Je leest:

Zorgen en slaapduur: mogelijke recepten voor nachtmerries

Zorgen en slaapduur: mogelijke recepten voor nachtmerries

Auteur: | 3 augustus 2017

Waar komen nachtmerries vandaan? Enge dromen hangen vaak samen met psychiatrische stoornissen, maar ook mensen zonder geestelijke problemen krijgen ze. Britse klinisch psychologen ontdekten dat het krijgen van nachtmerries samenhangt met hoe lang je slaapt (minder dan zeven of meer dan negen uur) en of je veel zorgen hebt.

Uit een onderzoek onder de bevolking van Hong Kong bleek dat één op de twintig mensen elke week nachtmerries heeft.

Nachtmerries zijn vaak onderzocht in het kader van psychiatrische aandoeningen, omdat die twee relatief vaak samengaan. Zo heeft driekwart van de mensen met een posttraumatische stressstoornis regelmatig nare dromen. Ook bij borderline persoonlijkheidsstoornis en schizofrenie zie je dit meer.

Wetenschappers wisten verder al dat een stressvolle gebeurtenis, zoals de dood van een geliefde, en angstige of depressieve gevoelens belangrijke triggers zijn voor nachtmerries. Maar lang niet iedereen die iets ergs meemaakt of negatieve emoties heeft, wordt geteisterd door enge dromen.

Er moeten dus nog andere oorzaken zijn die eraan bijdragen, dachten Stephanie Rek en haar collega’s van de Universiteit van Oxford. Onder de Britse bevolking gingen zij op zoek naar andere voorspellers voor nachtmerries, die los staan van PTSS en stressvolle levensgebeurtenissen. Hun bevindingen publiceerden ze onlangs in het tijdschrift Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology.

Nachtmerries tellen

846 mensen uit het Verenigd Koninkrijk vulden online een vragenlijst in over hoe vaak ze nachtmerries hadden en hoe erg die waren. Daarnaast beantwoordden ze vragen over belangrijke gebeurtenissen in hun leven, zorgen, ervaringen met hallucinaties en paranoia (achtervolgingswaan), hoeveel alcohol ze dronken, fysieke activiteit, of ze leden aan PTSS en hoe lang ze sliepen.

Ruim de helft van de deelnemers gaf aan de laatste twee weken geen nachtmerries te hebben gehad. De rest had één keer of vaker eng gedroomd, waarvan enkele tientallen zelfs vijf keer of meer.

Je zorgen maken hangt sterk samen met nachtmerries krijgen.

Zorgen

Het hebben van zorgen, bijvoorbeeld over de toekomst of over iets fout doen, bleek het sterkste samen te hangen met zowel de ernst als het aantal nachtmerries. Hoe de vork in de steel zit maakt de enquête niet duidelijk. Krijgen mensen nachtmerries omdat ze zich druk maken om iets? Of verschijnen ze om een andere reden, en lokken de dromen vervolgens zorgen uit over de volgende dag? Wie weet werkt de relatie tussen het hebben van zorgen en nachtmerries twee kanten op, speculeren Rek en haar collega’s, waardoor je in een vicieuze cirkel belandt.

Naast zorgen hebben mensen die geteisterd worden door nare dromen ook relatief vaak hallucinaties, het gevoel ‘los’ te staan van de omgeving (depersonalisatie) en weinig of juist veel slaap. Peter Meerlo van de Rijksuniversiteit Groningen, gespecialiseerd in onderzoek naar slaap, noemt het onderzoek van de Britten interessant, maar vindt niet dat er grote verrassingen uit zijn gekomen. “Al kende ik de samenhang tussen nachtmerries en slaapduur niet.”

REM-slaap

Hoe zit het eigenlijk met slaapduur? De deelnemers die meer dan negen, of minder dan zeven uur sliepen, kregen vaker nachtmerries dan mensen die tussen de zeven en negen uur onder zeil waren.

Uitgelicht door de redactie

Biologie
Hoe duurzaam is pulsvissen?

Cultuurwetenschappen
Een nieuw begin?

Neurowetenschappen
Slapend een taal leren? Droom lekker verder

Rek en haar collega’s denken dat je door langer te slapen aan het eind van de nacht langer in je REM-slaap zit, een fase met grote hersenactiviteit waarin je ogen snelle bewegingen maken. Daardoor is er meer mogelijkheid voor nachtmerries om tevoorschijn te komen. Meerlo vindt dat een voor de hand liggende verklaring. “De REM-slaap is het slaapstadium waarbij nachtmerries voornamelijk optreden”, legt hij uit. “En de samenhang met korter slapen kun je verklaren door het gegeven dat je door weinig slaap emotioneel ontremt raakt, wat mogelijk de kans op nachtmerries verhoogt.”

Verrassend genoeg vonden de onderzoekers geen link met alcohol en dagelijkse lichamelijke activiteit. Van alcohol is bekend dat het de REM-slaap stimuleert, wat in principe dus meer kans op nachtmerries geeft, terwijl lichamelijke beweging het tegenovergestelde effect heeft: minder REM-slaap. De onderzoekers verwachten dat de link tussen beweging, alcohol en nachtmerries er wel is, maar dat de vragenlijst niet specifiek genoeg was. Het team ging bijvoorbeeld alleen na hoeveel glazen de deelnemers dronken, niet op welk tijdstip ze dat deden. Om solide conclusies over alcohol en fysieke activiteit te trekken moeten beoordelingen meer de diepte in gaan, aldus de auteurs.

Bron:

Stephanie Rek e.a. Nightmares in the general population: identifying potential causal factors, Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology. Online op 15 juli 2017. doi: 10.1007/s00127-017-1408-7

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 augustus 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.