Je leest:

Waarom is zwemmen in de zee gevaarlijk?

Waarom is zwemmen in de zee gevaarlijk?

Auteur: | 17 mei 2017

Het is weer warm genoeg om in zee te zwemmen. Zorg echter wel dat je uit de buurt blijft van muien. Het zeewater stroomt met grote kracht door deze geulen richting zee, met het gevaar dat je wordt meegesleurd.

De zee is onvoorspelbaar en verraderlijk. Elke zomer opnieuw moet de reddingsbrigade tientallen (soms zelfs honderden) malen uitrukken, om mensen uit het water te halen die in de problemen zijn geraakt. In Nederland verdrinken jaarlijks ongeveer tien mensen in open water – dus in meren, rivieren en de zee.

In zee zijn vooral de muien gevaarlijk. Dit zijn geulen die loodrecht op de kust staan, tussen twee zandbanken in. In deze geulen kan een sterke stroming richting zee ontstaan. Wie in zo’n muistroom terecht komt, heeft weinig meer aan zijn spierballen. Het water heeft hier een kracht waar niet tegenop te zwemmen valt. Een muistroom kan een snelheid bereiken van 7 kilometer per uur, en mensen tot honderden meters mee trekken. Maar hoe ontstaat een mui eigenlijk? En wat moet je doen als je er tóch in terecht komt?

De mui is zichtbaar als een onderbreking in de branding – in dit geval in Asturië (Spanje)
Geologist15, via Wikimedia Comons, CC BY-SA 4.0

Muien, zwinnen en zandbanken

De zeebodem langs de Nederlandse kust is voortdurend in beweging. De wind en het water verplaatsen zand, waarbij verhogingen (zandbanken) evenwijdig aan de kust ontstaan en weer verdwijnen. De diepere gedeelten tussen de zandbanken en het strand in, zijn de zwinnen. Bij laag water blijven in deze zwinnen vaak ondiepe plassen achter op het strand. Het zijn ideale plekken om kleine kinderen veilig te laten spelen.

Bij hoog water gebeurt er echter iets anders. Het zeewater dat dan in de zwinnen terecht komt, wil uiteindelijk weer terugstromen naar zee, en dat kan alleen door de smalle ruimtes tussen de zandbanken in. Als die er niet zijn, zal de sterke stroming ze zelf creëren.

Deze geulen tussen de zandbanken, loodrecht op de kust, zijn de muien. Het zeewater perst zich hier met grote kracht doorheen. Pas als het water de open zee aan de andere kant van de zandbank bereikt, neemt de stroomsnelheid af.

Waarschuwingsborden voor muien, in de opslag in Scheveningen
Jahoe, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Misverstand

Lang is gedacht dat een muistroom optreedt bij eb, als gevolg van het terugtrekkende water. Dat is echter een misverstand, vertelt Willem Verbeek, ingenieur en auteur van de website muien.nl . “De muistroom is het krachtigst als er sterke golven zijn. Er ontstaat dan branding op de zandbanken, en een hoger waterpeil in het zwin. Dat water wil terug stromen naar open zee.” Bij branding breken sterke golven op een ondiepte, zoals een zandbank. De zandbanken zijn dan te herkennen aan de witte schuimmassa die daarbij ontstaat.

Als het eb is, telt de stroming van het terugtrekkende water op bij die van de muistroom. Langs de kusten van Noord- en Zuid-Holland daalt het waterpeil bij eb echter niet snel genoeg om zelf het zwin met kracht te doen leeglopen, aldus Verbeek.

Bovendien is de muistroming ook bij opkomend water zeewaarts gericht, als er sprake is van branding op de zandbanken. Het komt omdat al het water dat over de zandbanken heen in de zwinnen terecht komt, door dezelfde geul terug moet naar zee.

Golven vanuit zee veroorzaken branding op de zandbank. Hierdoor wordt aan de strandzijde van de zandbank (A) het waterpeil hoger. In de zandbank zit de mui (B), waar geen of minder branding aanwezig is, en het waterpeil dus iets lager dan bij A. Water stroomt van hoog naar laag, dus van A naar B. Hierdoor stijgt het waterpeil ook in de mui en ontstaat stroming van de mui terug naar zee.

Positie

Uitgelicht door de redactie

Geneeskunde
Op zoek naar goedkopere medicijnen

Moeten we stoppen met het (bij)stoken van hout?

Biologie
2039: Nederland zegt ‘nee’ tegen het aanpassen van embryo-DNA

De oplossing om het gevaar van een mui tegen te gaan lijkt simpel. Een zwemverbod ter plekke zou afdoende moeten zijn. Bordje erbij en klaar ben je, zou je zeggen. Het probleem van muien is echter dat ze zich regelmatig verplaatsen. Zowel de positie als de afmeting van een mui verschilt van dag tot dag, afhankelijk van de sterkte en richting van zowel de golven als de waterstromingen.

Er zijn wel pogingen ondernomen om een voorspellingssysteem in het leven te roepen, maar uiteindelijk werd dat te duur en ingewikkeld gevonden voor wat het opleverde. Wel loopt er vanuit muien.nl al enige jaren een experiment de stroming te voorspellen, dat gebruikmaakt van de data afkomstig van zeeboeien voor de kust.

Permanente muien

Permanente muien – de naam zegt het al – blijven wél netjes op hun plaats liggen. Deze muien zijn dan ook geen gevolg van het samenspel van bewegende factoren als golven, zand en stroming, maar van vaste objecten zoals pieren en strekdammen. De obstakels hebben invloed op de component van de zeestroming die evenwijdig aan zee loopt. Ze buigen het water af, waarna het (als het voorbij de pier of strekdam is) de lege plekken weer op wil vullen. Hierbij ontstaan zeer krachtige wervelingen en waterkolken.

De stroming langs de kust wordt door de strekdam richting zee geduwd (A). Voorbij de strekdam zal de stroming weer evenwijdig aan het strand zijn (B) en daarna afbuigen richting strand (D) of terug cirkelen richting strekdam (C ).
Willem Verbeek, www.muien.nl

Wat te doen?

Mocht je onverhoopt in een muistroom tussen twee zandbanken terecht komen, dan adviseert de Koninklijke Nederlandse Reddings Maatschappij (KNRM) het volgende:

  • Raak niet in paniek;
  • Laat je meevoeren met de stroming;
  • Wanneer de stroming minder wordt, zwem dan een stuk parallel aan de kust;
  • Zwem daarna richting de zandbanken;
  • Rust uit wanneer je weer grond onder je voeten hebt. Bij een permanente muistroom is het advies veel eenvoudiger: Zwem hier niet.
Laat je meevoeren met het water in de ‘nek’ van de mui, de smalle doorgang waar de kracht het sterkst is. Zwem pas opzij als de snelheid afneemt en het water zich verspreidt, in het ‘hoofd’ van de mui.
National Weather Service, Wilmington, NC, via Wikimedia, aanpassingen door Xander89, CC BY-SA 3.0
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 mei 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.