Naar de content

Hoofddoekjes en pesten

Goede vragen voor de sociale wetenschappen

Een groep vrouwen zit aan een tafel en luistren aandachtig.
Een groep vrouwen zit aan een tafel en luistren aandachtig.
Elmer van der Marel voor NEMO Science Museum

Samen met sociaal-wetenschapper Liza Cornet, accepteerden zeven scholieren de uitdaging om de twee beste vragen van de sociale wetenschappen te selecteren tijdens de Nationale Wetenschapsagenda voor Scholieren. Maar wat onderzoekt een sociaal-wetenschapper en hoe stel je een goede, wetenschappelijke vraag?

7 juni 2016

“Waarom zou ik opeens niet meer geschikt zijn voor een baan als ik een hoofddoek ga dragen? Mensen die een hoofddoek dragen zijn niet minder dan mensen die dat niet doen. Iedereen verdient dezelfde kansen.” De leerlingen discussiëren over één van de vragen, die zijn ingestuurd aan de Nationale Wetenschapsagenda voor Scholieren. De afgelopen paar maanden hadden scholieren de kans om een vraag op te sturen, die de wetenschap zou moeten gaan beantwoorden. Voor de sociale wetenschappen zijn zeven vragen geselecteerd, waaruit acht scholieren de twee beste vragen voor de sociale wetenschappen moeten kiezen. Voor de scholieren aan de tafel blijkt al snel dat relevantie het belangrijkste selectiecriterium is om de beste vragen op te beoordelen.

Een groep vrouwen zit aan een tafel en luistren aandachtig.

Dr. Liza Cornet en scholieren discussiëren over de relevantie van de ingestuurde vragen.

Elmer van der Marel voor NEMO Science Museum

“Ook ik vind een goede onderzoeksvraag een vraag die aansluit bij de huidige behoeften van de maatschappij”, zegt sociaal-wetenschapper Liza Cornet. Ze is net gepromoveerd op onderzoek naar het gedrag van criminelen en blogt voor faces of science. “Hoewel dat niet hoeft te betekenen dat het meteen toepasbaar is op een actueel probleem of onderwerp, ook fundamenteel onderzoek valt daaronder.”

Daarnaast noemt Cornet nog andere voorwaarden. “Een goede vraag moet met verschillende uitkomsten relevant zijn. Dus ook als de vraag niet te beantwoorden is, of het antwoord ‘nee’ blijkt te zijn. Daar moet van te voren over nagedacht zijn. Daarnaast is het ook mooi als een onderzoeksvraag met verschillende methoden te onderzoeken is. Vragen die suggestief zijn, te klein of te groot, niet vernieuwend en niet (ook) simpel uit te leggen zijn, zijn naar mijn idee geen goede vragen.”

Aan de tafel zitten twee scholieren die zelf een hoofddoek dragen, maar alle scholieren zijn het eens over het belang van de vraag: ‘hoe beïnvloedt het dragen van een hoofddoek je sociale status?’ “Maar hij moet nog wel aangepast worden. Hij is nu niet duidelijk genoeg.” De sociale status zal voor vrouwen met een hoofddoek heel anders worden beïnvloed wanneer zij deze dragen in Nederland of bijvoorbeeld in het Midden-Oosten. Cornet merkt op dat sociale status misschien te beperkend is. “Jullie gaven aan dat banenkans ook belangrijk is. Misschien moeten we sociale status dan iets breder maken?” De leerlingen maken er maatschappelijke functie van. “Dan kun je verschillende subvragen maken waarvan één gaat over sociale status”. De vraag wordt aangepast naar ‘hoe beïnvloedt het dragen van een hoofddoek je maatschappelijke functie in Nederland?’

Menselijk denken en handelen

De eerste vraag voor de sociale wetenschappen is daarmee bekend. Maar wat valt allemaal onder de sociale wetenschappen? “Ik zie de sociale wetenschappen als de wetenschap om het menselijke gedrag beter te begrijpen”, zegt Cornet. “Maar de sociale wetenschappen zijn nogal breed te formuleren. Het kan gaan over menselijk gedrag op biologisch niveau, maar ook bijvoorbeeld in relatie tot de omgeving. Eigenlijk vallen dus alle vragen die betrekking hebben op het menselijk denken en handelen binnen de sociale wetenschap.”

De sociale wetenschappen zijn onderverdeeld in maatschappijwetenschappen en gedragswetenschappen. Bij de maatschappijwetenschappen ligt de focus op de samenleving. Een voorbeeld is bestuurskunde. Dit is een wetenschap die zich bezig houdt met de werking en verbetering van bestuur. Economie is een maatschappijwetenschap die gaat over de wensen van mensen en hoe zij die proberen te vervullen. Ook sociologie is een maatschappijwetenschap, waarbij het gedrag van mensen in de samenleving wordt bestudeerd. Maatschappij-wetenschappen kijken altijd vanuit de samenleving.

Gedragswetenschappen kijken juist hoe individuen zich gedragen. Hieronder valt onder andere psychologie, een wetenschapsrichting die het menselijke gedrag onderzoekt. Pedagogiek is een andere gedragswetenschap, die bijvoorbeeld de beste manier van het opvoeden van kinderen onderzoekt.

Boodschap van een wetenschapper

“Door de Nationale Wetenschapsagenda voor Scholieren hebben leerlingen een stukje van de wetenschap leren kennen, namelijk het formuleren van een onderzoeksvraag. Maar er is natuurlijk nog veel meer, zoals het daadwerkelijk uitvoeren van onderzoek, het analyseren van data, het presenteren van resultaten, het opbouwen van een netwerk en het opschrijven van de bevindingen. Ik denk dat het heel leerzaam is dat leerlingen met al deze processen eens te maken krijgen, bijvoorbeeld door het bezoeken van universiteiten of een dagje gekoppeld worden aan een onderzoeker. Zodat ze echt een beeld krijgen van wetenschap en daarmee ontdekken hoe superinteressant de wetenschap is, en dat wetenschapper zijn verre van suf is!”

Sociaal-Wetenschapper dr. Liza Cornet: “Een goede vraag is met verschillende uitkomsten relevant , dus ook als het antwoord ‘nee’ is.”

Hanne Nijhuis

Levenslange schade

Onderzoek naar pestgedrag valt ook onder de sociale wetenschappen. De scholieren discussiëren verder over een tweede vraag voor de Nationale Wetenschapsagenda voor Scholieren: ‘Wat is de meest effectieve manier om pesten op middelbare scholen in Nederland tegen te gaan?’ “Er zijn heel veel verschillende manieren om te pesten en iedereen heeft ermee te maken.” Ook bij deze vraag blijkt relevantie de belangrijkste voorwaarde te zijn. “Ik heb al eens gehoord dat als je gepest bent, je er je hele leven last van hebt. Dat is heel erg!” Er zijn wel al methoden die proberen het pesten te verminderen, maar welke manier het beste werkt is volgens de scholieren nog niet bekend. “Daarnaast komt pesten niet alleen voor op school, maar worden ook volwassen soms nog gepest op hun werk”. Om leren mogelijk te maken, is een veilige omgeving belangrijk. Als een kind zich niet veilig voelt zal het ook niks leren. Dan zit je al die tijd voor niks op school!

Maar is de vraag ook goed gesteld? Cornet geeft de jongeren het advies om nog eens kritisch naar de vraag te kijken. De uitdrukking ‘de meest effectieve manier’ suggereert dat één manier het beste werkt, maar het kan zijn dat een combinatie juist goed werkt, of dat verschillende manieren van pesten om verschillende aanpaktechnieken vraagt.

De scholieren zijn het met haar eens. Ook de uitdrukking ‘tegengaan’ is niet juist geformuleerd. “Dit suggereert dat het onderzoek gefaald heeft als niet al het pesten is gestopt, maar het verminderen van pesten kan ook al een goed resultaat zijn”. De vraag wordt na deze korte discussie aangepast. Na enkele suggesties zijn de scholieren het eens. De vraag wordt ‘wat zijn effectieve manieren om pesten op middelbare scholen in Nederland aan te pakken?’ Ook de tweede vraag is klaar.

De twee vragen zijn, samen met de vragen van de andere vakgebieden, gepresenteerd aan staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Sociaal-wetenschappers hebben er twee nieuwe uitdagingen bij.

ReactiesReageer