22 juni 2017

Ode aan de kleine wetenschap

Waarom is het Westen zo machtig en rijk? Waar komt het Israël-Palestina conflict vandaan? En waarom vieren we eigenlijk kerstmis? Zulke vragen zijn niet te beantwoorden zonder ‘saaie’ historici. Zoals ik.

‘En, waar gaat je onderzoek over?’ Ze kijken me verwachtingsvol aan. De een heeft onderwijskunde gestudeerd, de ander internationale betrekkingen, en ook de rest heeft ‘nuttige’ en moderne dingen gedaan. Ik, daarentegen, heb Egyptologie gestuurd. Je weet wel, die studie over farao’s en hiërogliefen en dingen die duizenden jaren geleden gebeurd zijn. Wanneer ik dat zeg, zijn er meestal twee reacties: 1) ‘Ik wist niet eens dat dat bestond’, of 2) ‘Okeee… en waarom is dat nuttig?’

Depiction of prisoners at abu simbel  egypt. picture by max pixel
Hiërogliefen uit Abu Simbel.

Geesteswetenschap vs Natuurwetenschap

Tja, waarom is Egyptologie nuttig? Hoe vaak is mij die vraag wel niet gesteld. Soms probeer ik het uit te leggen, maar vaker word ik chagrijnig. Geesteswetenschappers moeten bij uitstek hun onderzoek verdedigen en rechtvaardigen; ze moeten constant uitleggen aan een ongelovig en ongeduldig publiek waarom het ‘nuttig’ is wat ze doen. Bètawetenschappers, zoals natuurkundigen of biologen, hebben dit probleem een stuk minder. Ben je bioloog, dan ben je vast goed bezig. Ook al doe je onderzoek naar de structuur van tomatenblaadjes (zoals een PhD-student mij laatst vertelde), het maakt niet uit, het zal wel ergens goed voor zijn. Maar ‘Egyptologie’? Waarom geven we daar überhaupt nog geld aan uit? Nou, dat zal ik je proberen te vertellen:

De wereld waarin we nu leven bestaat uit allerlei landen, talen, volkeren, religies en verhalen. We hebben onze eigen cultuur en onze eigen tradities. In Nederland viert bijvoorbeeld bijna iedereen kerstmis en Sinterklaas, feesten die van oorsprong christelijk zijn. Omdat je ermee opgegroeid bent, is het makkelijk om dat als ‘normaal’ te ervaren. Maar alles heeft een oorsprong en een reden, en ik ben zo’n persoon die zich constant afvraagt wat die reden is. Waarom vieren we eigenlijk kerstmis? Waarom, in hemelsnaam, zetten we een levende boom in onze huiskamers neer en versieren we die met lichtjes? Waarom is Europa christelijk geworden? En waar komt het christendom vandaan?

De wortels van de moderne tijd

Hoe meer vragen je stelt, hoe dieper je terug gaat in de geschiedenis. En hoe meer je weet van de geschiedenis, hoe minder ‘normaal’ de wereld lijkt. Je wordt je steeds bewuster van waarom Nederland nu is zoals het is, en waarom onze tradities en verhalen eigenlijk willekeurig zijn (ook al kunnen we er heel veel om geven). Je begint te begrijpen hoe het Westen zo machtig en rijk geworden is, waarom het Midden-Oosten overhoop ligt, hoe oude godsdiensten verdwenen zijn en hoe christendom en islam zich verspreid hebben over de wereld. Je weet waarom we überhaupt ‘staten’ hebben, waar grenzen en regeringen vandaan komen, hoe wetten gemaakt en gebroken werden, en waarom de mensheid nu de wereld overbevolkt.

Zulke kennis lijkt me toch niet onder doen voor de structuur van tomatenblaadjes. Of voor kennis over het heelal. Of voor onderzoek naar DNA. Zoals alle wetenschappen is ook geschiedenis een wezenlijk onderdeel van onze zoektocht naar begrip in de wereld: terwijl de ene PhD’er jou vertelt over de opwarming van de aarde, leg ik je het Israël-Palestina conflict uit tot en met drieduizend jaar terug. Beide zijn, wat mij betreft, essentieel in de huidige wereld. Beide zijn ‘nuttig’.

De onbegrepen wetenschap

Dus waarom heeft Egyptologie, of oudheidkunde in het algemeen, dan zo’n slechte reputatie? Waarschijnlijk omdat veel mensen geen goed beeld hebben van hoe de wetenschap werkt. De meeste wetenschappers zijn namelijk niet direct bezig met zulke grote vragen, maar met kleinere onderzoeken. Bijvoorbeeld: wat is de representatie van Sinterklaas in 19e-eeuwse schilderijen? Of: stierf farao X in 526 of 525 voor Christus? Dat klinkt niet heel spannend, en ook niet heel nuttig. Maar precies dat soort onderzoeken (net zoals onderzoeken naar de structuur van tomatenblaadjes) zijn nodig om de grotere vragen te kunnen beantwoorden.

We begrijpen de puzzel van de wereld niet zonder al die minuscule puzzel-stukjes, en dus mogen we dankbaar zijn dat er gepassioneerde wetenschappers bestaan die zulk monnikenwerk op zich nemen. Dat zij met zulke kleine vragen bezig zijn, betekent namelijk niet dat ze ongeïnteresseerd zijn in het grotere verhaal: het betekent slechts dat ze experts zijn. Dat ze hun bronnen tot op het bot kennen. Dat ze precies weten waar de gaten en onzekerheden in onze kennis zitten, hoe het bouwsel van de geschiedenis in elkaar zit, en waar mensen hun claims op baseren. En persoonlijk vind ik dat een erg geruststellende gedachte. Wat kunnen we immers weten als we de details niet kennen?

Mijn eigen onderzoek

Dus, waar gaat mijn onderzoek over? Officieel gaat het over koningschap in het oude Egypte en Irak, over de eerste rijken ter wereld en over opstanden daartegen, over legitimiteit en rebelse verhalen in het eerste millennium voor Christus. Onofficieel gaat het over het begrijpen van de wereld, over waarom we nu zijn waar we zijn. Over de oorsprong van spanningen tussen Oost en West, over waarom Europa christelijk is en hoe Griekenland de bakermat van ‘onze’ beschaving en democratie is geworden. Over waarom we, in hemelsnaam, een levende boom in onze huiskamers neerzetten en we die met lichtjes versieren. Het beantwoorden van die vragen is een levenswerk. En de komende vier jaar begin ik aan het fundament ervan: diep in de oudheid en diep in de bronnen. Zodat ook ik over een aantal jaar ‘expert’ kan zijn.

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE