Je leest:

Een profetische beweging in een dorp in Friesland

Een profetische beweging in een dorp in Friesland

Auteur: | 1 november 2007

Uit onderzoek van godsdienstsocioloog Lammert Gosse Jansma blijkt dat geloof vooral ‘normaal’ moet zijn. In de ogen van dorpsbewoners, kerkleden, en de media gaat een normaal kerklid soms zondags naar de kerk en speelt zijn geloof een marginale rol in hun dagelijks leven. Profetische bewegingen zoals de Stichting ‘Uit de bron van Christus’ vinden ze abnormaal en moeten op afstand gehouden worden.

In onze maatschappij zijn veel nieuwe religieuze bewegingen ontstaan. Het gedachtegoed binnen die bewegingen varieert sterk, maar een aanzienlijk deel ervan richt zich op het verschaffen van persoonlijke groei of perfectie en genezing. In sommige landen in het Westen reageren mensen met onverschilligheid, in andere met stilzwijgende of openlijke tegenwerking. Het grote publiek, maar ook politici weten niet veel van dergelijke bewegingen; de belangrijkste bron van informatie is de massamedia.

De berichten in de media zijn meestal sensationeel. Ze berichten bijvoorbeeld dat het gaat om groeperingen die een bedreiging vormen voor de maatschappelijke waarden en instituties. Degenen die zich bij dergelijke bewegingen hebben gevoegd, zouden geestelijk niet geheel in orde zijn of gehersenspoeld.

Het onderzoek naar de beweging Uit de Bron van Christus startte in 1998. Ik verzamelde materiaal via interviews met leden en ex-leden, het bijwonen van bijeenkomsten en volgen van lezingen in het centrum in Oudehorne, brochures van de beweging en haar Kontaktblad, archieven van kerkenraden en interview met sleutelinformanten in de vestigingsplaats van de beweging.

Uit de Bron van Christus

In een klein Fries dorpje vestigt zich eind jaren tachtig van de vorige eeuw een nieuwe religieuze beweging: Stichting Uit de Bron van Christus. Deze beweging verzamelt zich rond mevrouw Sonja de Vries door wie engelen spreken en door wie zij genezingen tot stand kunnen brengen. De beweging kent ongeveer 200 volgelingen, voor het merendeel afkomstig uit Friesland en Noord-Holland. Voor zover ik heb kunnen nagaan heeft meer dan de helft van de volgelingen (apostelen) een protestantse achtergrond. Sommigen zijn actief geweest in hun kerkgenootschap, anderen waren meer randleden. Maar er zitten ook Rooms-Katholieken en onkerkelijken bij.

Engelen uit de Zevende Lichtsfeer

De beweging begint in 1983 als mevrouw Sonja de Vries, die dan in het Noord-Hollandse De Rijp woont, hoort dat zij een instrument zal worden van machten van gene zijde, engelen uit de Zevende Lichtsfeer, en dat het haar taak zal zijn om de mensen weer terug te brengen naar het ware geloof, het evangelie zoals het was in de dagen van de eerste apostelen. Dat geloof houdt onder meer in dat de mensen oorspronkelijk door God in zijn schepping zijn verstrooid als vonkjes. Deze goddelijke vonken moeten weer terug naar God, naar het Licht met hoofdletter.

Tijdens haar eerste contact met de engelen krijgt mevrouw De Vries ook de boodschap dat engelen via haar genezingen zullen verrichten. De verhalen over wonderbaarlijke genezingen door mevrouw De Vries gaan van mond tot mond. Al gauw vormt zich een groep aanhangers (meestal dankbare patiënten of hun familieleden en kennissen). Hun enthousiasme is zo groot dat zij hun nieuwe ervaringen willen delen met anderen, maar zij komen tot de pijnlijke ontdekking dat veel mensen er niet voor open staan. De profetes krijgt al snel te maken met veel negatieve publiciteit. In interviews in de regionale kranten beschuldigen ontevreden ex-patiënten, met name uit Friesland, haar van het ongeoorloofd uitoefenen van geneeskunde, bezetenheid, het aanzetten tot abortus en het overvragen van haar patiënten.

Ondanks deze negatieve publiciteit en oppositie heeft de Stichting zich vanaf het begin verdedigd tegen aantijgingen in de media. Ontevreden patiënten, ex-leden en andere tegenstanders krijgen echter vaker de gelegenheid om hun grieven te uiten.

In mijn beschrijving van de beweging spreek ik over engelen die door een profetes spreken. Mijn bedoeling hiermee is om aan te sluiten bij het taalgebruik van de beweging zelf. Dit betekent niet dat ik geloof in de bovennatuurlijke oorsprong van een dergelijke boodschap, maar ook niet dat ik deze mogelijkheid uitsluit. Als wetenschapper houd ik dat open.

In Oudehorne

Ondanks de negatieve publiciteit en oppositie groeit de beweging in de eerste jaren vrij snel. Het werk van de profetes – het ontvangen van patiënten, het geven van lezingen, het trainen van de apostelen en daarbij haar dagelijkse bezigheden als huisvrouw – wordt zo omvangrijk dat in 1986 de Stichting Uit de bron van Christus wordt opgericht. Die Stichting heeft het doel administratieve en organisatorische zaken op zich te nemen om zo de taken van de profetes te verlichten. Door de uitbreiding van het aantal leden zoekt de stichting een nieuw onderkomen. Ze vindt dat in Oudehorne, een klein dorp dat tezamen met het tweelingdorp Nieuwehorne, iets meer dan tweeduizend inwoners telt. In augustus 1987, als mevrouw De Vries net verhuisd is naar Oudehorne, wordt zij geïnterviewd door een locale omroep. In dat interview nodigt zij de mensen uit haar nieuwe omgeving uit om haar te komen opzoeken. In een interview met de dorpskrant november 1989 herhaalt zij haar uitnodiging. Slechts één dorpsbewoner gaat op haar invitatie in.

Ook op andere terreinen verloopt het contact stroef. Het echtpaar De Vries stuurt zijn zoon naar de basisschool in het dorp. Al snel constateert het echtpaar dat hij daar niet kan blijven omdat de kinderen hem pesten met zijn moeders contacten met duistere machten. De jongen woont daarom tijdens zijn schooltijd eerst bij familie en later bij vrienden. Maar er is meer. Jongeren, zoals zo vaak in dorpen, op zoek naar vertier en vermaak, vinden in het centrum van de Stichting een nieuw en gemakkelijk object. Zij begaan verschillende vormen van vandalisme, zoals het gooien van bierflesjes op de oprijlaan. Voor de Stichting is dit een reden het erf af te sluiten met een muur, een hek en een heg. Bovendien stellen ze bewaking in om zo op onwelkome acties voorbereid te zijn.

Het bezoek van kerken

In 1988 begint de Stichting met het geven van informatie over het werk van mevrouw De Vries en de boodschap van de engelen aan de Protestante kerken in Friesland. De apostelen denken dat voorlichting belangrijk is omdat sommige voorgangers van deze kerken zich negatief over de beweging hebben uitgelaten. De meeste kerken reageren niet op de uitnodiging of antwoorden alleen om die af te wijzen. De apostelen besluiten daarop de zondagsdiensten van de kerken te volgen. Vanaf 1992 organiseert de Stichting bovendien open avonden voor belangstellenden.

De grote meerderheid van de kerken ontvangt de groepjes bezoekende apostelen, zij het aarzelend. In een periode van negen jaar benadert de stichting meer dan 180 kerken. Honderd weigeren direct de toegang, de rest weigert die na korte tijd. In 1997 stoppen de apostelen met het bezoeken van kerkdiensten maar het houden van open avonden doen ze tot op de dag van vandaag.

De kerken weigeren de apostelen omdat de gemeenteleden zich bedreigd voelen en gedreigd hebben thuis te blijven als de kerkenraden verder toestemming zouden verlenen. In sommige gevallen wijzen de kerken ook op de occulte elementen die de leer van de beweging zou bevatten, maar dit argument – zo werd duidelijk uit mijn interviews met sleutelpersonen van de locale kerken – is toch van geringere betekenis.

Dorpskerk in Hogebeintum in Friesland. De meeste kerken reageren niet op de uitnodiging van de apostelen. De apostelen besluiten daarop de zondagsdiensten van de kerken te volgen.

Sektebestrijders en media-aandacht

Begin jaren ’90 van de vorige eeuw krijgt de Stichting ruime aandacht van de media. De aanleiding is hun bezoek aan de kerken, maar een andere belangrijke reden is dat een aantal actieve tegenstanders (vooral ex-leden, familieleden van apostelen) zich aaneensluit tot een los verband en zich tot de media wendt.

Een van de ex-leden, die de lezingen van de profetes een goede twee jaar heeft gevolgd, wordt een vurig bestrijder van de beweging. Zij geeft lezingen in Friesland en elders, interviews in kranten, op televisie en radio en schrijft verschillende malen ingezonden stukken in de dagbladen. Al deze activiteiten maken haar bekend bij een groter publiek en brengen haar ook enige status als ‘sektebestrijder’ in Friesland. Interviews met haar hebben schreeuwende koppen als ’Sonja’s engelen zijn demonen’ en ‘Sonja maakt mensen kapot’. In deze interviews wordt mevrouw De Vries beschuldigd van het hypnotiseren van haar volgelingen en opnieuw van in contact staan met demonische machten. Om de berichtgeving te weerspreken, bezorgen de apostelen een brief bij alle woonhuizen in Friesland. Daarin vertellen zij over het werk van de profetes en leveren kritiek op de journalisten, die hen de mogelijkheid tot weerwoord hebben onthouden.

In het voorjaar van 1994 vestigt de Studie en Helpgroep Sekten een kleine afdeling in Friesland om ex-leden en familie van leden te steunen. Een lid van de groep onderzoekt de Stichting drie weken lang. De apostelen zijn verbaasd over zijn incompetentie. Als ze hem vragen naar zijn onderzoeksplan, blijkt hij niet in staat zoiets te leveren. Daarop zeggen de apostelen hem dat hij beter kan gaan. In een interview in de Leeuwarder Courant zegt hij: ‘dankzij ons (de studiegroep) zal het hier geen Waco worden’.

Verhuizen

De activiteiten van de Stichting breiden zich over de jaren steeds verder uit. Naast het volgen van lezingen, zijn er aposteltrainingen, zangkoorrepetities, de publicatie van het Kontakblad, open avonden, verzorging van de gebouwen en de financiën. Al deze (vrije) tijd verslindende activiteiten brengt een aantal apostelen die ver weg wonen ertoe om een woning in of in de buurt van Oude- of Nieuwehorne te zoeken.

De toestroom van apostelen naar het dorp beangstigde het Dorpsbelang. Dit terwijl de apostelen wel deelnemen aan het leven in de dorpsgemeenschap. De meeste apostelen vertellen mij tijdens interviews dat zij een goede, soms zelfs een zeer goede, verhouding hebben met hun buren. Het Dorpsbelang ziet die inspanningen echter niet en benadrukt vooral dat de apostelen zich distantiëren van het dorpsleven.

Ongelijke strijd

De beweging rond mevrouw Sonja de Vries heeft al bekendheid gekregen via de media voordat zij zich in Oudehorne vestigt. Door de negatieve beeldvorming in de media en de afstandelijke houding van de locale kerken blijft het contact tussen dorpsbewoners en leden van de Stichting beperkt. De media, en met name de provinciale dagbladen, hebben vooral gezocht naar sensatie. Met schreeuwende koppen – waarin vaak de term sekte voorkomt en gewezen wordt op demonische invloed – krijgen berichten over de Stichting maximale lezersaandacht. Door verslaggeving in de media wordt de beweging gestigmatiseerd. Vooral hierdoor stellen de dorpsbewoners zich voor het merendeel afstandelijk en in sommige gevallen negatief op, tonen weinig interesse voor de beweging en zoeken geen contact. De beweging en haar leden worden gemeden en beschouwd als een aparte groep, als buitenstaanders. Door de geringe contacten blijft de negatieve beeldvorming in stand.

De ex-leden en familieleden van de apostelen, die zich tegen de beweging hebben gekeerd, vinden het moeilijk te accepteren dat iemand zich uit vrije keuze tot een dergelijke beweging bekeert en zij wijzen daarom op geestelijke manipulatie en schilderen de ervaringen met de beweging in donkere kleuren af. Door zichzelf of hun familielid als slachtoffer van geestelijke manipulatie te presenteren wordt dezen de mogelijkheid geboden hun ‘abnormale’ gedrag naar anderen toe acceptabel te maken.

Het deelnemen van de apostelen aan het dorpsleven week niet aantoonbaar af van de rest van dorpsbevolking. Niettemin werd verontrusting uitgesproken over non-participatie van de apostelen. Hier wordt iets duidelijk van wat de bewoners zien als acceptabel gedrag. Het probleem is niet zozeer de mate van participatie in het dorpsleven, het gaat veel meer om de prioriteit die de apostelen geven aan contacten met mede-apostelen en aan het werk voor de Stichting. Hun toewijding daaraan wordt gezien als abnormaal en als afwijkend van wat een dorpsbewoner zou behoren te doen.

Dit artikel is een publicatie van Religie & Samenleving.
© Religie & Samenleving, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 november 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.