11 oktober 2017

Zieke koningen en CSI in de oudheid

Waarom antieke brieven het leukste zijn

De oudheid heeft vele bronnen achtergelaten: half kapotte tempels en paleizen, mummies en mysterieuze graftombes, duizenden papyri en kleitabletten. Maar het leukste van al die bronnen zijn de brieven, omdat ze zo herkenbaar zijn.

‘Waarom heb je me geen bericht gestuurd? Een slang heeft me gebeten en ik was stervende maar jij vroeg me niet eens of ik levend of dood was!’ Het had zomaar de klaagzang van een vriend kunnen zijn, die op een exotische backpack-vakantie door een slang is gebeten. Maar deze jongen leefde tweeënhalfduizend jaar geleden.

via GIPHY

Een aantal brieven van hem en zijn familieleden is teruggevonden in het zand van Egypte, en ondanks hun antiquiteit zijn ze erg herkenbaar. Ze vragen bijvoorbeeld constant hoe het met de ander gaat of ze klagen vaak dat ze geen of niet genoeg berichten krijgen. Ook vragen ze om geld wanneer ze zelf te weinig hebben. Of, heel soms, geven ze toe dat ze elkaar missen. De ’oudheid’ komt zo een stuk dichterbij. En dat geldt voor alle brieven die gevonden zijn: ze bieden ons een klein raam op de zielen van duizenden jaren geleden.

Pareltjes

De meeste van deze brieven zijn teruggevonden in Egypte en Irak. Dat is niet toevallig: vroeger schreef men namelijk vaak op papyrus (gemaakt van planten) en perkament (gemaakt van dierenhuid) en dat materiaal vergaat snel in vochtige gebieden. Alleen in de heetste en droogste landen, zoals Egypte, of in de landen waar ze op klei schreven, zoals Irak, zijn dus duizenden documenten bewaard gebleven. Die documenten zijn een schatkamer voor elke historicus. En in die schatkamer zitten pareltjes.

Het volgende is bijvoorbeeld een Egyptische brief van circa tweeduizend jaar geleden:

‘Aan Osoroeris, de koninklijke schrijver. Op de vijfde van de huidige maand, toen ik aan het patrouilleren was in de velden nabij het dorp, vond ik een hoeveelheid bloed (maar geen lichaam), en ik heb van de dorpelingen gehoord dat Theodotus zoon van Dositheus, die in die richting vertrokken was, nog niet is teruggekeerd…’

Hoor je het CSI deuntje al op de achtergrond?

Papyrus
Aramese brief op papyrus van een Perzische beambte die aan twee Egyptenaren schrijft met instructies over een boot. Datum ca. 5e eeuw v.C.

Of neem het volgende citaat (een beetje geparafraseerd voor modern leesgemak) uit een Irakese brief van meer dan drieduizend jaar geleden, die een koning van Irak naar een farao schreef:



‘Aan Amenhotep IV, de Grote Koning, de koning van Egypte, mijn broeder; van Burnaburiash, Grote Koning, koning van Irak, jouw broeder (…) Ik ben ziek geweest en ik ben nog steeds niet helemaal beter. Maar ik heb niets van jou gehoord. Wist je niet dat ik ziek was? Waarom heb je me geen beterschap gewenst? Waarom heb je geen bodes naar me toegestuurd en mijn ziekbed bezocht? Jouw bode heeft me verteld dat Egypte ver weg ligt en dat je dus niet makkelijk over mij kon horen. (…) Maar toen zei ik tegen hem: ‘Voor mijn broeder, een Grote Koning, is er toch geen land dat ‘ver weg’ is en een land dat ‘dichtbij’ is?’ Jouw bode zei dat ik mijn eigen bode maar moest vragen of het land ver weg is of niet en of het daarom is dat de farao niets van zich liet horen. Nu, dat heb ik gedaan, en gezien ook mijn bode zei dat Egypte ver van Irak ligt, ben ik niet meer boos en zal ik er niets meer over zeggen.’

Letter luenna louvre ao4238
Spijkerschriftbrief op een kleitablet van de hogepriester Lu’enna aan de koning van Lagash, die de koning informeert over de dood van zijn zoon. Datum ca. 2400 v.C.

Het normale leven

Prachtig, vind ik dat: de normaliteit van het leven in de oudheid. Wanneer je als historicus grote gebeurtenissen onderzoekt van millennia geleden, vergeet je soms die alledaagse, menselijke stem. Dan vergeet je dat veroveringen niet alleen meer macht brachten aan heersers, maar ook trauma’s veroorzaakten onder bevolkingen; of dat tien jaar verwaarloosbaar lijkt op een aantal eeuwen, maar dat het soms een eeuwigheid was voor de mensen die toen leefden.

Daarom duik ik van tijd tot tijd de brieven in (zeker op regenachtige dagen zoals deze): om mezelf eraan te herinneren dat de mensen waar ik over schrijf ook verkouden, verliefd en verdrietig werden, vermist raakten en verontrust werden. En dat koningen van Egypte en Irak niet slechts machtige tirannen waren, maar ook klagende mannen met weinig kennis van topografie. Of dat slangenbeten toen net zo vervelend waren als nu.

Of het lichaam van Theodotus ooit is teruggevonden, weet ik overigens niet. Gezien de brief uit een oase komt waar heel veel krokodillen leefden, is hij misschien niet door een mens aangevallen… Maar dat is een cold case die moderne historici waarschijnlijk niet meer zullen oplossen.

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE