17 augustus 2017

“Een op de 2500 mensen in Nederland heeft cystenieren. Hierbij ontstaan er holtes gevuld met vocht in de nieren, waardoor ze minder goed werken. Ik sprak drie jonge wetenschappers van verschillende universitair medische centra die samen onderzoek doen naar behandelingen om het te voorkomen of te vertragen met zo min mogelijk bijwerkingen. Dit is deel één met onderzoekers Lianne Messchendorp en Shosha Dekker van het DIPAK-consortium.”

Je leest:

Wat bepaalt het ziekteverloop van patiënten met cystenieren?

Wat bepaalt het ziekteverloop van patiënten met cystenieren?

Op zoek naar een effectieve behandeling van cystenieren

Auteur: | 7 augustus 2017
Nierstichting

Het verloop van de erfelijke ziekte cystenieren verschilt sterk tussen patiënten: de een heeft bijvoorbeeld veel eerder medicijnen en ingrijpende behandelingen nodig dan de ander. Wetenschappers zoeken manieren om het ziekteverloop te voorspellen, zodat patiënten beter worden behandeld.

Cystenieren
Gedurende het leven van een cystenierpatiënt ontstaan er steeds meer cysten in de nieren gevuld met vocht. Deze worden steeds groter, waardoor de nieren uiteindelijk hun functie kunnen verliezen.

Als je de genetische afwijking voor cystenieren hebt, vormen er gedurende je leven voortdurend meer holtes met vocht in je nieren. Deze cystes worden steeds groter en verdrukken het gezonde nierweefsel, waardoor de nierfunctie afneemt. De ziekte is dominant: dat betekent dat je het hebt, als je het afwijkende gen hebt geërfd van een van je ouders. Maar wanneer je daar precies wat van merkt, en hoe ziek je dan wordt, dat verschilt per persoon.

“Je verwacht dat de ziekte hetzelfde verloopt in patiënten met dezelfde genafwijking. Maar meestal is dat niet het geval”, zegt arts-onderzoeker Lianne Messchendorp van het Universitair Medisch Centrum in Groningen. “De ene persoon krijgt nierfalen op zijn veertigste, terwijl de ander pas op zijn zeventigste iets merkt. Het is daarom lastig om te bepalen of en wanneer je iemand moet behandelen.”

Cystenieren

Autosomaal Dominante Polycysteuze Nierziekte (ADPKD), cystenieren, is de meest voorkomende erfelijke nierziekte. Het wordt veroorzaakt in een mutatie in het PKD1- of PKD2-gen. Ieder mens heeft twee kopieën van deze genen. Wanneer in een daarvan een mutatie zit, heb je cystenieren. Een mutatie in het PKD1-gen komt vaker voor, en is ook agressiever. Autosomaal dominant betekent dat als een van je ouders deze ziekte heeft, je als kind vijftig procent kans hebt dat je het erft. Het is niet geslachtsgebonden, en komt daardoor even vaak voor bij mannen als bij vrouwen.

Niet onnodig behandelen

Onlangs is een nieuw medicijn tegen cystenieren op de markt gekomen: Tolvaptan. “Dit is het eerste middel dat echt werkt”, zegt Messchendorp. “Het remt de vorming van cystes effectief. Daarom willen we dit het liefst op een jonge leeftijd geven, zodat mensen er zoveel mogelijk baat bij hebben.”

Maar Messchendorp wil niet onnodig behandelen. Dertig procent van de mensen met cystenieren krijgt tijdens hun leven namelijk niet met nierfalen te maken. “Mensen die nooit dialyse nodig hebben, geven we liever geen medicijn. Tolvaptan heeft namelijk veel bijwerkingen, bovendien is het duur. We willen het dus niet toedienen aan wie het niet echt nodig heeft.”

Op dit moment is het nog niet bekend welke factoren van invloed zijn op de achteruitgang van de ziekte. Vier universitair medische centra (Nijmegen, Groningen, Leiden en Rotterdam) zijn daarom samen een observationeel onderzoek gestart, om gedurende zes jaar het natuurlijke ziekteverloop van zo’n zeshonderd cystenierpatiënten te volgen. Zij doen dit binnen het consortium DIPAK.

Biomarker

Voor dit onderzoek verzamelt Messchendorp patiëntendata in Groningen. In Leiden worden deze gegevens bijeengebracht door arts-onderzoeker Shosha Dekker. Zij begon in februari 2017 met haar promotieonderzoek, waarvoor zij bij patiënten met ADPKD op zoek gaat naar een ‘biomarker’: een stofje in de urine van de patiënt die iets kan zeggen over de prognose van de ziekte.

“Nierfunctie wordt nu gemeten aan de hand van de hoeveelheid creatinine in het bloed. Dat is een afbraakproduct van spierweefsel en heeft een min of meer stabiele balans in het bloed. Het stijgt bij verlies van nierfunctie, maar dit gebeurt relatief laat en dit is dus minder betrouwbaar om het beloop van de ziekte te volgen”, legt Dekker uit. “Nieren hebben overcapaciteit en kunnen schade compenseren. De nierfunctie kan dus vele jaren stabiel lijken, terwijl de cystes wel doorgroeien”.

Profiel van stofjes

Urine samples
De urine van cystenierpatiënten wordt vergeleken met andere nierpatienten en gezonde personen.
Wikimedia Commons

Dekker zoekt daarom in de urine van patiënten met ADPKD naar een test, die de achteruitgang van de nierfunctie tijdig en op een betrouwbare manier voorspelt. “In urine bevinden zich veel afbraakproducten van de stofwisseling in het lichaam die via de nieren worden uitgescheiden. Voor elk persoon kunnen we van deze processen een afspiegeling of ‘metabool profiel’ opstellen. Ik wil de profielen van cystenierpatiënten vergelijken met andere vormen van nierziekten en met gezonde personen.”

Een eerste stap voor Dekker is om eventuele verschillen te identificeren in de profielen in deze groepen. Daarna gaat ze binnen de profielen kijken welke stofjes specifiek verhoogd of verlaagd zijn in het ziektebeloop. Uiteindelijk hoopt ze stofjes te vinden die opvallen bij ADPKD patiënten met een progressief ziekteverloop. Dit zijn dan biomarkers. “Die stofjes zouden dan ook iets kunnen zeggen over het effect van een ingestelde behandeling om bijvoorbeeld cystegroei te remmen”, zegt ze. “Dat is waarschijnlijk gevoeliger dan een MRI-scan met volumemeting van de nieren, waarmee we op dit moment tijdens studies de totale cystegroei in de gaten houden. We willen patiënten tijdig en effectief behandelen, maar niet onnodig.”

DIPAK-consortium

DIPAK staat voor Developing Intervention strategies to halt Progression of Autosomal Dominant Polycystic Kidney Disease. Het consortium is in 2011 opgericht door vier universitaire medische centra (Groningen, Leiden, Nijmegen en Rotterdam) met financiering door de Nierstichting.

DIPAK doet naast de observationele studie ook experimenteel onderzoek en een interventiestudie naar het effect van het nieuwe medicijn Lanreotide. De resultaten hiervan zullen waarschijnlijk begin 2018 worden gepresenteerd. De observationele studie is begonnen in 2014 en de laatste patiënten worden in het najaar van 2017 toegevoegd. Elke patiënt wordt zes jaar lang gevolgd. Het is nog mogelijk om je als cystenierpatiënt aan te melden als deelnemer.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 augustus 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.