Je leest:

Verband tussen gezondheidsklachten en angst voor straling

Verband tussen gezondheidsklachten en angst voor straling

Auteur: | 30 november 2017

Mensen die bang zijn voor schadelijke gezondheidseffecten door blootstelling aan elektromagnetische straling, rapporteren meer klachten dan mensen die zich niet druk maken over zendmasten in hun omgeving. Dat blijkt uit promotieonderzoek van psycholoog en milieu-epidemioloog Astrid Martens.

Hoewel uit onderzoek al vaker is gebleken dat straling van zendmasten geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid, maken sommige mensen zich toch zorgen. Angst voor straling kan leiden tot gezondheidsklachten. Astrid Martens is als psycholoog en milieu-epidemioloog verbonden aan het Institute for Risk Assessment Sciences van de Universiteit Utrecht en promoveerde eind november op dit onderwerp.

Link snel gelegd

Straling kan zorgen opwarming van het lichaam, maar dat gebeurt pas vanaf een dosis van 4 watt per kilogram. Die dosis is veel hoger dan de 0,4 watt per kilogram die de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) als richtlijn neemt. De hoeveelheid straling waaraan burgers in de praktijk blootgesteld worden, ligt nog onder deze richtlijn. Voor andere gezondheidseffecten door blootstelling aan straling is nooit afdoende bewijs gevonden.

The dangerous view pripyat chernobyl
Bij kerncentrales, zoals in Tsjernobyl, komt wel schadelijke straling vrij.

Toch snapt Martens wel waarom mensen zich zorgen blijven maken. “Mensen denken: er wordt onderzoek naar gedaan, dus dan zal er toch wel iets aan de hand zijn”, legt ze uit. “Bovendien zijn er natuurlijk gewoon soorten straling die wel degelijk gevaarlijk zijn, zoals straling uit kerncentrales. De link tussen schadelijke gezondheidseffecten en straling van zendmasten is dan snel gelegd.”

Soorten straling

Elektromagnetische straling is niets nieuws. Sterker nog, het is er altijd geweest en je komt het overal tegen. De aarde wordt omgeven door een elektromagnetisch veld. Daardoor draait de naald van een kompas altijd naar het noorden. Ook dieren gebruiken het veld van de aarde voor navigatie.

Naast deze natuurlijke bron van straling, zijn er tegenwoordig steeds meer onnatuurlijke bronnen die straling uitzenden. Het bekendste voorbeeld zijn antennes die gebruikt worden voor de ontvangst van televisie, radio en telefonie. Sommige deskundigen maakten zich zorgen. Kan deze opstapeling van straling zorgen voor schadelijke gezondheidseffecten, zoals opwarming van het lichaam? Wetenschappers gingen hier onderzoek naar doen.

Straling spectrum
Er zijn verschillende soorten straling. Het midden van deze grafiek geeft zichtbaar licht aan. Aan de rechterkant van het spectrum vind je straling die schadelijk kan zijn, zoals röntgenstraling of gammastraling. Deze straling heeft een hoge frequentie en is in staat om verbindingen tussen moleculen te verbreken. Aan de linkerkant van het spectrum vind je straling die niet schadelijk is, zoals infrarood, microgolven en radiogolven. Deze vormen van straling hebben een lage frequentie, maar wel een grote golflengte. Daardoor kan deze straling ver reizen.

Model

Martens zocht tijdens haar promotieonderzoek uit of de daadwerkelijke blootstelling aan straling overeenkomt met de blootstelling die mensen zelf ervaren. Om de daadwerkelijke blootstelling op het huisadres van de deelnemers betrouwbaar te kunnen schatten, maakte de psycholoog gebruik van een model met daarin allerlei gegevens. “Zo weten we de locaties van zendmasten, de richting waarin ze uitzenden en de frequentie van de straling”, vertelt ze. “Naast gegevens over de zendmast zelf, kunnen we ook zien of er gebouwen staan tussen een huis en een antenne. Dat is belangrijk, omdat gebouwen een groot deel van de straling kunnen tegenhouden.”

Alle 15 duizend deelnemers van het Amigo-project vulden een vragenlijst in. Daarin konden zij aangeven hoe ze de blootstelling aan straling zelf inschatten, op een schaal van nul (laag) tot zes (zeer hoog). Daarnaast beantwoordden zij vragen over hun zorgen rondom mogelijke gezondheidseffecten en konden zij gezondheidsklachten rapporteren.

Moeilijk inschatten

Veruit de meeste deelnemers, ongeveer driekwart, gaven aan dat hun blootstelling aan straling laag was (zij gaven een score van nul of één). Het viel Martens op dat er een zwakke samenhang was tussen de blootstelling uit het model en de blootstelling die mensen zelf inschatten. “Dat komt overeen met resultaten uit eerder onderzoek” vertelt ze. “Als je mensen in het laboratorium willekeurig wel of niet blootstelt aan straling, kunnen ze achteraf niet vertellen of ze wel of niet zijn blootgesteld. In ieder geval niet beter dan op basis van kansberekening verwacht mag worden.” Deelnemers kunnen hun blootstelling aan straling dus moeilijk inschatten.

Wel vond Martens een duidelijk verband tussen de zelf ingeschatte blootstelling aan straling en het optreden van gezondheidsklachten. Het gaat dan om aspecifieke klachten zoals hoofdpijn, duizeligheid en oorsuizen. Twee hypothesen kunnen dit verband verklaren. “Wellicht speelt er een nocebo-effect; mensen die denken dat de blootstelling aan straling hoog is en bang zijn dat ze hier klachten van krijgen, krijgen dan ook echt gezondheidsklachten”, legt de psycholoog uit. “Dit is niet altijd een verklaring. Veel deelnemers gaven aan dat ze eerst klachten hadden en daarna gingen uitzoeken hoe dat kwam. Mensen worden zich dan bewuster van hun omgeving en de risico’s daarin en kunnen op die manier dus de zendmasten als boosdoener aanwijzen. Waarschijnlijk spelen in het geval van straling beide factoren een rol.”

Umts mast
Mensen met onverklaarbare gezondheidsklachten zijn zich meer bewust van hun omgeving en kunnen zo zendmasten als boosdoener aanwijzen.

Serieus nemen

Martens kreeg verschillende boze reacties op haar proefschrift en dat snapt ze ook goed. “Wetenschappelijk gezien is er geen verband tussen blootstelling aan straling en gezondheidsklachten, maar dat betekent natuurlijk niet dat die klachten er niet zijn. Mensen verzinnen geen klachten. Ze hebben er echt last van en dat moeten we wel serieus nemen.” Iets aan deze klachten doen is echter zeer lastig. Minder blootstelling is in principe niet nodig, maar als het mensen helpt om naar een plek met weinig straling te gaan of in huis schermen op te hangen moeten ze dat zeker doen, meent de psycholoog.

Ze benadrukt dat het belangrijk is om de informatie die gegeven wordt af te stemmen op de behoefte van burgers. “Een collega van mij deed onderzoek naar de aanleg van hoogspanningsmasten. Omwonenden kregen daarbij allerlei technische informatie. Hoe hoog worden de masten, waar komen ze precies te staan, enzovoorts. Over blootstelling aan straling werd niets gezegd, terwijl burgers dat juist wilden weten.” Met die aanpak kweek je geen vertrouwen. En als het vertrouwen ontbreekt, slaan mensen juist makkelijk aan het twijfelen.

Bronnen:

  • Astrid Martens Modeled and perceived RF-EMF exposure from mobile phone base stations in relation to symptom reporting, november 2017 (online), Utrecht University Repository
  • International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection Guidelines for limiting exposure to time-varying electric, magnetic, and electromagnetic fields, 1998, Health Physics 74
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 november 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.