Je leest:

Wat gebeurt er in ons hoofd als we slapen – en dromen?

Wat gebeurt er in ons hoofd als we slapen – en dromen?

Auteur: | 16 maart 2006

Tijdens onze slaap rusten we uit, maar onze hersenen zijn bijzonder actief! Tijdens de slaap verkeren ze in vijf verschillende stadia, waar de REM slaap er een van is. Tijdens de REM slaap droom je. Maar wat gebeurt er verder met je brein en je lichaam? Je leest het in dit artikel.

Als we slapen beweegt ons lichaam nauwelijks; onze ogen zijn dicht. Het lijkt net alsof mensen die slapen even – voor acht uur – ‘uit staan’ en daarna bij het opstaan weer verder gaan leven. Toch gebeuren er tijdens de slaap bijzondere dingen, die op het eerste gezicht niet te observeren zijn. Het betreft namelijk de activiteit van onze hersenen.

Onze hersenen geven namelijk een heel klein beetje elektrische lading af, die we kunnen meten: met elektrodes op je hoofd. Dan blijkt dat onze hersenactiviteit ‘golvend’ is. Daarom wordt hersenactiviteit ook wel uitgedrukt in hersengolven (en bij het lezen van deze tekst heb je al pakweg zestien hersengolven per seconde):

Figuur 1: hersengolven overdag (1 mV = 1 duizendste Volt): 13 – 16 per seconde (13–16 Hz)

Verrassend is dat onze hersenengolven tijdens de slaap steeds veranderen. Deze hersengolven zijn als je net in slaap valt nog vrij onrustig. Dit is ook niet zo raar, want je was vijftien minuten geleden nog klaarwakker – en daarbij horen snelle, onregelmatige en onrustige golven. Dit eerste stadium van de slaap wordt ook wel slaapstadium één genoemd:

Figuur 2: hersengolven, slaapstadium een (3-7 Hz: thetagolven)

Na enkele minuten beginnen je hersengolven langzamer en dieper te worden. Dit heet slaapstadium twee. In dit stadium heb je af en toe nog heel korte hersengolven (uitbarstingen van activiteit) maar krijg je ook af en toe heel diepe, langzame golven:

Figuur 3: hersengolven, slaapstadium twee

Als na zo’n tien tot vijftien minuten slaap zulke diepe, langzame golven nog vaker voorkomen, spreken we van slaapstadium drie. Als je in stadium drie zit, is je slaap ook dieper dan in stadium één of twee. Je bent moeilijker wakker te maken en rust meer uit:

Figuur 4: hersengolven, slaapstadium drie

Als nu meer dan de helft van al je hersengolven uit deze diepe hersengolven bestaan, zit je in slaapstadium vier. Stadium vier slaap is de diepste slaap die we kennen. Tijdens dit slaapstadium herstelt ons lichaam zich het meest. De hersenen – en het lichaam – rusten uit, en bouwen zo weer reserves op voor de volgende dag:

Figuur 5: hersengolven, slaapstadium vier

Na dit diepste stadium kan de slaap alleen maar lichter worden: je keert weer terug in stadium drie, waarna je weer in twee komt, en uiteindelijk in stadium één. Dan gebeurt echter iets speciaals. Je wordt niet wakker, maar slaapt verder – in een bijzonder slaapstadium. Tijdens dit slaapstadium zijn je hersenen ontzettend druk bezig. Verder is je hele lichaam volledig ontspannen (op de rondschietende ogen en geprikkelde genitaliën na). Het drukke brein tegenover het rustige lichaam. Een paradox, daarom werd dit stadium ook wel paradoxale slaap genoemd. Omdat de ogen zo heen en weer schoten (snelle oogbewegingen) kreeg dit stadium tevens een andere, meer bekende naam: Rapid Eye Movement Slaap (REM Slaap):

Figuur 6: hersengolven, REM Slaap

Het bleek dat de mensen die tijdens REM slaap wakker werden gemaakt, in ongeveer tachtig procent van de gevallen een droom konden herinneren. Deze dromen bestonden uit intense beelden en ingewikkelde (soms zelfs bizarre) en emotionele verhaallijnen: dit zijn dromen zoals wij ons die meestal kunnen herinneren. Dromen kwamen ook voor tijdens andere stadia (bijvoorbeeld stadium twee), maar deze waren minder intens en emotioneel.

Het werd ook meteen duidelijk waarom ons lichaam volledig ontspannen was (of zelfs: verlamd) tijdens REM slaap. Denk wat er zou gebeuren als je lichaam zich tijdens je dromen gewoon beweegt. En jij droomt over hoe je aan het rennen bent. Dan ren je dus je bed uit. Of je schopt in je droom tegen een bal. Dan schop je dus tegen de muur. Alles wat je doet in dromen (praten, vechten, vrijen, rennen) zou je dan ook in het echt doen. Daar rust je zelf niet echt van uit.

In ieder geval: de slaap bestaat dus uit ‘rondes’ die gaan van slaapstadium 1-2-3-4-3-2-1 tot en met REM. Zo’n ronde wordt een slaapcyclus genoemd; die duurt ongeveer negentig tot honderd minuten. Als je acht uur slaapt heb je dus ongeveer vijf slaapcycli doorlopen. Ook dit is weer gemiddeld; de slaapstadia gaan soms een stapje terug, dan slaan ze er weer één over, dan duren ze weer iets korter of langer, maar over het algemeen is dit hoe onze slaap eruit ziet:

Figuur 7: voorbeeld van de verschillende stadia bij acht uur slaap

De slaapcycli worden minder diep als je langer hebt geslapen. Stadium vier kan bij de eerste cyclus nog wel een half uur duren, maar bij de tweede cyclus is stadium vier hooguit nog een kwartier. In de derde slaapcyclus wordt stadium vier vaak al niet meer gehaald; in de laatste cyclus voor het wakker worden wordt zelfs stadium drie niet meer gehaald.

Hier tegenover staat dat de REM stadia steeds langer worden naarmate de slaap vordert. Dit is net omgekeerd met de diepe stadium vier slaap. Er is weinig REM slaap in de eerste cyclus (veelal iets van tien minuten) maar het wordt steeds meer: bij de laatste slaapcyclus kun je meer dan zestig van de negentig minuten in REM slaap verkeren.

Dus: hoe langer iemand slaapt, hoe meer REM slaap hij of zij heeft. Aangezien vooral tijdens REM slaap dromen optreden, kunnen we dus zeggen dat iemand meer droomt aan het einde van nacht (‘s ochtends dus). In totaal heb je ongeveer twee uur REM slaap per nacht: je bent dus zo’n 25 procent van je slaap aan het dromen. Dit geldt trouwens ook voor mensen die zeggen dat ze nooit dromen: Als zij in een slaap laboratorium tijdens de REM slaap wakker zouden worden gemaakt, kunnen ze zich wel een droom herinneren. Iedereen droomt dus, maar niet iedereen kan het zich evengoed herinneren.

Iedere REM periode komt grofweg gezegd neer op één droom. Als je acht uur slaapt, heb je dus vijf dromen gehad. De kortste duurde vijf minuten, en de langste kan wel drie kwartier hebben geduurd (!). Gemiddeld hebben mensen tussen de vier en zes dromen per nacht, en jongeren tussen de vijf en zeven per nacht. Dat betekent dat je ook in dit jaar een volle maand in dromenland zult verkeren – en meer dan 2000 dromen zult hebben! Maar daarover later meer…

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Utrecht (UU).
© Universiteit Utrecht (UU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 maart 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.