Naar de content

Koffiedrang hebben we niet zelf in de hand

Edan Cohen

Koffieleuten opgelet: het is lastig te vermijden dat je dagelijks hunkert naar een lekker kopje koffie. Het zit namelijk voor een deel in je genen. Uit een groot internationaal onderzoek onder Europese en Afro-Amerikaanse koffiedrinkers blijkt dat genetische variaties onze koffiebehoefte beïnvloeden. De genen in regelmatige koffiedrinkers die hiervoor verantwoordelijk zijn, hebben daarnaast ook invloed op een aantal andere lichamelijke factoren. De identificatie van de genen is waardevol voor onderzoek naar de gezondheidseffecten van cafeïne.

17 oktober 2014

Uit meer dan 120.000 koffiedrinkers werden acht genen geïdentificeerd die de individuele koffiebehoeftes beïnvloeden. Regelmatige koffiedrinkers (twee tot drie kopjes per dag) hadden een andere genensamenstelling dan mensen die weinig koffie drinken: ze zijn gevoeliger voor de cafeïne-kick, hebben meer vetweefsel en een grotere neiging tot het beginnen met roken, maar gemiddeld een lagere bloeddruk. Dit onderzoek afkomstig van een groot consortium van onderzoeksgroepen is deze maand gepubliceerd in het tijdschrift Molecular Psychiatry. Culturele verschillen tussen koffiedrinkers werden ook gevonden, dus genen zijn niet de enige factoren die het koffiegedrag beïnvloeden.

Beloningssysteem

Interessant was dat twee genen gevonden bij regelmatige koffiedrinkers op specifieke hersengebieden inwerken die in contact staan met het beloningssysteem. De twee ontdekte genen blokkeren namelijk de afgifte van de stof die het beloningssysteem in de hersenen reguleert. Dit kan twee kanten op: of de beloning blijft uit na het drinken van koffie, of de beloning wordt juist versterkt.

Dit klinkt als een mogelijk verslavingseffect van cafeïne. “Maar cafeïne-verslaving bestaat niet”, zegt Jan Snel, die onderzoek doet aan de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van cafeïne op de hersenen. “De afhankelijkheid van cafeïne voldoet niet aan de criteria van DSM-5, het handboek voor psychiatrische aandoeningen en is dus ook niet opgenomen als officiële verslaving. De drang naar koffie is niet onbedwingbaar. Wel kan je lichaam wennen aan koffie. Als stevige koffiedrinkers opeens stoppen met koffie drinken, kunnen ze wel onthoudingsverschijnselen krijgen zoals hoofdpijn en rusteloosheid. Die verdwijnen als je binnen 48 uur weer cafeïne inneemt. Je onderhoudt als het ware het cafeïne-niveau in het lichaam”.

Positieve effecten

De andere zes genen die gevonden zijn bij regelmatige koffiedrinkers beïnvloeden onder andere de glucoseverbranding. Uit eerder onderzoek bleek dat het drinken van koffie het risico op diabetes verlaagt. Hoe dit precies werkt was toen nog niet bekend, maar nu zijn in regelmatige koffiedrinkers genen geïdentificeerd die een functie hebben in het glucose-verwerkingsproces in de hersenen. Niet de koffie zelf, maar de genen zijn dus verantwoordelijk voor het verlaagde risico op diabetes.

Onderzoeker Snel: “Koffie zelf heeft wel duidelijk andere positieve effecten op ons lichaam. Zo beïnvloedt koffie onze cognitie: door het innemen van cafeïne gaat de gemiddelde reactiesnelheid omhoog, kan men beter plannen en beslissingen nemen en kunnen we beter relevante van irrelevante informatie onderscheiden. Daarnaast helpt koffie drinken ons om te gaan met stress: het ontspant en je voelt je lekkerder in je vel. De oorzaak van stress wordt natuurlijk niet weggenomen door de koffie, daarvoor moet je het probleem zelf aanpakken”.

De behoefte aan koffie is soms sterk

Flickr

Koffie en slaap

Er wordt vaak beweerd dat cafeïne een negatieve invloed heeft op je slaapgedrag. Dat ligt in ieder geval niet aan de genen, want er is geen verschil gevonden in samenstelling van genen die samenhangen met de slaapregulatie tussen grote en kleine koffiedrinkers. “Cafeïne is nooit alleen verantwoordelijk voor slaapgebrek”, meent Snel. “Het is meer het gevolg van de levensstijl van een persoon.” Koffie kan wel de slaap verstoren, maar juist eerder bij matige koffiegebruikers. “Bij lichte koffiedrinkers wordt de slaap verstoord: het duurt langer voordat ze in slaap vallen en de slaap is lichter in de eerste helft van de nacht. Dit wordt gecompenseerd door een diepere slaap in de tweede helft. Regelmatige koffiedrinkers raken grotendeels tolerant voor de effecten van cafeïne en zullen minder last hebben van veranderd slaapgedrag”.

Bron:
  • Cornelis, M.C. e.a., Genome-wide meta-analysis identifies six novel loci associated
    with habitual coffee consumption
    , Molecular Psychiatry (7 oktober 2014).DOI: 10.1038/mp.2014.107
ReactiesReageer