Naar de content

Het nietige stofje dat aarde heet

Recensie Fractie van een pixel van George van Hal

Wikimedia commons, NASA/JPL-Caltech/Space Science Institute via publiek domein

De aarde is een klein puntje in een immens heelal. In Fractie van een pixel schiet journalist George van Hal je het universum in, via een aantal ruimtevaartavonturen naar de randen van onze kennis.

3 december 2021

‘Kijk nog eens naar die stip. Dat is hier. Dat is thuis. Dat zijn wij. Daarop leeft iedereen die je liefhebt, iedereen die je kent, iedereen van wie je ooit hebt gehoord, elk mens dat ooit heeft bestaan.’ Met deze woorden begeleidde de Amerikaanse astronoom en tv-bekendheid Carl Sagan de _Pale Blue Dot_-foto die de Voyager 1 in 1990 maakte. Daarop verschijnt de aarde als een vaal blauw puntje, minder dan een pixel groot. In 2013 deed ruimtesonde Cassini deze exercitie dunnetjes over vanuit een baan om Saturnus.

We zouden hier op ons vaal blauwe puntje bijna vergeten dat er zich in alle richtingen – tot tientallen miljarden lichtjaren diep – een immense ruimte bevindt. Die kosmos is het decor voor het boek van wetenschapsjournalist George van Hal van de Volkskrant. Hiermee wil hij wat afstand nemen van de aardse drukte en de lezer wat ‘tegengif geven voor het heftige nu’, aldus de begeleidende tekst. Van Hal levert een vlot boek vol heldhaftige ruimtevaartverhalen en spannende wetenschap. Veel nieuwe inzichten levert dat niet op, maar dit boek helpt je wellicht aan een écht wijds perspectief in de donkere pandemiemaanden.

Van die pixel af

In wezen had Sagan – wiens bovenstaande quote wordt aangehaald in het eerste hoofdstuk – het mis. Sinds de jaren 60 zijn zo’n zeshonderd mensen van onze planeet áf geweest. Van Hal pikt er voor de eerste hoofdstukken een aantal epische ruimtevaartverhalen uit. Van de spannende maanlanding van Apollo 11 in 1969 waarbij gezagvoerder Neil Armstrong de maanlander met een vrijwel lege brandstoftank nog even over een aantal grote stenen manoeuvreert tot aan de bijna fataal afgelopen Apollo 13-missie. Door inventiviteit en een flinke portie geluk kwamen de drie astronauten levend terug op aarde. Ruimtevaartorganisatie NASA boog het verhaal om tot een heldenepos.

Vervolgens gaat het boek over verre ruimtereizen waarbij je liever geen mensen meeneemt. Zo schieten inmiddels behoorlijk wat (onbemande) ruimtesondes naar buurplaneet Mars, maar ook andere planeten kunnen rekenen op bezoek: van de snoeihete (en koude) kogel Mercurius tot aan de verre gasreuzen zoals Uranus en Neptunus. Van Hal laat zien dat voor deze ruimtereizen vrijwel niets aan het lot wordt overgelaten en dat de voorbereiding al gauw een jaar of tien duurt. Tel daarbovenop een reistijd van tien jaar en een missieduur van tien jaar en je komt tot de conclusie dat een enkele ruimtereis het levenswerk van de betrokken ingenieurs is. Eén carrière voor één epische ruimtereis: over nietig gesproken.

Een wijdse blik het heelal in. De zogenoemde eXtreme Deep Field-foto van ruimtetelescoop Hubble.

NASA/ESA/G. Illingworth, D. Magee en P. Oesch van University of California, Santa Cruz/R. Bouwens van Universiteit Leiden/HUDF09-Team

Daarna neemt Van Hal je aan de hand, nog veel dieper het universum in. Door de Melkweg die door de ontdekking van de Groningse astronoom Amina Helmi uit een botsing van twee veel oudere sterrenstelsels blijkt te bestaan. In de buitenregio van de Melkweg draaien nog steeds grote hoeveelheden sterren die afkomstig zijn uit een van die oorspronkelijke sterrenstelsels. Natuurlijk ontbreekt het zwarte gat dat in 2019 zo spectaculair op de foto werd gezet niet. De Nijmeegse astronoom Heino Falcke speelde in dit project een hoofdrol. Van Hal doet een boekje open over hoe die samenwerking, soms met behoorlijk wat getouwtrek, tot stand kwam.

Als uitsmijter laat Van Hal zien dat de astronomie in een welhaast monumentale crisis lijkt te verkeren. Zo levert dat net gefotografeerde zwarte gat wetenschappelijk gezien behoorlijk wat problemen op: het is een plek waar de door de mens opgestelde natuurwetten zoals de quantummechanica en de algemene relativiteitstheorie geen goede voorspellingen meer doen. En dan hebben we het nog niet eens over de grote hoeveelheden donkere materie en donkere energie in het universum. Aan de hand van bewegingen van sterrenstelsels concluderen astronomen dat het er moet zijn, maar over wat het is tasten ze in het duister.

Het (on)behapbare

Het schrijven van een populairwetenschappelijk boek kun je natuurlijk wel overlaten aan een wetenschapsjournalist. Van Hal levert een boek dat leest als een trein en volgepakt is met spannende verhalen en geslaagde analogieën. Er komen veel onderwerpen voorbij, van de Apollo-missies tot aan zwarte gaten, van de prachtige beelden van de Hubble-telescoop tot wormgaten en de snaartheorie. Die veelheid aan thema’s is daarbij ook een nadeel, want het ontbreekt wat aan focus. Dit wordt versterkt door de vele kaders in de tekst.

Ik zou dit boek ook niet aan íedereen aanraden. Volg je het wetenschapsnieuws op de voet dan lees je namelijk niet zo veel nieuws. De verhalen over bijvoorbeeld de maanlandingen en Apollo 13 zijn al vaak verteld. Dit is misschien een beetje flauwe kritiek, want dit boek ís samengesteld uit krantenverhalen. Maar wees als ruimtevaartfan en astronomieliefhebber wel gewaarschuwd.

Hoe zit het met dat kosmische perspectief dat de schrijver ons belooft? Naast het openingshoofdstuk over de ‘pixel’ die onze aarde is worden de thema’s in de tweede helft van het boek – als Van Hal ons meeneemt naar het diepe heelal – steeds ‘groter’. Daar drijven we ver af van het aardse ‘gedoe’. Dit is ook waar de auteur het meest in zijn element is: als het gaat over donkere materie en de versnelde uitdijing van het heelal. Bij de uitleg over de doorgaans amper te doorgronden theorieën van de fysicus Erik Verlinde laat Van Hal zijn grootste kracht zien: het voor de leek smakelijk opdienen van het haast onbehapbare.

George van Hal, Fractie van een pixel, Uitgeverij Nieuwezijds, 200 pagina’s. EUR 18,95, ISBN: 9789057125614. Meer informatie & bestellen.

ReactiesReageer