Naar de content

‘Een goede afweging is gebaseerd op stemmen van alle betrokkenen’

Interview met filosoof Peter-Paul Verbeek

Peter-Paul Verbeek voor NEMO Kennislink

De Franse wetenschapsfilosoof Bruno Latour wordt gezien als een van de belangrijkste denkers van de laatste decennia. Hij krijgt dit jaar de Spinozalens uitgereikt en er is een door Latour geïnspireerde ontwerpwedstrijd voor studenten. Hoogleraar Peter-Paul Verbeek vertelt ons er meer over.

1 mei 2020

De filosofische ideeën van Bruno Latour over wetenschap leidden in de jaren negentig tot de ‘science wars’; heftige intellectuele disputen met een even eenvoudige als bedrieglijke inzet: wat is een feit? Is een feit ‘echt’, of een sociaal construct? Hem werd – en wordt overigens nog steeds – relativisme en obscurantisme verweten. Een gevaarlijke denker, die zou ontkennen dat er een ‘objectieve waarheid’ bestaat. En als we dat loslaten, wat is dan het verschil tussen een wetenschappelijke inzicht en een willekeurige opinie, of zelfs een fake truth?

Toch wordt de Franse wetenschapsfilosoof en – socioloog óók gezien als één van de belangrijkste denkers van de laatste decennia. Hij krijgt dit jaar de Spinozalens uitgereikt, een tweejaarlijkse prijs die wordt toegekend aan een internationaal vermaarde denker over ethiek en samenleving. En er is een door Latour geïnspireerde ontwerpwedstijd. Zijn gedachten over een zogeheten ‘parlement van de dingen’, waarin zowel mensen als – zoals Latour het noemt – ‘niet-mensen’ een plek hebben, vormen het uitgangspunt. In samenwerking met de Stichting Internationale Spinozaprijs, de Ambassade van de Noordzee en het DesignLab van de Universiteit Twente worden studenten uitgenodigd om te bedenken hoe je aan Noordzeebewoners, en zelfs het water zelf, een stem kunt geven.

We spraken met Peter-Paul Verbeek, universiteitshoogleraar Filosofie van Mens en Techniek en wetenschappelijk co-directeur van het DesignLab. Over Latour, de stem van de paling en de corona-app. ‘Nee, wetenschap is niet ‘ook maar een mening’.’

Een wedstrijd om een stem te geven aan de bewoners van de Noordzee, en zelfs aan de zee zelf. Is dat nodig?

“Ja, dat is dringend nodig. We zitten middenin een ecologische ramp, door klimaatverandering en uitsterven van soorten, en dat zien we ook aan de Noordzee. De zeespiegel stijgt en diersoorten, zoals de paling, staan op uitsterven. We zien de ramp wel, maar in ons huidige politieke bestel is er geen representatie van de Noordzee en haar bewoners. Ze hebben geen stem. Daarom roepen we met deze wedstrijd studenten op om manieren te bedenken om die stem toch te geven.”

Maar waarom zouden dieren of zelfs het water die stem moeten hebben? We hoeven ze niet te horen om te weten dat we dieren moeten beschermen, of dat we dijken moeten ophogen…

“Jawel, maar daarmee zien we ook iets over het hoofd. We kunnen bijvoorbeeld een fokprogramma starten om de paling te redden, of maatregelen nemen om overbevissing tegen te gaan. Maar vertegenwoordigen we daarmee ook echt het belang van de paling, of gaat het alleen om ons belang en vinden we vervolgens ook een plekje voor die paling? Misschien gaat het belang verder, bijvoorbeeld een specifieke waterinfrastructuur-, een bepaald ecosysteem. Die paling kan dat zelf niet duidelijk maken, en daarom zoeken we naar manieren om die stem toch te laten horen.”

En dat is ook een belangrijke gedachte van Bruno Latour…

“Ja, voor Latour zijn woorden als ‘ecosysteem’ en ‘netwerk’ belangrijk. Niets staat zo maar op zichzelf, maar alles staat in relatie. Ook met ons, dus. Wij zijn niet onafhankelijk van de natuur, maar de natuur heeft een invloed op ons denken en doen. We kunnen bijvoorbeeld de dijken ophogen – maar dat heeft allerlei effecten. Het is bijvoorbeeld heel kostbaar; is dat de enige manier om vorm te geven aan onze relatie met de zee? We willen beleidsmakers een andere, bredere kijk bieden.”

“Latour schrijft over een ‘parlement van de dingen’ of ‘dingpolitiek’ – eigenlijk een heel oude manier van vertegenwoordiging. Het voert onder meer terug op het oud-Scandinavische Thing of Althing. Politiek ging oorspronkelijk over een groep mensen die zich verzamelde rond een kwestie die hun aangaat, en zulke verzamelingen of vergaderingen heetten vroeger een ‘ding’. Het woord ‘zaak’ komt dichter in de buurt. Het was de opdracht om alle stemmen van betrokkenen rond zo’n zaak goed te horen, want dan kom je tot een goede afweging hoe te handelen.”

“Latour breidt dat uit naar mensen én ‘niet-mensen’, maar de gedachte is dezelfde. Het gaat om concrete kwesties, die nu ‘in het geding’ zijn – bijvoorbeeld de paling die op uitsterven staat. Politiek is doorgaans abstract: het gaat over wetten en regels. Maar als je het heel concreet maakt, rond een ‘zaak’, dan kun je allerlei methodes toepassen om belanghebbenden te vertegenwoordigen. Daar gaat de wedstrijd over. Misschien kunnen we met design, kunst, games of wetenschappers duidelijk maken wat de belangen zijn van de Noordzee en haar bewoners.”

Wat levert dat die paling op?

“Dat we goede afwegingen maken die ook de paling aangaan. Natuurlijk is het de vraag hoeveel stem die paling kan hebben. Misschien valt een afweging tussen beschermen van een ecosysteem en een bouwproject in het nadeel van de paling uit. Maar in ieder geval telt het belang van de paling dan ook mee. Het is daarmee een politieke, en niet alleen een economische afweging. En het levert ook ons wat op, want we begrijpen zelf beter wat de relatie is tussen ons en de natuur. Als een ecosysteem moet wijken, gaat ook ons dat aan. Het lot van die paling staat niet op zichzelf, elke beslissing heeft invloed op een systeem waar wij ook een plek in hebben.”

“We hebben vaak de overtuiging dat we bij dergelijke kwesties een neutraal of feitelijk antwoord kunnen geven. Een kostenplaatje. We kunnen de paling redden, maar dat kost zo veel. Dat is niet zo neutraal als het lijkt; alleen al dat we het proberen economisch te duiden, getuigt van een standpunt. De paling is een prijs waard. Dat is overigens een legitiem standpunt, maar er zijn meer standpunten.”

Dat is ook wel een aardige samenvatting van het werk van Latour. Niks is neutraal, zelfs feiten niet.

“Ja, maar dat ligt subtiel. Hij laat inderdaad zien dat wetenschappelijke claims – ook van ‘harde’ natuurwetenschappen, van begin af aan minder gebaseerd zijn op rationele inzichten dan we zouden denken. Ze vormen ook de uitkomst van een belangenstrijd tussen collega’s, financiers, vakbladen, ideologie en het grotere publiek. Kennis is altijd verbonden met macht, en dat is tegen het zere been van wetenschappers en wetenschapsfilosofen.”

“Dat wil overigens niet zeggen dat er geen ‘feiten’ bestaan, of geen ‘werkelijkheid’. Alleen de waarde die we aan die feiten toekennen, is altijd gebaseerd op ideologie en invloed. We zien dat nu bijvoorbeeld aan Trump – het feit van klimaatverandering zegt niet zo veel als ontkenning steeds meer aan invloed wint. Daarmee is klimaatverandering niet ‘ook maar een mening’, maar wél altijd verbonden met een politieke strijd. Een feit is er nooit zo maar, maar moet ‘tot stand komen’. Wetenschap is mensenwerk, en daarbij spelen belangen een rol.

“Zoals ik eerder zei: volgens Latour staat alles in relatie. Hij ontwikkelt een nieuwe manier van denken over de relatie tussen mensen en natuur. We zijn geneigd om te denken dat we autonome wezens zijn, en de natuur een soort object dat we kunnen bestuderen en beheersen. Maar de manier waarop we dat doen, bepaalt meteen ook wie we zelf zijn. De technologie die we gebruiken om die natuur te bestuderen, is bijvoorbeeld allesbehalve neutraal. Die ‘doet’ iets met ons. De echoscopie om een ongeboren kind te observeren, verandert onze relatie tot dat kind. Het kind krijgt bijvoorbeeld een andere status – is opeens aanwezig als ‘individu’. Dat doet niks af aan het feit dat er een foetus is, maar macht en ideologie spelen dan meteen ook een rol.”

“Daarom ben ik bijvoorbeeld een groot voorstander van citizen science: burgers hebben een belang bij feiten, en dat gaat ook de expert aan. Dat is misschien voor die expert een bittere pil, maar ook hij maakt deel uit van een civil society, waarin feiten niet los te zien zijn van waarden en belangen.”

Je hebt zelf je stem laten horen in de discussie rond de corona-app.

“Ja, om twee redenen. Ten eerste zien we ook hier de neiging om op een ‘neutrale’ manier naar technologie te kijken.
Een app zou de mogelijkheid bieden om probleemloos de verspreiding van het virus tegen te gaan; mogelijke problemen – zoals schending van privacy – zijn te voorkomen. Maar het gaat niet alleen om privacy, ook om samen leven. De app is niet los te zien van de vraag hoe we met elkaar omgaan. Dat heeft meteen praktische consequenties. Is de app bijvoorbeeld een surveillancemiddel, of helpt deze ons om solidair met elkaar te zijn? Stelt de app ons in staat om zelf verantwoordelijkheid te nemen, of krijgen we regels opgelegd? Voor het ontwerp maakt dat veel uit.”

“Daarnaast heeft de introductie van een app gevolgen voor de samenleving die we niet kunnen overzien. Juist in een sociaal netwerk zijn er onvoorziene effecten. Dat hoeft overigens niet verkeerd te zijn, en speelt bij technologie altijd. Maar daarom is het wél belangrijk om betrokkenen blijvend een stem te geven. Is er bijvoorbeeld ruimte voor een herontwerp? Kunnen we eerst experimenteren met een kleine groep? De dingpolitiek van Latour en citizen science komen hier samen. Kunnen we betrokkenen verzamelen rond een concrete kwestie? En wat betekent dat voor een technologisch ontwerp?”

Meedoen met de wedstrijd? Zie voor meer informatie de website Ambassade van de Noordzee

ReactiesReageer