Naar de content
Faces of Science
Faces of Science

Wat is ‘echte’ wetenschap?

By Yewhoenter CC BY-SA 3.0 , via Wikimedia Commons

Als classicus lig je regelmatig onder vuur. Waarom zou je talen en culturen studeren? Doen dokters of natuurkundigen niet veel belangrijker werk? Ook al ben ik geen Stephen Hawking, ik geloof in de waarde van mijn vak.

5 februari 2020

Ik kreeg laatst een boek van ’s werelds bekendste wetenschapper, Stephen Hawking (2018). Nu heb ik geleerd dat je een gegeven paard nooit in de bek moet kijken, maar ik kon het niet laten om mijn wenkbrauwen te fronsen. De gelegenheid voor het krijgen van dit boek was mijn deelname aan de lustrumcommissie van Faces of Science. (Ja, we bestaan vijf jaar!) Ik bladerde door Brief Answers to the Big Questions, het laatste werk van Stephen Hawking en dacht stiekem: “waarom is dit boek nou een typisch cadeau voor jonge academici?”

Zoals je misschien weet, willen wij, de jonge, hippe Faces of Science, graag een ander beeld van de wetenschap naar buiten brengen. Het is een bekend gegeven dat kinderen die een wetenschapper moeten tekenen, standaard een man in een labjas weergeven. Een échte wetenschapper. Zo eentje die natuurkunde of wiskunde doet en allemaal moeilijke formules met een krijtje op het schoolbord schrijft, toen er nog krijtborden bestonden. Stephen Hawking was zo’n échte wetenschapper.

Toch moesten de meesten van ons eerst de film The Theory of Everything kijken om te begrijpen waarom Hawking zo’n belangrijke man was. En moest hoofdacteur van de film, Eddie Redmayne, een lief voorwoord schrijven voor het nieuwe boek. Dat heeft bovendien felroze letters op de kaft staan, ik neem aan om aantrekkelijker te zijn voor de ‘normale mens’. Echte wetenschappers gebruiken namelijk geen kleurtjes en geen mooie plaatjes. Of wel?

Legitieme vragen

Op diezelfde dag dat ik Hawkings boek kreeg, gebeurde er nog iets anders. De Faces waren in een discussie verwikkeld over de legitimiteit van de geesteswetenschappen, oftewel de studie van talen, cultuur, filosofie en literatuur in het algemeen. Legitimiteit wil zeggen dat iets officieel is goedgekeurd door personen die de politieke macht hebben, zoals bij ons de overheid. In mijn vak, klassieke talen, ben ik dagelijks bezig met legitimiteitskwesties. Literatuur moet namelijk altijd gelegitimeerd worden door een hogere instantie om openlijk beschikbaar te zijn.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden bijvoorbeeld boeken geschreven door Joodse schrijvers verboden door Hitler en zijn regering. In de oudheid was dit niet anders: de Romeinse keizer Augustus besloot dat literatuur een stichtelijke functie moest hebben, een proto-christelijk idee eigenlijk. Liefdesgedichten mochten daarom niet te sexy of te stout zijn, iets wat sommige dichters duur kwam te staan…

Ovidius by de Scythen, Eugène Delacroix, 1862, Metropolitan Museum of Art. De roddel is dat de Romeinse dichter Ovidius in 8 n. Chr. in ballingschap moest van keizer Augustus vanwege een boek dat hij had geschreven over de kunst van het flirten en beminnen, de Ars Amatoria.

Eugène Delacroix [Public domain] via Wikimedia Commons

Als legitieme geesteswetenschapper die zich dagelijks bezig houdt met wat wel en niet legitiem is, moest ik dus weer fronsen toen een van mijn collega’s suggereerde dat de geesteswetenschappen nog steeds gelegitimeerd moeten worden door een programma als Faces of Science. Hopelijk ben je niet over die lange zin gestruikeld. ‘Echte’ wetenschap is natuurlijk zo legitiem als maar kan. Maar toch moet je als je geschiedenis, klassieke talen, Engels, Nederlands, kunstgeschiedenis of filmstudies bestudeert steeds vragen over je legitimiteit beantwoorden. Vallen wij dan niet onder ‘echte’, legitieme wetenschap?

Een academisch Disneyland

Voordat ik een antwoord geef op die vraag, wil ik een ervaring delen die ik afgelopen december had. Ik vond het nogal confronterend. Nu moet je weten dat je in de praktijk op twee manieren naar de wetenschap kan kijken:

1) de universiteit is een ideale plek, waar academici naar hartelust kunnen nadenken en met elkaar Intelligente en Constructieve Conversaties over de wereld houden;
2) de universiteit moet een functie hebben binnen de maatschappij en academici moeten hun nut voor het grote publiek tot belangrijkste doel van hun werk maken.

Ik realiseerde mij dat nummer 1, hoe raar het misschien ook mag klinken, niet overal de realiteit is, door bezuinigingen en werkdruk. Maar soms ook juist wel, zo ontdekte ik op een steenkoude dag in december toen ik met bevroren vingertopjes over de campus van Princeton University wandelde. Het was alsof ik in de Winterefteling liep. Pittoreske gebouwen met torentjes en arcadebogen, een prachtige kerk, groene gazons en lieflijke laantjes, met daarachter een even Disneyachtig dorpje waar mensen naar je glimlachen en vragen of je de weg kunt vinden. Het toppunt was een soort Harry-Potter-bibliotheek in de Faculteit Geesteswetenschappen, een huiskamer waar nog net geen haardvuur brandde. Ik vond het geweldig!

Een snapshot van Princeton. Hier zie je East Pyne Hall, waar o.a. een aantal talenopleidingen en filosofie gehuisd zijn. Grappig feitje: de architect van dit gebouw heette William Appleton… Potter!

Shi-Pei Chang via Flickr CC BY-NC-SA 2.0

Het opvallendst aan universiteiten als Princeton is dat er, hoewel ze ook daar te maken hebben met bezuinigingen, volop wordt geïnvesteerd in de studie van letteren, kunst en geschiedenis. Princeton is zeer trots op haar eigen universiteitsmuseum, waar topstukken van Rodin of Monet te vinden zijn. Natuurlijk moeten geesteswetenschappers hard werken om zichzelf te bewijzen – dat moeten alle academici. Op Princeton stellen ze echter minder snel vraagtekens dan in Nederland bij de legitimiteit van een discipline als geschiedenis, want die is deel van de prestigieuze omgeving, waarin een breed scala aan academische disciplines wordt aangeboden.

Waarom we allemaal van Hawking houden

Als we kijken naar optie 1 en 2 hierboven zou ik altijd kiezen voor de tweede optie, met als voorwaarde dat ik af en toe het recht heb op die eerste optie om mijn ideeën rustig te ontwikkelen. Zonder optie 1 bestaat optie 2 niet, vrees ik. Soms is het lastig om het directe maatschappelijke nut van mijn vak aan te tonen, maar wat ik ook bestudeer: ik ben altijd bezig met wetenschap die volkomen legitiem is, ook al draag ik daarbij geen labjas.

Natuurlijk zijn vooroordelen over mijn vakgebied en tradities moeilijk te doorbreken. Échte wetenschap, wat dat ook zijn mag, houdt misschien altijd wel het labjasimago. Voorlopig kunnen wij die geen natuur- of wiskunde bestuderen, misschien het volgende opwerpen: waarom heb ik dit neonkleurige boek over Stephen Hawking gekregen? Hoe is dit boek in de boekwinkels op de voorste tafels beland?

Dat komt niet zozeer door de natuurkunde in het boek. Het heeft alles te maken met de culturele perceptie van Hawkings belang voor een wereld waarin mensen rondlopen vol angsten en vragen over de aarde. Tel daar dan een kaskrakende film – inclusief zeer sympathieke hoofdacteur – bij op, die de gevoelens en levenslessen van Hawking aan het grote publiek heeft getoond. Grappig genoeg was Stephen Hawkings persoonlijke mening over de film: er had meer natuurkunde en minder gevoelens in moeten zitten (Redmayne 2018, xi).

Laat de geesteswetenschapper nou net de persoon zijn die – mét kleur en plaatjes – kan verklaren waarom die emoties de film én dit laatste boek tot zo’n succes gemaakt hebben!

De officiële trailer van The Theory of Everything, over het leven en werk van Stephen Hawking (maar meer over zijn ‘inspirerende’ leven met de ziekte ALS dan over zijn werk).

ReactiesReageer