Naar de content

Wees niet bang voor smartphones in de klas

Leer docenten hoe ze telefoons, gadgets en apps het beste inzetten

Een kind gebruikt een tablet.
Een kind gebruikt een tablet.
Universiteit Leiden

Angst voor smartphones, apps en tablets in het klaslokaal is helemaal niet nodig. Onderzoek laat zien dat leerlingen en docenten er baat bij hebben als ze maar slim worden ingezet.

7 juli 2015

“Belachelijk”, dacht ik toen ik onlangs in groep 3 van een basisschool kwam. Er hing een bordje met de tekst ‘Mobiele telefoon uit’. Zo’n apparaat hoort ook helemaal niet in het klaslokaal vond ik toen.

Maar hoe meer ik er over nadacht en las, hoe logischer het leek om wel degelijk smartphones toe te staan. Een hedendaags lokaal ziet er vrijwel nog net zo uit als toen ik meer dan dertig jaar geleden zelf voor het eerst naar school ging. Dat is vreemd, omdat er zoveel meer interessante technologie is.

Dit redactioneel weerspiegelt de mening of visie van de redacteur. Hoewel wetenschappelijk onderbouwd en beargumenteerd, is het een persoonlijke mening en geen wetenschappelijk feit. Ben je het (niet) eens met de auteur? Geef dan vooral ook een reactie hieronder.

Vliegtuigjes

Al heel lang gebruiken we hulpmiddelen tijdens lessen. Zoals pennen, potloden en papier. Daar kun je zowel goede (aantekeningen maken) als slechte (vliegtuigjes vouwen) dingen mee doen. Het gaat er ook bij nieuwe technologie – zoals smartphones, apps en gadgets – om ze zo in te zetten dat jongeren er meer en beter door leren. Veel onderzoek naar hoe je dit kan doen, staat weliswaar nog in de kinderschoenen, maar dat is geen reden om zonder pardon het gebruik van nieuwe technologie te verbieden.

Hoe gadgets, apps en internet tot betere prestaties leiden? Een interessant voorbeeld is de opdracht die een lerares Engels haar scholieren op het Canadese Douglas College meegaf. Ze liet leerlingen biografieën schrijven van Canadese auteurs. Ze moesten hun schrijfsels op Wikipedia publiceren. De kwaliteit van hun werk was aanzienlijk beter dan bij voorgaande opdrachten, die ze bij haar inleverden. Ze gebruikten meer citaten, werkten harder en maakten minder spelfouten.

Op een school in Nieuw-Zeeland was het effect vrijwel hetzelfde, toen scholieren een blog bij moesten houden. Hoe dit komt? Dit wordt wel de publieksfactor genoemd. Wanneer je weet dat veel anderen jouw tekst lezen, doe je beter je best.

Falen

Een ander goed voorbeeld hoe technologie tot betere prestaties leidt, is het onderzoek van Andrew Manches (Universiteit van Edinburgh). Hij gaat na hoe kinderen het beste wiskunde leren op tablets. Vaak vinden ze het moeilijk om tegelijkertijd te tellen en met blokken te spelen. Manches merkte dat dit op een tablet wel lukt. Hij benadrukt ook dat jonge kinderen veel leren van trial and error. Een foutje maken tijdens een (educatief) spel op een tablet is niet erg. Je kan zo weer opnieuw beginnen. Welke uitvinder en wetenschapper is er niet groot geworden door het lef te hebben om te falen?

Wie trouwens denkt dat kinderen steeds slechter gaan schrijven door nieuwe technologie komt bedrogen uit. Andrea Lunsford (Stanford University) keek naar essays van eerstejaars studenten uit 1917, 1930, 1986 en 2006. De laatste groep presteerde het beste. Dat komt omdat kinderen meer schrijven dan ooit tevoren, concludeerde Lunsford in ander onderzoek. Uiteraard waren in 2006 Smartphones nog niet wijdverspreid, maar MSN, SMS en Hyves waren toen al immens populair.

Overigens laat nieuwe technologie ook nieuwe uitingsvormen toe. Wie slecht is in schrijven of een voordracht geven, maakt bijvoorbeeld liever een video. En een 3D-printer is ook een prachtige aanvulling op de mogelijkheden.

Een vrouw zit aan een tafel met een laptop erop. Op haar scherm is een bloem te zien.

Meerdere onderzoekers benadrukken dat kinderen juist slim omgaan met nieuwe technologie

Brian Kerrigan, wikimedia commons

Afleiding

Toch is het even zoeken wanneer je technologie het beste kan inzetten. Onderzoekers lieten al in studies zien dat kinderen het beste met de pen schrijven als ze noteren wat een docent zegt. Maar recenter onderzoek laat zien dat wie snel typt (en dus ervaren is) veel beter presteert als hij op een computer een tekst schrijft. De boodschap: aantekeningen maken met de hand als iemand praat, wie snel typt kan beter op een computer een essay schrijven.

Uiteraard kleven er ook nadelen aan nieuwe technologie in het klaslokaal. De grote valkuil is afleiding. Kinderen – en met name pubers – vinden het ontzettend lastig om alerts op hun smartphone te negeren. Daar moet dus wel slim op ingespeeld worden. Blokkeer bijvoorbeeld tijdelijk bepaalde websites of apps in het klaslokaal.

Nog niet overtuigd? Meerdere onderzoekers benadrukken dat kinderen juist slim omgaan met nieuwe technologie. Ze appen bijvoorbeeld wel tijdens het kijken naar MTV maar niet in het klaslokaal of tijdens het huiswerk maken. In een interview met het tijdschrift Wired vertelden specialisten Rebecca Enyon (Oxford) en Mizuko Ito (Universiteit van Californië) bijvoorbeeld dat jongeren strategieën en technieken ontwikkelen om met nieuwe technologie om te gaan. Zoveel moeite zal het jongeren dus helemaal niet kosten om hun smartphone tijdens de les alleen maar te gebruiken om er wat van te leren.

Bronnen en verder lezen
  • Serres, M., De Wereld onder de duim (Amsterdam 2014). Invloedrijke filosoof spreekt verbazing uit over het feit dat weinig nieuwe technologie in het klaslokaal wordt gebruikt.
  • Thompson, C., We worden steeds slimmer. Hoe apps, gadgets en social media ons intelligenter maken (Amsterdam 2014). Uitstekend boek over hoe nieuwe technologie ons slimmer maakt.
  • Thompson, C., ‘The Joy of Typing’, The Message. Interessant artikel over onderzoeken naar typen versus schrijven met een pen.
  • Valkenburg, Patti, Schermgaande jeugd. Over jeugd en media (Amsterdam 2014). Interessant boek van universiteitshoogleraar Universiteit van Amsterdam over jongeren en smartphones, tablets, apps en games.
ReactiesReageer