagia

Fleur Visser, die het walvisonderzoek op de Azoren leidt, is tijdens mijn bezoek aan boord van het grote schip van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). De vormde de afgelopen maanden het decor van een grootschalige onderzoeksexpeditie op zee Verdeeld over twaalf etappes deden zo’n honderd biologen, geologen, chemici en andere wetenschappers al onderzoek aan de veranderende oceanen. De Azoren vormen het sluitstuk.

Dolfijnen gespot

“Orion, Orion, dit is Annebelle”, klinkt het door de radio. De onderzoekers op het landstation, vernoemd naar een van de promovendi, hebben Risso-dolfijnen gezien. Het is een van de soorten waar het team onderzoek naar doet bij het eiland Terceira. Het landteam staat met haar verrekijkers op een rots tientallen meters boven het wateroppervlak en kan tot wel twintig kilometer uit de kust dieren spotten. Een waardevolle toevoeging, want vanaf een bootje zie je veel minder.

Bioloog Mathilde Massenet spot walvissen vanaf land.

Anne van Kessel voor Nemo Kennislink via CC BY-NC-ND 2.0

Littekens

Oudejans vaart op de dolfijnen af. De laatste jaren hebben de onderzoekers steeds meer technische hulpmiddelen gekregen. Zo laat NIOZ-promovendus Onno Keller een drone op om het gedrag van de dieren van afstand te observeren en ze te specificeren. Uit eerder onderzoek blijkt dat de dieren hun gedrag niet veranderen door de drone. Oudejans laat me op beeld zien hoe groot de groep dieren is. Ook onder het wateroppervlak zijn ze goed te zien door hun bijna witte kleur. Oudejans: “De dieren lopen door onderlinge interactie littekens op die niet meer bijkleuren.” Door die littekens kunnen de onderzoekers individuen goed herkennen.

De derde onderzoeker aan boord is de Franse biologe Mathilde Massenet. Zij legt de locatie van de dieren die we zien vast en maakt foto’s. Ondertussen probeert Oudejans met een lange stok een dier te zenderen. Dat blijkt nog niet zo makkelijk, ieder jaar lukt het maar bij een paar dieren. Oudejans balanceert op het voorste puntje van de boot en schiet naar voren als de dolfijn nadert. Even lijkt het te lukken, maar de zender valt net naast het dier in het water.

De zenders hebben het formaat van een grote telefoon en hebben vier zuignappen. Ze nemen het geluid van de omgeving en van de dieren zelf op. Daarnaast bevat de zender een versnellingsmeter die informatie geeft over hoe het dier zich onder water beweegt. Het team kan programmeren wanneer de zender los moet komen, maar meestal valt een zender er binnen 24 uur vanzelf af en kunnen de onderzoekers hem ophalen met behulp van het radiosignaal dat de zender afgeeft.

Lange dagen

Als we om acht uur ‘s avonds rozig van alle zon de haven weer binnen varen, heb ik een potvis en vier soorten dolfijnen gezien. Niet slecht voor een eerste, lange, dag op zee. Maar Oudejans vindt het een raar jaar. “Normaal zien we heel grote groepen gewone en gevlekte dolfijnen. Die zien we nu nauwelijks. Misschien is hier geen vis, of is er op andere plekken meer te halen.” Moe loop ik mijn hotel binnen, eindelijk kan ik naar de wc. Dat over de boot hangen durfde ik nog niet aan op de eerste dag. De onderzoekers zijn echter nog niet klaar voor vandaag. De apparatuur moet schoongemaakt, de data geüpload en alles moet klaar worden gemaakt voor de volgende dag. Ik ben hier een paar dagen. Zij doen dit, als het weer mee zit, zeven dagen per week, twee maanden lang.

Vanwege de harde wind, is mijn tweede dag een korte dag en kunnen we op dag drie zelfs helemaal niet uitvaren. Op dag vier vormen Massenet en haar Franse collega het landteam. Ik ga ‘s ochtends met ze mee om te ervaren hoe het is om uren achtereen door een telescoop te turen. Al snel laat Massenet me een potvis zien. En net als ik door de glazen tuur, springt het dier vol op uit het water. Wat een geluk, zo vaak doen de dieren dat niet.

Zo stil mogelijk

De Pelagia ligt inmiddels weer in de haven en die middag praat Visser me bij over haar onderzoek op de Azoren. Met wat visserij en vijf bedrijven voor walvistoerisme is Terceira een rustig eiland. “Een plek vinden op zee waar het echt stil is, lukt bijna niet meer”, zegt Visser. Voor haar zijn de Azoren een ideale onderzoekslocatie. In de wateren rondom de eilanden leven veel soorten walvissen en komen ze relatief dicht bij de kust.

De afgelopen jaren observeerde het team van Visser vele walvissen en dolfijnen. Met een verrekijker vanaf de kust, zoals de walvisjagers van de Azoren vroeger ook deden.“Op land leer je echt goed observeren”, vindt Visser. Daarnaast bekeken ze de dieren natuurlijk vanaf hun eigen zodiac. En onder de waterspiegel, met behulp van zenders. Deze zomer willen de onderzoekers daarnaast in kaart brengen wat het effect van geluid op de dieren is. Het team speelt onder water geluid af. Allereerst zijn dat controlegeluiden, zoals geluiden van soortgenoten en andere walvissen om te bepalen hoe de dieren in het algemeen op geluid reageren. Hun reactie wordt dan vergeleken met de reactie op bootgeluiden.

Brandalarm

“Bootgeluid klinkt onder water een beetje alsof je thuis bent en er af en toe een scooter langsrijdt die plotseling het gas vol opendraait en dan weer verdwijnt”, zegt ze. “Sonar daarentegen klinkt mogelijk als een brandalarm in je huis dat niet stopt.” De laatste jaren wordt er steeds meer bekend over de effecten van onderwaterlawaai op zeedieren. Scheepvaart, bodemonderzoek naar olie en gas en militaire sonar zorgen voor flink wat kabaal onder water.

Die geluiden kunnen grote gevolgen hebben. Het testen van militaire sonarsystemen waarmee onderzeeërs op grote afstand worden gedetecteerd, kan voor strandingen van walvissen en dolfijnen zorgen. Uit onderzoek blijkt verder dat onderwatergeluid ervoor kan zorgen dat dieren minder goed kunnen communiceren, of dat ze hun foerageergedrag aanpassen waardoor ze minder energie binnenkrijgen. Het kan ook zijn dat ze wegtrekken uit een bepaald gebied, of juist op het geluid afgaan, wat botsingen kan veroorzaken. Ook kan onderwatergeluid betekenen dat dieren minder rusten en socialiseren.

Een groep tuimelaars zwemt vlak naast onze boot.

Anne van Kessel voor Nemo Kennislink via CC BY-NC-ND 2.0

Vissenstress

Het geluidseffect kan ook indirect gevolgen hebben. Annebelle Kok (Universiteit Leiden), een promovenda bij Visser, onderzoekt wat het effect van lawaai is op de prooien van de walvissen en dolfijnen. “Met een net houden we vissen in een gebied en vervolgens spelen we bijvoorbeeld bootgeluiden af. Met camera’s kijken we hoe ze reageren.” Als blijkt dat de vissen stress ondervinden van het bootlawaai en hierdoor bijvoorbeeld wegtrekken uit het gebied, kan dat ook weer gevolgen hebben voor de walvissen en dolfijnen.

Het is belangrijk om de gevolgen voor populaties in kaart te brengen, want pas dan worden er maatregelen getroffen. Visser: “Zoals het omlaag brengen van het maximale niveau waarop men sonar mag uitzenden. Of een maximaal aantal walvisexcursieboten rondom een dier.”

Ik verlaat de eilanden met nog meer bewondering voor veldonderzoekers en ben nog altijd blij met de toepassing van mijn eigen biologiestudie. De wetenschapsjournalistiek ligt me toch meer dan het onderzoek. En die bootrand als wc? Die heb ik niet meer geprobeerd.

Reis en verblijf voor deze reportage zijn betaald door het NIOZ.

ReactiesReageer