Naar de content

Woord 'allochtoon' versterkt wij-zij-denken

Flickr, Marco Derksen via CC BY 2.0

Deze week maakten twee semi-overheidsinstellingen bekend de woorden ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ uit hun vocabulaire te schrappen wegens de negatieve connotatie. Verdwijnt de lading uit het integratiedebat, door het vervangen van deze sleutelwoorden? Misschien niet meteen, maar toch heeft taal meer invloed dan we vaak denken.

4 november 2016

Dit redactioneel weerspiegelt de mening of visie van de redacteur. Hoewel wetenschappelijk onderbouwd en beargumenteerd, is het een persoonlijke mening en geen wetenschappelijk feit. Ben je het (niet) eens met de auteur? Geef dan vooral ook een reactie hieronder.

Deze week maakten de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat zij voortaan geen gebruik meer maken van de woorden ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’, ‘westers’ en ‘niet-westers’. Volgens de WRR en het CMS zijn deze begrippen te stigmatiserend voor specifieke groepen in de samenleving.

De semi-overheidsinstellingen komen níet met een nieuw begrippenpaar onder het motto ‘niet versluieren maar verhelderen’. Ze gaan groepen daarom specifieker benoemen. Dus niet ‘allochtone Nederlander’, maar ‘Surinaamse Nederlander’, ‘Amerikaanse Nederlander’ et cetera. Als deze toevoeging van belang is uiteraard, anders kun je gewoon van ‘Nederlander’ spreken. Zo nodig – bijvoorbeeld in bevolkingsstatistieken – kan eventueel het begrip ‘inwoners met migratieachtergrond’ gebruikt worden, aldus de WRR.

Het WRR-rapport is geen formeel advies, maar bepaalt wel de lijn in het taalgebruik van de overheid.

Flickr, Marco Derksen via CC BY 2.0

Eufemisme..?

In 1989 werd het woord ‘allochtoon’ door diezelfde WRR aangereikt als alternatief voor begrippen als ‘gastarbeiders’ en ‘vreemdelingen’, vanwege de neutrale lading. Zevenentwintig jaar later heeft het een negatieve connotatie gekregen. Een veelgehoorde reactie is nu dan ook: wat heeft zo’n woordwijziging voor zin, heb je dan over zevenentwintig jaar niet weer precies hetzelfde probleem?

De term eufemisme is in dit verband al veel gevallen, want het lijkt erop dat een taboewoord wordt vervangen door een ander woord, dat binnen de kortste keren ook weer een taboewoord is. Je spreekt in dat geval ook wel van een tredmolen van eufemismen. Wikipedia noemt ‘allochtoon’ zelfs als voorbeeld: gastarbeider – buitenlander – immigrant – allochtoon – medelander – nieuwe Nederlander – inwoners met een migratieachtergrond.

Nog een andere veel gehoorde reactie: is het integratiedebat er in de periode na 1989 milder op geworden, door die woordwijziging? Nee, het tegendeel is eerder waar, nu politici als Wilders en Trump zo goed scoren met hun anti-migrantenstandpunten. Een woordwijziging heeft dus geen zin, aldus de sceptici.

Blauw of groen

Het interessante is dat de WRR in feite geen alternatief aandraagt (alleen onder voorbehoud), maar voorstelt om het onderscheid allochtoon-autochtoon niet meer te maken. Daarmee omzeilen ze heel handig het probleem van de tredmolen van eufemismen. Overigens werd dit idee al langer in praktijk gebracht in verschillende media, waaruit blijkt dat het kan.

Of het op den duur van invloed is op het integratiedebat moet nog blijken. Maar wellicht werkt het, want de taal die wij horen en gebruiken, heeft wel degelijk invloed op ons denken. Als we het onderscheid allochtoon-autochtoon niet meer maken in de taal, zou dat een anti-dualiteitsdenken kunnen stimuleren.

Tibetaanse gebedsvlaggen in primaire kleuren

Flickr, Dennis Jarvis via CC BY 2.0

Dat taal invloed heeft op hoe we de wereld bekijken, blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek naar de kleur blauw. Er zijn talen die geen aparte woorden hebben voor groen en blauw. En wat blijkt? Sprekers van talen die twee aparte woorden hebben, zien een veel duidelijker verschil tussen de kleuren dan sprekers van talen die één woord hebben.

Ook framing – een middel dat veel gebruikt wordt in de politiek – laat zien hoe sterk mensen zich onbewust laten beïnvloeden door taal. Er is bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de manier waarop kiezers denken over de aanpak van criminaliteit. Die bleek totaal afhankelijk van de manier waarop informatie over criminaliteit gebracht werd. Wanneer de metafoor van een virus werd gebruikt, waren kiezers voor preventiemaatregelen. Wanneer criminaliteit als beest werd gepresenteerd, kozen kiezers voor corrigerende maatregelen.

Kleur bekennen

De taal leeft. Dat zien we aan het woord ‘allochtoon’ dat in zevenentwintig jaar een betekenisverandering heeft ondergaan, in dit geval van neutraal naar negatief (hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor het woord ‘wijf’ dat vroeger een neutraal woord voor ‘vrouw’ was, maar nu niet meer). Daarom is het niet gek dat we af en toe onze woorden moeten herzien. Zonder dwang uiteraard. Het is namelijk niet zo dat we voortaan geen ‘allochtoon’ meer mogen zeggen, het is slechts een advies. Maar als we toe willen naar een samenleving waarin iedereen zicht thuis voelt, moeten we af van het wij-zij-denken.

Bovendien kunnen we meer kleur geven aan onze taal, en aan onze samenleving, door zoals de WRR zo mooi zegt ‘niet te verhullen, maar te verhelderen’: menigeen zal trots zijn dat hij een Marokkaanse Nederlander is of juist een Friese Nederlander, want diversiteit geeft het leven glans.

Lees verder:

ReactiesReageer