Naar de content

Elke dag naar de sportschool om te ontsnappen aan de stress, of om je uiterlijk te verbeteren: dat geeft een goed gevoel. Maar sportief gedrag kan problematisch worden. Kan je verslaafd raken aan sporten?

30 maart 2017
Een man die aan gewichtheffen doet in een sportschool.

Ben je sportverslaafd als je elke dag een paar uur in de sportschool doorbrengt?

Flickr.com, Alex Matravers via CC BY-NC-ND 2.0

Joanna is 25 jaar. Ze komt uit een stabiel gezin, eet goed en beschrijft haar fysieke conditie als uitstekend. Nou ja, op een recente blessure na dan. Tijdens een Jiujitsu-training bezeerde ze haar arm. De zelfverdedigingssport is het belangrijkste in haar leven. Na het winnen van een wedstrijd voelt ze zich high. Ze zit iedere dag zes uur in de sportschool. Als ze een training mist, doet ze later een extra lange sessie om te compenseren.

Haar blessure hield lang aan, omdat ze te snel weer begon met Jiujitsu. Ze ging in tegen het advies van haar arts om tijdelijk te stoppen. Maar als ze langer dan een dag niet kan sporten, voelt ze zich misselijk. Leren lukt ook alleen na een bezoek aan de sportschool. Haar vriendje verbrak de relatie vanwege haar strenge sportregime. Joanne probeert haar trainingsschema terug te brengen. Zonder succes. Ook al beschrijft ze zichzelf niet als ‘verslaafd’, ze realiseert zich dat ze een probleem heeft.

Werk laten schieten

Dit geval van iemand die excessief sport werd in 1997 beschreven in het vakblad Addiction Research. Er zijn meer mensen met Joanna’s neigingen, ook in Nederland, blijkt uit een onderzoek van Sabine Janssen. In 2011 onderzocht zij als masterstudent vierduizend sporters van het Nijmeegse Universitair Sportcentrum, met behulp van vragenlijsten. Ze constateerde een verslaving bij anderhalf procent van de sporters, die gemiddeld 7,5 uur per week met hun sport bezig waren om irritatie en stress tegen te gaan. Minderen lukte niet. Overmatig sporten is vooral mentaal funest. ‘Sportverslaafden’ verkiezen hun beweging boven andere verantwoordelijkheden, zag Janssen. Mannen brengen minder tijd door met hun familie en vrouwen laten vooral hun werk ervoor schieten.

Gezien vanuit de hersenen

Hebben bovengenoemde mensen inderdaad een sportverslaving? Bestaat er überhaupt zoiets als verslaafd raken aan lichaamsbeweging? Onder wetenschappers is het nog voer voor discussie. Sportverslaving wordt in de vijfde editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorder (DSM), hét handboek voor psychiatrische aandoeningen, (nog) niet erkend als gedragsverslaving. Overigens geldt dat ook voor overmatig shoppen, eten of gamen.

Hersenonderzoeker Ruth van Holst twijfelt of excessief sporten zich kan opwerken tot ware verslaving. Zij doet aan het AMC en het Donders Instituut in Nijmegen onderzoek naar gokverslaving en bekijkt de kwestie vanuit het hersenperspectief. “Alleen gokken valt nu onder gedragsverslaving in de DSM, omdat het overeenkomsten vertoont met drugsverslaving”, legt Van Holst uit. “Bij zowel drugs- als gokverslaving werkt de prefrontale cortex minder goed, waardoor je moeilijk je gedrag onder controle kan houden. Daarnaast is bij verslaafden het beloningscentrum vooral gericht op de beloning vanuit de verslaving, terwijl het minder gevoelig is voor normale beloningen.” Ze betwijfelt of er ook zoiets gebeurt in het brein van excessieve sporters.

Een persoon die de nagels in de buik zet. Deze persoon heeft geen kleding aan en draagt een navelpiercing.

Excessief sporten gaat vaak samen met een eetstoornis.

Flickr.com, Christy Mckenna via CC BY-SA 2.0

Sportverslaving of eetstoornis?

Een belangrijk kenmerk van een verslaving is dat het gedrag een probleem vormt voor jezelf en je omgeving. Met sporten kan dat zo zijn, bewijst Joanna’s geval. Maar, voor je van een sportverslaving kunt spreken, moet je zeker weten dat het gedrag niet komt door een andere stoornis, legt Van Holst uit. Ruim veertig procent van de mensen met een eetstoornis doet aan obsessief sporten. Sporten is hier een symptoom van een eetstoornis.

In Nederland maakt geen enkele reguliere verslavingszorginstelling melding van cliënten met een sportverslaving, volgens een publicatie uit 2014 van het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving (IVO). Enkele private instellingen rapporteren wel tientallen meldingen van cliënten, maar alleen in combinatie met eetstoornissen en drugsproblemen. Van Holst denkt dat als een sportverslaving op zichzelf bestaat, dat zeldzaam is. En dus moeilijk te onderzoeken. “In de literatuur zijn enkele gevallen beschreven, maar dat is te weinig om een te diagnose ontwikkelen”, zegt de hersenwetenschapper. “En als er geen officiële diagnose bestaat, zijn er ook geen officiële cijfers over hoe vaak het voorkomt.”

Olympisch atleten zijn niet per se verslaafd aan sporten.

Wikimedia Commons, Paul Foot via CC BY-SA 2.0

De grens tussen gezond en ongezond

Klinisch psycholoog en specialist in gedragsverslaving Marilyn Freimuth van de Fielding Graduate University in Californië (Verenigde Staten), is er heilig van overtuigd dat sportverslaving bestaat. In 2011 schreef ze met collega’s een wetenschappelijk artikel om het fenomeen op te helderen. Zwart-wit is het allerminst. Wat onderscheidt de fanatiekeling die dagelijks naar de sportschool gaat van iemand die niet kan stoppen met lichaamsbeweging?

Een atleet die meerdere keren per dag traint voor de Olympische Spelen is niet per se verslaafd aan zijn sport. Hoe zit het met een hardloper die na het missen van een training vijf kilometer extra toevoegt aan het loopschema? Voor het vaststellen van alcohol- en drugsverslaving zijn er bepaalde criteria die, in iets aangepaste vorm, ook opgaan voor sportverslaving, vinden onderzoekers als Freimuth. Op basis van die kenmerken ontwikkelden psychologen vragenlijsten om verslaafden eruit te pikken (zie kader).

“Sommige mensen sporten zoveel, dat het nadelig voor ze uitpakt”, licht Freimuth toe. De negatieve effecten kunnen lichamelijk zijn, zoals door chronische blessures, en interpersoonlijk, bijvoorbeeld door ruzie met een partner over de tijd die de sportschool in beslag neemt. Ondanks de problemen die hun sportgedrag oplevert, vinden sommigen het moeilijk om te stoppen of te minderen. “Die twee uitkomsten, negatieve gevolgen voor het dagelijks leven en moeite om te stoppen, zijn belangrijke kenmerken van verslaving”, aldus Freimuth.

Dubbel doel

Bij dwangmatige handelingen, zoals schoonmaken, zie je die uitkomsten ook. Maar er is een verschil. Freimuth: “Dwanghandelingen worden voornamelijk uitgevoerd om angst te verminderen. Verslavingen dienen een dubbel doel: het gedrag is een manier om te ontsnappen aan negatieve gevoelens als angst, maar tegelijkertijd moet het ook krachtige genotservaringen creëren. Niet veel onderzoekers maken dit onderscheid. In mijn opvatting hebben sommige mensen die excessief sporten een ‘sportdwang’, terwijl anderen een verslaving hebben.”

Een man die een hotdog eet.

Ook bij overeten en gamen wordt onderzocht of er sprake is van verslaving.

Wikimedia Commons, Rpm911 via CC BY-SA 3.0

Studies naar sportverslaving stuiten op een iets hoger percentage slachtoffers dan masterstudent Janssen aantrof: twee tot drie procent van de sportende mensen kampt met exercise addiction. Wie wil ontsnappen aan onplezierige gevoelens loopt een grotere kans in de penarie te raken. Wie beweegt om zelfvertrouwen op te bouwen, loopt eveneens risico. Ook opmerkelijk: ultramarathonlopers en studenten bewegingswetenschappen lijken daarnaast extra gevoelig voor verslaving. Freimuth: “Steeds vaker gaan sporten of steeds langer dan voordien gepland, oftewel de controle verliezen, is een teken dat iemand afstevent op een verslaving.”

De onenigheid over lichaamsbeweging als verslaving of als andere stoornis past binnen een bredere discussie. En die gaat over definities. “Vanuit de wetenschap is er veel discussie over wanneer we ophouden met problematisch gedrag een verslaving te noemen”, zegt Van Holst. Gamen, teveel eten, seks, sociale media: elk gedrag kan de spuigaten uitlopen. Om verslaving zuiver te houden moeten we oppassen met dingen als zodanig te benoemen, is zij van mening. Freimuth daarentegen, vindt dat bepaalde patronen in lichaamsbeweging zich nou eenmaal het best laten omschrijven als verslaving. Of overmatig sporten het label ‘verslaving’ verdient of niet, feit blijft dat excessieve sporters hulp nodig hebben. Daar zijn de twee wetenschappers het volledig over eens.

Bronnen:
  • Mark Griffiths (1997) Exercise Addiction: A Case Study, Addiction Research, 5:2, 161-168, doi:10.3109/16066359709005257
  • Marilyn Freimuth e.a. Clarifying Exercise Addiction: Differential Diagnosis, Co-occurring Disorders, and Phases of Addiction, Int J Environ Res Public Health. 2011 Oct; 8(10): 4069–4081. doi:10.3390/ijerph8104069
  • Marc N. Potenza, Non-substance addictive behaviors in the context of DSM-5, Addict Behav. 2014 January ; 39(1): doi:10.1016/j.addbeh.2013.09.004
  • Krisztina Berczik, Attila Szabó, Mark D. Griffiths, Tamás Kurimay, Bernadette Kun, Róbert Urbán & Zsolt Demetrovics (2012) Exercise Addiction: Symptoms, Diagnosis, Epidemiology, and Etiology, Substance Use & Misuse, 47:4, 403-417.
    doi: 10.3109/10826084.2011.639120
ReactiesReageer