Naar de content

5 boeken over ecodenken

De hand van iemand die een glazen bol vasthoudt met daarin de weerspiegeling van een bladerdak
De hand van iemand die een glazen bol vasthoudt met daarin de weerspiegeling van een bladerdak
Unsplash

De aarde staat in brand, maar we komen niet in actie. Volgens deze auteurs moeten we radicaal anders gaan denken over de planeet en andere aardbewoners.

15 april 2022

Bossen gaan in vlammen op, de zeespiegel stijgt, de bodem droogt uit en biodiversiteit daalt tot een dieptepunt. Veel mensen proberen ‘iets’ te doen – minder plastic, minder vlees, minder vliegen. Maar het blijkt een druppel op een gloeiende plaat. De cynische gedachte is verleidelijk: we weten het wel, maar we wíllen het gewoon niet.

Is het een gebrek aan wilskracht, of is hier meer aan de hand? Een groeiende groep intellectuelen – filosofen, biologen en technologen – denkt dat het probleem dieper ligt. We weten helemaal niet wat we moeten doen, omdat we niet weten waar we zijn. De manier waarop we denken over onszelf en de wereld bevat een fundamentele weeffout.

Daarom onderzoeken zij nieuwe lenzen om naar de wereld te kijken. Ze spreken over ‘ecosofie’ of multispecies thinking. De gedachte is: als we anders gaan denken en kijken, dan zullen we nieuwe mogelijkheden gaan zien. Niet minder-minder-minder, maar méér betekenisvolle relaties aangaan met de wereld om ons heen. We zetten vijf boeken over ecodenken voor je op een rij:

1 – Staying with the trouble

Wie zich verdrietig, onzeker of machteloos voelt, zoekt het liefst zo snel mogelijk naar een oplossing. In haar boek Staying with the trouble spoort Donna Haraway ons aan om bij het ongemak te blijven. Volgens haar zijn we zo gebrand op het ‘oplossen’, dat we helemaal niet meer nadenken. We zouden er beter aan doen om te doorgronden waar dat ongemak vandaan komt, en welke zaken daarmee verbonden zijn.

Haraway is bioloog en filosoof, maar in haar boek schrijft ze niet over mensen, dieren en planten. Ze heeft het over ‘critters’: we zijn allemaal beestjes die samen in een netwerk leven. Binnen dat web van verbindingen houden we elkaar in leven – of jagen we elkaar de dood in. Ze spreekt niet over individuele zelfontplooiing, maar benadrukt juist dat we altijd verbonden zijn met andere aardbewoners. Zij bepalen mede wie wij zijn, welke mogelijkheden we hebben en hoe we ons kunnen gedragen.

Volgens Haraway vergeten we soms dat we in zo’n netwerk leven, en dat we dus ten diepste afhankelijk zijn van andere aardbewoners. Ze vindt dat wetenschappers te veel denken in ‘laboratoriummodellen’, waardoor ze niet in staat zijn om de complexiteit van de werkelijkheid te zien. Als we grote problemen willen oplossen, zoals de groeiende economische ongelijkheid en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen, hebben we volgens Haraway een andere manier van denken en kijken nodig.

Donna Haraway (2016). Staying with the trouble. Making Kin in the Chthulucene. Duke University Press.

2 – Verzet in ecopanische tijden

Het recente IPCC-rapport laat er geen twijfel over bestaan: als we zo doorgaan met leven, verwoesten we de planeet. Waarom lukt het ons maar niet om het klimaatprobleem aan te pakken? Volgens filosoof Henk Oosterling komt dat omdat mensen nog vanuit het oude, territoriale milieudenken naar het integrale klimaatprobleem kijken. Boeren, ingenieurs, ondernemers en politici richten zich allemaal op hun eigen targets. Dat werkt niet, want oplossingen in de ene sector brengen nieuwe problemen in de andere met zich mee.

Oosterling ziet genoeg groene initiatieven in onze samenleving, maar het ontbreekt volgens hem aan samenhang en focus. We kennen de problemen rondom kernenergie, maar in plaats van ons energieverbruik in te dammen, zetten we in op windmolenparken en zonneweides. Die windmolens leiden weer tot nieuwe problemen, zoals overlast voor vogels en omwonenden. Zonneweides maken de grond onbruikbaar.

Oosterling noemt ons beleid ‘ecopanisch’: we schieten alle kanten op. We zouden volgens hem de omslag moeten maken van eigenwijsheid naar ecowijsheid. Daarin draait het niet om het denkende ik (ego), maar om datgene waar wij allemaal onderdeel van zijn: de oikos (eco). Mensen zijn geen exclusieve wezens die de schepping beheren of beheersen. We zijn onderdeel van een ecosysteem en gaan net als andere wezens met het ecosysteem ten onder.

Henk Oosterling (2020). Verzet in ecopanische tijden. Uitgeverij Lontano.

3 – Wij zijn nooit modern geweest

Vroeger zagen we bliksem als een teken van de goden en dachten we regen te kunnen opwekken met een regendans. Nu weten we wel beter, zo luidt het dominante verhaal: religie (cultuur) en bliksem (natuur) zijn twee verschillende dingen. Met de komst van de moderne tijd maakten we een onderscheid tussen mens (subject) en natuur (object). Mensen zijn levende wezens met intenties; daartegenover staan de dingen die wij kunnen bestuderen, meten en begrijpen.

In zijn boek Wij zijn nooit modern geweest trekt de Franse socioloog Bruno Latour dit onderscheid in twijfel. Volgens hem heeft de scheiding tussen mens en natuur nooit echt plaatsgevonden, omdat het vanaf het begin al een sprookje was. In de praktijk lopen cultuur en natuur continu door elkaar heen. Latour spreekt daarom over ‘hybriden’. Denk aan het coronavirus of klimaatverandering. Beide zijn onlosmakelijk verbonden met menselijk gedrag en technologie: een virus zou zich bijvoorbeeld nooit zo snel over de wereld verspreiden zonder onze wereldwijde handelsnetwerken en luchtverkeer.

Volgens Latour hebben we een nieuw politiek systeem nodig waarin plaats is voor mens, natuur en alles daartussenin. Daarom eindigt hij dit boek met een oproep om niet-mensen een stem te geven in een democratie. Hij spreekt van een ‘Parlement van de dingen’, een idee dat nog altijd aanleiding geeft tot politieke debatten, theatervoorstellingen en kunstprojecten, zoals de Ambassade van de Noordzee.

Bruno Latour (1994). Wij zijn nooit modern geweest. Boom Klassiek.

4 – De paddenstoel aan het einde van de wereld

Het woord ‘natuurbescherming’ heeft iets eigenaardigs: het wekt de indruk dat wij de natuur moeten beschermen. De gedachte is: als iets eenmaal verwoest is, dan is het weg. In haar boek De paddenstoel aan het einde van de wereld laat de Chinees-Amerikaanse antropoloog Anna Lowenhaupt Tsing ons kennismaken met een omgekeerde denkwijze: soms is vernietiging nodig om plek te maken voor ander leven.

In het boek vind je verhalen over de kostbaarste paddenstoel van de wereld: de matsutake. Deze bijzondere paddenstoel groeit enkel op de uitgeputte bodem van verwoeste bossen. Het verhaal gaat dat nadat Hiroshima was vernietigd door de atoombom, de matsutake-paddenstoel het eerste levende wezen was dat uit het verwoeste landschap tevoorschijn kwam.

Wereldwijd doen wetenschappers onderzoek naar deze zeldzame zwam. De vernietigde grond waarop de paddenstoel groeit blijkt moeilijk te reproduceren. Tsing vindt de paddenstoel vooral fascinerend omdat hij groeit op een bodem die ‘waardeloos’ is volgens onze kapitalistische maatstaven. Ze legt in haar boek continu verbanden tussen menselijk en niet-menselijk leven. De geschiedenis en ecologie van de matsutake zijn onlosmakelijk vervlochten met oorlog, kapitalisme en industrie. Met deze verhalen hoopt ze de lezer aan het denken te zetten over de vraag: wat kan overleven in de ruïnes die wij hebben gemaakt?

Anna Lowenhaupt Tsing (2021). De paddenstoel aan het einde van de wereld. Leven op de ruïnes van het kapitalisme. Uitgeverij Octavo.

5 – Braiding Sweetgrass

Als je moet vertellen wat mensen anders maakt dan andere levende wezens, dan wijzen veel mensen op onze taal. Wij kunnen lezen, schrijven en spreken. Communiceren met een aardbei of salamander lijkt onbegonnen werk. Maar luisteren we wel goed genoeg? En wat gebeurt er als we ons begrip van ‘taal’ iets oprekken?

Dat doet bosbioloog Robin Wall Kimmerer in haar boek Braiding Sweetgrass. In dit boek onderzoekt zij hoe mensen en planten met elkaar communiceren. Het boek is wetenschappelijk en mythisch tegelijk. Als botanicus onderzoekt Kimmerer planten via wetenschappelijke methoden, als lid van de Citizen Potawatomi Nation omarmt ze het idee dat planten en dieren onze oudste leraren zijn.

Levende wezens zoals aardbeien en salamanders bieden ons lessen en geschenken aan, zegt Kimmerer. Maar onze reguliere wetenschappelijke methoden stellen ons niet altijd in staat om hun boodschap te kunnen horen. Daarom pleit Kimmerer in dit boek voor het verbreden van onze wetenschappelijke blik met traditionele ecologische kennis. Alleen dan zullen we in staat zijn de vrijgevigheid van de aarde te begrijpen.

Robin Wall Kimmerer (2015). Braiding Sweetgrass. Indigenous Wisdom, Scientific Knowledge, and the Teachings of Plants. Milkweed Editions.

Tijdens het evenement Thinking Planet – van ego naar eco gaan we op zoek naar nieuwe manieren om ons te verhouden tot de planeet, toekomstige generaties en andere aardbewoners. Tijdens dit evenement blijven we niet hangen in abstracte gedachtes, maar gaan we op zoek naar manieren om deze ideeën om te zetten in concrete actie.

Als we met een nieuwe lens naar de wereld kijken, zien we dan andere handelingsperspectieven? Praat mee tijdens Thinking Planet, 29 april 2022 in Amsterdam.

ReactiesReageer