Naar de content

Aardbevingen in Groningen: wat wilt ú er eigenlijk over weten?

Nederlandse Aardolie Maatschapij, rechtenvrij

Vorige week deelden wetenschappers de nieuwste inzichten over de aardbevingen in Groningen met elkaar op een symposium in Delft. Veel vragen zijn beantwoord, veel ook niet. Voor ons aanleiding om een artikelenreeks te starten over deze bevingen. Heeft u zelf vragen? Stuur ze in!

8 februari 2018

Het was een wat ongemakkelijk moment, bij het symposium in Delft over de aardbevingen door de gaswinning in Groningen. Wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen, het Staatstoezicht op de Mijnen, het KNMI, de NAM en de TU Delft hadden hun lezingen gehouden, het was duidelijk dat de kennis en het inzicht de afgelopen vijf jaar behoorlijk waren toegenomen, er was net een speciale uitgave uitgekomen van het Netherlands Journal of Geosciences waarin alle huidige kennis over de bevingen gebundeld was… De stemming was eigenlijk best positief.

Maar toen kwam de paneldiscussie over de communicatie tussen wetenschappers en publiek, voorafgegaan door een gesproken column van Manuel Sintubin, hoogleraar structurele geologie aan de KU in Leuven.

“Denkt u dat de inwoners van Groningen staan te juichen, omdat de aardbeving van Huizinge vijf jaar geleden niet klopte met de modellen maar die van vorige maand in Zeerijp wel?”, vroeg hij de aanwezigen. “Dat is onjuist. De inwoners van Groningen zijn woedend als ze horen dat een aardbeving klopt met de modellen. De inwoners van Groningen willen weten wanneer het eindelijk is afgelopen met die bevingen.”

Worsteling

Daar werd de wetenschappelijke gemeenschap toch even fors met z’n eigen beperkingen geconfronteerd. Wetenschappers kunnen geen aardbevingen tegenhouden, en ondanks alle vooruitgang is het voorspellen van aardbevingen nog steeds een ondoenlijke zaak – maar ook het naar buiten brengen van de nieuwe inzichten is soms een worsteling, bleek uit de discussie die volgde.

Veel is onzeker. Dat de aardbevingen door de gaswinning worden veroorzaakt staat echter vast.

Paul Tolenaar, via Nederlandse Aardolie Maatschappij

Ja, de risico’s kunnen steeds nauwkeuriger bepaald worden, en daarom worden de risicokaarten die laten zien hoe groot de kans op schade is voortdurend bijgesteld. Maar wat moet je als inwoner van het aardbevingengebied denken, als er wéér een nieuwe kaart aan je gepresenteerd wordt? Vergroot dat het vertrouwen in de wetenschap (‘wow, ze zijn wéér een stapje verder!’) of voedt dat juist het wantrouwen (‘weer een andere kaart – zeker nieuwe richtlijnen gekregen van de Shell…’)?

De vragen die een wetenschapper heeft, en de antwoorden waar hij of zij tevreden mee is, zijn bovendien vaak andere dan die van de mensen thuis. En de wetenschappers wíllen heus wel met u in gesprek, maar weten niet goed hoe ze het aan moet pakken, zo bleek.

Stuur ons uw vraag

Dit is de achtergrond waartegen wij onze nieuwe themapagina opstarten, over de aardbevingen in Groningen. De komende weken zullen we een reeks artikelen wijden aan de – volgens ons – belangrijkste vragen.

Hoe groot is de kans op wéér een aardbeving als die in Huizinge? Wat is de maximale magnitude die te verwachten is? Houdt het op met beven als de gasproductie omlaag gaat, en wanneer? Pasklare antwoorden zijn er niet, vertellen we u vast, maar er valt best wat over te zeggen.

Ook gaan we achtergrondverhalen maken: Waarom zit er bijvoorbeeld aardgas onder Groningen? En hoe kan het dat de sterkte van de trillingen na een aardbeving zo onregelmatig over het gebied verdeeld is?

Het liefst schrijven we echter over de vragen waar ú mee rondloopt. We vinden het dan ook fijn als u uw mening geeft onder de artikelen, of uw vraag mailt.

Deze serie is inmiddels afgerond, en de inzendingstermijn dus verlopen.

Bronnen
  • The Science behind the Groningen Gas Field, symposium op 1 feb. 2018, georganiseerd door KIVI, de KNGMG, de PGK en SPE.
  • Induced seismicity in the Groningen gas field, the Netherlands, Special Issue of the Netherlands Journal of Geosciences / Geologie en Mijnbouw, December 2017, Cambridge University Press, Open Access
ReactiesReageer