04 maart 2019

Zien kleuters het, als ze de taalregels doorhebben?

Eerder vertelde ik over een experiment waaruit bleek dat kleuters door kunnen hebben wat de regels zijn in de taal die ze leren. De vervolgvraag is een logische: maakt dat bewustzijn ook uit? En hoe kun je dat vervolgens meten?

In een eerder blog beschreef ik een experiment waarin ik kleuters een nieuwe taal leer. In deze taal zit een grammaticale regel: elke keer als je in de taal het woordje pli hoort, verwijst het zelfstandig naamwoord dat daarna komt naar meerdere objecten. In de taal zit ook het woordje tra. Wanneer je dat woordje hoort, kan het zelfstandig naamwoord dat daarna komt zowel naar een enkel object verwijzen, als naar meerdere.

Julia pentura tra arbo
Sybren Spit voor NEMO Kennislink

Nieuwe vraag, nieuw experiment

De kinderen blijken deze regel te kunnen leren, maar ze weten hem niet onder woorden te brengen. Wel lijkt hun gedrag in een spelletje waarbij ze beloningen kunnen verdienen aan te tonen dat ze zich op een bepaalde manier toch bewust zijn van die regel in de taal. Dat is natuurlijk allemaal leuk en aardig, maar hebben die jonge kinderen eigenlijk wel iets aan het bewustzijn van zo’n grammaticale regel? Of maakt het eigenlijk helemaal niet uit of ze zich er van bewust zijn?

Op zoek naar een antwoord op die vraag heb ik opnieuw een grote groep kleuters de zelfverzonnen taal geleerd, maar nu werd die groep in tweeën gedeeld. De ene helft kreeg een korte uitleg van de regel en werd er op die manier bewust van gemaakt. De andere helft kreeg die uitleg niet. Na de uitleg kregen de kinderen de mogelijkheid om de taal te leren. Na afloop keken we of er een effect van die uitleg was op hoe de kleuters de taal leren.

Meer meten is meer weten?

Om dat leerproces te onderzoeken testen we de kinderen op twee manieren. Zoals in het eerdere experiment krijgen ze zinnetjes te horen uit de taal en moeten ze daarbij het juiste plaatje kiezen. Als ze de regel kennen, kunnen ze meer goede antwoorden geven. Daarnaast brengen we ook hun oogbewegingen terwijl ze de zinnen horen in kaart. Hoe het meten van de oogbewegingen precies in zijn werk gaat kun je in deze eerdere blog lezen.

Marco rigarda pli zambo
Sybren Spit voor NEMO Kennislink

Wat voegt het meten van de oogbewegingen in dit geval eigenlijk toe? Het fijne van het volgen van de ogen is dat je terwijl de kleuters een zin horen, al kunt weten waar hun aandacht naar uit gaat. Het geeft dus een inzicht in hoe de kinderen de taal verwerken terwijl ze aan het luisteren zijn. Je zou bijvoorbeeld kunnen verwachten dat iemand die de regel heeft geleerd, al kijkt naar een plaatje waar meerdere objecten op staan, zodra het woordje pli klinkt.

Voorspellingen

Als antwoord op de vraag of kleuters iets hebben aan de uitleg van grammaticale regels, zijn we dus in twee dingen geïnteresseerd. Geeft de groep die uitleg heeft gehad meer of minder goede antwoorden? En kijken de kinderen die uitleg hebben gehad eerder of juist later naar het goede plaatje dan de kinderen in de andere groep? Van tevoren wisten we eigenlijk niet zo goed wat we konden verwachten. Lijken de volgende keuzemogelijkheden je wat?

Zien kleuters het, als ze de taalregels doorhebben?

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.