Je leest:

Kangoeroes van de ondergrond

Kangoeroes van de ondergrond

Auteur: | 29 februari 2012

In één sprong overbruggen ze met gemak een afstand van zo’n acht centimeter. Geen kunst? Wel wanneer je bedenkt dat springstaarten zelf een lengte van enkele millimeters hebben. Ruim een factor tien verschil, dus. Alleen: wat doen zulke goede springers ondergronds?

Wie een schep in de bodem steekt, ziet soms direct tientallen beestjes wegspringen. Stuk voor stuk niet groter dan een halve centimeter. Het zijn springstaarten, behorend tot de oudste nog levende dieren: zelfs uit het Devoon zijn 400 miljoen jaar oude springstaartfossielen bekend. En behoorlijk talrijk in de bodem: vaak komen ze met honderden tot duizenden individuen per vierkante meter in Nederlandse tuinen voor.

Paspoort

Naam: springstaart Klasse: Collembola Uiterlijk: lichaam langgerekt of bolvormig, vaak bedekt met haren of schubben. Veelsoorten hebben een opvallende borstelige kraag achter de kop. Over het algemeen grijs of donkerbruin, soms bont gekleurd. Lengte: tussen de 1 en 5 millimeter Eet: plantaardig afval, bacterien, schimmels, algen Leeftijd: gemiddeld 1 jaar Vijanden: onder andere spinnen, kevers, wantsen en duizendpoten Bijzonder: vanwege het relatief hoge vetgehalte van springstaartjes overwoog men begin twintigste eeuw de dieren te kweken om er oliën uit te winnen. Het plan bleek uiteindelijk niet rendabel.

De springstaart Orchesella cincta komt vrij algemeen voor in Nederlandse tuinen

Grendeltje

Kleine, springende beestjes – een omschrijving die verdacht veel aan vlooien denken doet. Maar springstaarten – ‘kleefbuizen’, vrij uit het Latijn vertaald – zijn net wat groter dan de gemiddelde vlo. Ze bijten niet en springen bovendien – de naam zegt het al – met hun staart in plaats van met de poten Allemaal hebben ze een gevorkte staart, die ze normaal gesproken onder hun lichaam houden met behulp van een grendeltje. Maar dreigt er gevaar – wanneer de springstaarten plotseling aan de buitenlucht worden blootgesteld, bijvoorbeeld – dan verschuift het grendeltje. De staart klapt met een flinke vaart uit en daardoor kan de springstaart razendsnel vluchten.

Zuignap

Hun Latijnse naam hebben springstaarten te danken aan een buisje onder hun lichaam, de zogeheten collofoor. Bovengronds kunnen springstaarten zich namelijk ‘verankeren’ door deze buis uit te steken. Daardoor waaien ze niet weg bij een plotselinge windvlaag – het lijkt alsof ze aan de grond zitten vastgeplakt. Op oppervlakken met een dun laagje water fungeert de kleefbuis als zuignap; ook nemen springstaarten vocht op via de buis.

Kalaphorura burmeisteri komt in de strooisellaag voor en is ook actief als er sneeuw ligt. Rechts van de poten is de collofoor te zien.

Humusvormer

De meeste springstaarten leven in de strooisellaag van de bodem; je vindt ze over het algemeen tot 2 meter diepte. Daar is de grond vochtig genoeg en bovendien rijk aan plantaardig materiaal – niet onbelangrijk voor een soort die grotendeels van vergane bladeren en rottend hout leeft. Hun dieetvoorkeur maakt springstaarten belangrijk voor de bodem: ze spelen in talloze ecosystemen een belangrijke rol als vormer van humus. Sommige soorten hebben specifieke eetwensen – plantenafval, uitwerpselen, schimmels, stuifmeel of bacteriën – maar de meeste eten alles door elkaar heen.

Bevroren vlaktes

Niet alle soorten leven ondergronds: sommige kunnen metershoog in bomen klimmen, andere leven in ondiepe poelen. Maar het merendeel komt voor in de bovenste twee meter van de ondergrond. Wereldwijd gaat het om ruim 8.000 soorten en er worden nog jaarlijks nieuwe ontdekt. Springstaarten komen overigens niet alleen in tuinen voor: je vindt ze van tropische regenwouden tot woestijnen, van zilte kuststreken tot zoetwaterpoelen. Zelfs in de bevroren vlaktes van Antarctica komen springstaarten voor! Het zijn daarmee de zespotigen met de meest zuidelijke verspreiding. Soorten die hoog in de bergen of in de poolgebieden leven voeden zich vooral met stuifmeel en algen.

De blauwe springstaart (Anurida maritima) is zo’n 3 mm lang. Je vindt de soort in het intergetijdegebied als dat is drooggevallen – rondkruipend op wieren en stenen of drijvend op het wateroppervlak. Komt in Nederland vrij algemeen voor

Geen seks

Springstaarten hebben geen daadwerkelijke seks: voortplanting vindt plaats doordat mannetjes hun zaadpakketjes in de bodem afzetten, vaak op dunne haartjes. Die pakketjes worden meestal zonder moeite door de vrouwtjes gevonden; sommige soorten maken er een ware speurtocht van waarbij het mannetje het vrouwtje de goede kant uit stuurt. Van de meeste soorten leggen de vrouwtjes hun eitjes een voor een – ze produceren tussen de 90 en 150 eieren tijdens hun leven. Jonge springstaarten worden geslachtsrijp na een aantal vervellingen. Ook volwassen dieren blijven regelmatig vervellen: ze groeien dan niet meer, maar zorgen er op die manier voor afvalstoffen kwijt te raken en beschadigde lichaamsonderdelen te regenereren. Vrouwtjes verliezen hun spermavoorraad tijdens een vervelling en moeten dan opnieuw bevrucht worden.

In 2013 ontdekten Nederlandse en Engelse onderzoekers dat de springstaart het bijzondere vermogen heeft om antibiotica – stoffen die bacteriën bestrijden – te maken. Tot nu toe dachten wetenschappers dat alleen schimmels en sommige bacteriën hiertoe in staat waren. De onderzoekers denken dat de genen die hiervoor verantwoordelijk zijn, mogelijk van schimmels en bacteriën naar het genoom van de springstaart zijn ‘overgesprongen’. Dit geeft het bodemdiertje een groot evolutionair voordeel aangezien de bodem vol zit met bacteriën die mogelijk schadelijk voor hem zijn.

Lathriopyga longiseta leeft in loofbossen, tuinen en grotten en heeft een opvallend paarse kleur. In Nederland komt de soort niet algemeen voor

Wapenwedloop

Ondanks hun zes poten zijn de springstaarten geen familie van de insecten. Zo bevinden hun kaken zich niet buiten maar binnen de kop en hebben heel primitieve samengestelde ogen (opgebouwd uit maximaal acht losse ogen). Waarnemen doen de springstaarten vooral met de antennes op hun hoofd. Sommige onderzoekers vermoeden dat een ‘wapenwedloop’ tussen springstaartjes en insecten in het Carboon ervoor zorgde dat de insecten vleugels ontwikkelden en zo het luchtruim konden domineren in plaats van de bodem.

Bodemvervuiling in kaart

Springstaarten zijn niet alleen nuttig voor de bodem omdat ze organisch afval verteren – ze kunnen ook worden ingezet om bodemverontreiniging te detecteren. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam (vakgroep Dierecologie) doen onderzoek naar de relatie tussen springstaarten en bodemvervuiling. Springstaarten zijn bijzonder gevoelig voor vervuiling en de aanwezigheid van gifstoffen leidt tot een stressreactie in hun lichaam. Deze reactie is met een DNA-chip waar te nemen als verandering in de genactiviteit – door de genen te bestuderen, zou bodemvervuiling dus kunnen worden vastgesteld. Het lijkt erop dat verschillende gifstoffen – cadmium, polycyclische koolwaterstoffen en pesticiden – verschillende stressreacties veroorzaken, en allemaal voor een unieke genetische ‘handtekening’ zorgen. Voordeel daarvan is dat niet alleen kan worden achterhaald dat de bodem is vervuild, maar ook met welke gifstoffen. Voor het onderzoek stelden de VU-onderzoekers een databank samen van 6000 verschillende genen van het springstaartje Folsomia candida. Nieuw is het trouwens niet om springstaarten in te zetten als bodemvervuilingtest. Al in de jaren zeventig zetten onderzoekers springstaarten op bodemmonsters en telden na een maand de nakomelingen. Daarmee kon alleen niets over de aard van de vervuiling worden gezegd en bovendien was de methode vrij traag. De nieuwe test levert al na twee dagen duidelijkheid.

1/14

Leven in de ondergrond

Ze hebben geen aaibare vachtjes, imponerende kleuren of glanzende Disney-ogen. Maar wie bodemdieren van dichtbij bekijkt, ontdekt dat ze over een fascinerende schoonheid beschikken. Bovendien zijn ze van onschatbare waarde voor onze ondergrond. Zonder bodemleven geen vruchtbare akkers en weelderige tuinen. Daarom op Kennislink de komende tijd een serie Bodemdiertjes.

1/14

Het raderdiertje

Het raderdiertje kan jaren uitgedroogd in een soort slaaptoestand verkeren, heeft al miljoenen jaren geen seks gehad en weet parasieten op een slimme manier van zich af te schudden. Klein als hij is, is dit bodemdiertje bijzonder succesvol.

Lees verder over het raderdiertje

Wikimedia Commons, CC BY SA 3.0

1/14

De duizend- en miljoenpoot

Hun naam zegt niet zoveel over het aantal poten en de lengte van deze kruipers varieert gigantisch. Maar in welke vorm ook, ze zijn erg nuttig voor onze bodem. Ze recyclen dood plantaardig materiaal en houden planten knagende dieren bij planten weg; een goede zaak voor de koolstofkringloop.

Lees meer over de duizend- en miljoenpoot

1/14

De mol

Bijna blind rent hij door zijn smalle gangenstelsel en graaft met een enorme kracht er nog wat tunnels bij. Als hij een worm tegenkomt sprint hij er op af, verlamt hem en legt hem in de voorraadkamer. Dan heeft hij later ook nog wat.

Lees meer over de mol

1/14

De mijnspin

Een mier loopt nietsvermoedend over de aarde, niet wetende dat daaronder zich het gangenstelsel van het huis van de mijnspin bevindt. Razendsnel rent de mijnspin naar boven, bijt de prooi met haar vlijmscherpe tanden en trekt hem haar huis in.

Lees meer over de mijnspin

1/14

De slijmzwam

Ze hebben uiteenlopende namen van Heksenboter en Bloedweizwam tot Zilveren boomkussen. Ze kunnen zonder hersenen hun weg door een doolhof vinden en zijn zelfs in staat een robot te besturen. De slijmzwam is een intelligentere bodembewoner dan je denkt.

Lees meer over de slijmzwam

1/14

De bodemmijt

Zet op een willekeurige plek in het bos je schep in de grond en je haalt zo honderden mijten omhoog. Deze kleine beestjes hebben een uiteenlopend dieet en verzamelen dat al zuigend, stekend of zagend bij elkaar. En ze zijn ook nog eens reuzesterk.

Lees meer over de bodemmijt

1/14

De loopkever

Veertig procent van alle insectensoorten die we kennen zijn kevers. Sommigen wonen in een grot in de bergen, anderen zitten in een boomtop van het tropisch regenwoud. Soms vormen ze zelf een plaag, soms worden ze juist ingezet om plagen te voorkomen. En klein als ze zijn weten ze zich goed te verweren, dat ondervond Darwin zelfs al tijdens een van zijn reizen.

Lees meer over de loopkever

1/14

De bodemschimmel

Hoewel je bij een schimmel misschien snel aan de groene spikkels op je bedorven appel of brood denkt, zijn er veel meer soorten. De soorten die in de bodem leven bijvoorbeeld. Bodemschimmels kunnen een heel groot deel van de biomassa onder de grond beslaan. Ze komen in alle soorten en maten voor en spelen een hele belangrijke rol in de ecosystemen van de bodem.

Lees meer over bodemschimmels

1/14

De mier

Geen soort zo sterk, geen soort die zo goed samenwerkt. Geen soort met zoveel opmerkelijke eigenschappen. Je vindt ze overal, behalve op de polen. Waar je ook ter wereld even goed om je heen kijkt in het zand zie je ze alweer lopen. Mieren. Soms met tientallen, soms met miljoenen tegelijk. Alhoewel ze soms heel irritant kunnen zijn, zijn ze bovenal bijzonder indrukwekkend.

Lees meer over de mier

1/14

Het beerdiertje

Als een klein bolletje wordt hij meegenomen door de lucht. Zwervend van plek naar plek. Plots komt hij in een plasje water terecht en binnen een paar minuten ontvouwen zich vier paar pootjes onder het dikke bolletje vandaan. Aan ieder pootje zit een klein klauwtje. Oogjes heeft het niet. Met zijn kleine, koddige, bolle lijfje en acht pootjes begint het beerdiertje heel langzaam rond te kruipen. Hij is net wakker geworden na enkele jaren slaap.

Lees meer over het beerdiertje

1/14

De springstaart

In één sprong overbruggen ze met gemak een afstand van zo’n acht centimeter. Geen kunst? Wel wanneer je bedenkt dat springstaarten zelf een lengte van enkele millimeters hebben. Ruim een factor tien verschil, dus. Alleen: wat doen zulke goede springers ondergronds?

Lees meer over de springstaart

Steve Hopkin

1/14

De pissebed

Ze hebben hun naam en hun uiterlijk niet mee, maar pissebedden zijn onmisbaar voor onze bodem. Ze recyclen plantaardig materiaal en dragen zo bij aan de koolstofkringloop. Gezond voor de ondergrond dus, en mogelijk zelfs gezond voor ons!

Lees meer over de pissebed

1/14

De regenworm

Platgetrapt op het trottoir zien we ze weleens, of hulpeloos bungelend in een merelsnavel. Misschien tijdens een middagje spitten in de tuin. Maar we worden vooral indirect met regenwormen geconfronteerd, door het nuttige bodemwerk dat ze verrichten. Door te graven, te ploegen en te composteren zorgen ze voor een vruchtbare ondergrond.

Lees meer over de regenworm

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 februari 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.