Je leest:

Op zoek naar christelijke spiritualiteit

Op zoek naar christelijke spiritualiteit

Tegen de achtergrond van de ontkerkelijking van Nederland is het ontstaan van meer individueel gerichte vormen van religie opvallend. Hoewel het christendom aan betekenis heeft ingeboet blijken christelijke vormen van spiritualiteit aan populariteit te winnen. Christelijke spirituele centra spelen hierin een belangrijke rol.

Terwijl steeds meer mensen de kerk verlaten en links laten liggen, blijft christelijke spiritualiteit in de belangstelling staan. Christelijke spirituele centra spelen hierin een belangrijke rol. Wat betekent deze nieuwe christelijke spiritualiteit? Wat zoeken, en vinden, mensen hierin?

De meditatieruimte is eigenlijk een kloosterkapel. Zachte tinten, bruin en crême kleuren de ruimte. Op een tafel, het ‘altaar’, ligt een geopende bijbel. Achter de tafel hangt een beeld van Maria met kind. Aan de muren hangen afbeeldingen uit de bijbel. Het is het verhaal van het lijden en sterven van Jezus van Nazareth. Staties, zoals deze afbeeldingen genoemd, vind je in elke katholieke kerk of kapel. Maar in plaats van een priester staan twee meditatieleiders, een man en een vrouw, de bezoekers op te wachten.

De vrouwelijke meditatieleider vraagt ons te gaan staan. We gaan lichaamsoefeningen doen die bedoeld zijn om te ‘gronden’, te ‘aarden’. ‘Aarden’ is belangrijk want we moeten in het ‘hier en nu’ zijn en niet met onze aandacht ergens anders. Het gaat om dit moment, letterlijk met beide benen op de grond. Bij een van de oefeningen schieten we een denkbeeldige pijl vanuit de schouder langs onze linkerflank de grond in. Na dit zeven keer gedaan hebben is ons linkerbeen helemaal ‘geworteld’. Als onze rechterkant ook ‘geworteld’ is, gaan we schommelen ‘als rietpluimen aan de waterkant’.

Dit is de plaats van de meditatieleider, met een knielbankje en een bijbel (overigens niet in het centrum waar dit onderzoek is uitgevoerd).

Dan is het tijd voor ademhalingsoefeningen. We bewegen onze armen omhoog om ‘het licht op te scheppen’. Eenmaal boven, klappen we in onze handen en masseren ons hoofd, keel en borst, waarna de handen langs het lichaam glijden. Op de uitademing ‘laten we de negativiteit naar beneden stromen’. In de oefeningen die volgen blijft de ademhaling centraal staan. Door in te ademen kunnen we ‘energie’ vanuit de grond naar verschillende lichaamsdelen ‘sturen’. Met iedere uitademing laten we de negatieve energie naar de aarde stromen.

Na deze oefeningen legt de meditatieleider enkele principes van meditatie uit. Daarin benadrukt hij vooral de aanvaarding van onze gevoelens en gedachten tijdens meditatie. Door aanvaarding van wat zich aandient, wat in je opkomt, kunnen mensen veranderen, omgevormd worden. Maar kan er nu in meditatie ook iets gebeuren wat onze zintuigen overstijgt? Volgens de meditatieleider kan soms de ‘andere kant’ komen opdagen. “In de taal van de bijbel zou je zeggen ‘God’. En van God wordt gezegd dat Hij komt en gaat wanneer Hij wil. Het kan best zijn dat Hij langskwam terwijl jij niet thuis was.” De ‘andere kant’ laat zich echter niet dwingen, maar we kunnen wel de voorwaarden scheppen om hem welkom te heten.

De laatste oefening is een geleide meditatie, wat wil zeggen dat de meditatieleider een beeldend verhaal vertelt waarin de deelnemers zich verplaatsen. Afgewisseld door korte en langere stiltes geleid de meditatieleider ons door een bos. “Je loopt door een bos… je wandelt aandachtig… je voelt het mos onder je voeten… je kijkt om je heen naar de bomen… je ziet een grote dikke boom staan… de stevige verworteling in de aarde… je raakt de bast aan met je hand… kijk omhoog naar de kruin… het zonlicht schijnt door de kruin… voel het zonlicht op je gezicht… nu zijn jij, de boom en het zonlicht even bij elkaar… neem nu afscheid van de boom… wandel weer over het mos het bos uit.”

Bovenstaand verslag beschrijft een deel van een cursusavond ‘introductie spiritualiteit’, georganiseerd door een christelijk spiritueel centrum. Dit soort centra zijn organisaties die spirituele cursussen aanbieden aan geïnteresseerden. Hoewel er activiteiten van heel verschillende aard worden aangeboden, van kunst en film tot en met wandeltochten, geeft het verslag een goede indruk van de inhoud van spirituele cursussen.

Opvallend is dat de meeste van deze centra zijn voortgekomen uit verschillende katholieke orden, zoals de Jezuïeten, Franciscanen en Dominicanen. Ook in sommige ‘stille’ kloosters wordt gelegenheid geboden om nieuwe vormen van spiritualiteit te ontdekken.

Katholieke orden: Orden in de katholieke kerk zijn gemeenschappen van mensen die een bepaalde religieuze ‘regel’ volgen die is opgesteld door de stichter van de orde. De ‘regel’ schrijft voor hoe de gemeenschap leeft, bidt en werkt. De verschillende orden kennen vanouds verschillende specialismen, zoals zorg voor de armen, gezondheidszorg en onderwijs. De ‘stille’ kloosterorden, zoals de Benedictijnen, leven meer apart van de samenleving, waar zij zich bezighouden met gebed en het werken in de gemeenschap. Bron: osb.org

De reden dat deze katholieke orden zo prominent aanwezig zijn op de spirituele markt, ligt voor een groot deel in de veranderingen in de katholieke kerk sinds de jaren zestig. Aan het begin van de jaren zestig kondigde de toenmalige paus Johannes XXIII een vergadering van bisschoppen af, het zogeheten 2e Vaticaans Concilie. Deze vergadering vond plaats tussen 1962 en 1965 en had als doel de kerk te vernieuwen en ‘bij de tijd te brengen’. Het bekendste voorbeeld van deze vernieuwing was dat veel kerkdiensten niet meer in het Latijn maar in de volkstaal gevierd werden.

Het Tweede Vaticaans concilie (1962-1965)

Hoewel de meningen verdeeld zijn over de betekenis en uitwerking van dit concilie, voelden in die tijd met name veel Nederlandse katholieken zich gesterkt om de autoriteit van de kerk en de geloofsbeleving kritischer te bekijken. Niet toevallig vonden deze veranderingen plaats in een tijd dat in de samenleving de vanzelfsprekendheid van gezag ter discussie werd gesteld en de keuzevrijheid steeds meer werd benadrukt. Gelovigen hadden het idee dat ze zelf mochten bepalen wat ze wilden geloven, niet zelden met kerkverlating als gevolg.

De orden zelf merkten ook de gevolgen van deze emancipatiegolf. Velen die in een orde ‘ingetreden’ waren, verlieten deze vroeger of later en steeds minder katholieke jongeren voelden zich ‘geroepen’ tot het religieuze leven. Mede door deze ontwikkelingen begonnen orden hun eigen traditie te herijken. Vaak liepen zij voorop in de veranderingen binnen de katholieke kerk en toonden zij een grote openheid naar de samenleving, maar ook naar andere religieuze tradities.

Vanuit die inspiratie ontstonden spirituele centra. Plekken waar mensen iets van het geloof kunnen leren, maar dan wel op een manier die veel meer uitgaat van wat mensen zelf bezighoudt. Het aanbod van deze centra bestaat dan ook vooral uit cursussen; bezoekers kiezen zelf wat hen interesseert en betalen daarvoor.

Bezoekers zijn vaak boven de 55 jaar. Vrouwen zijn opvallend in de meerderheid. De meeste bezoekers zijn katholiek of ex-katholiek. Interessant is dat bezoekers hun interesse in spiritualiteit zien als een invulling van hun geloof. Ook al staat men kritisch tegenover de kerk of heeft men haar de rug toegekeerd, de nieuwe spiritualiteit wordt meestal niet als iets heel anders gezien dan wat in de kerk gebeurt. Het is eerder een aanvulling of beter een verdieping, met dat verschil dat men het gevoel heeft hiervoor zelf te kunnen kiezen, zonder dat het voorgeschreven wordt door een hogere instantie.

De bezoekersgroep is dan ook duidelijk een categorie mensen die de veranderingen in de katholieke kerk aan den lijve hebben meegemaakt en afscheid hebben genomen van een meer traditionele manier van geloven. Voor veel jongere bezoekers geldt dit niet en het blijkt dan ook dat spirituele centra er moeilijk in slagen om deze jongere doelgroep aan te spreken.

Een meditatieruimte in een christelijk spiritueel centrum.

Wanneer we naar het voorbeeld van de meditatie kijken, is het moeilijk te zeggen wat er nu precies christelijk aan is. Centraal staan het lichaam, de ademhaling, de stilte, de aandacht voor het hier en nu. Als zodanig bieden deze vormen van meditatie vooral een manier voor mensen om bewust te leven, om zich bewust te worden van zichzelf en hun gevoelens. Maar ook om zichzelf in contact te stellen met hun sociale en natuurlijke omgeving. Deze manier van handelen wordt wel degelijk geïnspireerd door christelijke noties. Dit zien we bijvoorbeeld terug in de regel van de Benedictijner monniken waarin leven in het hier en nu en gerichte aandacht voor de dingen om ons heen worden benadrukt.

De mediatiecursus sluit echter ook aan bij ideeën uit andere religieuze tradities, zoals het boeddhisme. Er bestaat dan ook bij bezoekers van spirituele centra en in de centra zelf een duidelijke openheid om ook met inspiratie uit andere levensbeschouwingen te werken. Wat dat betreft bestaat er een vrij grote overlap met een ander en veel groter circuit van spirituele centra, die wel vaak worden aangeduid met de term ‘New Age’ of ‘alternatieve spiritualiteit’ – overigens ook een product van de emancipatiegolf van de jaren zestig.

Net als hun alternatieve collega’s spelen christelijke centra in op het feit dat mensen zich weinig gebonden voelen aan religieuze instituties, maar wel op hun eigen manier een persoonlijke zingeving willen ontdekken. Veel meditatiecursussen laten die ruimte aan mensen door hen eenvoudige oefeningen aan te bieden, zonder daar al teveel betekenissen aan op te hangen.

God kan zich opeens voordoen in de meditatie, maar vanzelfsprekend is dat niet en het ligt uiteindelijk meer voor de hand dat mensen door deze spiritualiteit met zichzelf en hun eigen ervaringen in contact komen. Of ze dat dan alsnog God willen noemen wordt gezien als hun eigen zaak. Als zodanig biedt christelijke spiritualiteit een individuele levensbeschouwelijke weg waarop mensen zichzelf hopen tegen te komen.

Dit artikel is een publicatie van Vrije Universiteit Amsterdam (VU).
© Vrije Universiteit Amsterdam (VU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 september 2005

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE