Naar de content

Een stem voor het stille midden

Vijf vragen over de zwijgende meerderheid

Freepik

Het publieke debat lijkt steeds meer gepolariseerd. Hoe betrek je het stille midden erbij? En wie is die zwijgende meerderheid eigenlijk?

Het is een niet strak gedefinieerd begrip, dat zich desondanks hardnekkig nestelde in de volksmond en mediaberichtgeving: de zwijgende meerderheid. Om het begrip meer handen en voeten te geven spreken we met Niek Mouter, universitair docent aan de TU Delft en ‘zwijgendemeerderheidexpert’.

Mouter heeft een achtergrond als econoom en promoveerde op maatschappelijke kosten-batenanalyses, die bekijken of keuzes van de overheid goed uitpakken voor de maatschappij. Omdat er onvrede was over meetmethoden die overtuigingen van burgers moesten achterhalen, ontwikkelde hij met zijn collega’s vanuit de TU Delft de tool Participatieve Waarde Evaluatie (PWE). “Daarmee leg je heel genuanceerd de keuzes van de overheid uit én kunnen burgers hun mening geven over die keuzes”, vertelt hij. “En dat in slechts twintig minuten. De tool was een succes en de TU Delft vond dat er een start-up moest komen.” Dat werd Populytics, waarvan Mouter medeoprichter en wetenschappelijk directeur is. Populytics helpt met de tool verschillende overheden, waaronder gemeenten.

Wie behoren tot de zwijgende meerderheid?

“De zwijgende meerderheid is per thema een verschillende groep. Iemand kan zich het ene onderwerp zeer aantrekken en op een ander thema veel genuanceerder zijn. Uit onderzoeken waarbij ik was betrokken, kwam grofweg naar voren dat beide polen, de extremen, goed zijn voor zo’n 20 procent van de bevolking. Dit zijn de twee gepolariseerde groepen in een discussie. De zwijgende meerderheid is dus zo’n 80 procent. Uiteraard is dat niet in beton gegoten en kan het afhankelijk van het thema verschillen, maar hier moet je ongeveer aan denken. De zwijgende meerderheid is redelijk genuanceerd en neemt in de meningsvorming vaak voor- en tegenargumenten mee.”

En wie behoren tot de polen, de zeer uitgesproken groepen?

“Vaak is het een gemêleerde groep, grappig genoeg. Je vindt niet echt een patroon. Ze kunnen jong en oud, hoog- en laagopgeleid, man en vrouw zijn. Ik was betrokken bij de Nationale Klimaatraadpleging. Bij de discussie over de opwarming van het klimaat zie je aan de ene kant mensen die niet geloven dat de aarde opwarmt door menselijk toedoen, en aan de andere kant mensen die zich extreem veel zorgen maken en klimaatstress hebben op een zeer hoog niveau. Bij corona zag je dat ook: aan de ene kant mensen die niet geloven dat er een probleem is, en aan de andere kant mensen die enorm bezorgd zijn, bijvoorbeeld vanwege hun kwetsbare gezondheid. Maar het hoeft niet zo te zijn dat mensen op beide onderwerpen bij de zeer uitgesproken groep horen.”

Waarom zwijgt de meerderheid?

“Niks zeggen is makkelijk. Je mening hard laten horen, daar zijn kosten en moeiten aan verbonden. Het kost tijd om met anderen in discussie te gaan op bijvoorbeeld een lange bewonersbijeenkomst in de buurt. Er zijn weinig mensen die hier zin in hebben. Dat doe je alleen als je een heel groot belang hebt, zoals een sterke mening die je wilt delen. Daarnaast lijkt het voor sommige media interessanter om extreme meningen te rapporteren, omdat die meer kijkers en hits opleveren. En in verkiezingsdebatten is er weinig tijd voor nuance. Een politicus moet in heel korte tijd uitleggen of die voor of tegen kernenergie is, waardoor nuance verloren gaat. Daardoor kan de groep afhaken die meer genuanceerd denkt.”

Hoe kunnen we het stille midden een stem geven?

“Uit onderzoek weten we dat veel mensen niet meer dan twintig minuten willen besteden aan burgerparticipatie. Daar moeten we onze burgerparticipatie op aanpassen. Beleg je alleen een bewonersbijeenkomst van drie uur, dan stoot je het stille midden af en loop je het risico vooral extremen te trekken, omdat die een groter belang hebben. Om ook andere meningen te horen is het daarom slim om burgerberaden te combineren met raadplegingen. Zo’n burgerberaad is vaak een groep van zo’n 150 mensen die betaald krijgt voor deelname en random is geloot uit de samenleving. Onze PWE-methode is een voorbeeld van een raadpleging. Het nadeel van een burgerraad is dat die duur en kleinschalig is, terwijl mensen met een raadpleging niet met elkaar in gesprek gaan. Door beide te combineren neem je de nadelen weg en geef je het stille midden ruimte. ”

Waarom moeten we luisteren naar de zwijgende meerderheid?

“Ik denk dat het voor de samenleving heel helend werkt als we de zwijgende meerderheid meer een stem geven. Als de polen meer in aanraking komen met de mening van de zwijgende meerderheid, die genuanceerd is, ontstaat er meer begrip, een evenwichtiger debat en een ander perspectief. Ook zorgt burgerparticipatie voor betere besluiten, omdat burgers kennis kunnen toevoegen die experts en beleidsmakers niet hebben. Daarnaast voelen besluiten voor beleidsmakers legitiemer als niet alleen de harde schreeuwers gehoord worden. Zonder de zwijgende meerderheid, een heel grote groep, is het moeilijk om met zelfvertrouwen belangrijke keuzes te maken.”