Je leest:

‘Zet banlieues niet weg als broeinesten van jihadisme’

‘Zet banlieues niet weg als broeinesten van jihadisme’

Luuk Slooter geeft een inkijkje in het leven in de banlieu

Auteur: | 24 november 2015

Net als bij de eerdere aanslagen in januari, kwam ook nu weer een flink deel van de daders van de aanslagen van Parijs uit banlieues. Toch is het te simpel om deze wijken neer te zetten als broedplaatsen van radicalisering, stelt conflictdeskundige Luuk Slooter van de Radboud Universiteit. Voor zijn onderzoek woonde hij enkele maanden in de beruchte Parijse banlieu 4000 Sud La Courneuve.

Saint-Denis, buitenwijk van Parijs.
Wikimedia Commons

Waarom ging je het leven in een banlieue onderzoeken?

“In 2005 waren de banlieues veel in het nieuws. Toen vanwege de hevige rellen die er plaatsvonden. Je zag op televisie jongeren die er massaal auto’s, postkantoren, bibliotheken en andere zaken in de brand staken. Ik vond het vreemd dat ze dat deden in hun eigen wijk. Tegelijkertijd viel het me op dat er in de media vooral over de jongeren gepraat werd, maar dat ze zelf nauwelijks aan het woord kwamen. Hierdoor raakte ik nieuwsgierig naar hoe zij deze crisis zagen en besloot ik hier mijn scriptie over te schrijven. Tegen de tijd dat ik daar mee klaar was, had ik nog zoveel vragen en was ik inmiddels zo geïntrigeerd geraakt door het leven in de banlieue, dat ik mijn er ook mijn proefschrift over ging schrijven en er bovendien ging wonen. Ik wilde onderzoeken hoe de bewoners de etiketten die er op hun banlieue geplakt worden ervaren en hoe ze daarmee omgaan.”

Je sprak tijdens deze onderzoeken natuurlijk veel jongeren uit banlieues, waaronder uit La Courneuve. Dat is een beruchte wijk. Een aantal daders van de aanslagen in Parijs kwam daar bijvoorbeeld vandaan. Hoe ervaren de inwoners La Courneuve?

“Soms als best zwaar. Er heerst natuurlijk al tijden een hoge werkloosheid in de buurt, die jongeren nog eens extra hard treft. Daarnaast worstelen veel jongeren met de druk van negatieve stereotypes die van buitenaf op ze wordt opgeplakt. Tegelijkertijd is er ook druk van binnenuit. Bijvoorbeeld van leeftijdsgenoten op straat in de wijk zelf, om je op een bepaalde manier te gedragen: stoer doen, laten zien dat je voor niemand bang bent. Dat speelt overigens meer onder jongens dan onder meisjes, die laatsten vinden zulk gedrag meestal maar niks.”

Wrak van een op 7 november 2005 in brand gestoken auto in het 14e arrondissement van Parijs.
Alex P/Wikimedia Commons

Voor je proefschrift woonde je in totaal zeven maanden in de beruchte wijk 4000 Sud in banlieue La Courneuve. Hoe veilig is het daar?

“Ik heb me niet bedreigd gevoeld. Wel heb ik gezien dat jongeren soms een auto in brand staken, en ik zag ook de nodige drugsdeals. Maar de meeste tijd was het gewoon rustig op straat, saai soms. Mijn aanwezigheid viel natuurlijk wel op, jongens kwamen naar me toe om te checken of ik niet werkte voor de geheime dienst. Sommigen vroegen ook wel wat ik in hun wijk te zoeken had, maar anderen waren juist heel erg hulpvaardig en boden me aan de wijk te laten zien. Er wonen natuurlijk ook heel veel verschillende mensen in zo’n wijk. Het is absoluut geen homogene groep! Zo wonen er in heel La Courneuve bijna veertigduizend mensen met maar liefst honderd verschillende nationaliteiten.”

In je proefschrift stel je dat het te kort door de bocht is om de banlieues neer te zetten als ‘broeinesten van het jihadisme’. Toch kwam een groot deel van de daders van de aanslagen in Parijs uit de banlieues.

“Dat klopt. Het is ook niet zo dat het jihadisme er afwezig is. Mijn punt is dat het niet exclusief verbonden is aan de banlieue. Op basis van de profielen van de daders zie je dat ze deels uit de Franse voorsteden komen, maar deels ook niet. Net als bij de aanslagen op Charlie Hebdo. De twee belangrijkste daders (de Kouachi-broers) radicaliseerden in een netwerk in het centrum van de stad. Het is te onnauwkeurig om te zeggen dat een bepaalde wijk bij uitstek een broedplaats is voor jihadisme. ‘De banlieue’ is ook een enorm breed begrip: letterlijk betekent het gewoon buitenwijk. Officieel is het rijke Versailles ook een banlieue, bijvoorbeeld, en ook in banlieues met een slechte naam heb je prima plekken.”

Dat de banlieue ook rijkere plekken kent laat dit deel van de voorstad Clichy-sous-Bois zien.
Luuk Slooter

“Bovendien gaat het bij het jihadisme om een heel andere vorm van geweld. Het is veel minder lokaal verankerd dan de autobranden bijvoorbeeld. Het wordt georganiseerd in internationale netwerken, die ook deels online zijn. Daders duiken de ene keer hier op en dan weer daar. Ook zijn er hoger opgeleiden die radicaliseren en jongeren die op andere plekken wonen. We moeten onszelf complexere vragen stellen. Ik ontken niet dat er grote problemen zijn in sommige voorsteden, maar die leiden niet automatisch tot radicalisering. Daarbij heeft banlieues bombarderen tot broedplaatsen van jihadisme een enorme impact op iedereen die in die wijk woont, inclusief zij die niets met radicalisering te maken hebben, maar er nu wel op worden aangekeken.”

Nog even over stigmatisering gesproken. In je proefschrift schijf je dat veel jongeren hun leven indelen in een binnenwereld en buitenwereld. Hoe werkt dat precies?

“Aan de ene kant identificeren veel jongeren, en jongens in het bijzonder, zich sterk met hun wijk en de straatcultuur die daar heerst. Ze zijn trots op hun wijk en willen er graag meetellen. Zo dragen sommigen T-shirts met de postcode van hun wijk erop. Maar eenmaal buiten de wijk weten ze ook dat diezelfde postcode snel tegen je werkt, omdat veel Parijzenaars denken dat de wijk alleen maar ‘tuig’ herbergt. Binnen de wijk is het misschien stoer, buiten de wijk betekent het vaak uitsluiting.”

Armer deel van Clichy-sous-Bois. Na de rellen in 2005 is de regering ertoe overgegaan om hoogbouw zoals deze flats steeds meer vervangen door gebouwen van slechts enkele verdiepingen.
Luuk Slooter

In je proefschrift stel je dat de jonge inwoners van de banlieue drie verschillende strategieën hanteren om met de tegenstelling tussen de binnenwereld en de buitenwereld om te gaan. Kun je daar iets meer over vertellen?

“Sommige inwoners kiezen ervoor de wijk te ontvluchten. Ze trekken zich terug door te verhuizen zodra dat kan. Of door elders naar een school te gaan. Anderen proberen het leven er juist te verbeteren door het opzetten van lokale verenigingen of activiteiten voor jongeren. En weer anderen geven zich juist graag aan het stereotype van de banlieusard over, door er als een gangster uit te zien en zich ook zo te gedragen. Overigens kunnen ze deze strategieën ook afwisselend of naast elkaar hanteren. Ze bewegen vaak juist heen en weer tussen strategieën. Velen willen zich staande houden en ‘iemand zijn’ in de binnenwereld van de wijk en in de wereld daarbuiten.

Rap en hiphop zijn populaire muziekvormen in de banlieues. In dit liedje (Je viens de la) zingt Grand Corps Malade over zowel de goede als slechte kanten van het leven in een banlieue.

In je proefschrift schrijf je over de gangstercultuur dat het geweld dat jongeren plegen zowel een manier is om respect af te dwingen in de wijk als dient als protest tegen uitsluiting door de buitenwereld. Maar hoe weten we dat laatste eigenlijk zo zeker? Is dat niet een erg gemakkelijke smoes?

“Dat gaat vooral over de autobranden. Het is inderdaad lastig te bepalen wat nou precies iemands motieven zijn om tot geweld over te gaan. Er is ook niet één gedeeld motief, er zijn juist verschillende redenen om tot geweld over te gaan. De één is meer op zoek naar spektakel, de ander zegt te handelen uit frustratie. Dat kan soms een smoes zijn, maar aan de andere kant kan het geweld ook niet los gezien worden van de hoge werkloosheid, discriminatie en de vertroebelde relatie met de lokale politie.””

In het geval van de rellen in 2005 raakte die woede vooral de onmiddellijke eigen omgeving. Heb je kunnen achterhalen waarom jongeren vooral auto’s in de eigen wijk in brand staken in plaats van dat te doen in het centrum van Parijs, waar ze zich door buitengesloten voelen?

“Ik denk dat er verschillende, vooral praktische redenen voor zijn. Zo zijn sommige banlieues slecht aangesloten op het openbaar vervoer, waardoor het als je geen auto hebt het überhaupt lastig kan zijn je wijk te verlaten. Maar het is vooral gemakkelijker om weg te vluchten voor de politie in je eigen wijk, omdat je die goed kent. Je weet waar je je moet verstoppen. Als je een stuk moet reizen is de kans ook groter dat je onderweg gepakt wordt.”

De plaatsen waar de rellen van 2005 plaatsvonden.
Wikimedia Commons

Zijn er ook zaken die je mist aan het leven in 4000 Sud?

“Jazeker! Het lijkt misschien alleen maar een grimmige boel daar, maar er zit ook een heel andere kant aan die wijken. Zo heb ik er heel aardige, inspirerende mensen leren kennen. Ook zijn er genoeg leuke en creatieve initiatieven te vinden. Zo werden er leuke culturele avonden georganiseerd in mijn banlieue en vonden er rapconcertjes plaats. Ook op internet vind je die creativiteit terug: na de rellen in 2005 zijn een aantal banlieue-jongeren aan het bloggen geslagen op bondyblog.fr. Mocht je meer te weten willen komen over hoe het nou echt is om in een banlieue te wonen terwijl je intussen ook nog je Frans verbetert, dan moet je die zeker gaan lezen.”

Luuk Slooter

Luuk Slooter studeerde Interculturele Sociale Psychologie en Conflict Studies & Human Rights aan de Universiteit Utrecht. Zijn Masterscriptie ging over de rellen in voorstedelijk Frankrijk in 2005 en werd bekroond met de Hans Vliegenthart Scriptieprijs en de veertiende Prix de Paris. In 2008-2009 volgde hij verschillende cursussen aan de Ecole des hautes études en sciences sociales in Parijs. Voor zijn proefschrift was hij verbonden aan het Centrum voor Conflict Studies van de Universiteit Utrecht. Momenteel werkt hij als Universitair Docent aan het Centrum voor Internationaal Conflict Analyse en Management (CICAM), Radboud Universiteit. Slooter zal naar verwachting op 11 december op zijn proefschrift promoveren.

Bron

  • Slooter, L. 2015, The Making of the Banlieue. Proefschrift. Universiteit Utrecht.
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 november 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.