Naar de content

'Woorden als klimaatwappie zijn typisch voor deze tijd'

Iemand houdt een bordje omhoog met daarop de tekst 'There is NO Planet B.
Iemand houdt een bordje omhoog met daarop de tekst 'There is NO Planet B.
Pexels

Dat het klimaat ons enorm bezighoudt, blijkt uit de onuitputtelijke stroom aan klimaatwoorden. Die woorden vormen een barometer die ons toont hoe Nederlanders denken over het klimaat. Het debat over dit onderwerp kenmerkt zich door hevige polarisatie: ‘klimaatontkenners’ versus ‘klimaatdrammers’.

5 oktober 2022

Als het gaat om het klimaat is het vijf voor twaalf. Niet alleen de alarmerende klimaatrapporten laten die urgentie zien. In het dagelijks leven worden we er allemaal mee geconfronteerd: warme zomers, periodes van extreme regenval, en zelfs overstromingen in delen van het land. Het is dan ook niet gek dat het klimaatdebat op het scherpst van de snede wordt gevoerd. Dat zie je onmiddellijk terug in de talloze woorden die er de afgelopen jaren bij zijn gekomen op het gebied van klimaat. We spraken erover met taalwetenschapper Vivien Waszink die gespecialiseerd is in neologismen (nieuwe woorden). Aan het Instituut voor de Nederlandse Taal werkt ze als onderzoeker en redacteur van het Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW) en een woordenboek over neologismen, het Woordenboek van Nieuwe Woorden (WNW).

Welke klimaatwoorden zijn typerend voor de huidige tijd?

“Je hebt aan de ene kant woorden voor natuurverschijnselen die zich voordoen, zoals ‘warmtebel’ en ‘hittekoepel’, maar aan de andere kant zie je ook dat mensen elkaar gaan aanspreken op milieuonvriendelijk gedrag. Daar horen al die schaamtewoorden bij: ‘vliegschaamte’, ‘vleesschaamte’, ‘kaasschaamte’, ‘bloemenschaamte’, ‘rijschaamte’, ‘bezorgschaamte’, en zelfs ‘baarschaamte’, dat mensen zich schamen om (meerdere) kinderen te krijgen vanwege de negatieve gevolgen voor het klimaat. Alles wat maar enigszins belastend is voor het milieu, wordt onder de loep genomen; mensen spreken elkaar daarop aan. En er zijn mensen die echt in actie komen. Denk aan woorden als ‘klimaatspijbelen’ en ‘klimaatstaken’. Maar er is ook een groep mensen die dit alles maar gezeur vindt. Deze groep heeft niet zoveel op met de mensen die begaan zijn met het milieu, en dat levert een hoop onaardige woorden op. Zo noemde Geert Wilders in de Tweede Kamer Rob Jetten onlangs nog een klimaatpsychopaat. In hetzelfde rijtje horen woorden als ‘klimaatgekkie’, ‘klimaatwappie’, ‘klimaatsekte’ en ‘klimaatknuffelaar’.”

Dat zijn een hoop negatieve woorden. Bestaan er dan ook positieve woorden?

“Tegenover ‘vliegschaamte’ heb je wel een woord als ‘treintrots’. Maar dat wordt niet veel gebruikt; het is meer een hashtag op Twitter. Veel klimaatwoorden worden tegenwoordig verspreid via Twitter, en op dat medium hebben toch vaak negatieve emoties de overhand. Anderzijds laten al die negatieve woorden ook zien dat mensen ervan doordrongen zijn dat het nu echt vijf voor twaalf is. Daarom heeft het woord ‘klimaatverandering’ in veel media plaatsgemaakt voor heftigere woorden als ‘klimaatcrisis’ of ‘klimaatramp’. In het Engels zie je een dergelijke verschuiving van global warming naar global heating, om aan te geven dat het nu echt menens is.”

Woorden als ‘klimaatspijbelen’ en ‘klimaatstaken’ hebben veelal betrekking op jongeren, die zich zichtbaar zorgen maken over het klimaat. Komen klimaatwoorden vooral van jongeren?

Een ‘plastictariër’ is iemand die niets eet en drinkt dat uit een plastic verpakking komt.

Pixabay, Hans Braxmeier via CC0

“Ik denk dat ze er wel meer bekend mee zijn. Klimaatprotesten zijn een relatief nieuw verschijnsel en daarin hebben jongeren een groot aandeel. Op school horen ze bijvoorbeeld over de plasticsoep. Een leerling bedacht vervolgens het woord ‘plastictariër’ voor iemand die niets eet en drinkt wat uit een plastic verpakking komt. Maar toch komen de meeste klimaatwoorden niet van jongeren. Veel vaker komen ze van journalisten, schrijvers, koppenmakers en politici. Het zijn dus ook vaak woorden die niet per se bekend zijn bij het grote publiek. Pas als een woord het landelijke nieuws haalt en het veel wordt herhaald, raakt het wat meer ingeburgerd. ‘Klimaatstaken’ is daar een voorbeeld van. Of als de overheid bepaalde maatregelen neemt waar iedereen mee te maken krijgt, zoals ‘energietransitie’.”

In heel Europa hebben we met dezelfde klimaatproblemen te maken. Lenen we dan ook woorden van elkaar?

“Jazeker. ‘Clifi’ bijvoorbeeld staat voor climate fiction en komt uit het Engels. En ‘vliegschaamte’ komt van het Zweedse flygskam. Bij zo’n woord vertalen we de afzonderlijke delen en dat heet dan een leenvertaling. Het is de laatste tijd ook wel hip om te lenen uit die Scandinavische talen. ‘Plogging’ komt bijvoorbeeld ook uit het Zweeds, van plocka dat ‘oprapen, pakken’ betekent, en het Engelse jogging.”

In de Woord van het Jaar-verkiezingen scoren klimaatwoorden ook altijd hoog. Is in de woorden die de afgelopen jaren voorbijkwamen, een bepaalde trend te zien?

“In 2007 stond ‘klimaatneutraal’ nog op nummer 3. Dat was kennelijk redelijk nieuw toen, en nu vinden we het heel normaal. Typerend voor onze tijd vind ik de woorden die in 2019 in de top-3 stonden: zowel ‘klimaatspijbelaar’ als ‘klimaatdrammer’. In dat jaar waren er voor het eerst klimaatprotesten in Nederland, en daarnaast waren er dus ook al mensen die dit maar flauwekul vonden, zoals het woord ‘klimaatdrammer’ laat zien. Bij Onze Taal werd ‘wappie’ woord van het jaar in 2021. Daar worden ook weer allemaal samenstellingen meegemaakt, zoals ‘waterwappie’. Met dat woord verwees een woordvoerder uit Limburg naar mensen die de overstromingen ontkenden.”

Het zijn opnieuw woorden die laten zien dat er sprake is van hevige polarisatie. Betekent dat misschien ook dat het debat nu op zijn scherpst wordt gevoerd, en dat dit weer overgaat?

“Ja, dat denk ik wel. Mensen die zich inspannen voor het klimaat, zijn op dit moment erg zichtbaar en dat roept weer een reactie op van mensen die dat irritant vinden. Hetzelfde speelt nu bij inclusief taalgebruik. Een goed voorbeeld is de betekenisverschuiving van het woord ‘woke’. Dat werd eerst vooral gebruikt als het om racisme en discriminatie ging, maar inmiddels heeft het best een negatieve betekenis gekregen in het Nederlands. Het staat voor te politiek correct, of dat je je bezighoudt met linkse zaken, zoals het milieu. Milieuactivisten worden nu ook ‘woke’ genoemd. Dus de betekenis van dat woord verschuift. Ik hoorde laatst zelfs iemand grappend zeggen: wil je koemelk of woke-melk?”

“Als reactie op die betekenisverschuiving zijn woorden ontstaan als ‘woketerreur’, ‘wokeonzin’, ‘woke-inquisitie’. Dus het anti-wokekamp heeft nu meer invloed op de woordenschat. Zowel bij inclusief taalgebruik als bij klimaatwoorden denk ik dat we in een overgangsfase zitten: we beleven nu een periode waarin veel strijd is, maar op een gegeven moment ebt dat weer weg.”

Klimaatwoordenlijst

baarschaamte: schaamte die mensen voelen over het feit dat ze kinderen gekregen hebben of gaan krijgen, zeker als het om meer dan twee kinderen gaat, en dan vooral vabwege ecologische redenen.

bloemenschaamte: schaamte die mensen voelen over het feit dat ze bloemen kopen, omdat bloemen telen vaak schadelijk is voor milieu en klimaat.

clifi: literatuur met als centrale thema klimaatverandering en de daarbij horende mogelijke toekomstige scenario’s, zoals overstromingen en onleefbare woestijnen; klimaatfictie. Clifi is een verkorting van Engels climate fiction.

kaasschaamte: schaamte die mensen voelen over het feit dat ze kaas kopen, omdat de productie van kaas slecht zou zijn voor het klimaat, het milieu en het welzijn van dieren.

hittekoepel: ingesloten en daardoor stilliggend hogedrukgebied waar aanhoudende zonneschijn voor extreem hoge temperaturen zorgt.

plastictariër: iemand die niets eet en drinkt wat uit een plastic (wegwerp)verpakking komt. De tienjarige Tesse uit Peize bedacht de term in 2018. Hij besloot plastictariër te worden toen hij op school leerde over de plasticsoep.

plogging: tijdens het hardlopen afval oprapen. Plogging komt oorspronkelijk uit Zweden en is een mixwoord van het Zweedse plocka, dat ‘pakken’ betekent, en het Engelse jogging.

vleesschaamte: schaamte die mensen voelen over het feit dat ze (nog steeds) vlees eten, vooral omdat dit niet diervriendelijk is en slecht is voor het milieu.

warmtebel: synoniem voor ‘hittekoepel’; ondergrondse warmtebel of zandbel, die gebruikt wordt om warmte op te slaan.

waterwappie: iemand die nepnieuws verspreidt rondom overstromingen en de gevolgen van hoogwater; wappie die overstromingen als gevolg van klimaatverandering in twijfel trekt.

Deze en meer woorden zijn ook te vinden in het Groene Woordenboekje samengesteld door Laura van Eerten, het Woordenboek van Nieuwe Woorden van het Instituut voor de Nederlandse Taal en het boek Knuffelcontact & Waterwappie. De kracht van nieuwe woorden van Vivien Waszink en Veronique de Tier.