We eten in hoog tempo de jungle leeg

Waar gejaagd wordt, is 58 procent van de vogels en 83 procent van de zoogdieren al verdwenen

In menig tropisch land zijn in het wild afgeschoten dieren, ook wel bekend als bushmeat, een belangrijke bron van eiwit voor de lokale bevolking. Biologen waarschuwen al langer dat onder meer chimpansees hierdoor snel zullen uitsterven. Een inventarisatie van honderden diersoorten komt nu voor het eerst met harde cijfers over de alarmerende tol die de jacht eist.

door

Benitezlopez1hr

In beslag genomen dieren die illegaal zijn geschoten in Kameroen. LAGA (The Last Great Ape Organization

Samen met zes collega’s uit Nederland en Groot-Brittannië, inventariseerde Ana Benitez Lopez van de Radboud Universteit 176 studies waarin honderden soorten zoogdieren en vogels geteld zijn. Elke telling bestrijkt noodgedwongen een vrij klein gebied, maar gezamenlijk vormen al die studies een goed beeld hoe het gesteld is met de tropische fauna in Latijns-Amerika, Afrika en Azië.

Lokaal verschijnsel

Jagen op bushmeat is een lokaal verschijnsel; jagers trekken maximaal enige tientallen kilometers de jungle in vanuit een stadje of vanaf een weg die door de jungle loopt. Hun buit verkopen ze op lokale markten, op maximaal twee reisdagen van het gebied waar de dieren geschoten zijn. Juist omdat in afgelegen gebieden niet gejaagd wordt, is het mogelijk om een betrouwbare indruk te krijgen van de invloed van de jacht op de lokale fauna.

Ana Benitez Lopez geeft per e-mail toelichting op deze studie: “De plaatsen waar de tellingen gedaan zijn, lagen op diverse afstanden van nederzettingen en wegen. Sommige lagen in afgelegen, onbejaagde streken die alleen per helikopter te bereiken zijn. In elke studie berekenden we de afname in de hoeveelheid wild in bejaagde, ten opzichte van onbejaagde gebieden.”

Bushmeat2

176 studies naar het effect van de jacht in een oogopslag. Gebieden waar wordt gejaagd, zijn vergeleken met gebieden waar niet wordt gejaagd. RR is de verhouding tussen het aantal dieren in bejaagd/onbejaagd gebied. De schaal is logaritmisch, dus bij RR=-1 zijn er tien maal minder dieren in bejaagd gebied, bij RR=-2 honderd maal zo weinig, enzovoort.
De grijze balkjes geven de variatie in de tellingen per gebied aan (er worden namelijk veel soorten geteld, die niet allemaal evenveel van de jacht te lijden hebben). Links staan alle vogeltellingen, rechts die van zoogdieren.
De extreem negatieve RR-waardes onderaan, zijn soorten die lokaal uitgestorven zijn. A. Benitez Lopez/Science

Sombere conclusie

De conclusie is somber: waar gejaagd wordt, komen gemiddeld 58 procent minder vogels voor, en zelfs 83 procent minder zoogdieren. Niet al deze dieren zijn opgegeten door de mens; ze trekken ook weg uit gebieden waarvan ze weten dat er vaak menselijke jagers komen. Of een gebied bejaagd of onbejaagd is, maakt zelfs meer uit dan of een gebied in een wildreservaat ligt of niet.

Op zich geeft dit onderzoek nog geen uitsluitsel over hoe ernstig de actuele situatie is. Immers, als maar een klein deel van de tropische bossen bejaagd zou worden, bleef er voor zoogdieren en vogels nog genoeg ongerept bos over. Vandaar de vraag: hoeveel ongerept tropisch oerwoud is er nog in Zuid-Amerika, Afrika en Azië?

Groot deel overbejaagd

Benitez Lopez: “Helaas kan ik daarvoor nu zelfs geen ruwe schatting geven. Daar werk ik aan voor mijn volgende publicatie. Maar er zijn onderzoekers die stellen dat al in de late jaren negentig ruim veertig procent van de bossen in centraal Afrika binnen tien kilometer van een weg lag, en negentig procent binnen vijftig kilometer van een weg. Als we dat vergelijken met het bereik van de impact van de jacht uit mijn onderzoek (nl. veertig kilometer voor zoogdieren), zou dat betekenen dat een groot deel van de Afrikaanse bossen nu al overbejaagd wordt. Maar nogmaals, dit is iets waar ik binnenkort een degelijke berekening over wil maken.”

De verkoop van bushmeat is een miljardenbusiness, en in sommige regio’s is het een van de belangrijkste bronnen van dierlijk eiwit voor de lokale bevolking. Dat is al heel lang zo, maar, aldus Benitez Lopez: “Door het vergroten van de toegankelijkheid van verafgelegen gebieden, kunnen mensen nieuw terrein koloniseren en bejagen. Helaas zijn er juist in ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika, Afrika en Azië met een hoge biodiversiteit, veel plannen voor wegenbouw.” Dit is door de in die landen nog altijd snel groeiende bevolking en verstedelijking vrijwel onvermijdelijk. Maar het maakt deze vorm van voedselvoorziening in hoog tempo onhoudbaar.