16 oktober 2015

A brave new world

De bul is binnen, het feest is voorbij, en het proefschrift staat alweer in de kast. Mijn promotietraject is nu toch echt klaar. Tijd voor iets nieuws, tijd voor een nieuw avontuur. En dat avontuur deel ik graag met jullie.

Keuzes, keuzes… Maar dan rest natuurlijk de grote vraag: Wat te doen na je promotie? Zoals vele promovendi met mij heb ik mijzelf dat ook afgevraagd. Blijf ik in de wetenschap of ga ik toch iets anders doen? En zo ja, wat dan? Een hoop loopbaancoachingssessies en carrière-workshops verder, besefte ik dat ik het eigenlijk al wist. Hoe leuk ik de wetenschap ook vind, het is voor mij tijd om een andere weg in te slaan.

Wijzer
De post-promotie crisis, een quarter-life crisis is er niets bij..

Een nieuwe wereld Zoals jullie in mijn vorige blogs hebben kunnen lezen, ging mijn onderzoek onder andere over hoe we het taalonderwijs kunnen verbeteren. Vanwege dit onderzoek heb ik dan ook een voorliefde ontwikkeld voor het onderwijs, en met name de verbetering ervan. En dus ging ik op zoek naar een plek waar ik de kennis uit mijn onderzoek in de praktijk kan toepassen. Zo belandde ik in het e-learning-team van de Rotterdam School of Management, waar ik probeer allerlei onderwijsinnovaties een werkelijkheid te maken. Zo maken we online colleges, passen we nieuwe technologische snufjes toe, waardoor docenten bijvoorbeeld polls kunnen houden tijdens college, of waardoor het nakijken van verslagen gedigitaliseerd wordt. Natuurlijk kijken we ook of al deze innovaties het onderwijs ook echt beter maken. Voor mij is dit daarom de perfecte plek om mijn didactische kennis in de praktijk toe te passen.

Parallel universum Aangezien ik nog amper 2 weken in dienst ben op het moment dat ik dit schrijf, kan ik inhoudelijk nog niet veel meer zeggen over mijn nieuwe functie. Voor mijn eerste postacademische blog, wil ik jullie daarom graag nog een taalwetenschappelijk perspectief bieden van de verschillen tussen werken ín de academische wereld en daarbuiten. Want van binnen blijf ik natuurlijk toch een taalwetenschapper.

Al vanaf mijn eerste dag bij de Rotterdam School of Management, merkte ik een verandering op in mijn vocabulaire. Niet alleen heb ik er een scala aan nieuwe afkortingen bij, zoals RSM, LMS, ELO en bijna iedere andere willekeurige lettercombinatie, maar er zijn nog veel meer veranderingen. Zo is het overleg met mijn promotor vervangen door een bila met mijn manager. Het schrijven van een plan van aanpak is vervangen door het schrijven van een mission statement en het gaat niet meer om publicaties, maar om deliverables. Een linguïstisch parallel universum, zou je bijna zeggen, en dat onder 1 dak. Mijn nieuwe werkplek bevindt zich namelijk 7 verdiepingen onder mijn oude kantoor. Fascinerend niet? Het is dan ook geen wonder dat wetenschappers en ‘niet-wetenschappers’ elkaar soms niet helemaal begrijpen. We spreken een compleet andere taal!

Jasper m via flickr
Binnen en buiten de wetenschappelijke wereld spreken mensen niet altijd dezelfde taal.

Tolk Gelukkig voor mij bestaat een deel van mijn werkzaamheden uit het praten met universitair docenten. Hoe willen zij hun cursussen verbeteren, wat hebben ze daarvoor nodig en hoe kunnen we daarmee helpen? Dan is het toch best handig dat ik ‘academiaans’ spreek. Dan begrijpen we elkaar tenminste. Volgende keer meer over mijn ervaringen in deze nieuwe wereld.

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.